Recensie: The Temper Trap, ‘Conditions remixed’

november 21, 2010

Dit had hoogstens een bonusschijf moeten zijn

Op ‘Conditions remixed’ krijgt het debuutalbum van de Australische rockers een herbewerking door grote namen uit de dance scene. Dat debuut ‘Conditions’ met hitsingles ‘Science of fear’, ‘Love lost’ en vooral ‘Sweet disposition’ is er nog maar sinds zomer 2009. Een toer door het thuisland en de UK zette The Temper Trap op de kaart. Ook in de Benelux was de band al vaker te gast. In afwachting van de tweede – het viertal zit in Londen voor opnames – krijgen we remixen voorgeschoteld van alle nummers in de oorspronkelijke volgorde.

Kern van de muziek van The Temper Trap zijn de gitaren en de soulvolle stem van zanger Dougi Mandagi. Songs vol melodie, soms lief, vaak bezwerend, galmend en gelaagd, avontuurlijk. De bedoeling van de remixen was volgens het kwartet ‘a soul jazz exploration, in search for a new sound’. De zanglijnen behouden de soul nog enigszins en het valt op dat Mandagi’s flexibele vocalen met gemak in diverse muzikale stijlen passen. Het is dan weer jammer dat er weinig inspirerend gebruik van is gemaakt. En zonder het bed van gitaarriffs en pompende drums valt veel van de charme van The Temper Trap weg en klinkt Mandagi te koud en emotieloos. Jazz? Een nieuw geluid? Nope.

Het aanhouden van de volgorde was geen beste keuze. De individuele mixen houden geen rekening met een opbouw of totaalervaring. Daardoor is het een erg wisselvallig album, zwevend tussen pogingen tot dancehall vloervullers en meer experimentele probeersels. Er zit geen verband tussen.

Faithless’ Rollo & Sister Bliss spelen op safe en drenken ‘Love lost’ in hun typische synthwave met clubland beats. Wat Three Trapped Tigers deed met ‘Rest’ had, gezien hun complexe songs, een bak spannender gekund dan drijven op een vlak doordreinend ritme. Alan Wilkins’ soundscaperige ‘Sweet disposition’ is aardig. Hoewel je niet veel fout kan doen, zijn de housebeats een geschikt gezelschap voor Dougi. ‘The science of fear’ (aka Hervé) wordt verpest door een simpele drum ‘n’ bass mix. Het is pas interessant als er flink wordt afgeweken van het voorbeeld, zoals trancegrootheid Adam Freeland doet met zijn verknutseling van ‘Fader’ tot vier minuten desoriënterende distortion. Penguin Prison’s ‘Resurrection’ is een triomf en de rol van spoken word-artiest Kate Tempest in BrentonLabs visie op het voorheen instrumentale ‘Drum song’ erg tof.

Waarom een remixalbum zo snel na je debuut? En dan nog eentje die niet zo boeiend is? Ze trekken er vast geen nieuwe fans mee. We zetten het origineel nog wel een keer op. Dit had hoogstens een bonusschijf moeten zijn.

CuttingEdge SCORE: 2 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // Album:

* Band: The Temper Trap
* Album: Conditions remixed
* Record company: PIAS
* Jaar: 2010
* Track list: Love lost – Sister Bliss and Rollo Mix / Rest – Three Trapped Tigers Remix / Sweet disposition – Alan Wilkis Mix / Down river – Fool’s Gold Remix / Soldier on – RUSKO’s F’kin Seagull Remix / Fader – Adam Freeland Remix / Fools – Peter, Bjorn & John Hortlax Cobra Remix / Resurrection – Penguin Prison Remix / Science of fear – The Count (aka Hervé) Medusa Remix / Drum song – BretonLabs Remix featuring Kate Tempest

© Cutting Edge — 21 Nov 2010
images © PIAS

Link: CD review The Temper Trap, ‘Conditions remixed’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’

november 14, 2010

Een wolk van een plaat om op weg te drijven

De nieuwe Blonde Redhead is flink wennen. Het New Yorkse trio Kazu Makino, Simone en Amedeo Pace was al bezig hun getreden pad van experimentele, sfeerrijke en melodieuze indierock met dissonante, uit de bocht vliegende gitaren te verleggen naar meer pop en elektronica. Die weg werd ingeslagen op ‘Misery is a butterfly’ (2004) en verder bewandeld op ’23’ (2007). Het zou geen verrassing moeten zijn dat achtste album ‘Penny Sparkle’ die wandel vervolgt en de grens verder opschuift. Dat was het wél voor veel fans.

Er werd gewerkt met Zweedse producers Van Rivers en The Subliminal Kid (Fever Ray). De incidentele productionele bijval van Drew Brown (Beck, Radiohead) en de eindmix van shoegazegoeroe Alan Moulder zetten de puntjes op de i. Het prachtige deluxe artwork staat voor de inhoud: het oogt sober, maar is oerend efficiënt. De songs zijn zorgvuldig, verfijnd minutieus opgebouwd. Met veel passie en bol staand van gevoel. De zin ‘Your other world (dream) is inside here’ spreekt boekdelen. ‘Penny sparkle’ klinkt alsof een kalmerend valiumpje is genomen alvorens op te nemen om in een diepe droomstaat te geraken. De trippy slowcore sfeer van ’23’ is tot in extreme vormen doorgetrokken: uitgepuurde, transparante chillout. De eerste songs dwarrelen zo voorbij.

Kazu stond nimmer zo op de voorgrond, zong nooit zo ijzig helder (haar nog donkerdere lyrics blijven vaag) en mooi. Net als Amedeo (‘Black guitar’). Ongelooflijk knap om de pracht die het oudere, typerende materiaal kenmerkt in zo’n fraaie, onderzoekende vorm te gieten. Wie de tijd neemt, merkt dat aan alles is vastgehouden. De sprankelende melodieën, het intense breekbare, het gelaagde organische. Alleen vrijwel geen gitaren en nergens een climax. De vertederende zang wordt gedragen door een spaarse, weemoedige of lieflijke, troostgevende elektronische invulling en in echo gedrenkte beats, 80’s synths en samples. Kaler, rustiger, ingetogener. Gaandeweg krijgen ze meer schwung. Vanaf halverwege het album valt het echt perfect in elkaar, die subtiele nuances. Al zijn alle songs van hoog niveau. Het betoverende ‘Love or prison’, de zweverige, trieste, beeldschone titelsong en hartbrekend schitterende ‘Spain’ zijn ware parels.

‘Penny sparkle’ is een wolk om op weg te drijven. Blonde Redhead zal er helaas not too open minded guitar fans mee verliezen. De vorige plaat had daar al last van. Wellicht krijgen ze er nu aanwas bij uit een andere hoek. Innovatie is niet altijd fijn. De manier waarop deze drie zich telkens opnieuw uitvinden valt enorm te waarderen. Dat getuigt van lef en diepgang.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Blonde Redhead
* Album: Penny sparkle
* Record company: 4AD
* Jaar: 2010
* Track list: Here sometimes / Not getting there / Will there be stars / My plants are dead / Love or prison / Oslo / Penny sparkle / Everything is wrong / Black guitar / Spain

© Cutting Edge — 14 Nov 2010
images © 4AD

Link: CD review Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Various Artists, ‘Eat pray love (OST)’

oktober 24, 2010

Vermakelijk, goed samengesteld, weinig nieuws

De soundtrack ‘Eat pray love’ begeleidt de verfilming van de bestseller van Elizabeth Gilbert door regisseur Ryan Murphy, die aan het einde van de zomer zijn première beleefde in Amerika en begin oktober in Nederland en België. Hoewel de trailer veel goeds beloofde, werd de film ‘aardig’ ontvangen. Het verhaal: ‘Liz’ Gilbert (Julia Roberts) realiseert zich hoe ongelukkig ze is in haar huwelijk en besluit te scheiden, haar leven te veranderen en zichzelf te herontdekken. Ze gaat een jaar op reis. Begint in Italië (‘eat’), door naar India (‘pray’) en eindigt in Indonesië (‘love’). De muziek, veelal door artiesten uit de jaren zeventig en eerder, weet haar gevoelens – herinneringen, liefde, verlangen en hoop – uit te drukken en neemt de luisteraar eveneens mee op reis.

Een chickflick zijnde, horen we romantiek, soul, wereldmuziek en weinig rock. De lyrische opener van Josh Rouse leidt het avontuur wiegend in. Het fragment van Barbieri haalt vervolgens beelden van een oude Franse film noir naar het netvlies. De dikke, swingende funksound van Sly & the Family Stone geeft aan dat Liz klaar is voor de reis. Dan een grote overgang naar de Bona botervloot-jingle van weleer – sorry, die associatie hebben wij nu eenmaal sinds die commercial. De operazangeres ondersteund door het klassieke orkest met een deel ‘Die zauberflute’, is een mooie maar vreemde eend in de bijt.

Het middenstuk rijgt prachtig aaneen. Met Neil Youngs ‘Heart of gold’ zit je altijd goed (net als sluiter van dit blokje ‘Harvest moon’). Zachtjes glijd je de sferische, traditionele Indiase tablasounds van U. Srinivas in, dat perfect overgaat in het schitterende ‘The long road’ van Pearl Jams Eddie Vedder en wijlen Nusrat Fateh Ali Khan. Al bekend van ‘Dead man walking’ en daar te veel aan verbonden. Bebél en João Gilberto leveren luchtige, zwoele, bossa nova-bijdrages, catchy onderbroken door Gaye. Dan de door Vedder gepende Oscarkandidaat ‘Better days’. Een meeslepende ballad, hoewel minder krachtig dan zijn werk voor ‘Into the wild’. Een zoektocht naar innerlijke rust, gelardeerd met een exotische (Indiase) klank, violen, mandoline en een gloedvolle accordeon rondom Eddies imponerende stem. De instrumental van Marianelli, die met piano en zwierige violen leunt naar een hoopvol eind, is een juweeltje.

De soundtrack is vermakelijk en goed samengesteld, maar weinig nieuws. De trailersongs ‘Dog days are over’ van Florence and the Machine en ‘Sweet disposition’ van The Temper Trap staan er niet op. Die hadden een andere vibe toegevoegd.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // Album:

* Band: Various Artists
* Album: Eat pray love (OST)
* Record company: Island Records/ Universal
* Jaar: 2010
* Track list: Josh Rouse – Flight attendant / Gato Barbieri – Last tango in Paris (suite pt. 2) / Sly & The Family Stone – Thank you (fallettin me be mice elf agin) / Wiener Philharmoniker, George Solti conductor – Der hölle rache kocht in meinem herzen uit ‘Die zauberflute’ (‘The magic flute’) / Neil Young – Heart of gold / U. Srinivas – Kaliyugavaradana / Eddie Vedder met Nusrat Fateh Ali Khan – The long road / Neil Young – Harvest moon / Bebél Gilberto – Samba da bençáo / João Gilberto – Wave / Marvin Gaye – Got to give it up (part 1) / João Gilberto – ‘S wonderful / Eddie Vedder – Better days / Dario Marianelli – Attraversiamo

© Cutting Edge — 24 Oct 2010
images © Island Records/ Universal

Link: CD review Various Artists, ‘Eat pray love (OST)’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’

juli 21, 2010

Fascinerende beginsels van een glorievolle toekomst

Het New Yorkse duo Daniel Rossen en Fred Nicolaus heeft voornamelijk door Rossens andere band Grizzly Bear, met magnus opus ‘Veckatimest’ vorig jaar, muzikaal een groter belang gekregen. Maar als Department of Eagles werden de twee inmiddels ook genoeg veren in de kont gestoken. De twee albums ‘The cold nose’ in 2003 en ‘In ear park’ in 2008 bij 4AD met prachtige, elektronische homerecording indiepopliedjes werden lovend ontvangen.

‘Archive 2003-2006’ bevat sessies bedoeld om het tweede album van Department of Eagles te vormen. Er waren schijnbaar al genoeg opnames voor een schijf voorafgaand aan dat opnameproces. Op de compilatie staan zes volledige songs. Tegen het einde van hun studietijd aan de universiteit legde Rossen in de oefenruimte van de school een reeks korte pianostukken vast. Daar zijn er ook vijf van op dit album terechtgekomen onder de naamgeving ‘Practise room sketch’.

Vooral in de verfijnde, warme vocale harmonieën en de rijke, uitgebreide arrangementen horen we waar ‘Veckatimest’ zijn oorsprong heeft. ‘Sketch 1’ is zelfs een soort vingeroefening voor ‘Easier’. Rossen en Nicolaus flirten duidelijk met vintage Americana en folk evenals de ambitieuze composities van Van Dyke Parks’ ‘Song cycle’. Ze bewegen zich op een ander sonisch territorium en er is veel minder gedaan met elektronica. Opgenomen met brakke lo-fi apparatuur (door Grizzly’s Chris Taylor) is het knap dat het paar het mooi open en niet te geknutseld laat klinken.

In ‘Grand army plaza’ horen we een wankele Arcade Fire en de Beatles en Beach Boys hebben hun vocale sporen nagelaten in ‘Sketch 2’. De sketches zijn vaak schattige, sferische en bijna dwarrelende fragmenten, die het geheel luchtig en sprookjesachtig maken. ‘Flip’ met zijn staccato akoestische gitaarspel en dreigende akkoorden zet het nekvel overeind en ‘While we’re young’ barst verfrissend uit in gruizige energie en melodie en is een opvallend mooie popsong.

Misschien dat deze release wat te vroeg komt in hun korte carrière. Naar verluidt was het ook meer een beslissing van het management dan van de heren zelf deze schijf de wereld in te schoppen. ‘Archive 2003-2006’ blijkt het missende stukje van de Department of Eagles-puzzel. Het vervolledigt de collectie en het laat de muzikale levenswandel en fascinerende beginsels horen van de glorievolle toekomst. Een wondere en onaffe wereld, vol ideeën die hun ultieme creatieve vorm nog moesten krijgen maar al een ferme bak talent tentoonspreiden. Heel interessant en fijn voor obsessief diepgravend uitzoekwerk voor fans van Department of Eagles en Grizzly Bear!

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Department Of Eagles
* Album: Archive 2003-2006
* Record company: Bella Union / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Practise room sketch 1 / Deadly Disclosure / While we’re young / Grand army plaza / Practise room sketch 2 / Brightest minds / Practise room sketch 3 / Flip / Practise room sketch 4 (tired hands) / Golden apple / Practise room sketch 5

© Cutting Edge — 21 Jul 2010
images © Bella Union/V2

Link: CD review Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: The Chemical Brothers, ‘Further’

juli 18, 2010

De Bros gaan ‘further’, dat is even wennen

Op de opvolger van ‘We are the night’ gaan The Chemical Brothers terug naar hun ‘core bizz’. Geen grote namen meer als gastvocalisten, alleen singer-songwriter Stephanie Dosen verzorgt zang (en Tom Rowlands zelf her en der). Ook is ‘Further’ weer een lange mixtrack. Zonder onderbrekingen trekken de acht dance-nummers vloeiend aan je voorbij. Dj-duo Simons en Rowlands is er übersterk in en beroemd om, zo weten we van ultieme albums ‘Exit planet dust’, ‘Dig your own hole’ en ‘Surrender’ (en vooruit, ‘Come with us’).

De Bros moesten wel een andere weg inslaan op hun zevende en dat doen ze zonder overdreven opzwepende hoogtepunten. Geen enkel nummer steekt de kop boven het maaiveld uit, zoals er eerder altijd een paar tracks onherroepelijke dansvloerkrakers waren. De nummers lijken ondergedompeld in een psychedelicabad en zijn ingetogen implosief. Het lijkt telkens ergens naar op te bouwen, maar er komt zelden een beukend of verrassend crescendo. Vaak blijft het hangen in simpele beats, percussie-elementen en sample-omlijsting. Een geduldige en emotievolle opbouw zonder te ontsporen.

In opener ‘Snow’ blijft het bij wat hakkelende bliepjes en Dosen die ‘Your love keeps lifting me, lifting me higher’ mantra-achtig blijft herhalen tot het er pas halverwege het bijna 12 minuten durende ‘Escape velocity’ inhakt met beats, claps, opgestapelde vintage synthlijnen en dreinende sounds. De track golft van piek naar dal. Een stemsample leidt ‘Another world’ in, zwabberende beats en gitaarrifs transformeren tot een loungy geheel. Ook het lekkere mellow ‘K+D+B’ mag er wezen. Het zweverige, warme ‘Swoon’ (met het ronduit geile gehijg van Dosen) en het humoristische, met paardengehinnik en vocoder zang gelardeerde ‘Horse power’ zijn de smakelijkste en aansprekendste Chemical Brothers nummers ertussen, maar zijn tegelijk ook schaduwtracks van wat ze eerder uitbundiger deden.

De terugkeer naar de basis is een goede keuze, hoewel we merken toch wat meer te verlangen dan wat ‘Further’ nu biedt. Het album haalt het niveau van hun beste schijven niet, al mag gezegd worden dat deze klassiekers natuurlijk wel erg lastig zijn te overrulen en dat deze de vorige cd wel degelijk overstijgt. De Bros gaan ‘further’ dan voorheen en dat is gewoon even wennen.

Er is tevens een deluxe ‘Further’ edition met een extra dvd met visuals. De verwachting dat die een extra dimensie zou toevoegen aan de songs – de heren hebben tenslotte een reputatie – wordt niet waargemaakt. Het blijken slechts wat eenvoudige animaties bij de tracks. Leuk als achtergrond bij de live gigs waarschijnlijk.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: The Chemical Brothers
* Album: Further
* Record company: Virgin / EMI
* Jaar: 2010
* Track list: Snow / Escape velocity / Another world / Dissolve / Horse power / Swoon / K+D+B / Wonders of the deep

© Cutting Edge — 18 Jul 2010
images © EMI/Virgin Records

Link: CD review The Chemical Brothers, ‘Further’ (2010) bij CuttingEdge

Concert: Pavement, Doornroosje Nijmegen

juli 7, 2010

Een uitzinnig reünieconcert en jubileumfeestje
Vijf van de vijf sterren

Copyright MUZE / Monique van den Boogaard

Wat er was gebeurd als ‘we’ niet hadden gewonnen … Gelukkig hoeven we daar niet meer over te denken, want we zegevierden, al was de angst voor neerhangende schouders en een verpest humeur gisterenavond wel degelijk even aan de orde. Het reünieconcert van de Amerikaanse grondleggers van de alternatieve pop Pavement bij het jubilerende Nijmeegse poppodium Doornroosje stond al maanden in de agenda. Vorig week bleek dat de halve WK-finale op dezelfde avond zou worden gespeeld. Er werd besloten de gehele avond dan maar daar op aan te passen, zodat orgel/drumduo zZz eerst een half uurtje en vervolgens nog eens in de pauze speelde en de wedstrijd in de zaal en in het café (en door de band backstage) kon worden gevolgd.

Frontman, gitarist en zanger Stephen Malkmus en de zijnen staan de laatste minuten geduldig te wachten en vanaf het podium te kijken naar het zenuwachtige zaalpubliek dat de ogen strak gericht houdt op het scherm. Totdat de verlossende fluittoon wordt geblazen. En hoewel het erg raar was om van het lyrische gejuich en omhelzend rondspringen ineens over te schakelen naar de eerste noten (‘In the mouth a desert’) van de show, bleek het de perfecte combinatie. Bij Doornroosje, dat vandaag zijn veertigjarig bestaan viert, werd er vanaf dat moment een weergaloos verjaardagsfeestje gebouwd!

De garantie dat de publieksfavorieten en aanstekelijke, grillige liedjes van alle albums zouden worden gespeeld in de set die anderhalf uur duurde, lag er natuurlijk. De rustig kabbelende, de psychedelisch uitwaaierende, de snelle en energieke uitbundige. Van een strakke opbouw naar een hoogtepunt was geen sprake. Aan het rammelende, soms bevreemdend vertraagde spel of de humoristische, plagende opmerkingen tussendoor van de ouder geworden heren is niets veranderd. Alles wordt nonchalant door elkaar gesmeten en met veel enthousiasme en plezier door het vijftal met de nodige gruizigheid op de zaal afgevuurd. En Malkmus zingt ook nog steeds zo mooi vals als vroeger.

Het publiek heeft er net zoveel schik in en waardeert ook de aandacht van Pavement voor het voetbal. De twee immense klompen op het drumstel en het nummer dat met de kreet ‘Feed them to the lions’ wordt opgedragen aan de voetballer van Uruguay die Demy de Zeeuw een kaakschop verkocht. Bij de lomere songs wordt er wel wat opgewonden gebabbeld, om de volgende minuut toch weer de vuisten in de lucht te steken en uit volle borst mee te brullen met ultieme hoogvliegers als ‘Debris Slide’, ‘Trigger cut’, ‘Gold Soundz’, de massive hit ‘Cut your hair’, ‘The hexx’ en ‘Stereo-ooooooooooh’.

We hebben ze gemist! De goede herinneringen aan onze ‘jongere jaren’, want er was behoorlijk wat publiek op leeftijd van de Pavement-leden, kwamen constant boven borrelen. Het was een legendarische, uitzinnige, fantastische avond voor iedereen die erbij was. De smile van oor tot oor is nog steeds niet van het gezicht te meppen! Met grote dank aan programmeur Robert en het team van Doornroosje. Voor de veertig jaar, maar ook voor de geniale ingeving om ons aller favoriete bandje van weleer als jubileumopener te boeken en het strak te organiseren! Wie ook anders dan de indiehelden van Pavement, die het poppodium bij de allereerste tournee en later nog eens met de ‘Crooked Rain’-tournee aandeed, om het heugelijke feit te onderstrepen en het nu nog eens flink over te doen. Pavement of hun tijdloos aanvoelende songs vertonen nog lang geen slijtage!

Monique van den Boogaard

# Band: Pavement
# Datum: 06 Jul 2010
# Locatie: Doornroosje
# Set list: In the mouth a desert / Elevate me later / Date with Ikea / Grounded / Perfume v / Father to a sister of thought / Gold soundz / Frontwards / Debris slide / Trigger cut / Stereo / Kennel District / Spit on a stranger / Conduit for sale! / We dance / Linden / Cut your hair / Fin / Box elder / No life signed her / Two states / Stop breathing / The hexx / Spizzle trunk / Summer babe / Shady Lane / Range life

© Cutting Edge — 07 Jul 2010
images © MUZE / Monique van den Boogaard

Link: Concert review Pavement, Doornroosje Nijmegen bij CuttingEdge

Recensie: Mountain Man, ‘Made the harbor’

juni 30, 2010

Hemels gezang, intiem naakt in al zijn kaalheid

Mountain Man bestaat uit drie jongedames afkomstig uit diverse pastorale Amerikaanse gebieden. Amelia Randall Meath, Molly Erin Sarle en Alexandra Sauser-Monnig kwamen elkaar tegen op het Bennington College in Vermont. De songs op hun debuut ‘Made the harbor’ lijken wel folkstandards, maar zijn het niet. De studentes schreven alle liedjes zelf en onderwezen elkaar tussen de colleges door.

‘Made the harbor’ werd opgenomen in een verlaten fabriek uit de vorige eeuw en die sereniteit heeft zijn weerslag op het geluid. Het voelt alsof je aan hun voeten zit te luisteren, zo dichtbij. Gekuch, een zucht, een ademhaal, het is er allemaal in gelaten. Er is überhaupt niets bijzonders gedaan aan de sound afgezien van een zweempje echo op de vocalen. Naakt in al zijn kaalheid. Af en toe had er best een producer aan mogen zitten om de scherpe randjes en het gesuis eraf te veilen. Maar dan mis je weer de intimiteit die het materiaal uitstraalt.

Er wordt afgewisseld tussen nummers met alleen een kabbelend akoestisch gitaartje als begeleiding van de prachtig in elkaar vlechtende heldere harmonieën, zuivere kippenvel a-capella, of liedjes waarin slechts een van de dames vertederend zingt. Stuk voor stuk zweverige, kleine intieme en eerlijke folk/Americana wiegeliedjes met melancholische ondertoon. Toch zit er voldoende variatie in het half uur durende schijfje. Dat zit hem in de manier van zingen, die is in geen enkel nummer hetzelfde.

De chickies verhalen schattig over hun liefde voor mensen, bomen, vogels, de bergen, nacht en het vrouw-zijn. ‘Buffalo’ staat met zes schoenen in de authentieke folktraditie en ook ‘How’m I doin’ ontlokt een glimlach door hun interpretatie van jaren ’40 boogie woogie gezang als een soort vreedzame The Andrews Sisters. De al veel gemaakte vergelijking met Fleet Foxes of Bon Iver komt het dichtst bij in ‘Soft skin’. Hemeltergend en zielsnijdend. ‘Mouthwings’ is een wonderschone allgirl a-capella en vrouwelijke equivalent van Simon & Garfunkel, in ‘Loon song’ omarmen Leadbelly en Jeff Buckley elkander en in ‘Babylon’ schuren de gelaagde vocalen tegen fraai Gregoriaans gezang aan.

Nu we zweterig van onze luie ligstoel afglijden door de warmte raden we je de cd aan voor de avonduurtjes. Als de zon bijna is gezakt en het kampvuur al aangestoken om relaxed rond te hangen met wat vrienden. De immer aanwezige akoestische gitaar kan thuisgelaten worden en dan is het diep wegzwijmelen op de charmante, nostalgische tonen van Mountain Man. Dan proef je de eenzame sfeer, die je ook voelt als je in de bergen vertoeft.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Mountain Man
* Album: Made the harbor
* Record company: Bella Union / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Buffalo / Animal wings / White heron / Mouthwings / Dog song / Soft skin / How’m I doin / Arabella / Sewee sewee / Loon song / Honeybee / Babylon / River

© Cutting Edge — 30 Jun 2010
images © Bella Union/V2

Link: CD review Mountain Man, ‘Made the harbor’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Magnapop, ‘Chase park’

juni 27, 2010

Nog altijd pretentieloos en oerend charmant

Het was voor mij altijd het jongere Texaanse broertje van Pixies. Punky indiepop met übercatchy melodieën, onweerstaanbare riffs van Ruthie Morris, opzwepend drumwerk, meeslepende lijnen en vocals door de bassist achter die heldere stem van Linda Hopper waar je – net als Kim Deal – smoorverliefd op werd. Pixies speelden niet meer live destijds en de shows van Magnapop waren binnen handbereik. Het debuut uit ‘92, geproduceerd door ontdekker Michael Stipe van R.E.M., zorgde voor een sensatie. Magnapop heeft door de jaren heen wel nieuwe platen gemaakt, maar nooit enige ommezwaai gemaakt in de stijl. Het zijn albums met vrolijke, ontwapenende liedjes met een grungerandje. Ook op hun vijfde schijf is dat niet anders.

‘Chase park’ zet je weer met de voeten in de Amerikaanse indiesound van de jaren negentig. Iets geproduceerder en dat komt de songs ten goede, maar ze hadden evengoed in die tijd uitgebracht kunnen zijn. Het klinkt gedateerd bekend. De twaalf songs lijken opnieuw moeiteloos uit de mouw geschud en zijn ongecompliceerd qua structuur. Gewoon lekkere in your face nummers die aanstekelijk werken. Niks vernieuwends, die korte veelal uptempo songs, wel erg krachtig inwerkend.

Een van de betere songs naast ‘Q-tip’ is ‘Future forward’, met killer hook, sterke harmonieën en dwingende riffs. ‘Jesus’, origineel van de Australische rockband Spiderbait, kreeg een vuig nauwsluitend jasje en wordt naar eigen hand gezet. ‘Bangkok’ lijkt in het refrein erg sterk op dat ene nieuwe Pixies-nummer ‘Bam Thwok’ uit 2004. Sfeervol vioolgestrijk in de enige rustige song en afsluiter ‘Need more’ is een prima aanvulling. Het laat horen dat Magnapop ook fragiel romantisch uit de hoek kan komen.

Er zit geen echte zwakkeling tussen de karakteristieke songs. Het is niet zo erg dat ze nooit buiten de gelegde paden treden. Als je al ingepakt was blijf je dat gewoon, want Magnapop heeft zich wegens die belangrijke aanwezigheid in je vormende tienerjaren nostalgisch in je hart genesteld en verblijft daar comfortabel. Nog altijd pretentieloos en oerend charmant.

Wel jammer dat de opvolger van ‘Mouthpiece’ (2005) nogal geruisloos is verschenen. Ergens in september vorig jaar stond het meeste al online en nu pas volgt de cd. Het label zal het budget eerder besteden aan de jonge bandjes die in hun voetsporen traden. Het zal velen ontgaan dat er een vers album van Magnapop uit is, laat staan dat velen weten dat ze er gewoon nog zijn of überhaupt bestaan. Het zou goed zijn als ze ontdekt zouden worden door een nieuwe generatie tieners. Maar of hen dat nog gaat lukken?

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Magnapop
* Album: Chase park
* Record company: Bassick Records
* Jaar: 2010
* Track list: Bring it to me / Straight 2u / Q-tip / Lions & lambs / Blue sheer / Jesus / Feedback blues / Looking for ghosts / Bangkok / Evergleam / Future forward / Need more

© Cutting Edge — 27 Jun 2010
images © Bassick/Clear Spot

Link: CD review Magnapop, ‘Chase park’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Fol Chen, ‘Part II: The new december’

juni 23, 2010

Caleidoscopisch, experimenteel en donders melodieus

Het gemêleerde sextet Fol Chen uit Los Angeles is alweer toe aan een nieuwe plaat na het goed gevallen debuut ‘Part I: John shade, your fortune’s made’ uit 2009 en het is ook een vervolg daarop. Het wazige verhaal in de cd-hoes leert ons dat ‘Part II: The new december’ gaat over een virus dat de taal vernietigt. Of zoiets. We snappen er niet zoveel van. Wat muzikaal opvalt, is dat de instrumentatie spaarzamer is dan op de voorganger en dat het allemaal wat afstandelijker en futuristischer klinkt.

Het is een onaardse, vreemde fantasiewereld waarin Fol Chen rondwaart. Caleidoscopisch, soms kakofonisch, experimenteel en tegelijk donders melodieus. Onvoorspelbaar, eigenzinnig en inventief. Donkere indiepop gemengd met verdraaide electropop en kleine injecties vrolijkheid. De intrigerende zanglijnen zijn vaak het enige echte houvast in de eclectische songs en brengen de melodie erin. Dat zorgt ervoor dat het ondanks die experimentele geluiden catchy en toch toegankelijk klinkt. Het is een knappe combinatie.

Fol Chen bouwt de onnavolgbare songs op uit ingespeelde geluidsfragmenten die vaak door de sample-doos zijn gehaald. Vervormd, verknipt, met effect of bewust vals. Van blazers tot strijkers, fluit en harp tot gevarieerde blieps en beats. Fol Chen schakelde een handjevol vocalisten in om mede hun verhaal te vertellen: Angus en Aaron van Liars (hijgerige samenzang in ‘This is where the road belongs’), zangeres Kárin Tatoyan (‘In ruins’) en singer-songwriter Simone White (‘Adeline’).

Hoewel duidelijk een conceptplaat, staan alle nummers op zich en geen van allen lijken op elkaar. De avontuurlijke reis door de krochten van Fol Chen begint met het venijnige ‘The holograms’. Een pianoriedel, een zwierige vrouwenstem, stampende percussie en schokkerige electro komen samen in een vreugdevolle deun. Speels escapisme met oosterse invloeden, versneden funkbits en gitaar versmelten in de dansbare jam ‘In ruins’. Een van de betere nummers, alsof Timbaland er met zijn fikken aan heeft gezeten. ‘This is where the road belongs’ herinnert door zijn dreigende duistere sfeer, beats en gesamplede viool en trompet aan Hood en The Notwist. Tegen het eind gaat het richting funk met r&b-zang en de titelsong bevat zelfs een steelguitar.

Het is een fascinerende plaat, maar ook een complexe. Het geeft de vooruitgang van Fol Chen goed weer. Maar of wij het vaak op gaan zetten, dat is weer iets anders. Luisteren is best vermoeiend en door het gebrek aan aansprekende emotie in de songs worden we er niet ingezogen. Het album maakt ons echter zeker benieuwd naar de derde!

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Fol Chen
* Album: Part II: The new december
* Record company: Asthmatic Kitty Records / Konkurrent
* Jaar: 2010
* Track list: The holograms / In ruins / Your curtain call / This is where the road belongs / Men, beasts or houses / C/U / Adeline (you always look so bored) / The holes / They came to me / The new december
* Concert: Fol Chen en Liars, Botanique Brussel

© Cutting Edge — 23 Jun 2010
images © Asthmatic Kitty Records/Konkurrent

Link: CD review Fol Chen, ‘Part II: The new december’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: The Black Riders, ‘The guns are rested’

juni 20, 2010

De zwarte rijders hinken op drie benen

De chemie tussen de Oostenrijkers Ben Martin en Michael Prowaznik was al duidelijk bij hun eerste ontmoeting als sidemen bij Esteban’s (soloproject van Garish-bandlid Christoph Jarmer). Tijdens soundchecks en bij repetities ontstonden de eerste songfragmenten, die werden uitgewerkt en opgenomen voor The Black Riders’ debuutalbum ‘The guns are rested’. Alle songs zijn live in de studio ingespeeld en met slechts wat overdubs op cd gegooid.

In een bekend rock-‘n-roll concept – een bezetting van gitaar, zang en drums – wordt er een potje gerockt met een country- en westerninslag. Als je Ben Martins fragiele solowerk of electropopvehikel I Am Cereals kent en weet dat hij klassiek geschoold en jazzgitarist is en Prowaznik een gerenommeerd jazzdrummer, ben je verrast hoe rauw, bluesy en luidruchtig de twee klinken.

De droge productie vangt de levendige energie die The Black Riders uitstoten in de uptemponummers. In blues gedrenkte rock met de pedaal geloopte distorted baslijnen en wervelend, groovend slagwerk. Opener ‘Chasing rabbits’ zet de vettige, ronkende toon en ‘Reflect your behaviour’ vlamt door met een psychedelische, gevaarlijke uitwaaiering met onderbuikgevoel. In de titelsong kabbelt een verhalend bluesriffje voorbij met steady seventies gitaaruithalen op een rustige slag, kietelt een postrockriffje sfeervol de oren en zingt de stem van Martin lijzig en verleidelijk. ‘The ambush’ bluesrockt weer als een dolle.

Dan ineens een melodieuze popsong, een lyrische ballade nog wel (‘The buzzard’), opgevolgd door een nog tragere bluesballad (‘Wait for your arrival’). Het zakt in en kabbelt verder in ‘The home in your heart’. Ook al zit het instrumentale ‘Freight train symphony’ knap in elkaar, ze raken de aandacht kwijt.

Het album hinkt op drie benen. De bluesrocksongs zijn best lekker, al zijn ze nergens vernieuwend. De poppy songs (met ‘On The Horizon als beste met naar The Edge neigende riff) zijn goed gepend en behept met enige hitpotentie, maar ons inpakken, neuh. De instrumentals scheppen een plezierige, experimentele ambiance, maar meer ook niet. Omdat alle songs gejamd klinken, duren ze vaak net wat te lang om het spannend te houden.

We merken dat The Black Riders het wel degelijk in huis hebben, muzikaal en technisch. En we begrijpen de combi wel, maar een doeltreffende keuze is nodig voor een optimale tweede plaat en het overstijgen van de middenmoot. Richt je op de vette bluesrock of overtuigende popsongs, ga de diepte in, hou het kort(er)! Het lijkt potdorie wel bandcoaching, maar die gedachte dringt zich simpelweg op … Aardig begin.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: The Black Riders
* Album: The guns are rested
* Record company: Violet Noise Records
* Jaar: 2010
* Track list: Chasing rabbits / Reflect your behaviour / The guns are rested / The ambush / The buzzard / Wait for your arrival / The home in your heart / Freight train symphony / On the horizon / Overnight express / The manifest / Apache avalon

© Cutting Edge — 20 Jun 2010
images © Violet Noise Records/Hoanzl

Link: CD review The Black Riders, ‘The guns are rested’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Room 204, ‘Balloons’

juni 13, 2010

Klein snoepje voor de noiserockliefhebber

Room 204 komt na een stilte van vier jaar plots met het nieuwe album ‘Balloons’. Het instrumentale gitaardrum duo opereert al sinds 2001, toch is de opvolger van het goed ontvangen plaatje ‘Trans panda’ pas de derde schijf van snarenplukker Aymeric Chaslerie en Pierre-Antoine (ook drummer van Paper Tiger). En dan is het er ook nog eens eentje die de term album een beetje het nakijken geeft.

Zo kort en krachtig heb ik een plaat in dit vaak overdadige genre nog maar zelden gehoord. Hoewel het duo grossiert in noise-mathrock houden ze er qua tracklengte een verfrissende punkinstelling op na. Langer dan anderhalve minuut haalt bijna geen nummer, afgezien van ‘Patrickswayze’, dat rond de drie minuten klokt. En alle acht tracks op ‘Balloons’ komen in totaal slechts op 19 minuten en 25 seconden.

Is dat frustrerend en te kort? Nee. De heren zeggen – al blijft het instrumentaal zonder zang – in die korte tijd eigenlijk alles wat ze muzikaal kwijt willen, zonder overhaast of afgeraffeld of te eentonig te klinken. Over de technische en muzikale hoogstandjes valt niet klagen, over de productie evenmin. Je kunt er als fan hoogstens ontevreden over zijn dat je zolang hebt moeten wachten op een nieuw album en dat je het dan met zo weinig moet doen.

Hier wordt dus een staaltje efficiënt genoise- en mathrockt. Met grote precisie en met veel energie gebracht. Vooral venijnig, maar je krijgt ook wel een paar seconden rust zo af en toe. Net als wat flarden melodie om aan vast te klampen. Het werk is subtiel en strak in elkaar gestoken. Er gebeurt veel. Het is een kleine stoot adrenaline. Het had ook niet meer moeten zijn want ondanks de lengte van ‘Balloons’ is het toch best vermoeiend luisteren.

De meeste tracks zijn delicate, kristalheldere arpeggio’s met staccato, opjagende en snijdende riffs boven op opvliegend en pompend drumwerk. Veel tegendraadse ritmewisselingen en beheerste ranzig- en gruizigheid met spetterende crescendo’s. Het vliegt alle kanten op, buitelt over elkaar heen en vult elkaar aan. De twee zijn retestrak op elkaar gefocust. Er wordt wat gefriemeld tussendoor, maar beide heren stuwen elkaar naar grotere hoogte door ieder hun ding te doen zoals het hoort.

Niks bijzonder nieuws, wel een hele goede en spannende uitvoering. ‘Balloons’ is een klein snoepje voor de liefhebbers. Je hoeft er niet elke dag eentje, als je het hebt geproefd, heb je voor even genoeg. Een bijzonder smaakje dat niet voor elke fijnproever is weggelegd, maar wel om van te genieten. Je grijpt er nog wel eens naar, soms, als je er op dat moment zin in hebt.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Room 204
* Album: Balloons
* Record company: Kythibong Records
* Jaar: 2010
* Track list: Bar diving / Race to death / Plate pan / Patrickswayze / Baseball party / The chinese plot / Hey friendly J.! / Dried man goes

© Cutting Edge — 13 Jun 2010
images © Kythibong Records/Mandai Distribution

Link: CD review Room 204, ‘Balloons’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Woven Hand, ‘The threshingfloor’

juni 6, 2010

Bijbelse sturm und drang met wereldse invloeden

Is het puur toevallig dat op het moment dat deze review wordt geschreven ineens de wolken openbreken voor een flinke stortbui met onheilspellend onweergerommel? Laten we het er op houden dat het zeer toepasselijk is voor het beluisteren van het zesde album ‘The threshingfloor’ van Wovenhand. Amerikaanse singer-songwriter David Eugene Edward, ex-enigmatische brein en de stem achter 16 Horsepower, grossiert in meeslepende en intrigerende, devote muziek van het zware broeierige type. De Bijbelse religieuze insteek en mystieke Christelijke goderende teksten zijn niet troostend. Niet bedoeld om je aan te warmen. Wovenhand belicht eerder de duivelse, apocalyptische, weinig hoopvolle kant. Toch laat de domineeszoon, bijgestaan door drummer Ordy Garrison en oud 16HP-bassist Pascal Humbert, hier zijn toorn wat minder hard op je neerdalen.

Altijd ronddwalend in een combinatie van gepassioneerde gothic rock, duistere folk en alt.country en bezielde gospel is er op ‘The threshingfloor’ namelijk plaats geruimd voor wat lichtinval, al blijft hij trouw aan de Bijbelse sturm und drang. Zo versmelt in ‘Singing grass’ de akoestische gitaar als voorheen met sfeervolle strijkers maar klinkt het toch lichtelijk anders. Bovendien zijn er allerlei wereldse invloeden doorheen gegooid. Zou Edward het boeddhisme hebben ontdekt? In elk geval wel de Indiase bhangra beats en tabla (‘A holy measure’). Opperhoofd Edward bezweert met gechant de natives die rond het kampvuur hun regendans uitvoeren (‘Raise her hands’) en ‘Terre haute’ is gelardeerd met de klank van een Hongaarse fluit (Peter Eri). Zijn unieke gehuil recht uit de ziel, klinkt even getormenteerd als teder.

Eerst trok de muziek je onomwonden naar de donkerst denkbare krochten. Nu mogen we met gesloten ogen, half mediterend wegzakken in onze eigen gedachten. Zonder echt kippenvel te krijgen van de altijd in zijn songs rondhangende dreiging van doem en het einde der dagen. Speciale vermelding verdient de cover van New Order’s prachtige ‘Truth’. Bewonderenswaardig is hoe de dramatische industriële sound bewaard is gebleven maar nu een ander gevoel oproept, omdat Edward er warmte in heeft weten te brengen. Als een soort bezwerende ‘zonnige’ Swans-track.

‘His rest’ is een fijn rustpuntje in de overwegend uptempo songs, maar tegelijk ook het minste nummer en alleen bij het afsluitende ‘Denver city’ wordt er als vanouds gealtrockt. Het is een fascinerend album. Niet alle elf geweldig, maar wel zijn meest interessante cd qua invloeden en combinaties sinds het begin van zijn Wovenhand carrière.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Woven Hand
* Album: The threshingfloor
* Record company: Glitterhouse/Munich
* Jaar: 2010
* Track list: Sinking hands / The threshingfloor / A holy measure / Raise her hands / His rest / Singing grass / Behind your breath / Truth / Terre haute / Orchard gate / Wheatstraw / Denver city
* Info: Wovenhand speelt op 14 juli in Doornroosje (Nijmegen, NL) en 15 juli op het Dour Festival (BE)
* Concert: Woven Hand, Ólafur Arnalds, AB Brussel

© Cutting Edge — 06 Jun 2010
images © Glitterhouse Records/Munich

Link: CD review Woven Hand, ‘The threshingfloor’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Various Artists, ‘Moshi Moshi singles club vol. 2’

mei 30, 2010

Als een mixtape met nieuwe hete bandjes

Het idee van Moshi Moshi Records voor Singles Club is uit een prachtgedachte geboren: liefde voor de 7″-single. En zinnig is de ingeving van de twee mannen Stephen Bass en Michael McClatchey achter het coole Engelse platenlabel ook nog eens. Dit platform biedt een opstap aan nieuwe artiesten en het plaatje kan snel de winkels in. Je moet het ijzer smeden als het heet is, nietwaar. De carrières van aanstormende talenten zoals Lykke Li, Kate Nash, Late of the Pier, Friendly Fires werden er succesvol mee gelanceerd. ´Vol. 1´ met singles uit 2006-2008 wordt nu opgevolgd met ´Moshi Moshi singles club vol. 2´. Een verzameling van de 7”’s van 2008 tot nu in chronologische volgorde.

Er zijn behoorlijk wat stijlen door elkaar gepleurd: van garagerock tot elektro/dance en krautrock naar nu-folk. De enige constante is dat het inventieve, opkomende artiesten zijn. Vanaf Florence And the Machines ´Kiss with a fist´, meteen de bekendste track, zijn alle nummers van een hoogstaande kwaliteit. Er zit niets tussen wat je niet lust, het zakt nergens echt in, al zijn er mindere bij (Cocknbullkid en Samuel & The Dragon). Toch is dit een goede manier om intrigerende muziek te leren kennen. Had je de bands zelf al gespot (zo ja congrats, je bent hip en helemaal bij) dan is het nog heel plezierig dat ze samen op één tof schijfje staan. De vibe is over het algemeen ook lekker zomers.

Moeten we er toch een paar bands uitvissen dan raden we je dansvloerschuiver ´Rosenrod´ van Diskjokke aan, het naar het vroege Arcade Fire werk knipogende ´Drowning men´ van Fanfarlo (je denkt serieus even dat je een verloren track te pakken hebt), de momentele hype The Drums met ´Let’s go surfing´ (een Joy Division-baslijn, blij gefluit, een kietelend gitaarrifje, snuifje Beach Boys; poppy en mega aanstekelijk) en het meeslepende ´Into the heart´ van Mirrors.

‘Vol.2’ voelt alsof je weer eens een mixtape met hete bandjes die je gehoord moét hebben, in handen gedrukt hebt gekregen. Dat gevoel spreekt natuurlijk alleen muziekfreaks ‘op leeftijd’ aan, want nowadays hoef je maar op het web te snuffelen en te klikken voor hetzelfde resultaat. Wij zaten vroeger klaar met de cassetterecorder om als een gek op de recordknop te drukken als er een vet nummer voorbijkwam. Die tape kopieerde je dan voor je vrienden. Zo ging dat, samen spannende muziek ontdekken.

Schaf vooral ook ´Vol. 1´ aan, want dan heb je gewoon alle A-kanten van elke single die Moshi Moshi Records ooit de wereld in heeft geslingerd. Dit soort warmhartige initiatieven moeten we koesteren.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Various Artists
* Album: Moshi Moshi singles club vol. 2
* Record company: Moshi moshi records
* Jaar: 2010
* Track list: Kiss with a fist – Florence And The Machine / No pins allowed – James Yuill / Gront lys i alle ledd – Casiokids / Good thing it’s a ghost town around – Still Flyin’ / I’m not sorry – Cocknbullkid / Drowning men – Fanfarlo / Rosenrod – Diskjokke / Sex in the city – Bless Beats & Janee feat. Double S/ Swingin’ party – Kindness / Let’s go surfing – The Drums / Into the heart – Mirrors / Diamonds on a boat – Samuel & The Dragon / Silverfish – Signals / Ghost train – Summer Camp

© Cutting Edge — 30 May 2010
images © Moshi Moshi Records

Link: CD review Various Artists, ‘Moshi Moshi singles club vol. 2’  (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Red Sparowes, ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’

mei 19, 2010

Melodieuzer en emotievoller

In 2005 werden we heftig opgeschrikt door de uit diverse bands samengebalde Red Sparowes en hun epische uitgesponnen postrockplaat ‘At the soundless dawn’. Na een live tussendoortje verscheen ‘Every red heart shines toward the red sun’ in 2006. Een even imponerende plaat, nog gewelddadiger en zwaarder, die liet horen dat ze hun eigen muzikale plek verdienden tussen de groten der postrock: Explosions In The Sky, Godspeed You! Black Emperor, Mono, Mogwai en ook Sunn O))).

Na drie splitalbums stapte Neurosis-held Josh Graham op. Isis-gitarist Bryant Clifford Meyer vervangt hem voor de sterke ‘Aphorisms’ EP (2009). Op het derde studioalbum ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ bestaat de bezetting nog steeds uit Meyer en Angel Hair-gitarist Andy Arahood (beide elektrische piano/synth/zang), Halifax Pier’s Greg Burns (bas/pedalsteel/vocalen), David Clifford van The Vss en Pleasure Forever (drums/percussie/zang). Maar voor het eerst horen we aanwinst Emma Ruth Rundle (gitaar/zang) van het onbekende The Nocturnes. En ook zijn de ellenlange, intelligente songtitels verdwenen.

Levert Red Sparowes 2.0, opgenomen door Toshi Kasai (Melvins, Tool), een progressiever geluid op? Het is gissen of het aan de vrouwelijke input ligt maar deze plaat is wel hun meest melodieuze, emotionele ‘songgerichte’ album tot nu toe. Het begint fluisterend, een dikke gitaardelay en pedalsteel vullen de ruimte, zwellen aan, echoën. Al snel worden we omgeven door triomferend drumwerk en hemelse riffs. Net als je denkt dat je opstijgt en meevliegt leidt een funky baslijn en subtiel slagwerk ‘In illusions of order’ in. De gitaarlagen voorspellen een sonische stortbui, dikke wolken pakken samen, de pedalsteel zorgt voor een hoopvol streepje voor het onweer licht losbarst.

Prettige wegluisterende nummers als ‘A hail of bombs’ en ‘In every mind’ tonen een minder avontuurlijke aard. Maar het verwoestend prachtige ‘Giving birth to imagined saviors’ geeft perfect weer dat er een betere balans is gevonden tussen dat intens heftige van weleer en de nieuwe emotievollere invalshoek. In songs als ‘A swarm’ en ‘A mutiny’ is bovendien een flinke scheut psychedelica aan de conventionele hard-zacht-dynamiek toegevoegd. Met de albumsluiter blaast Red Sparowes ons dan eindelijk van de sokken met de enige èchte noise climax die het album rijk is.

De open volle productie plaatst het cinematische in breedbeeld op het witte doek. De wanhoop snijdt dieper dan ooit in de ziel. Deze plaat brengt Red Sparowes subtieler, vloeiender en moeitelozer naar een hoger, volwassener en even geweldig niveau.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Red Sparowes
* Album: The fear is excruciating, but therein lies the answer
* Record company: Conspiracy Records
* Jaar: 2010
* Track list: Truths arise / In illusions of order / A hail of bombs / Giving birth to imagined saviors / A swarm / In every mind / A mutiny / As each end looms and subsides

© Cutting Edge — 19 May 2010
images © Conspiracy/Konkurrent

Link: CD review Red Sparowes, ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Broken social scene, ‘Forgiveness rock record’

mei 16, 2010

Een logisch en interessant vervolg

Voor de creatie van ‘Forgiveness rock record’ (hierna ‘Frr’), de vierde schijf van het Canadese indiecollectief rond Brendan Canning en Kevin Drew, is natuurlijk weer een reeks gasten ingeschakeld om een handje te helpen: Feist, Metric-zangeres Emily Haines, Stars’ Amy Millan en peeps van Do Make Say Think, The Sea & Cake en Spiral Stairs. Al vormen de zes van de BSS-tour-ine-up de kern.

Geluidsarchitect David Newfeld werd ingewisseld voor bandheld John McEntire (Tortoise/The Sea & Cake-drummer). Dat heeft ervoor gezorgd dat het album minder chaotisch en ruimtelijker overkomt en samenhangend en gefocust klinkt. Bij ‘Broken social scene’ (2005) waren er te veel koks in de keuken hun eigen speciale gerechtje aan het bereiden. Op ‘Frr’ is het recept vantevoren besproken en een taakverdeling gemaakt, zodat iedereen uit kan blinken zonder dat het uit elkaar valt. Ondersteund door een mooie heldere productie en het feit dat McEntire de nadruk op andere details heeft gelegd: meer pop-feel en de electronica is wat naar voren geschoven.

De harmonieën, de gelaagdheid en uitbundige instrumentatie mogen ondertussen een Broken Social Scene-kenmerk heten, net als het enthousiasme waarmee het wordt gebracht. Ook de stijl van afwisselend groots uitpakkende nummers, zoekende jams en schattige, ingetogen songs is vastgehouden. En toch was het behoorlijk wennen aan die eigenlijk kleine maar ingrijpende veranderingen. Drieënzestig minuten en veertien songs lang word je herinnerd aan waarom je ze ook alweer zo goed vond. Het blijkt gewoon anders verpakt en beter in elkaar gestoken.

Een nummer klinkt als Pavement, een ander als Talking Heads (‘Forced to love’) of Flaming Lips (‘Texaco bitches’). In de immense instrumental ‘Meet me in the basement’ wordt op zijn Motorpsycho’s opstuwend naar een climax gewerkt, synthpopkanjer ‘All to all’ dwingt af dat de voetjes van de vloer gaan, in het pulserende ‘Sentimental x’s’ komen de vrouwelijke vocalen prachtig samen, ‘Highway slipper jam’ kabbelt akoestisch en sferisch als Yo La Tengo, ‘Sweetest kill’ en ‘Romance to the grave’ ademen luchtige melancholie en de afsluitende gewichtloze ballad is een grappige ode aan masturbatie (‘Me and my hand’).

‘Frr’ is dus een logisch, interessant vervolg. Een voortborduren op een gevonden geluid en uitkristalliseren van wat Broken Social Scene al was. Een bijzonder gezelschap met avontuurlijke muziek. Alleen laat de eerste helft horen dat ze ook sterke popmelodieën en echte liedjes in huis hebben en tonen de laatste songs hun bekende fragmentarische, eigenwijze smoel.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

* Band: Broken social scene
* Album: Forgiveness rock record
* Record company: CitySlang / V2 Music
* Jaar: 2010
* Track list: World sick / Chase scene / Texaco bitches / Forced to love / All to all / Art house director / Highway slipper jam / Ungrateful little father / Meet me in the basement / Sentimental x’s / Sweetest kill / Romance to the grave / Water in hell / Me and my hand
* Info: Broken Social Scene speelt op dinsdag 18 mei in de Amsterdamse Melkweg.
* Concert: Broken Social Scene presents Kevin Drew

© Cutting Edge — 16 May 2010
images © City Slang/V2

Link: CD review Broken social scene, ‘Forgiveness rock record’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Josh Ritter, ‘So runs the world away’

mei 12, 2010

Grote klasse

De uit Idaho afkomstige songbard had moeite met songs schrijven voor zijn vijfde studioalbum en opvolger van ‘The historical conquests of Josh Ritter’. Hij zat in een dipje. Ritter had bereikt waar hij altijd naar had gestreefd: veel optreden en als schrijver eindelijk op handen gedragen. Het voelde alleen niet goed, hij verloor het vertrouwen in zijn eigen kunnen en originaliteit. Josh heeft dus hard gezocht naar inspiratie en die ontdekkingstocht is ‘So runs the world away’ geworden. Er staat niet voor niets een negentiende-eeuwse stoomboot op de hoes. Maar ontdekken is hier ook een metafoor voor het eenzame leven, aldus Josh.

Het blijven melancholieke, folky en altcountry singer-songwriterliedjes natuurlijk. Toch zit er behoorlijk wat variatie in binnen de grenzen van het genre. Ritters wonderschone, hemelse stem krijgt gelukkig overal voorrang op de ontzettend rijke orkestratie. Van blazers tot loops tot belletjes tot piano en orgel. Hij schuurt soms tegen overorkestratie aan en het zijn ook vrij lange songs, waardoor het wel moeite vergt alles te behappen. Af en toe vinden wij: minder is meer.

Hoewel het een echte groeiplaat is en deze zich pas na meerdere keren luisteren werkelijk aan je openbaart en je ook moet wennen aan de ingeslagen weg van Ritter – al moet je dat eigenlijk met elk album omdat hij zichzelf nooit herhaalt – staan er ook direct goed in de oorschelp vallende liedjes op. Zoals het poppy ‘Change of time’ dat je meteen meezingt en het zwierig walsende ‘The curse’.

Zijn muzikale voorbeelden klinken nog steeds door: Bob Dylan in ‘Long shadows’, ‘Lark’ is qua zanglijn en omlijsting erg Paul Simon, in het rockende ‘Lantern’ horen we Bruce Springsteen terug en in ‘Rattling locks’ Nick Cave of Leonard Cohen. Ritter wordt altijd met deze (folk)beroemdheden vergeleken en hij maakt er ook dankbaar en humoristisch gebruik van, zoals in ‘Folk bloodbath’, waarin hij refereert aan Delia, Stagger Lee, Louis Colins en in het refrein met ‘the angels laid him away’ aan Mississippi John Hurt.

Het is onbetwistbaar Ritter die machtig mooie songs brengt op zijn manier. Vol emotie, puurheid, verhalend en literair, daarmee een eigen plek verdienend in de rij der groten. De ultieme albumparel is het bij de keel grijpende ‘Another new world’. De waterlanders springen spontaan in de ogen. Ritter onderstreept alleen al met dat nummer zijn enorme klasse en toont wederom aan dat hij één van de meest getalenteerde singer-songwriters van het moment is. Eentje die we grondig moeten koesteren. Prachtplaat!

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Josh Ritter
* Album: So runs the world away
* Record company: V2
* Jaar: 2010
* Track list: Curtains / Change of time / The curse / Southern pacifica / Rattling locks / Folk bloodbath / Lock / Lantern / The remnant / See how man was made / Another new world / Orbital / Long shadows

© Cutting Edge — 12 May 2010
images © Pytheas/V2

Link: CD review Josh Ritter, ‘So runs the world away’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Octoberman, ‘Fortresses’

mei 5, 2010

Goede ontwikkeling, maar net niet boeiend genoeg

Singer-songwriter Marc Morrissette aka Octoberman trekt de muzikale lijn van ‘Run from safety’ door op ‘Fortresses’ en neemt nog meer afstand van zijn debuut ‘These trails are old and new’, waarop hij als folky troubadour te horen is. De focus is verschoven naar alt.country met indierock invloeden. Morrissette haalde er voor zijn derde schijf opnieuw muzikanten bij om een rijkere sound neer te kunnen zetten. De Canadees besloot bovendien in plaats van het album thuis in Vancouver op te nemen, te werken met twee fameuze producers: met Dave Draves (Julie Doiron, Kathleen Edwards) in Ottawa (Ontario) en in Portland (Oregon) met Larry Crane (Elliott Smith, Cat Power).

Daardoor klinkt Octoberman strakker dan ooit – dan bedoelen we minder rammelend want het loopt niet helemaal in de pas – en veel meer als een hechte band. Je hoort ook niet dat er twee man aan het materiaal hebben gesleuteld. ‘Fortresses’ is tegelijk een gevarieerd als consistent plaatje. Het album laveert tussen softe, kabbelende nummers als dweiler ‘Portland hotel’ en midtempo songs. Alles voelt losjes en laidback aan, zeker waar de luchtige trompet- en pianoklanken een grotere rol spelen. Morrissette heeft ook een nadrukkelijk thema gekozen voor zijn gevoelige liedjes. De eenvoudige teksten gaan over allerlei relaties, tussen een fan/blogger en de muziek/band (‘The Backlash’), tussen naburige landen en natuurlijk tussen man en vrouw (‘Dancing with her ghost’).

Octoberman lijkt zoekend naar zijn best passende jasje. Soms valt het goed, soms minder. Halverwege ‘Fortresses’ lijkt hij zijn snit wat te hebben gevonden. Af en toe dringt het idee zich op dat als het een tandje sneller zou gaan of juist langzamer, de songs een blijvendere indruk achter zouden laten. Hoewel we zeker waarderen dat Morrissette zich probeert te vernieuwen en ontwikkelen vinden we toch de folkliedjes met een schamelere sfeervolle invulling zoals ‘Trapped in a new scene’ en ’51’ zijn sterkere songs. Ook de nummers waar Marc vocaal subtiel wordt bijgestaan door de dames Leah Abramson (The Abramson Singers) en Sarah Hallman, waaronder het vrolijk tokkelende ‘Thirty reasons’ en ‘I was wrong’, springen er meer uit.

Het album krijgt ons maar niet te pakken. Het klinkt zo binnen de lijntjes van het singer-songwriter-genre gekleurd en het ‘lijkt vaak op’. Dan komt heel eventjes Bonnie Prince Billy (’51’) voorbij, dan weer Neil Young (vooral het gitaarwerk) en soms Stephen Malkmus. Dat kan ook een smoelwerk zijn, maar het maakt het er in elk geval naar dat deze schijf nèt niet bekoort op die enkele boeiende liedjes na.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Octoberman
* Album: Fortresses
* Record company: White whale
* Jaar: 2010
* Track list: The backlash / Dancing with her ghost / Trapped in the new scene / I know a nurse / Thirty reasons / Temptation is a bloody mess / I was wrong / 51 / Scenesters / Ceiling floor / Another trial / Portland hotel
* Info: 9 mei speelt Octoberman in De Onderbroek in Nijmegen

© Cutting Edge — 05 May 2010
images © White Whale Records

Link: CD review Octoberman, ‘Fortresses’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Pearly Gate Music, ‘Pearly gate music’

mei 5, 2010

Oorstrelend mooi debuut

Het talent stroomt door de aderen bij de familie Tillman! Pearly Gate Music, oftewel Zach Tillman, is het jongere broertje van Josh Tillman. Die ken je als Fleet Foxes drummer, maar ook als singer-songwriter. Zach speelt bas en zingt mee in de begeleidingsband van zijn broer als hij zijn liedjes live brengt. Zach vond het hoog tijd om in zijn voetsporen te treden en heeft een snoepje van een debuut bij elkaar gemusiceerd (met Josh op drums/backing vocals): negen bezwerende folkpoppareltjes, dromerige warme slaapkamerliedjes.

Hoewel er zeker een gelijkenis is tussen de broertjes, is er ook verschil. De engelachtige, gelaagde vocalen liggen in elkaars verlengde en dat ze fan zijn van Neil Young is kraakhelder, maar Zach pakt het muzikaal ietsjes anders aan. Hij schrijft mooie, eenvoudige maar niet voor de hand liggende songs die bedachtzaam opgebouwd zijn rondom zijn expressieve, intense stem en gevoel voor melodie. Elk liedje op ‘Pearly gate music’ staat op zichzelf. Het ene klinkt fuzzy en lo-fi alsof het met een 4-track is opgenomen, terwijl andere een vollere begeleiding hebben gekregen. Voller is nog steeds redelijk spaarzaam. Casio keyboard, akoestische gitaar en sfeervolle omlijstingen zoals finger snaps, tamboerijn, voorzichtige percussie of een zweem violen. Meer heeft Zach niet nodig om zijn innemende verhaaltjes, variërend van verstilde emotievolle ballads tot aanstekelijke rockers, beeldend te brengen.

Ondanks dat de songs een melancholiek randje hebben, wordt het nergens te zwaar. Je valt van de ene in de andere gemoedstoestand. ‘Golden funeral’ pakt de aandacht met een broeierige spanning, van ‘Big escape’ krijg je de lente in de bol net als van het gefloten refreintje in ‘Navy blues’. In ‘Gossamer hair’ gaat het van een tedere ballad plots naar een energieke uitbarsting, The Mamas and Papas weerklinken in ‘Bad nostalgia’ en in ‘Oh, what a time!’ zijn de Tillman-broers ineens The Everly Brothers. Het schitterende ‘If I was a river’ komt recht uit Zach’s hart gestroomd. Je denkt onherroepelijk aan Roy Orbinson door die pure stem, liefdevol ondergedompeld in een echobadje. Hij snijdt je ziel doormidden: ‘If I was your labdog (schoothondje), I’d forget everything and just sleep. If I was your labdog you’d know where I’d be.’ Aaaach.

Wat een schoonheid. Als Zach straks aankomt bij de hemelpoort hoeft hij niet aan te kloppen. De pearly gates zullen verwelkomend openzwaaien. Dit soort oorstrelende muziek toont hoe hemels het paradijs moet zijn. We verwachten wel dat hij de genoemde namen en het sing-song genre de volgende keer overstijgt.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Pearly Gate Music
* Album: Pearly gate music
* Record company: Bella Union Records
* Jaar: 2010
* Track list: Golden funeral / Big escape / Navy blues / Oh, what a time! / I woke up / Gossamer hair / I was a river / Bad nostalgia / Rejoice

© Cutting Edge — 05 May 2010
images © Bella Union

Link: CD review Pearly Gate Music, ‘Pearly gate music’ (2010) bij CuttingEdge

Pitchfork tipt Nederlandse act NIKOO

april 29, 2010

Als Nederlandse band mag je toch wel heel trots op de borst kloppen als het toonaangevende Amerikaanse muziekplatform Pitchfork je tipt bij de lezers. Eindhovense noise-pop act NIKOO viel deze eer gister ten beurt. Hun track ‘Marquee’ staat te blinken in ‘Forkcast’, een overzichtje van de beste internationale opkomende artiesten volgens Pitchfork!

‘Marquee’ is te vinden op de gelijknamige debuut EP van NIKOO. Dit zes tracks tellende schijfje is vorige maand in eigen beheer uitgebracht en overigens nog steeds voor nop te downloaden via de bandsite.

NIKOO is de gloednieuwe band van Joep van Son, die wij natuurlijk kennen van onder meer the Very Sexuals en Sugarettes. Het was helemaal niet de bedoeling met NIKOO op de voorgrond te treden, maar dat kunnen ze nu natuurlijk wel vergeten. Dan maar de studio in deze zomer (augustus) om als the hell een volledig album te maken dat ‘Marquee’ gaat opvolgen. Want je moet het ijzer smeden als het heet is, nietwaar? Dat hebben de Eindhovenaren goed begrepen.

We laten je weten als het nieuwe album klaar is en te krijgen. Ondertussen zijn er op de MySpace site van de band alvast wat sketches voor nieuwe songs te beluisteren. Down vooral ff die EP, staat vol met noisy popsongs om de vingers bij af te likken! Zoals naast de getipte track ook ‘Cow’!

Gepost op 29 Apr 2010  door Monique van den Boogaard © Cutting Edge

Link:  ‘Telex: Pitchfork tipt Nederlandse act NIKOO’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Sivert Høyem, ‘Moon landing’

april 28, 2010

Een gloedvolle winterplaat

Sivert Høyem was de zanger van die geweldige, helaas ter ziele gegane Noorse band Madrugada. In 2007 overleed gitarist Robert Burås en na nog een laatste tournee in 2008 ter ere van hun meesterlijke snarenplukker en zwanenzang ‘Madrugada’ viel het doek. Alle leden bleven uiteraard muzikaal actief. Høyem had al twee soloplaten op de wereld gezet, dus het was simpelweg wachten op zijn volgende. Dat is ‘Moon landing’ geworden, opgenomen met een zestal bevriende muzikanten.

Alleen zijn donkere, zalvende en in fluweel verpakte stem vol weemoed en verlangen is al bijna een garantie op een prachtplaat. De sfeervolle begeleiding mag er ook zeker wezen. De gitaarlijnen van Cato Thomassen (frontman Cato Salsa Experience, invaller bij de laatste tour en lid van onder meer Gluecifer) doen onherroepelijk denken aan Burås.

Je hoefde natuurlijk ook geen bijzonder radicale koerswijziging te verwachten. ‘Moon landing’ biedt meer uptempo rocksongs en psychedelische tonen en iets minder folk dan de voorgaande twee schijven. Hoewel Sivert er alle reden toe had, is het geen loodzware duistere plaat geworden. Wel eentje die bol staat van gevoel. En er zijn warempel ook licht optimistische momenten te ontwaren.

Het epische, dramatisch nummer ‘Belorado’, dat meteen negen minuten klokt, zet de toon. In de titelsong – een redelijk toegankelijk klinkend pop noir nummer – komt een vermakelijke Dire Straits gitaarrif voorbij en er wordt elegant en lekker gebluesrockt in het sinistere ‘What you doin’ with him’. Alleen ‘The light that falls among the trees’ en het slepende ‘Going for gold’ brengen wat rust. In ‘Lost at sea’ horen we Sivert en zijn muzikale makkers puntig rocken en ‘Shadows/high meseta’ is het psychedelische, Doors-achtige hoogtepunt. Een langzaam opbouwend nummer dat alsmaar groeit en groeit tot een schitterend crescendo. Kippenvel.

‘Moon landing’ is een gloedvolle winterplaat met bezielde nummers, zonder al té overdreven pathos. Niet iedereen is meteen door het dolle bij een eerste zomerse zon. Zo hebben de ‘depressivo’s’ onder ons ook nog wat om in de cd-speler te schuiven en om van te genieten.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Sivert Høyem
* Album: Moon landing
* Record company: Hektor Grammafon
* Jaar: 2009
* Track list: Belorado / The light that falls among the trees / Moon landing / What you doin’ with him / Going for gold / Lost at sea / Shadows/high meseta / Empty house / High society / Arcadian wives

© Cutting Edge — 28 Apr 2010
images © Hektor Grammafoon

Link: CD review Sivert Høyem, ‘Moon landing’ (2009) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Walls, ‘Walls’

april 25, 2010

Subliem mindblowing debuut

Sam Willis (Allez-Allez) en Alessio Natalizia (de ene helft van Banjo or Freakout) ontmoeten elkaar in 2009. Willis wordt gevraagd de single ‘Mr. no’ te remixen. De twee merken op dat de combinatie van Alessio’s gitaarspel en spookachtige, psychedelische vocalen met Sams emotievolle synthlijnen, obscure krautrockexperimenten en samplemanipulaties een magische, hemelse samensmelting oplevert. Ze beginnen files uit te wisselen en bijna moeiteloos ontstaan er prachtige songs. Willis – een van de mannen achter de innovatieve Londense elektronicablog en dj-team Allez-Allez én talentvol remixer van Hot Chip en Fever Ray – lekt in oktober een eerste track, genaamd ‘Burnt sienna’ (een andere versie dan op het album). Die wordt opgepikt, bewonderd door diverse blogs en ook de mensen van het Kompakt-label zitten meteen op het puntje van hun stoel. Binnen een paar maanden lag dit bloedmooie album ‘Walls’ er. Een verbluffend ambient-synthpopmeesterwerk met een zeker indiegevoel.

Walls rekt de grenzen van het genre op. Het is nog redelijk makkelijk om noisy moeilijke muziek te maken. Wat het duo zo ontzettend goed doet en onderscheidt van andere geluidskunstenaars, is dat ze ervoor zorgen dat het heel natuurlijk klinkt en ook nog melodieus en euforisch blijft. Melancholie wisselt met gemak af met hoop en een gelukzalig gevoel. De dikke klankwolken hebben iets kalmerends en wollig dromerigs als ze voorbijtrekken, maar zijn tevens licht swingend. Analoog vermengt zich met digitale grondlagen. Speelse gitaarloops, liefdevolle synths en krautrock, plagende of zalvende drums en heldere melodieën met shoegaze-ondertonen drijven voorbij als herinneringen. De productie is open en weids. Hypnotiserend organisch.

Albumopener ‘Burnt sienna’ is een van de mooiste nummers en bij een eerste draaibeurt pakt het je direct bij de oren. Een wervelend, atmosferisch nummer dat zich ontvouwt met een laag synths en basdrones en tot majestueuze hoogte stijgt. ‘Walls’ laat je de rest van de acht tracks niet meer los. In ‘Hang four’ spoort een slowmotion-techno met Allessio’s weelderige gitaarrifs. ‘Cyclopean remains’ klinkt alsof Animal Collective en Boards of Canada samen een jam hebben gemaakt: epische vervreemding en een verpletterende schoonheid op het hoogste cerebrale niveau.

Er zijn niet genoeg woorden te vinden om er lyrisch over te zijn. ‘Walls’ is een vernieuwend, verfrissend, werkelijk subliem en mindblowing debuut! De repeatknop vertoont inmiddels slijtage en we vrezen dat we ‘m moeten gaan vervangen. ‘Walls’ is verslavend onweerstaanbaar.

CuttingEdge SCORE: 5 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Walls
* Album: Walls
* Record company: Kompakt / N.E.W.S.
* Jaar: 2010
* Track list: Burnt sienna / Hang four / A virus waits! / Cylopean remains / Soft cover people / Strawberry sect / Gaberdine / Austerlitz wide open

© Cutting Edge — 25 Apr 2010
images © Kompakt

Link: CD review Walls, ‘Walls’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Nice Nice, ‘Extra Wow’

april 18, 2010

Overrompelend caleidoscopisch Warp-debuut

Warp Records heeft weer een glimmende aanwinst binnengehaald. Het duo Jason Buehler en Mark Shirazi uit Portland (Oregon), sinds een decennium opererend als Nice Nice, heeft een overrompelend debuut afgeleverd. ‘Extra wow’ overspoelt de luisteraar met golven extatische, kosmische, psychedelische klanken, onderzoekende lagen noisy distortion en (gitaar)effecten, stuwende (tribale) ritmes en elektronisch experimenten die gaan van dub over krautrock tot ambient.

‘Extra wow’ herbergt een constant ontvouwende collectie van caleidoscopische muzikale invloeden en stijlen. Elke track bouwt voort op de vorige en creëert zo een bevreemdend sonisch avontuur. Opener ‘Set and setting’ start met opkomende sitar-eske en keelklank-drones, later vervlochten met feedback-freakouts, een donderende drumpartij, spacy blieps, uitwaaierende synths en dreigende repetitieve vocalen. Een glorieuze, tegelijk verwarrende als intense bende klanken die naadloos overgaan in het pulserende ‘One hit’. Garagepunk-ruwheid wordt afgewisseld met een bak herrie om de weg opnieuw te vervolgen.

‘Everything falling apart’ bevat beladen cimbalen en gitaren, hamerende drums, echoënde vocalen en keyboardweefsels. Een soort lsd-trip in de lijn van Animal Collective, waar het dromerige op vettige breakbeats drijvende ‘Big bounce’ op voortborduurt. Bij hoogvlieger ‘See waves’ doemen beelden op van een rond het kampvuur dansende inboorling die langzaam in trance raakt door ophitsende afrobeats, percussie en chants.

Je buitelt echt van de ene in de andere weirde krocht. Vergeleken met de voorgaande albums, waarop de heren nog wel eens wilden verdwalen en verzanden in too much, is er beter gedoseerd. De plaat biedt enkele welkome momenten om op adem te komen. Want blijven voortrazen was te veel van het goede geweest. Nu zijn indringende noisetracks vol opzwepende energie en de benodigde rust in balans en is het als geheel beter te behappen.

De heren scoren sowieso punten voor de opbouw, want de volgorde van de dertien tracks dwingt een totaalervaring af. Flink opschudding veroorzaken met overdonderende noise, dan even wat ‘toegankelijker’ en dansbaarder om vervolgens de cooldown in te zetten met hypnotiserende ambient. Net zo’n ritueel als een typische stapavond eigenlijk. Vooraf indrinken en enthousiasmeren, dan uit de bol en in je bed bijkomen en chillen in de ochtenduren.

Je begrijpt dat dit geen gemakkelijk album is. Weinig melodie en veel om in te nemen, maar de eigenzinnige soundscapes trekken je mee de diepte in. Daar is het zalig rondscharrelen en wegdrijven.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Nice Nice
* Album: Extra wow
* Record company: Warp Records / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Set and setting / One hit / A way we glow / On and on / Everything falling apart / Big bounce / See waves / A vibration / A little love / Double head / Make it gold / New cascade / It’s here

© Cutting Edge — 18 Apr 2010
images © Warp Records

Link: CD review Nice Nice, ‘Extra Wow’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Telex: Record Store Day: beluister unieke Blur-single ‘Fool’s Day’!

april 17, 2010

Het was Record Store Day! Vinylliefhebbers spoedden zich naar de platenwinkel voor exclusieve singles van diverse artiesten om deze feestdag te vieren. Blur was er zo eentje met een unieke, gelimiteerde uitgave. Speciaal voor vandaag maakten platenmaatschappij Parlophone en de britpopband 1000 vinylschijfjes met het nieuwe nummer ‘Fool’s Day’. Een dubbel uniek plaatje, want het is de eerste single van de band – die vorig jaar weer bij elkaar kwam – sinds 2003!

De single is helaas alleen in de UK te koop en dus zal deze inmiddels wel uitverkocht zijn en grijpen wij er potverdorie naast. Vandaar dat we je trakteren op een audioversie van dit ontspannen en smakelijke Blur-liedje! Bij gebrek aan hebben kun je er zo toch van genieten. Het prettig wegluisterende nummer gaat over wakker worden op 1 april…

Beluister Blur’s ‘Fool’s Day’!

Link:  ‘Telex: Record Store Day: beluister unieke Blur-single ‘Fool’s Day!’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Caribou, ‘Swim’

april 14, 2010

Een vloeiende injectie zomerse vrolijkheid

Het brein achter Caribou, Dan Snaith, wilde ‘Swim’ al creëren sinds hij zo’n tien jaar geleden muziek is gaan maken. De multi-instrumentalist en componist kreeg veelal lovende reacties op voorganger ‘Andorra’ (2007) en verdiende er Canada’s prestigieuze Polaris Music Prize mee. Maar de whizzkid zoekt telkens het experiment op, blijft spelen met geluiden en vindt zichzelf op elk album opnieuw uit. ‘Swim’ zou dan de optelsom moeten zijn van de eerder onderzochte stijlen.

Het is inderdaad een rijk georkestreerd, gelaagd album. Sonisch luxueus en elegant uitgevoerd. Vergeleken met ‘Andorra’ zijn de songs complexer opgebouwd. Met uiterste precisie, maar ze blijven toegankelijk. Je kunt stoned wegdromen. Alles glijdt zo aan de oren voorbij. Toch is het merendeels trancy materiaal ook zeer geschikt voor de dansvloer door de variërende ritmes. Snaith omhelst de zomerse pop stevig zonder zijn liefde voor elektronische patronen los te laten.

In opener ‘Odessa’ krijg je een injectie vrolijkheid toegediend die pas is uitgewerkt als de laatste toon wegsterft. Hoewel er een licht dramatische, ritmische basis wordt gelegd met disco en house zit in elke track een zonnestraaltje via belletjes, tamboerijn of een vreugdevol sampletje. Klanken worden samengesmolten tot er een regenboog aan de horizon verschijnt.

Een aai harp transformeert naar een resonerend dekentje van Tibetaanse belletjes (‘Bowls’), de synth golft als eb en vloed in ‘Kaili’ en een zweem sax en luchtige trompet meanderen over een eigenwijze, diepe bas en housebeats in ‘Hannibal’. De zangmelodieën, gebracht met een hoge, in echo gelardeerde, zweverige stem, nemen een prominente plek in en verleiden de luisteraar. Er is vocaal een mooie, kwetsbare glansrol weggelegd voor Born Ruffians’ Luke Lalonde in de op snijdende strijkers leunende track ‘Jamelia’.

Snaith zou zeshonderd ideeën hebben uitgeprobeerd voordat hij tot deze negen gloedvolle tracks kwam. Het voelt ook alsof ze er allemaal in zijn verwerkt tot er een vloeiend, trippy en levendig geheel ontstond. Het zit technisch en creatief verdomd ingenieus in elkaar, alsof hij het met het grootste gemak aan elkaar heeft gemixt. Als je de vorige schijf al leipe shit vond, ga je vast helemaal uit je dak van ‘Swim’.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Caribou
* Album: Swim
* Record company: Merge Records
* Jaar: 2010
* Track list: Odessa / Sun / Kaili / Found out / Bowls / Leave house / Hannibal / Lalibela / Jamelia
* Info: 21 april Paradiso (Amsterdam) / 22 april Beursschouwburg (Brussel)

© Cutting Edge — 14 Apr 2010
images © Merge Records

Link: CD review Caribou, ‘Swim’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Concert: Motel Mozaïque 2010, zaterdag

april 11, 2010

Minder ontdekkingen, toch zeer vermakelijk

Band of Horses, copyright Dirk Sloos

De Motel Mozaïque-festivalganger kon zich zaterdagmiddag verkneukelen aan sessies in de kerk, op het Schouwburgplein hangen en kijken naar het gemêleerde publiek, een gidsentocht ondernemen of zich onderdompelen in kunst. Dat hoort allemaal tot de unieke opzet. Trok je pas ’s avonds weer naar Rotterdam dan begon je vast met Everything Everything (grote zaal Watt), want er hangt een dikke buzz om de vier jochies uit Manchester.

In hun complexe, ritmisch afwisselende popsongs staan de meerstemmige dromerige harmonieën centraal. Ze grijpen ontzettend hoge noten. Het geheel herinnert aan Bloc Party en Foals. Het was een rare keuze om vrij vroeg in de set al de catchy singles ‘Suffragette Suffragette’ en ‘MY KZ, UR BF’ te spelen. Er bleef daarna weinig over om mee te vlammen. De songs vertraagden, bombast stapelde zich op. Juist de uptempoliedjes zijn fris en aanstekelijk. Het is intelligente popmuziek voor jonge enthousiastelingen, want vooraan ontstond een kleine moshpit. Toch staan de Mancunians (***) er nog niet. Het debuut komt half augustus, dus er is tijd om naar een solidere set toe te werken.

LoneLady komt uit dezelfde stad. In haar liedjes klinkt de postpunk van grote eighties-voorbeelden als The Sound door. Nerveuze gitaarriffs, fragmentarische teksten gezongen met onderkoelde stem, leunend op krachtig strak drumwerk. Een in zwarte, hoog opgetrokken leren broek gestoken dude weefde er synth- of andere retrogeluiden doorheen. Door de afstandelijke presentatie en eenvoudig opgebouwde nummers gingen de songs live op elkaar lijken. Dat het gehuurde equipment het even begaf, haalde alle intensiteit weg. LoneLady (**) verliet het Watt-kelderpodium dan ook vroeger dan gepland.

Geeft niks. De Watt-zaal barstte al uit de voegen voor Band of Horses (****). Vanaf het moment dat charismatische frontman Ben Bridwell (tegenwoordig slank, bebaard en getatoeëerd) achter de lapsteel ging zitten en er twee grote hits doorknalden, werden de Amerikanen als helden onthaald. Ook publiekslieveling ‘The funeral’ en pareltje ‘No one’s gonna love you’ werden met verve gebracht en luidkeels meegezongen. Met het open rijke geluid, hecht behendige spel en de schitterende vocalen van Bridwell pakten de heren de zaal overtuigend in. Van volgende plaat ‘Infinite arms’ kwamen halverwege een paar nummers langs. Single ‘Compliments’ rockte behoorlijk, ‘Factory’ was poppy slepend. In de grootse toegift mochten de gitaren nog even gieren, onder meer voor een cover van Yo La Tengo’s ‘Sugarcube’.

Iedereen wilde tegelijk naar Moss in Rotown, dus pikten wij de laatste show van Benni Hemm Hemm (***) mee. IJslander Benedikt H. Hermannsson stond er met vijftien man sterk (vooral koperblazers en een traditionele bandopstelling) en even later komt daar nog eens een uitgebreid gemengd koor bij. Benni zong lyrisch bevreemdend in zijn eigen taal. In het Engels klinkt hij soms als Adam Green. Zijn gebrekkige gebabbel over ‘verdwalen in Milaan’ is innemend. Het beste was om de ogen te sluiten. Ondanks al die mensen was het muzikaal interessanter dan voor het oog. Vrij onnavolgbare sferische composities, een soort fanfare met sprookjesachtige folkinvloeden. Met een feestelijke climax van aanzwellende koorzang, blazers en ‘Lalalalaaa’ stierf het weg.

The Gaslamp Killer (****) sloot het festival ècht af met een dampende set en compleet uit de bol gaand publiek. De organisatie mag zich trots op de borst kloppen. Er werd voor de tweede keer in tien jaar uitverkocht. Een succesvolle editie met genoeg ontdekkingen. Op naar MM11!

Monique van den Boogaard

© Cutting Edge — 12 Apr 2010
images © Dirk Sloos

Link naar verslag & live foto’s Everything Everything, Lonelady, Band of Horses, Benni Hemm Hemm: Concert review ‘Motel Mozaïque 2010, zaterdag’ bij CuttingEdge.nl

Concert: Motel Mozaïque 2010, vrijdag

april 11, 2010

Overweldigende verrassingen

O

Fuck Buttons / copyright Dirk Sloos

Motel Mozaïque viert zijn tienjarig bestaan! Het Rotterdamse festival biedt elk jaar weer een overload aan muzikale verrassingen, maar heeft zich ook ontpopt tot voorloper op het gebied van kunst en performance en het betrekt de stedelijke entourage ook nog eens op bijzondere wijze in het goedlopende concept. Het centrale Schouwburgplein werd speciaal voor het lustrum omgetoverd tot Plaza Mozaïque: transparante tenten voor exhibitionistische overblijvers, intrigerende installaties en een intieme 3voor12-sessiekerk. MM10-thema ‘de zachte stad’ werd onder meer uitgedragen door stapels fatboys, een grasveld met schaapjes en slapers die letterlijk in de watten werden gelegd.

Het tweedaagse avontuur begon met het soloproject van de bebaarde TV on the Radio-zanger Kyp Malone. Rain Machine (**), met vijf vrienden, wist alleen de voorste rij van Watt te bekoren met een spanningsloze set. Omdat Kelpe werd vervangen door de lokale The New Earth Group in de kelderzaal gingen we naar Withered Hand in de Schouwburg. Hoewel Dan Wilson normaal gezelschap krijgt van Benni Hemm Hemm-leden moest de singer-songwriter het dit keer in zijn uppie klaren, want de IJslanders gaven meerdere MM-shows. Withered Hand (***) verhaalt met fragiele hoge stem, gitaargetokkel of mondharmonica over cornflakes en het verlangen om te seksen met een meisje. De pure poppy folkliedjes werden gebracht met een dosis rake humor. Zenuwachtig met overslaande stem, dat wel. Wilson heeft die grollen nodig om de aandacht vast te houden. Dat lukte nèt.

De megarij ruim voor aanvang van Mumford & Sons hielp bij de keuze voor het meedogenloze geluidsgeweld van electronoise-duo Fuck Buttons (****) in Watt. Tracks van het agressieve debuut en melodieuzere tweede ‘Tarot sport’ werden soepel met onberispelijke timing aan elkaar gesmolten. Vanaf het uitgerekte, vettige ‘Surf solar’ bleven de noisedrones intens broeierig maar beheerst naar een climax werken. Elke schokkende beweging of aanraking van de berg apparatuur door de twee werd vertaald in een donkere bevreemdende dansbare sound. De felle beats van de sterk improviserende Andrew Hung knepen de keel dicht en de microfoon werd ver in de mond gestopt door Benjamin John Power voor angstaanjagend vocaal gefreak. Overdonderend.

Overweldigend was ook Three Trapped Tigers (****). De Britten serveerden een ontoegankelijke, opzwepende mathrock-cocktail in de Watt-kelder. Aphex Twin meets Battles, daar tussenin. Eigenwijze dromerige of snerende keyboardlijnen vielen samen met stuiterende drumritmes en scheurende, noisy gitaarriffs. Bovenop het noise-bad geschreeuw van jewelste. Waar Fuck Buttons het binnen de perken hield, traden de tijgers erbuiten met een extatische set. Een groot verschil met de warme jazzy Ethiopische sound van multi-instrumentalist/componist Mulatu Astatke en de zeven funky virtuoze begeleiders The Heliocentrics (***). Als een vriendelijke opa kondigde hij de ‘Broken flowers’-soundtracksongs en andere veelal lome, op percussie en blazers drijvende nummers aan. De ambiance was zomers, maar het was toch meer chillen dan uitbundig swingen.

Het publiek in de Schouwburg ging uitgebreid zitten voor De Veenfabriek en Eckhardt (**). Alsof we met zijn allen in een minimaal verlichte huiskamer werden vermaakt door het theatrale, in 19de-eeuwse kleding uitgedoste gezelschap. Hun ingetogen, voorzichtige folkliedjes kwamen te bedacht over. Als een afstandelijk slaapmutsje. De oproep tot dansen vond dan ook weinig gehoor. Daarna was het pitten en opladen voor dag 2 of toch nog even de billen schudden bij dj-acts in Watt.

Monique van den Boogaard

© Cutting Edge — 11 Apr 2010
images © Dirk Sloos

Link naar verslag & live foto’s Withered Hand, Fuck Buttons, Three Trapped Tigers, Mulatu Astatke & The Heliocentrics en De Veenfabriek – Eckhardt: Concert review ‘Motel Mozaïque 2010, vrijdag’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Foxes in Boxes, ‘Better beheaded’

maart 29, 2010

Heftige underground indierock

Foxes in Boxes is de nieuwste aanwinst van het Luikse collectief (en independent label) Honest House, na Casse Brique (check ook even de review van hun album ‘Glumor’ bij CuttingEdge). Dit driekoppige rockmonster is tevens het nieuwste project van Taifun-lid Julien Dubois (bas/vocalen), waarin hij wordt bijgestaan door Geoffroy Tyteca (gitaar/vocalen) en Marc Swennen (drums).

Foxes in Boxes heeft vier experimentele lappen indierock op de allereerste EP ‘Better beheaded’ gezet. We horen vele duidelijke inspiratiebronnen voorbij komen in die zeventien en nog wat minuten. De noise uitpattingen en dissonante gitaarlijnen in de trant van Sonic Youth en Blonde Redhead, het melodieuze van Karate, het explosieve van At the drive-in en soms Explosions in the Sky, het math-rockerige vlechtwerk van Battles.

Die invloeden worden lekker door elkaar gemengd en aan elkaar gelijmd tot intense en sfeervolle nummers met een eigen identiteit. De beestachtige en zwaarmoedige songs worden gestaag opgebouwd, vaak tot een indrukwekkend crescendo. De melodie zit verborgen in de gitaar riffs en de drums vormen een logge, pompende en energieke basis voor een stevig onderbuikgevoel. Vanaf de eerste subtiele toon sleurt ‘Better beheaded’ je mee in de donkere krochten van hun muzikale, boeiende universum.

Het lenige, diepe en dragende basspel is onmiskenbaar Julien Dubois, maar hij komt hier woester en ongetemder uit de hoek. Ook zijn vocale input is vergelijkbaar met wat hij doet in Taifun. Zijn meeslepende praatzang, zoals Thurston Moore dat ook altijd zo schitterend kan, valt passend in de klanktapijten en is een verlichting van de zwaarheid van de nummers. De rauwe schreeuwzang van Tyteca, alsof door de duivel bezeten, staat op zich of flankeert Dubois. Ze vullen elkaar heel mooi aan.

Foxes in Boxes verstevigt de diversiteit en de samenhang van de muzikanten die Honest House vormen. De band is noisier en avontuurlijker dan de instrumentale post-math-rockcollega’s van Casse Brique. Beiden vallen echter in de categorie pure indierock gestoeld op eerlijke emotie, de filosofie van het gezelschap.

Met slechts 200 genummerde, met vakmanschap gecreëerde exemplaren van ‘Better beheaded’ moet je er snel bij zijn, wil je het schijfje op de kop tikken. Heftige underground indierock om de vingers bij af te likken. En een collectief als Honest House verdient je steun. Ben je liefhebber van goede herrie? Kopen dan!

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Foxes in Boxes
* Album: Better beheaded
* Record company: Honest House
* Jaar: 2010
* Track list: Arshavin / Domingo blues / Sonic cities / Super heroes
* Info: Foxes in Boxes speelt 16 april in Belvédère, Namur met Fordamage en Flipo Mancini

© Cutting Edge — 28 Mar 2010
images © Honest House

Link: CD review Foxes in Boxes, ‘Better beheaded’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Casse Brique, ‘Glumor’

maart 29, 2010

Doeltreffende, eigenwijze post-math-rock

Casse Brique uit Brussel maakt sinds het ontstaan in 2007 een charmante vorm van post-math-rock, gebracht met alleen een drumstel en een gitaar en/of bas. Het experimentele rockduo is net aangetrokken door het Luikse (independent label) Honest House collectief, waar Foxes in Boxes (zie ook de review van hun eerste EP ‘Better beheaded’ bij CuttingEdge) tevens onlangs onderdak heeft gevonden. Het album ‘Glumor’ is het eerste wapenfeit.

Het instrumentale tweetal levert een geraffineerde, maar zeer doeltreffende en eigenwijze combinatie van math-rock, postrock en experiment. Een massief geluid met een live gevoel, pakkend groovy, zonder de melodie los te laten en met een gedreven, ritmische impact.

De tien tracks worden opgebouwd met kundige en geduldige zelfbeheersing. De baslijnen zijn soepel en vingervlug, de gitaar riffs imposant, dissonant en verhalend en de drums ritmisch en knallend. Breaks worden strategisch geplaatst om het geheel lucht te geven en er wordt gelooped om het rockeffect en de broeierigheid te vergroten. De instrumenten zijn perfect met elkaar in balans en zoeken constant de dialoog met elkaar op.

De meeste tracks zijn kort (onder de drie minuten of zelfs net iets meer dan twee minuten). Daardoor houdt Casse Brique de vaart erin. Ook in een langer nummer, zoals afsluiter ‘Général sparky’, wordt de kern stevig vastgehouden. De inhoud is rijk, goed uitgedacht en zonder echte excessen spannend. Het gaat tegen elkaar in, hobbelt achter elkaar aan, smelt samen en de schwung wordt behouden. De twee willen hier en daar wel heel even uit de bocht vliegen richting een wilde uitbarsting. Toch blijft de rust, de melodielijn en het filmische karakter in de tracks overheersen.

Het is een plaatje vol intelligente songs die ondanks de minimalistische instrumentele invulling niet teveel op elkaar lijken, maar juist een eenheid vormen. De samenhang zit in de aandacht voor de kleine details, zonder te verdwalen in te veel of te lang, te moeilijk of te groots. Een bekende valkuil voor math-rock adepten, handig en knap ontweken door Casse Brique.

‘Glumor’ biedt niets heel erg nieuws onder de zon. Het is een lekker schijfje met een eigen smoelwerk en een heerlijke, live vast retestrakke uitvoering. Fans van Chevreuil, Honey for Petzi of Shellac en Slint vinden deze plaat zeker interessant.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Casse Brique
* Album: Glumor
* Record company: Honest House
* Jaar: 2010
* Track list: Kway / -12 Newton / Réveil matin / Marcel larsen / Or ahx / Rideau disco / Flip flap / M. torloting a de la salade sur son t-shirt / Rixopréau / Général sparky
* Info: Casse Brique speelt op 8 april in Cheminot, Mons / 24 april in Century Rock, Mouscron / 7 mei in Taverne du Théâtre, La Louvière

© Cutting Edge — 28 Mar 2010
images © Honest House

Link: CD review Casse Brique, ‘Glumor’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Telex: Ontdek de heetste alt. BE & NL talenten: Sonic Connections 2010

maart 28, 2010

De eerste drie dagen van april is de Brakke Grond in Amsterdam voor de tweede maal hèt podium voor de voorhoede van alternatieve pop & rock bands uit de lage landen! Festival Sonic Connections biedt dan wederom een staalkaart van de heetste en nieuwste talenten uit Nederland en Vlaanderen. Van rock, postpunk, indie, singer-songwriter naar elektronica en avant-garde. Verwacht jonge honden, opwinding, experiment, onverwachte cross-overs, speciale samenwerkingen, heftige visuals en theatrale effecten!

Van donderdag 1 tot en met zaterdag 3 april wordt je overspoeld door een spannend programma. Elke avond start om 19:00 uur met intieme huiskamerconcerten in de buurt, verzorgd door Live in Your Livingroom. Om 20:30 uur begint het hoofdprogramma in de Brakke Grond:

* Donderdag 1 april:
Eklin (NL), Tomàn (BE), Eva Braun (NL), E.T. Explore Me (NL) en Sir Yes Sir (BE)

* Vrijdag 2 april: Blackie & The Oohoo’s (BE) featuring Ragazze Kwartet (NL), The Go Find (BE), Nive Nielsen and the Deer Children (BE/GL), Indian Askin (NL) en Wooden Constructions (NL)
]
* Zaterdag 3 april: Tape Tum (BE), Autoblonde (NL), The Secret Love Parade (NL), Team William (BE) en Addicted Kru Sound (BE) featuring Selah Sue (BE)

Bovendien is er veel te beleven rondom de concerten: de Duodisco voor met-z’n-tweetjes, het splinternieuwe Aanwijsstokjesmuseum van Steven de Peven en de interactieve Sonic Peepshow op het Nesplein.

Donderdagmiddag kunnen professionals uit het muziekcircuit overigens eerst nog naar een Muziek Meeting der Lage Landen, opgezet door Muziek Centrum Nederland en Muziek Centrum Vlaanderen. En Guy Kokken geeft in samenwerking met muziekblad OOR drie dagen een popfotografie workshop.

Tickets zijn 14, 24 of 30 euro voor één, twee of drie avonden plezier, inclusief Live in Your Livingroom. Voor de huiskamerconcerten moet je wel even apart reserveren: bel (0031) (0)20 6266866. Doe ook vooral mee aan onze wedstrijd en maak kans op 2 gratis toegangskaarten voor de Sonic Connections openingsavond op 1 april (naast cd’s van Blackie & The Oohoo’s)!

Sonic Connections is hét muziekfestival voor wie onbegrensd verbanden wil leggen. Natuurlijk doet CuttingEdge dagelijks verslag, want ook wij dragen zowel de Nederlandse als Belgische alternatieve muziekscene hoog in het vaandel en zoeken de overlap. Het is niet voor niets dat de gloednieuwe Nederlandse CuttingEdge site op de eerste Sonic Connections dag officieel wordt gelanceerd! En houd ons in de gaten voor een special over wie te gaan zien…

Gepost op 28 Mar 2010 door Monique van den Boogaard © Cutting Edge

Link: Telex bericht ‘Ontdek de heetste alt. BE & NL talenten: Sonic Connections 2010’ bij CuttingEdge.nl

Telex: Totaalavond rondom genie Daniel Johnston: kunst, film & live muziek

maart 27, 2010

Wie ken hem niet, tekenaar en singer-songwriter en muzikant Daniel Johnston. Een underground legende uit West-Virginia die zijn cultstatus allang ontgroeid is. Geroemd door critici als een ware Amerikaanse original die in de voetsporen trad van Robert Johnson en Hank Williams. Gewaardeerd door collega’s als wijlen Kurt Cobain, die hem the greatest songwriter on earth noemde en altijd een T-shirtje van de man aan had. Ook Tom Waits en Sonic Youth kun je onder zijn eeuwige fans scharen.

Donderdagavond 1 april staat Paradiso (Amsterdam) geheel in het teken van Daniel Johnston. Dan wordt de aftrap gegeven van ‘BEAM me UP Daniel’, een programma rondom de Amerikaanse excentriekeling, waarmee Johnston en The BEAM (Brabants Ensemble Avontuurlijke Muziek) Orchestra in 18 dagen langs 14 Europese podia trekken.

De bezoeker kan deze totaalavond genieten van de bejubelde documentaire over zijn roerige, door manische depressiviteit geteisterde leven, ‘The Devil and Daniel Johnston’. In de kelder wordt Johnston’s kunst tentoongesteld, waaronder een selectie tekeningen. En tijdens een live show zal Johnston zowel solo als samen met het 11-koppige, Nederlandse BEAM orkest nummers uit zijn rijke oeuvre ten gehore brengen.

The BEAM Orchestra hercomponeerde en verzorgde alle arrangementen voor de collectie lo-fi, rauw omrande en vaak ontwapenende popliedjes van Johnston. ‘BEAM me Up Daniel’ ging vorig jaar succesvol in première tijdens November Music in W2, Den Bosch.

Om 19.00 uur gaan de deuren van Paradiso open. Om 19.30 uur mag het Belgische Tommigun de boel opwarmen met hun sfeervolle en vaak melancholieke indierock songs, door hen zelf omschreven als ‘heartbreakhangovertunes’. De film start om 20.00 uur en Johnston & co spelen vanaf 21.00 uur. Voor 22,50 euro exclusief lidmaatschap (3,50 per maand) ben je er bij!

Dit is de enige NL-show. Op 13 april kun je naar hetzelfde program in Ancienne Belgique (Brussel). De andere Europese tourdata vind je hier. Optredens van Daniel Johnston worden steeds spaarzamer, dus dit is een mooie kans om hem nog eens live te ervaren!

Uit deze samenwerking is de cd ‘BEAM me up’ voort gekomen, uitgebracht op Hazelwood Vinyl Plastics. De schijf is te koop tijdens de tournee en te bestellen bij Muzieklab (www.muzieklab.com).

Neem een voorproefje, bekijk de ‘BEAM me UP Daniel’ trailer.

Meer informatie en een berg YouTube filmpjes check je hier!

Gepost op 27 Mar 2010 door Monique van den Boogaard © Cutting Edge

Link: Telex bericht ‘Totaalavond rondom genie Daniel Johnston: kunst, film & live muziek’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Extra Life – ‘Made flesh’

maart 21, 2010

Technische precisie en verrassende inventiviteit

Extra Life uit Brooklyn is niet zo maar een telg uit die overlopende avant-garde muziekscene. Leider van de experimentele groep is namelijk gitarist/zanger/componist Charlie Looker, zeer bekend van het legendarische ensemble Zs en samenwerkingen met onder meer Dirty Projectors en Glenn Branca. In 2006 als soloproject opgestart en in ’07 uitgegroeid tot band wist Extra Life een schare underground fans aan zich te binden met het goed ontvangen debuut ‘Secular works’ (2009).

Voor opvolger ‘Made flesh’ omringde Looker zich met violist Caley Monahon-Ward (Snowblink), bassist Anthony Gedrich (Stats, Ocrilim), drummer/percussionist Nicholas Podgurski (Yukon) en tenorsaxofonist/toetsenist Travist Laplante (Little Women). Hoewel de muziek die Looker met Extra Life maakt wat van de weerbarstige instrumentale abstractie van zijn Zs-werk vasthoudt, gaat het meer richting ‘melodieuze songs’.

Elementen uit middeleeuwse muziek en gezang, neofolk, metal en hardcore, abstract modernisme, weelderige kamerpop en hoekige experimenten worden kundig samengesmeed. Met Lookers unieke stemgeluid dat klinkt als een soort Robert Wyatt-meets-Tool-meets-Morrissey, bijzondere zanglijnen en zijn weirde teksten als centrale factoren. Alle acht tracks werken samen als een geheel. De composities zijn veelal episch, complex en agressief maar er waart ook een persoonlijke en dramatische geest rond. Donker en heavy.

De galopperende dramatiek in ‘Voluptuous life’ dendert je oren in en pakt de essentie van het vijftal in twee minuten samen. Nerveus gitaarwerk, opstuwende en opdringerige synths en heldere maar op afstand blijvende vocalen stapelen zich op tot een symfonische aanval. In ‘The ladder’ komen punk en progrock samen door brutale, vervormde gitaren en hamerende beats met ingewikkelde, gesegmenteerde passages te laten botsen. De ballad ‘Black hoodie’ is een mooi rustmomentje met een zachtaardige saxofoon, akoestisch gitaargepingel en fragiele, intense vocalen. Dit nummer toont aan dat Looker een sterke componist is, ook als hij al dat geweld en de klaagzang loslaat.

‘Made flesh’ is één groot sonisch avontuur met als grote klapper de elf minuten durende monsterafsluiter ‘The body is true’. Extra Life maakt het de luisteraar niet bepaald gemakkelijk, maar het is zonder twijfel een erg origineel album. Het excentrieke geesteskind van Charlie Looker kleurt buiten de standaardlijntjes met technische precisie en verrassende inventiviteit. Voor de liefhebbers zeker een hoogtepuntje. Ben je echter geen fan van dit genre dan vind je het ab-so-luut verschrikkelijk.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band:
Extra Life
* Album: ‘Made flesh’
* Record company: LOAF Recordings
* Jaar: 2010
* Track list: Voluptuous life / The ladder / Made flesh / One of your whores / Easter / Black hoodie / Head shrinker / The body is true
* Info: Extra Life, 11 juni, Het Poortgebouw Rotterdam

© Cutting Edge — 21 Mar 2010
images © LOAF Recordings/African Tape!

Link: CD review Extra Life, ‘Made flesh’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Telex: Motel Mozaïque festival barst van het talent!

maart 21, 2010

Het Rotterdamse meerkunstenfestival Motel Mozaïque biedt van donderdag 8 tot en met zondag 11 april een keur aan artiesten. Een bijzondere, organische mix van muziek, theater en beeldende kunst bij podia als de Rotterdamse Schouwburg, poppodium WATT, Lantaren/Venster, CBK, Rotown en diverse buitenlocaties.

Het muziekprogramma voor de tiende editie – op vrijdag en zaterdag – heeft onze volle aandacht. Want Motel Mozaique heeft nu eenmaal de reputatie altijd de dikste krenten uit de alternatieve pap te vissen! Op de poster prijken niet alleen klinkende namen, maar er valt ook héél véél nieuws te ontdekken.

Onder meer Band Of Horses (exclusieve Nederlandse show, preview nieuw album), Mumford & Sons, Rain Machine (solo project van TV On The Radio kopman Kyp Malone), Angus & Julia Stone, Mulatu Astatke & The Heliocentrics (opmerkelijk Afrikaans funk-jazzgezelschap), Soil & “Pimp” Sessions (Japanse jazz gekkigheid), Fink, Crystal Antlers (psychedelische rock), Fuck Buttons, Noah and the Whale, Mount Eerie (lo-fi folk) en Admiral Freebee aan.

Ook The Gaslamp Killer (hele hippe dubstep), Hudson Mohawke, Tv Buddhas, Everything Everything, The Plastician, Isbells (Belgische folkpop revelatie), Three Trapped Tigers (een vette combi van Autechre’s kenmerkende ambient en chaotische noise zoals HEALTH uitstoot), The Strange Boys (rock ‘n roll uit Texas), Daedelus, Kelpe (opzwepende electro-hip hop), Nicolai Dunger, Benni Hemm Hemm, Withered Hand (Dan Wilson), Moss en Kaki King komen de diverse podia onveilig maken.

Maar er is nog meer dan dat! Het festival verleidt haar bezoekers ook tot gidsentochten in de stad, markante gebeurtenissen of verborgen programma’s, en om er zelfs op avontuurlijke wijze de nacht te spenderen.

De kaartverkoop is al gestart. Dagkaarten voor het muziekprogramma op vrijdag 9 en zaterdag 10 april kosten 30 euro. Voor 55 euro heb je een passe-partout voor beide dagen, exclusief overnachting. Een slaapkaart per dag met ontbijt kost 25 euro.

Zie www.motelmozaique.nl voor het volledige programma, praktische info & tickets. Het tijdschema en de dagindeling volgen eind maart ongeveer.

CuttingEdge maakt volgende week een dikke Motel Mozaïque special, zodat je exact weet welke acts je zeker niet kunt missen!

Gepost op 21 Mar 2010 door Monique van den Boogaard © Cutting Edge

Link: Telex bericht ‘Motel Mozaïque barst van het talent!’ bij CuttingEdge.nl

Subspecial: Nederlandse acts op SXSW 2010

maart 17, 2010

Nederland levert een reeks muzikale afgevaardigden die het he-le-maal willen gaan maken in Amerika. Naast Elle Bandita, The Black Atlantic, La Melodia, Venus Flytrap, Lucky Fonz III, Laura Jansen, Drive Like Maria en Nobody Beats The Drum, reizen ook zes acts via Crossing Border en de Gemeente Den Haag af naar Austin: John Dear Mowing Club, NiCad, The Deaf, ReBelle, So What en Woot. We pikken er vijf uit.

De 23-jarige Elle Bandita is – naast Anouk – onze enige échte rockbitch. Na deel uit te hebben gemaakt van de meidenrockbands Bad Candy en The Riplets verkoos de Rotterdamse het solopad. In 2005 verscheen haar eerste ep ‘Love juice’. Gewapend met slechts een 4-track cassetterecorder, Flying V-gitaar, drumcomputer en een ruige strot, waarmee ze trashy electropunk uitstootte in een ranzige liveshow zoals we die alleen gewend waren van Peaches, wist deze wervelwind direct te imponeren. Tot ver over de grenzen. Ze tourde drie jaar lang door Nederland en Europa en passeerde langs de grote festivals.

Elle wilde echter een stapje verder. Ze besloot nieuwe songs op te nemen met producers Reyn Ouwehand, Billinger & Marsman en stelde een begeleidingsband samen. Het resultaat: haar debuutalbum ‘Queen of fools’ dat bij PIAS verscheen in 2009. Een album vol uptempo, overrompelende electropop/punkrock dat seks, glamour en een no-nonsense houding ademt. En op de planken dendert ze rebels rond in een überstrak, zeer laag uitgesneden pakje, ondertussen de sterren van de hemel solerend en de longen uit haar dunne lijf schreeuwend, kundig bijgestaan door haar stoere mannenband. Dat moet toch succes gaan hebben daar in Austin, niet?

Woot kun je met gemak onze jongste telgen noemen. De drie getalenteerde tieners die samen de Haagse band vormen wonnen vorig jaar als Concrete de tweede prijs in de nationale schoolbandcompetitie en ze mogen nu al naar SXSW. En dat allemaal terwijl de oudste van de drie bandleden pas achttien jaar is. Concrete is echter ook een succesvolle rapper dus switchten ze over op de naam Woot, naar een overwinningsschreeuw in een populaire videogame, wat zoveel als ‘We own other teams’ betekent. Qua muziek maken ze een fris mengsel van indiepop en rock, waarin je zowel invloeden van Radiohead, The Beatles als Joy Division en Patrick Watson hoort weerklinken. Tegenwoordig leunen ze meer tegen de folk van Fleet Foxes en Grizzly Bear aan. Hun debuut-ep ‘#1’ is inmiddels een feit. Een label is er nog niet, maar wie weet is dat er na hun optredens in Texas wel …

Venus Flytrap loopt al wat langer rond. De vijf heren kwamen elkaar tegen tijdens hun studie aan de kunstacademie en vormen sinds 1996 een band. Sindsdien genieten ze een cultstatus wegens hun spetterende gigs. De Haagse indierockers gaven in 2004 ook al een showcase tijdens SXSW en mogen dit jaar terugkomen. Dat hebben ze te danken aan hun derde album en bescheiden meesterwerk ‘Come with us’ (2007, My First Sonny Weissmuller Recordings), een comebackplaat van jewelste. Venus Flytrap maakt geen makkelijke muziek, maar een hypnotiserende, soms angstaanjagende geluidstrip door een dissonante, caleidoscopische kosmos. Gillende gitaren, noisy muren, strakke baslijnen en pompende drums aangevuld met elektronische soundscapes zonder de melodie te vergeten. Hun grootste muzikale helden zijn dan ook Sonic Youth, Motorpsycho, Steve Reich, Radiohead en de Liars. Niet voor iedereen weggelegd, maar imponeren zullen ze zeker.

De Amsterdamse singer-songwriter Lucky Fonz III, oftewel Otto Fons Wichers, weet altijd iedereen om zijn charmante pink te winden met zijn ontroerende, traditionele blues- en folkliedjes en delicate kamerpop in de lijn van Johnny Cash, Bright Eyes en Badly Drawn Boy. Van straatmuzikant tot één van onze bekendste singer-songwriters, na een Essent Award, gigs tijdens Noorderslag en Lowlands en als muzikale gast in ‘De wereld draait door’. Ook het buitenland is veroverd dankzij intensief touren door Europa, Australië, Zuid-Afrika, Canada en de VS. In Amerika wordt Lucky’s muziek vaker op de radio gedraaid dan in ons land. Na de eerste twee albums ‘Lucky Fonz III’ en ‘Life is short’ kwam in 2009 zijn derde schijf ‘A family like yours’ uit, waarop hij zijn spaarzame benadering inruilt voor een bredere. Een samensmelting van jaren zestig pop, rock-‘n-roll, new wave en flarden house. Een Lucky Fonz III-show schiet heen en weer tussen hartverscheurende melancholie en regelrechte stand-upcomedy. Lucky gaat in Austin vast en zeker nog meer fans vergaren.

La Melodia bestaat uit frontvrouw en MC Melodee en producer en DJ I.N.T. Samen staan ze garant voor warme, soulvolle en old school, edgy hiphop. Denk MC Lyte of Bahamadia meets Madlib en Jay Dilla. De twee ontmoeten elkaar tijdens een party in Eindhoven, waar ze allebei hun ding deden. MC Melodee trok de stoute schoenen aan en greep tijdens I.N.T.’s optreden de microfoon. Hoewel I.N.T er niet bepaald mee opgetogen was, was hij wel onder de indruk van haar skills en de uitbundige reactie van het publiek, dus vroeg hij haar naar zijn studio te komen om wat beats van rhymes te voorzien. En zo begon het avontuur. Nadat hun album ‘Vibing high’ in 2008 in Japan uitkwam op Handcuts/Universal en in de Benelux bij PIAS, tourden ze de aardbol plat. De twee maakten een stevige indruk met hun optreden tijdens het North Sea Jazz Festival in 2009 en na nog een promotour in New York werden ze gevraagd om een showcase te geven tijdens SXSW bij een internationale hiphopavond in Club 115. Het nieuwe album ‘Electronic love’ is er in de lente, de labels zijn aangeschreven en de tour door onder meer Japan, Zuid-Afrika en de VS staat gepland. Hier gaan we meer van horen!

Link: Subspecial Nederlandse acts op SXSW 2010

Link: Special SXSW 2010 bij CuttingEdge