Posts Tagged ‘Folk’

Recensie: Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’

juli 21, 2010

Fascinerende beginsels van een glorievolle toekomst

Het New Yorkse duo Daniel Rossen en Fred Nicolaus heeft voornamelijk door Rossens andere band Grizzly Bear, met magnus opus ‘Veckatimest’ vorig jaar, muzikaal een groter belang gekregen. Maar als Department of Eagles werden de twee inmiddels ook genoeg veren in de kont gestoken. De twee albums ‘The cold nose’ in 2003 en ‘In ear park’ in 2008 bij 4AD met prachtige, elektronische homerecording indiepopliedjes werden lovend ontvangen.

‘Archive 2003-2006’ bevat sessies bedoeld om het tweede album van Department of Eagles te vormen. Er waren schijnbaar al genoeg opnames voor een schijf voorafgaand aan dat opnameproces. Op de compilatie staan zes volledige songs. Tegen het einde van hun studietijd aan de universiteit legde Rossen in de oefenruimte van de school een reeks korte pianostukken vast. Daar zijn er ook vijf van op dit album terechtgekomen onder de naamgeving ‘Practise room sketch’.

Vooral in de verfijnde, warme vocale harmonieën en de rijke, uitgebreide arrangementen horen we waar ‘Veckatimest’ zijn oorsprong heeft. ‘Sketch 1’ is zelfs een soort vingeroefening voor ‘Easier’. Rossen en Nicolaus flirten duidelijk met vintage Americana en folk evenals de ambitieuze composities van Van Dyke Parks’ ‘Song cycle’. Ze bewegen zich op een ander sonisch territorium en er is veel minder gedaan met elektronica. Opgenomen met brakke lo-fi apparatuur (door Grizzly’s Chris Taylor) is het knap dat het paar het mooi open en niet te geknutseld laat klinken.

In ‘Grand army plaza’ horen we een wankele Arcade Fire en de Beatles en Beach Boys hebben hun vocale sporen nagelaten in ‘Sketch 2’. De sketches zijn vaak schattige, sferische en bijna dwarrelende fragmenten, die het geheel luchtig en sprookjesachtig maken. ‘Flip’ met zijn staccato akoestische gitaarspel en dreigende akkoorden zet het nekvel overeind en ‘While we’re young’ barst verfrissend uit in gruizige energie en melodie en is een opvallend mooie popsong.

Misschien dat deze release wat te vroeg komt in hun korte carrière. Naar verluidt was het ook meer een beslissing van het management dan van de heren zelf deze schijf de wereld in te schoppen. ‘Archive 2003-2006’ blijkt het missende stukje van de Department of Eagles-puzzel. Het vervolledigt de collectie en het laat de muzikale levenswandel en fascinerende beginsels horen van de glorievolle toekomst. Een wondere en onaffe wereld, vol ideeën die hun ultieme creatieve vorm nog moesten krijgen maar al een ferme bak talent tentoonspreiden. Heel interessant en fijn voor obsessief diepgravend uitzoekwerk voor fans van Department of Eagles en Grizzly Bear!

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Department Of Eagles
* Album: Archive 2003-2006
* Record company: Bella Union / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Practise room sketch 1 / Deadly Disclosure / While we’re young / Grand army plaza / Practise room sketch 2 / Brightest minds / Practise room sketch 3 / Flip / Practise room sketch 4 (tired hands) / Golden apple / Practise room sketch 5

© Cutting Edge — 21 Jul 2010
images © Bella Union/V2

Link: CD review Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Mountain Man, ‘Made the harbor’

juni 30, 2010

Hemels gezang, intiem naakt in al zijn kaalheid

Mountain Man bestaat uit drie jongedames afkomstig uit diverse pastorale Amerikaanse gebieden. Amelia Randall Meath, Molly Erin Sarle en Alexandra Sauser-Monnig kwamen elkaar tegen op het Bennington College in Vermont. De songs op hun debuut ‘Made the harbor’ lijken wel folkstandards, maar zijn het niet. De studentes schreven alle liedjes zelf en onderwezen elkaar tussen de colleges door.

‘Made the harbor’ werd opgenomen in een verlaten fabriek uit de vorige eeuw en die sereniteit heeft zijn weerslag op het geluid. Het voelt alsof je aan hun voeten zit te luisteren, zo dichtbij. Gekuch, een zucht, een ademhaal, het is er allemaal in gelaten. Er is überhaupt niets bijzonders gedaan aan de sound afgezien van een zweempje echo op de vocalen. Naakt in al zijn kaalheid. Af en toe had er best een producer aan mogen zitten om de scherpe randjes en het gesuis eraf te veilen. Maar dan mis je weer de intimiteit die het materiaal uitstraalt.

Er wordt afgewisseld tussen nummers met alleen een kabbelend akoestisch gitaartje als begeleiding van de prachtig in elkaar vlechtende heldere harmonieën, zuivere kippenvel a-capella, of liedjes waarin slechts een van de dames vertederend zingt. Stuk voor stuk zweverige, kleine intieme en eerlijke folk/Americana wiegeliedjes met melancholische ondertoon. Toch zit er voldoende variatie in het half uur durende schijfje. Dat zit hem in de manier van zingen, die is in geen enkel nummer hetzelfde.

De chickies verhalen schattig over hun liefde voor mensen, bomen, vogels, de bergen, nacht en het vrouw-zijn. ‘Buffalo’ staat met zes schoenen in de authentieke folktraditie en ook ‘How’m I doin’ ontlokt een glimlach door hun interpretatie van jaren ’40 boogie woogie gezang als een soort vreedzame The Andrews Sisters. De al veel gemaakte vergelijking met Fleet Foxes of Bon Iver komt het dichtst bij in ‘Soft skin’. Hemeltergend en zielsnijdend. ‘Mouthwings’ is een wonderschone allgirl a-capella en vrouwelijke equivalent van Simon & Garfunkel, in ‘Loon song’ omarmen Leadbelly en Jeff Buckley elkander en in ‘Babylon’ schuren de gelaagde vocalen tegen fraai Gregoriaans gezang aan.

Nu we zweterig van onze luie ligstoel afglijden door de warmte raden we je de cd aan voor de avonduurtjes. Als de zon bijna is gezakt en het kampvuur al aangestoken om relaxed rond te hangen met wat vrienden. De immer aanwezige akoestische gitaar kan thuisgelaten worden en dan is het diep wegzwijmelen op de charmante, nostalgische tonen van Mountain Man. Dan proef je de eenzame sfeer, die je ook voelt als je in de bergen vertoeft.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Mountain Man
* Album: Made the harbor
* Record company: Bella Union / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Buffalo / Animal wings / White heron / Mouthwings / Dog song / Soft skin / How’m I doin / Arabella / Sewee sewee / Loon song / Honeybee / Babylon / River

© Cutting Edge — 30 Jun 2010
images © Bella Union/V2

Link: CD review Mountain Man, ‘Made the harbor’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Broken social scene, ‘Forgiveness rock record’

mei 16, 2010

Een logisch en interessant vervolg

Voor de creatie van ‘Forgiveness rock record’ (hierna ‘Frr’), de vierde schijf van het Canadese indiecollectief rond Brendan Canning en Kevin Drew, is natuurlijk weer een reeks gasten ingeschakeld om een handje te helpen: Feist, Metric-zangeres Emily Haines, Stars’ Amy Millan en peeps van Do Make Say Think, The Sea & Cake en Spiral Stairs. Al vormen de zes van de BSS-tour-ine-up de kern.

Geluidsarchitect David Newfeld werd ingewisseld voor bandheld John McEntire (Tortoise/The Sea & Cake-drummer). Dat heeft ervoor gezorgd dat het album minder chaotisch en ruimtelijker overkomt en samenhangend en gefocust klinkt. Bij ‘Broken social scene’ (2005) waren er te veel koks in de keuken hun eigen speciale gerechtje aan het bereiden. Op ‘Frr’ is het recept vantevoren besproken en een taakverdeling gemaakt, zodat iedereen uit kan blinken zonder dat het uit elkaar valt. Ondersteund door een mooie heldere productie en het feit dat McEntire de nadruk op andere details heeft gelegd: meer pop-feel en de electronica is wat naar voren geschoven.

De harmonieën, de gelaagdheid en uitbundige instrumentatie mogen ondertussen een Broken Social Scene-kenmerk heten, net als het enthousiasme waarmee het wordt gebracht. Ook de stijl van afwisselend groots uitpakkende nummers, zoekende jams en schattige, ingetogen songs is vastgehouden. En toch was het behoorlijk wennen aan die eigenlijk kleine maar ingrijpende veranderingen. Drieënzestig minuten en veertien songs lang word je herinnerd aan waarom je ze ook alweer zo goed vond. Het blijkt gewoon anders verpakt en beter in elkaar gestoken.

Een nummer klinkt als Pavement, een ander als Talking Heads (‘Forced to love’) of Flaming Lips (‘Texaco bitches’). In de immense instrumental ‘Meet me in the basement’ wordt op zijn Motorpsycho’s opstuwend naar een climax gewerkt, synthpopkanjer ‘All to all’ dwingt af dat de voetjes van de vloer gaan, in het pulserende ‘Sentimental x’s’ komen de vrouwelijke vocalen prachtig samen, ‘Highway slipper jam’ kabbelt akoestisch en sferisch als Yo La Tengo, ‘Sweetest kill’ en ‘Romance to the grave’ ademen luchtige melancholie en de afsluitende gewichtloze ballad is een grappige ode aan masturbatie (‘Me and my hand’).

‘Frr’ is dus een logisch, interessant vervolg. Een voortborduren op een gevonden geluid en uitkristalliseren van wat Broken Social Scene al was. Een bijzonder gezelschap met avontuurlijke muziek. Alleen laat de eerste helft horen dat ze ook sterke popmelodieën en echte liedjes in huis hebben en tonen de laatste songs hun bekende fragmentarische, eigenwijze smoel.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

* Band: Broken social scene
* Album: Forgiveness rock record
* Record company: CitySlang / V2 Music
* Jaar: 2010
* Track list: World sick / Chase scene / Texaco bitches / Forced to love / All to all / Art house director / Highway slipper jam / Ungrateful little father / Meet me in the basement / Sentimental x’s / Sweetest kill / Romance to the grave / Water in hell / Me and my hand
* Info: Broken Social Scene speelt op dinsdag 18 mei in de Amsterdamse Melkweg.
* Concert: Broken Social Scene presents Kevin Drew

© Cutting Edge — 16 May 2010
images © City Slang/V2

Link: CD review Broken social scene, ‘Forgiveness rock record’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Josh Ritter, ‘So runs the world away’

mei 12, 2010

Grote klasse

De uit Idaho afkomstige songbard had moeite met songs schrijven voor zijn vijfde studioalbum en opvolger van ‘The historical conquests of Josh Ritter’. Hij zat in een dipje. Ritter had bereikt waar hij altijd naar had gestreefd: veel optreden en als schrijver eindelijk op handen gedragen. Het voelde alleen niet goed, hij verloor het vertrouwen in zijn eigen kunnen en originaliteit. Josh heeft dus hard gezocht naar inspiratie en die ontdekkingstocht is ‘So runs the world away’ geworden. Er staat niet voor niets een negentiende-eeuwse stoomboot op de hoes. Maar ontdekken is hier ook een metafoor voor het eenzame leven, aldus Josh.

Het blijven melancholieke, folky en altcountry singer-songwriterliedjes natuurlijk. Toch zit er behoorlijk wat variatie in binnen de grenzen van het genre. Ritters wonderschone, hemelse stem krijgt gelukkig overal voorrang op de ontzettend rijke orkestratie. Van blazers tot loops tot belletjes tot piano en orgel. Hij schuurt soms tegen overorkestratie aan en het zijn ook vrij lange songs, waardoor het wel moeite vergt alles te behappen. Af en toe vinden wij: minder is meer.

Hoewel het een echte groeiplaat is en deze zich pas na meerdere keren luisteren werkelijk aan je openbaart en je ook moet wennen aan de ingeslagen weg van Ritter – al moet je dat eigenlijk met elk album omdat hij zichzelf nooit herhaalt – staan er ook direct goed in de oorschelp vallende liedjes op. Zoals het poppy ‘Change of time’ dat je meteen meezingt en het zwierig walsende ‘The curse’.

Zijn muzikale voorbeelden klinken nog steeds door: Bob Dylan in ‘Long shadows’, ‘Lark’ is qua zanglijn en omlijsting erg Paul Simon, in het rockende ‘Lantern’ horen we Bruce Springsteen terug en in ‘Rattling locks’ Nick Cave of Leonard Cohen. Ritter wordt altijd met deze (folk)beroemdheden vergeleken en hij maakt er ook dankbaar en humoristisch gebruik van, zoals in ‘Folk bloodbath’, waarin hij refereert aan Delia, Stagger Lee, Louis Colins en in het refrein met ‘the angels laid him away’ aan Mississippi John Hurt.

Het is onbetwistbaar Ritter die machtig mooie songs brengt op zijn manier. Vol emotie, puurheid, verhalend en literair, daarmee een eigen plek verdienend in de rij der groten. De ultieme albumparel is het bij de keel grijpende ‘Another new world’. De waterlanders springen spontaan in de ogen. Ritter onderstreept alleen al met dat nummer zijn enorme klasse en toont wederom aan dat hij één van de meest getalenteerde singer-songwriters van het moment is. Eentje die we grondig moeten koesteren. Prachtplaat!

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Josh Ritter
* Album: So runs the world away
* Record company: V2
* Jaar: 2010
* Track list: Curtains / Change of time / The curse / Southern pacifica / Rattling locks / Folk bloodbath / Lock / Lantern / The remnant / See how man was made / Another new world / Orbital / Long shadows

© Cutting Edge — 12 May 2010
images © Pytheas/V2

Link: CD review Josh Ritter, ‘So runs the world away’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Sivert Høyem, ‘Moon landing’

april 28, 2010

Een gloedvolle winterplaat

Sivert Høyem was de zanger van die geweldige, helaas ter ziele gegane Noorse band Madrugada. In 2007 overleed gitarist Robert Burås en na nog een laatste tournee in 2008 ter ere van hun meesterlijke snarenplukker en zwanenzang ‘Madrugada’ viel het doek. Alle leden bleven uiteraard muzikaal actief. Høyem had al twee soloplaten op de wereld gezet, dus het was simpelweg wachten op zijn volgende. Dat is ‘Moon landing’ geworden, opgenomen met een zestal bevriende muzikanten.

Alleen zijn donkere, zalvende en in fluweel verpakte stem vol weemoed en verlangen is al bijna een garantie op een prachtplaat. De sfeervolle begeleiding mag er ook zeker wezen. De gitaarlijnen van Cato Thomassen (frontman Cato Salsa Experience, invaller bij de laatste tour en lid van onder meer Gluecifer) doen onherroepelijk denken aan Burås.

Je hoefde natuurlijk ook geen bijzonder radicale koerswijziging te verwachten. ‘Moon landing’ biedt meer uptempo rocksongs en psychedelische tonen en iets minder folk dan de voorgaande twee schijven. Hoewel Sivert er alle reden toe had, is het geen loodzware duistere plaat geworden. Wel eentje die bol staat van gevoel. En er zijn warempel ook licht optimistische momenten te ontwaren.

Het epische, dramatisch nummer ‘Belorado’, dat meteen negen minuten klokt, zet de toon. In de titelsong – een redelijk toegankelijk klinkend pop noir nummer – komt een vermakelijke Dire Straits gitaarrif voorbij en er wordt elegant en lekker gebluesrockt in het sinistere ‘What you doin’ with him’. Alleen ‘The light that falls among the trees’ en het slepende ‘Going for gold’ brengen wat rust. In ‘Lost at sea’ horen we Sivert en zijn muzikale makkers puntig rocken en ‘Shadows/high meseta’ is het psychedelische, Doors-achtige hoogtepunt. Een langzaam opbouwend nummer dat alsmaar groeit en groeit tot een schitterend crescendo. Kippenvel.

‘Moon landing’ is een gloedvolle winterplaat met bezielde nummers, zonder al té overdreven pathos. Niet iedereen is meteen door het dolle bij een eerste zomerse zon. Zo hebben de ‘depressivo’s’ onder ons ook nog wat om in de cd-speler te schuiven en om van te genieten.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Sivert Høyem
* Album: Moon landing
* Record company: Hektor Grammafon
* Jaar: 2009
* Track list: Belorado / The light that falls among the trees / Moon landing / What you doin’ with him / Going for gold / Lost at sea / Shadows/high meseta / Empty house / High society / Arcadian wives

© Cutting Edge — 28 Apr 2010
images © Hektor Grammafoon

Link: CD review Sivert Høyem, ‘Moon landing’ (2009) bij CuttingEdge.nl

Concert: Motel Mozaïque 2010, zaterdag

april 11, 2010

Minder ontdekkingen, toch zeer vermakelijk

Band of Horses, copyright Dirk Sloos

De Motel Mozaïque-festivalganger kon zich zaterdagmiddag verkneukelen aan sessies in de kerk, op het Schouwburgplein hangen en kijken naar het gemêleerde publiek, een gidsentocht ondernemen of zich onderdompelen in kunst. Dat hoort allemaal tot de unieke opzet. Trok je pas ’s avonds weer naar Rotterdam dan begon je vast met Everything Everything (grote zaal Watt), want er hangt een dikke buzz om de vier jochies uit Manchester.

In hun complexe, ritmisch afwisselende popsongs staan de meerstemmige dromerige harmonieën centraal. Ze grijpen ontzettend hoge noten. Het geheel herinnert aan Bloc Party en Foals. Het was een rare keuze om vrij vroeg in de set al de catchy singles ‘Suffragette Suffragette’ en ‘MY KZ, UR BF’ te spelen. Er bleef daarna weinig over om mee te vlammen. De songs vertraagden, bombast stapelde zich op. Juist de uptempoliedjes zijn fris en aanstekelijk. Het is intelligente popmuziek voor jonge enthousiastelingen, want vooraan ontstond een kleine moshpit. Toch staan de Mancunians (***) er nog niet. Het debuut komt half augustus, dus er is tijd om naar een solidere set toe te werken.

LoneLady komt uit dezelfde stad. In haar liedjes klinkt de postpunk van grote eighties-voorbeelden als The Sound door. Nerveuze gitaarriffs, fragmentarische teksten gezongen met onderkoelde stem, leunend op krachtig strak drumwerk. Een in zwarte, hoog opgetrokken leren broek gestoken dude weefde er synth- of andere retrogeluiden doorheen. Door de afstandelijke presentatie en eenvoudig opgebouwde nummers gingen de songs live op elkaar lijken. Dat het gehuurde equipment het even begaf, haalde alle intensiteit weg. LoneLady (**) verliet het Watt-kelderpodium dan ook vroeger dan gepland.

Geeft niks. De Watt-zaal barstte al uit de voegen voor Band of Horses (****). Vanaf het moment dat charismatische frontman Ben Bridwell (tegenwoordig slank, bebaard en getatoeëerd) achter de lapsteel ging zitten en er twee grote hits doorknalden, werden de Amerikanen als helden onthaald. Ook publiekslieveling ‘The funeral’ en pareltje ‘No one’s gonna love you’ werden met verve gebracht en luidkeels meegezongen. Met het open rijke geluid, hecht behendige spel en de schitterende vocalen van Bridwell pakten de heren de zaal overtuigend in. Van volgende plaat ‘Infinite arms’ kwamen halverwege een paar nummers langs. Single ‘Compliments’ rockte behoorlijk, ‘Factory’ was poppy slepend. In de grootse toegift mochten de gitaren nog even gieren, onder meer voor een cover van Yo La Tengo’s ‘Sugarcube’.

Iedereen wilde tegelijk naar Moss in Rotown, dus pikten wij de laatste show van Benni Hemm Hemm (***) mee. IJslander Benedikt H. Hermannsson stond er met vijftien man sterk (vooral koperblazers en een traditionele bandopstelling) en even later komt daar nog eens een uitgebreid gemengd koor bij. Benni zong lyrisch bevreemdend in zijn eigen taal. In het Engels klinkt hij soms als Adam Green. Zijn gebrekkige gebabbel over ‘verdwalen in Milaan’ is innemend. Het beste was om de ogen te sluiten. Ondanks al die mensen was het muzikaal interessanter dan voor het oog. Vrij onnavolgbare sferische composities, een soort fanfare met sprookjesachtige folkinvloeden. Met een feestelijke climax van aanzwellende koorzang, blazers en ‘Lalalalaaa’ stierf het weg.

The Gaslamp Killer (****) sloot het festival ècht af met een dampende set en compleet uit de bol gaand publiek. De organisatie mag zich trots op de borst kloppen. Er werd voor de tweede keer in tien jaar uitverkocht. Een succesvolle editie met genoeg ontdekkingen. Op naar MM11!

Monique van den Boogaard

© Cutting Edge — 12 Apr 2010
images © Dirk Sloos

Link naar verslag & live foto’s Everything Everything, Lonelady, Band of Horses, Benni Hemm Hemm: Concert review ‘Motel Mozaïque 2010, zaterdag’ bij CuttingEdge.nl

Concert: Motel Mozaïque 2010, vrijdag

april 11, 2010

Overweldigende verrassingen

O

Fuck Buttons / copyright Dirk Sloos

Motel Mozaïque viert zijn tienjarig bestaan! Het Rotterdamse festival biedt elk jaar weer een overload aan muzikale verrassingen, maar heeft zich ook ontpopt tot voorloper op het gebied van kunst en performance en het betrekt de stedelijke entourage ook nog eens op bijzondere wijze in het goedlopende concept. Het centrale Schouwburgplein werd speciaal voor het lustrum omgetoverd tot Plaza Mozaïque: transparante tenten voor exhibitionistische overblijvers, intrigerende installaties en een intieme 3voor12-sessiekerk. MM10-thema ‘de zachte stad’ werd onder meer uitgedragen door stapels fatboys, een grasveld met schaapjes en slapers die letterlijk in de watten werden gelegd.

Het tweedaagse avontuur begon met het soloproject van de bebaarde TV on the Radio-zanger Kyp Malone. Rain Machine (**), met vijf vrienden, wist alleen de voorste rij van Watt te bekoren met een spanningsloze set. Omdat Kelpe werd vervangen door de lokale The New Earth Group in de kelderzaal gingen we naar Withered Hand in de Schouwburg. Hoewel Dan Wilson normaal gezelschap krijgt van Benni Hemm Hemm-leden moest de singer-songwriter het dit keer in zijn uppie klaren, want de IJslanders gaven meerdere MM-shows. Withered Hand (***) verhaalt met fragiele hoge stem, gitaargetokkel of mondharmonica over cornflakes en het verlangen om te seksen met een meisje. De pure poppy folkliedjes werden gebracht met een dosis rake humor. Zenuwachtig met overslaande stem, dat wel. Wilson heeft die grollen nodig om de aandacht vast te houden. Dat lukte nèt.

De megarij ruim voor aanvang van Mumford & Sons hielp bij de keuze voor het meedogenloze geluidsgeweld van electronoise-duo Fuck Buttons (****) in Watt. Tracks van het agressieve debuut en melodieuzere tweede ‘Tarot sport’ werden soepel met onberispelijke timing aan elkaar gesmolten. Vanaf het uitgerekte, vettige ‘Surf solar’ bleven de noisedrones intens broeierig maar beheerst naar een climax werken. Elke schokkende beweging of aanraking van de berg apparatuur door de twee werd vertaald in een donkere bevreemdende dansbare sound. De felle beats van de sterk improviserende Andrew Hung knepen de keel dicht en de microfoon werd ver in de mond gestopt door Benjamin John Power voor angstaanjagend vocaal gefreak. Overdonderend.

Overweldigend was ook Three Trapped Tigers (****). De Britten serveerden een ontoegankelijke, opzwepende mathrock-cocktail in de Watt-kelder. Aphex Twin meets Battles, daar tussenin. Eigenwijze dromerige of snerende keyboardlijnen vielen samen met stuiterende drumritmes en scheurende, noisy gitaarriffs. Bovenop het noise-bad geschreeuw van jewelste. Waar Fuck Buttons het binnen de perken hield, traden de tijgers erbuiten met een extatische set. Een groot verschil met de warme jazzy Ethiopische sound van multi-instrumentalist/componist Mulatu Astatke en de zeven funky virtuoze begeleiders The Heliocentrics (***). Als een vriendelijke opa kondigde hij de ‘Broken flowers’-soundtracksongs en andere veelal lome, op percussie en blazers drijvende nummers aan. De ambiance was zomers, maar het was toch meer chillen dan uitbundig swingen.

Het publiek in de Schouwburg ging uitgebreid zitten voor De Veenfabriek en Eckhardt (**). Alsof we met zijn allen in een minimaal verlichte huiskamer werden vermaakt door het theatrale, in 19de-eeuwse kleding uitgedoste gezelschap. Hun ingetogen, voorzichtige folkliedjes kwamen te bedacht over. Als een afstandelijk slaapmutsje. De oproep tot dansen vond dan ook weinig gehoor. Daarna was het pitten en opladen voor dag 2 of toch nog even de billen schudden bij dj-acts in Watt.

Monique van den Boogaard

© Cutting Edge — 11 Apr 2010
images © Dirk Sloos

Link naar verslag & live foto’s Withered Hand, Fuck Buttons, Three Trapped Tigers, Mulatu Astatke & The Heliocentrics en De Veenfabriek – Eckhardt: Concert review ‘Motel Mozaïque 2010, vrijdag’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Aaron Martin – ‘Worried about the fire’

maart 17, 2010

Onaards mooi

Aaron Martin is een experimentele, Australische multi-instrumentalist die in Kansas resideert. Hij bedacht ‘Worried about the fire’ aanvankelijk als soundtrack bij een korte film. Voor deze vierde soloplaat besloot hij die bestaande geluidopnames, afkomstig uit eerdere samenwerkingen of uit solo-uitvoeringen, te manipuleren tot iets nieuws. Daarvoor week hij af van zijn kenmerkende live-benadering, maar gebruikte hij electronic processing en effecten. Zijn hoofdinstrument cello, maar ook banjo, harmonica en orgel knipte en plakte hij er aanvullend bij en over, tot hij 12 stukken had.

Elke track is vrij kort en spaarzaam qua geluiden, maar omdat die oorspronkelijk echt zijn ingespeeld is er toch een soort natuurlijk element in de meanderende abstractie. In de verte klinken ze ook nog wel als akoestische instrumenten, maar de warmte ontbreekt. Dat ligt tevens aan de wat holle productie. Vaak ademen de tracks een donkere, melancholieke ambiance uit (dronende opener ‘Albee’ of ‘Blue light’), hier en daar voelt het wat ongemakkelijk (de bibberende violen in ‘New Brighton’) en af en toe sluipen er rustgevende, bijna hypnotiserende momenten in (de cymbalen en zingende zaag in ‘Ice melts onto fingers’).

Uitleggen hoe Martin’s organische soundsculpturen precies in elkaar steken is onbegonnen werk. Ze liggen ergens tussen neoklassiek, folk en avontuurlijk experiment. Denk aan Machinefabriek (waar hij al eens mee werkte) of Richard Skelton. Het gaat dan ook veel meer om hoe hij knutselt en mengt om je langzaam en verleidelijk zijn bijzondere klankwereldje in te lokken.

Aaron Martin verstaat de kunst iets ongrijpbaars te brouwen, muziek die niet echt te vatten is, maar je wel gaat en blijft boeien. Vaak vervallen dit soort klanktapijten toch tot een leuk behangetje, maar ‘Worried about the fire’ blijft intrigerend de aandacht vragen. Lastig pinpointen waarom, het is gewoon zo. Knap plaatje dit. Van een onaardse pracht zelfs.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Aaron Martin
* Album: ‘Worried about the fire’
* Record company: Experimedia
* Jaar: 2010
* Track list: Albee / Ice melts onto fingers / Open knife / New brighton / Water tongue / Wires of glass / Reed tunnel / Marked in dust / Blue light / Beaver falls / Making rope out of eyelashes / Sixth

© Cutting Edge — 17 Mar 2010
images © Experimedia

Link: CD review Aaron Martin, ‘Worried about the fire’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Download een gloednieuw Fleet Foxes nummer

juni 28, 2009

fleetfoxes_pecknoldkyklAfgezien van een paar tracks onder de naam White Antelope, is het stil rondom lead zanger Robin Pecknold en de rest van de Fleet Foxes sinds ze de playlists en eindejaarslijstjes van 2008 overheersten met hun schitterende gelijknamige album. Pecknold is gestopt met zijn eens zo productieve geTwitter, maar voordat hij zijn archief delete, suggereerde hij nog net dat het hoog tijd was om serieus aan de slag te gaan met het pennen van nieuwe songs voor Fleet Foxes. Nou, je kunt er nu eentje voor nop downloaden!

Pecknold speelde afgelopen vrijdag namelijk een solo akoestische versie van een nieuw nummer tijdens een live sessie voor BBC 6 Music ten bate van een programma over het Glastonbury festival (waar de band dit weekeind speelt). Het is een klagerig en existentiëel, spookachtig finger-picked folkliedje in de geest van Neil Young, met de werktitel ‘Blue Spotted Tail’. Met dank aan Stereogum:

Download Fleet Foxes: ‘Blue Spotted Tail’ (MP3, Live bij BBC 6 Music)

Pecknold zingt het solo, dus die hemelse harmonieën van de andere Fleet Foxes moet je er maar even bij denken. Maar het geeft wellicht al een ideetje waar het heen gaat, op de nieuwe plaat. Komende dinsdag 30 juni staat de Americana groep overigens in Paradiso. Misschien dat het liedje daar ook ten gehore gebracht wordt… Kun jij alvast keihard meezingen, lol.

Vers Bloed uit…Reykjavik

april 18, 2009


In ieder stadje een ander… bandje! Maken ze de hipste tunes in Londen? Of gebeurt het nu allemaal in Almere-Buiten? Soms zie je door de bomen het bos niet meer. Wat moet je nou checken? Wij zoeken in alle gaten, in welke uithoek van de aardkloot dan ook naar het heetste nieuwe muzikale talent. Van Lutjebroek tot The Big Apple, van Tokyo tot aan Stadskanaal: in de rubiek ‘Vers Bloed’ biedt Spinner je de helpende hand!

Nu in ‘Vers Bloed’: Reykjavik! Sinds The Sugarcubes en Bjork IJsland op de kaart hebben gezet eind jaren tachtig, begin jaren negentig, komt er een aanhoudende stroom talenten vandaan: van Mum tot Sigur Ros, Minus, Mugison, Gus Gus, Leaves en ga zo maar door. Geheel niet in verhouding staand met de slechts 300.000 bewoners van het eiland eigenlijk. Spinner heeft een paar nieuwe namen gevonden in de hoofdstad om in de gaten te houden.

* Reykjavik!: Maar meteen beginnen met de band die naar de hoofdstad is genoemd. Ja, het is niet allemaal verstild wat hier vandaan komt. Deze IJslanders hebben de emoties voortkomend uit de prachtige, wisselvallige natuur van het eiland weten te vertalen naar vlammende hardcore rock. Brutale nummers met een dikke bite en een vette kick. Een beetje zoals And You Will Know Us By The Trail Of Death in hun beginjaren, dat soort zweterige, snerende en stomende energie en oorverdovend gegil en gegrunt. De komende debuutplaat met de verklarende titel ‘Glacial Landscapes, Religion, Oppression And Alcohol’ die in juni verschijnt, staat er bomvol mee. Check muziek op Reykjavik!’s MySpace site.

* Sin Fang Bous: Is een nieuwe snedige folktronicaband in de lijn van Tunng. Alleen dan minder pop en meer experiment, zoals die band zelf in de begindagen ook wat meer deed. De groep is opgericht door Sindri Már Sigfússon, tevens de man achter Seabear. Hij zocht waarschijnlijk een uitlaatklep voor wat vrolijkere nummers, die hij bij het droevige Seabear niet kwijt kon. De songs op hun net verschenen debuutplaat ‘Clangour’ (Morr) zijn zo fris als een gletsjermeertje. Gekke kampvuurliedjes worden overgoten met knisperende electronica, hier en daar komt een Silver Mount Zion-koortje om de hoek kijken en alle nummers hebben een zwaar aanstekelijk refrein. Erg boeiend, dit Sin Fang Bous! Check muziek op Sin Fang Bous’ MySpace site.

* Mógil: Goed, niet helemaal IJslands, maar de helft van de band komt er vandaan en zij schrijven ook het meeste songmateriaal. Gitarist van dit groepje is Hilmar Jensson, één van de oprichters van het experimentele, muziekcollectief Kitchen Motors uit Reykjavik, en de (soprano) zangeres Heida Árnadóttir. De andere twee – Ananta Roosens (viool) en Joachim Badenhorst (clarinet/sax) – stammen uit België. Het kwartet debuteerde eind vorig jaar met de erg knappe plaat ‘Ró’ (via Radical Duke, het label van Die Anarchistische Abendunterhaltung oftewel DAAU), sfeervol opgenomen in de kerk in Sólheimar (Grímsnes). Mógil omwikkelt oude IJslandse poëtische folkteksten met een mix van klassiek, folk en vrije impro. Dromerig en meeslepend als Rachels! Beluister het nummer ‘Fuglinn I Fjörunni’. Check meer muziek op Mógil’s MySpace site.

* Hjaltalin: Met acht jongens en meisjes is het moeilijk te bepalen of je het nou een klein orkest moet noemen of een uit de kluiten gewassen indie band. Naast de standaard gitaar, drums en bas opstelling maakt de groep gebruik van piano, accordeon, klarinet, cello, viool en fagot. Högni en Sigga’s hemelse vocalen vormen het middelpunt in de theatrale, gedreven kamerorkest popliedjes. Hun debuutplaat ‘Sleepdrunk Seasons’, geproduceerd door Bennie Hemm Hemm (die er ook een veelbelovende 17-koppige bigband a la Sigur Ros en Sufjan Stevens op nahoudt onder zijn eigen naam) en Gunni Tynes van Múm, bevat mooie melodieuze songs in een eclectisch geluid. Het album werd niet voor niets genomineerd voor de Icelandic Music Awards in 2008 en ze deden Eurosonic al aan. Hjaltalin had in eigen land zelfs een klein hitje met het nummer ‘Thu komst vid hjartad í mér’. Check meer muziek op Hjaltalin’s MySpace site.

* Ólafur Arnalds: Is een jonge IJslandse pianist. Met zijn debuut ‘Eulogy For Evolution’ (2007) en de EP ‘Variations Of Static’ gooide de destijds nog maar 21-jarige neo-klassieke producer en songwriter hoge ogen. Bij zijn composities gaan piano en strijkers vaak hand in hand met elektronische geluiden, loops, ambient sounds en beats. Hij mocht al eens mee als support van Sigur Ros. In samenwerking met zijn label Erased Tapes is hij momenteel bezig aan het project ‘Found Songs’, een 7-delige serie waarbij iedere track binnen 24 uur gemaakt en gereleased wordt. Dat kun je dagelijks volgen via Ólafur’s twitter, de track is vervolgens gratis te downloaden. Een bijzonder mannetje dat het experiment graag opzoekt. Check muziek op Ólafur Arnalds’s MySpace site.

Vers Bloed uit Utrecht
Vers Bloed uit Glasgow

De Kift presenteert zaterdag fotoboek ‘Doka’

april 17, 2009

Komende zaterdag 18 april presenteert De Kift haar eigen fotoboek genaamd ‘Doka’. Fotograaf Erik Christenhusz heeft bijna drie jaar lang gezocht naar de essentie van het Noord-Hollandse muzikale, avontuurlijke en eigenzinnige gezelschap. Hij heeft middels de zoeker van zijn analoge camera geprobeerd het typische, geintegreerde folk, punkrock, blues en fanfaregeluid èn de ziel te vertalen naar zijn foto’s van De Kift.

Dat zal vast niet makkelijk zijn geweest, maandenlang telkens zo’n camera overal boven op, ook al is het een professionele fotograaf met een goede kijk op de zaken. Aan de andere kant, is het natuurlijk ook een eer voor de band dat er zo’n uitgebreid en intensief portret wordt gemaakt.

Het glimmende resultaat is in elk geval het fotoboek ‘Doka’, dat komende zaterdag tijdens Amsterdam wereldboekenstad wordt gepresenteerd. De Kift zou De Kift niet zijn als ze daar niet meteen een feestje van maken. De groep gaat dus ook een optreden weggeven, daar in de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord tijdens de bruisende Cultuur Bazaar.

De toegang tot het optreden is geheel gratis! Als dat net zo gezellig en opzwepend wordt als onlangs in de EKKO, zeker gaan! Het ongetwijfeld weer fraai verpakte boek is vanaf vandaag via De Kift site te bestellen.

Son Volt is terug met een nieuw album en label

april 7, 2009

Son Volt, de Americana-geïnspireerde rockband rondom ex-Uncle Tupelo man Jay Farrar, keert deze zomer terug met een nieuwe plaat bij een nieuw label. ‘American Central Dust’, het zesde album van de groep en de eerste bij Rounder Records, verschijnt op 7 juli.

Son Volt is blij met het contract met Rounder Records. “Rounder heeft laten zien dat ze al lange tijd gefocust zijn op muziekvormen als folk en blues en daar heb ik veel respect voor,” aldus Farrar in een interview. “Met Rounder in zee gaan is eigenlijk de cirkel rondmaken – de eerste Rounder persoon die ik ontmoette was van grote betekenis in het boeken van Uncle Tupelo gigs jaren geleden.”

Op het laatst verschenen album van Son Volt, ‘The Search’ uit 2007, breidde de band zijn muzikaal palet uit met electrische atmosferische geluiden, koperblazers en loops. Op ‘American Central Dust’ keert de groep terug naar de melodieuze eenvoudigheid van zijn debuutplaat ‘Trace’.

Zanger Farrar hanteert de gitaar en harmonica, Dave Bryson drumt, Andrew Duplantis speelt bas en verzorgt backing vocals, Chris Materson leadgitaar en Mark Spencer vult aan op toetsen en steelgitaar. In deze bezetting onderneemt Son Volt in juli een tournee ter promotie van het nieuwe album.

Jay Farrar richtte Son Volt in 1994 op nadat de alt.country band Uncle Tupelo uiteenviel wegens creatieve meningsverschillen tussen songwriters Farrar en Jeff Tweedy. Tweedy vervolgde zijn muzikale pad met Wilco met groot succes. Son volt bleef altijd een beetje in de schaduw hangen. Nieuwe ronde nieuwe kansen! Wilco komt namelijk ook met een nieuwe schijf in juni en komt overigens spelen tijdens Pukkelpop.

Recensie: The Decemberists – The Hazards Of Love

maart 28, 2009

De Amerikaanse indie folkpop band The Decemberists uit Portland bleven op hun voorgaande majordebuut en vierde – op een Japans volksverhaal gebaseerd concept – plaat ‘The Crane Wife’ (2007) gelukkig redelijk zichzelf, hoewel we in de vertrouwde, de geijkte paden vermijdende sound van de uitgestrekte nummers met ingewikkelde, literaire teksten veel meer progrock-invloeden waarnamen. ‘The Hazards Of Love’ (weer bij indie label Rough Trade) is een logisch en ambitieus vervolg, maar overstijgt die vorige schijf ook.

Frontman/gitarist en boekenwurm Colin Meloy schrijft eigenlijk geen songs maar vertelt uitgebreide verhalen. In dat kader is ‘The Hazards Of Love’ zijn ultieme hoogtepunt. Hij heeft naar eigen zeggen een rockopera gepend. Het is geen geheim dat Meloy er een diepgaande fascinatie op nahoudt voor de Britse folkscène uit de jaren ’60. Ook dit keer was het een inspiratiebron voor het songmateriaal. Hij struikelde ergens over het in 1966 verschenen EPeetje ‘The Hzards Of Love’ van de Britse folkartieste Anne Briggs en ontleende daar meteen de albumtitel aan.

Voor ‘The Hazards Of Love’ dus wederom een concept: 17 muzikale stukken die de affaire tussen de stadse Margaret en de bosbewoner William, en breder getrokken de troubles van de liefde centraal stellen. Laat die shuffleknop ongebruikt als je deze plaat in de speler legt (ze gaan ‘em ook alleen maar van voor naar achter live spelen). Je behoort het in één stevige zit te ondergaan vanaf de zachtjes openende ‘Prelude’ tot het warme slotakkoord van ‘The Hazards Of Love 4 (The Drowned)’. In een krap uur wordt je heen en weer geslingerd tussen flarden folk, indie en progrock (dat ’70s element is gebleven en ook verder aangedikt). Het ene moment wordt je meegezogen in (akoestische) verstilling, het de andere momenten in scheurende gitaren en lyrische uitbarstingen.

Meloy (William) kreeg vocale hulp van Becky Stark (Lavender Diamond, Margaret) en Share Worden (My Brightest Diamond, boze boskoningin), die beide een mooie en heldere goed gekozen aanvulling zijn. Ook Jim James van My Morning Jacket, Robyn Hitchcock en Rebecca Gates (Spinanes) geven de personages invulling. De minitieus uitgedachte arrangementen en melodieën zijn verrijkt met sfeervolle geluiden, van subtiel (warm orgeltje, pedalsteel met snik) en lief (kinderkoor, hemelse strijkers) naar luid (gierende Led Zeppelin riffs) en vreemd onheilspellend (krassende violen).

Producer Tucker Martine heeft er vast een flinke kluif aan gehad, echter heeft prima werk afgeleverd. Het kan ook snel far too much zijn hè. Maar het wordt geen moment eentonig of overdone. Dat is opgelost doordat nummers zonder tussenpauzes naadloos in elkaar overvloeien en thema’s telkens terugkeren. De titeltrack is bijvoorbeeld in vier afzonderlijke uitvoeringen te horen. Maar ook tekstfragmenten worden herhaald. Het voor The Decemberists weer wat hardere geluid is ook nergens té volgepropt. Er is ruimte gelaten om af en toe even adem te halen. Er is daarentegen niets echt catchy of kort gehouden, alles is vooral erg slepend. De cd vraagt nogal wat van de luisteraar.

‘The Hazards Of Love’ is het album waarvan we wisten dat The Decemberists die ergens in zich hadden. Een consistente, verhalende, volwassen, boeiende en originele plaat. Geen spul voor de Top 40, daar zijn de nummers opnieuw te lang voor en is de lading te zwaar. Meloy, je hebt geen rockopera gemaakt zoals Tommy, het is een folkprog rockopera! Het veelzijdige ‘The Hazards Of Love’ is de kroon op hun imposante oeuvre. Al denk ik wel dat de folkpop fans nu misschien af gaan haken…

SPINNER SCORE: 82/100

Verslag: Cross-Linx in muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven

maart 23, 2009

Cross-Linx is één van de meest verrassende festivals die Eindhoven rijk is. Het thema van de negende editie van het avontuurlijke één-avond-festijn – waar avant-garde pop, new folk tot postrock en nieuw klassiek elkaar ontmoeten en dat tevens Utrecht en Enschede aandoet met dezelfde line-up – is film(ische) muziek. Vrijdagavond 20 maart maken onder meer Britse componist Michael Nyman en Belgische band Zita Swoon hun opwachting in muziekcentrum Frits Philips.

Michael Nyman, de man achter de met drie Oscars bekroonde ‘The Piano’ soundtrack en vele Peter Greenaway-films, is de grootste naam op de poster. We zetelen ons dan ook lekker in een theaterstoel in de grote zaal om naar Nyman’s post-barokke minimalistische muziek te gaan luisteren. Hij zal een selectie van zijn filmische tracks brengen. De vleugel wordt geflankeerd door de twee violisten, een cellist, electrisch bassist en vier blazers die Nyman bijbestaan, in een opstelling van twee bij twee op stoelen.

Michael verschijnt statig ten tonele en neemt plaats. Op zijn teken beginnen ze te musiceren. Vreemd genoeg zit hij met zijn rug naar het publiek. Dat maakt het voor de toeschouwers wat moeilijk in de juiste sfeer te geraken, vooral als hij solo speelt. Er is namelijk niet zoveel te zien, de muzikanten focussen zich op de notenbalken en Nyman kijkt alleen naar hen. Hij staat slechts even op na een uitvoering om buigend het applaus in ontvangst te nemen. Het beste kon je dus gewoon de ogen sluiten en luisteren, want zo blijkt het duidelijkst dat Nyman erg beeldende muziek maakt. Dan trekken er wel dreigende taferelen of desolate landschappen voorbij.

Je mist een dimensie als er geen visuals worden getoond en op het podium – sober uitgelicht – niets opvallends gebeurd. Het geluid reikt ook niet tot achter in de zaal, zodat je niet in de songs wordt gezogen, af en toe schudt de knetterende trombonist je zelfs oorverdovend wakker. Heel prima gespeeld, daar niet van, maar het valt extra op dat de opbouw van Nyman’s songs vaak hetzelfde is. Van intiem klein naar groots, wild en ontsporend. Die chaotische geluidsmuren waren sonisch wel weer erg indrukwekkend.

In de kleine zaal checken we JacobTV, oftewel componist Jacob ter Veldhuis. Hij leeft zijn fascinatie voor de mediawereld in de USA uit in een combinatie van gespreksfragementen (veel gevloek, zinnen, woorden) en muziek van een 7-koppige band met harp plus live visuals van Jan Willem Looze en Jan Boiten. Het resultaat klinkt vernuftig en hypnotiserend, zoals het funky jazz nummer opgebouwd rond het begrip ‘overpopulated’. Tussen alle gigs door zijn er ook mini-optredens op onverwachte plekken, zoals backstage, de kleedkamers of trapportalen. Vooral BoyShouting en Wixel waren uiterst vermakelijk.

Zita Swoon spil Stef Camil Karlens, in een soort Pipo de clown broek, vest en hestje zonder mouwen, heeft zijn bassist, percussionist, drummer, twee madamekes op backing vocals en de nieuwe toetsenist (sinds Tom Pintens weg is) meegenomen naar de grote zaal. Ondanks die swingende opstelling wil de schwung er maar niet inkomen. Eerst gaat er wat mis met Karlens gitaar, maar overall ontbreekt het aan de passie die we van de Belgen gewend zijn. Natuurlijk wordt er goed gespeeld, na al die jaren heeft Zita swoon een niveau om op terug te vallen, maar dat extra komt maar niet.

We missen Pintens in Zita. Wellicht was het zijn rol om alles aan te sturen, nu deed Stef dat zelf. Een afleiding van zijn core business? En Pintens kenmerkende bijdrages aan de gloedvolle songs werden niet overgenomen. Wel op toetsen, niet op andere instrumenten. Daardoor klinken de 75 minuten van hun beste songmateriaal, zowel oude hits als ‘Ice Guitars’ als nieuwere van laatste platen ‘Big City’ en ‘ Big Blueville’ en het Franse chanson album, anders. Het wordt er gewoner van, niet intenser. Zita had de geest niet of moet toch iets verzinnen om Pintens inbreng beter te vervangen.

Het zag er op voorhand mooi uit, dat Cross-Linx programma, maar in de uitvoering viel het wat tegen. De kleinere acts tussendoor maakten misschien toch wel meer indruk dan de twee hoofdacts.

Gezien: Muziekcentrum Frits Philips, 20-03-2009.

Cat Stevens aka Yusuf Islam doet het met James Morrison

maart 20, 2009

Yusuf Islam, vroeger heel bekend als Cat Stevens, heeft weer eens een nieuwe plaat opgenomen. Op ‘Roadsinger (To Warm You Through The Night)’ wordt de Britse zanger en componist bijgestaan door een aantal bijzondere namen, zoals James Morrison, Michelle Branch en Holly Williams, dochter van de legendarische countryzanger Hank Williams.

Zo’n 26 jaar stond het leven van Islam merendeels in het teken van zijn religie, in plaats van zijn muziek. In 2006 was Yusuf ineens terug met het album ‘An Other Cup’. Gezien deze historie volgt ‘Roadsinger’ daar dan vrij snel op, want die verschijnt al op 4 mei.

“Ik ben zo lang weg geweest van mijn publiek. De mensen dachten dat er nooit meer een nieuwe plaat zou komen,” aldus Islam in een interview. “Ik ben terug op het punt wat ik het beste doe: plaatjes schilderen met muziek en verhalen vertellen op een erg menselijk, positief en intuïtief niveau. Ik denk zelf dat het nieuwe album in sommige opzichten de draad oppakt waar de Cat Stevens die het publiek kent hem liet liggen.”

Yusuf richt zich op zijn aanstaande schijf meer op volksverhalen. De plaat, die hij opnam in Londen, Los Angeles en Nashville, produceerde hij zelf met hulp van Martin Terefe. In januari heeft Yusuf overigens nog een covertje gemaakt van wijlen Beatle George Harrison’s ‘The Day The World Gets ‘Round’, afkomstig van zijn album ‘Living In The Material World’ uit ’73, voor het goede doel.

Bob Dylan’s nieuwe cd krijgt titel, release en hoes

maart 18, 2009

Bob Dylan’s nieuwe album, de 46ste van de 67-jarige legende, heeft een naam en release datum gekregen: ‘Together Through Life’ verschijnt op 28 april. De plaat zou ontsproten zijn uit ‘Life Is Hard’, een track die Dylan schreef voor de aankomende film ‘My own Love song’ van Franse regisseur Oliver Dahan.

Zoals de Amerikaanse singer-songwriter zelf uitlegt in een vier pagina’s tellende Vraag en Antwoord sectie op zijn site: “Het enige dat hij zeker nodig had was een ballade voor zijn hoofd karakter om zo tegen het eind van de film te zingen. We begonnen met ‘Life Is Hard’ en toen ging het album eigenlijk vanzelf een bepaalde richting in.”

Kennelijk speelt Dylan accordeon op elk nummer (!) en heeft het album – geproduceerd door Oom Bob’s alterego Jack Frost – een echte live-in-de-studio feel. Net zoals zijn laatste twee platen ‘Love And Theft’ (2001) en ‘Modern Times’ dat ook in zich hadden. Verder heeft de sound invloeden van de klassieke Chess en Sun opnames uit de jaren vijftig. “Ik houd van de stemming op die albums, de intensiteit,” aldus Dylan. “Het geluid is schoon, er is kracht en spanning. Het voelt alsof de trillingen van binnen uit je hoofd komen. Het leeft. Het blijft in je hoofd hangen als kiespijn.”

En Dylan zoekt de romantiek wat meer op in zijn nieuwe nummers, die ondertussen na een preview alweer volledig zijn ontleedt door zijn obsessieve fans. Volgens hen is de albumtitel gebaseerd op een regel uit Walt Whitman’s gedicht ‘When I Peruse The Conquer’d Fame’ en DJ Scott Warmuth denkt dat de tekst “I’m pretty sure she’ll make me kill someone” afkomstig is van David Wright’s ‘The Canterbury Tales’ vertaling. Dylan leende voor ‘Modern Times’ minstens 16 zinnen van dichter Ovid en ook vele van Henry Timrod, dus het zit er dik in dat het klopt.

Overigens is de coverfoto van ‘Together Through Life’ – genomen door beroemde New Yorkse fotograaf Bruce Davidson – een shot die tevens te zien was in Dylan’s documentaire ‘No Direction Home’ (2005). Het is ook de cover van Larry Brown’s boek ‘Big Bad Love’, een schrijver waarvan Bob claimt ‘elke woord dat hij ooit heeft gepend gelezen te hebben.” De foto komt voort uit Davidson’s Brooklyn Gang collectie uit ’59.

Dylan toert vanaf maart in Europa rond. Op 10, 11 en 12 april stapt hij het podium van de Heineken Music Hall in Amsterdam op.

Recensie: Andrew Bird – Noble Beast

maart 8, 2009

Na drie albums verscheen in 2001 ‘The Swimming Hour’, waarop Andrew Bird – nog steeds geworteld in de folktraditie – een ommezwaai naar meer pop en rock maakte. Tweede soloalbum ‘The Mysterious Production of Eggs’ (2005) werd een schitterend dromerig en hemels plaatje en hoewel opvolger ‘Armchair Apocrypha’ wat duisterder klonk werd deze ook alom bejubeld. Nu is er ‘Noble Beast’, dat Bird schreef vanuit een boerenschuur op het landgoed van zijn ouders in Illinois, eenzaam in zijn gedachten en ingeklemd door een idyllisch landschap (zoals ook op de hoes prijkt).

In zijn fantasiewereld is Bird heer en meester. De wonderlijke Amerikaan is een virtuoos multi-instrumentalist, klassiek geschoold violist, volleerd fluiter (hij bezit de gave om gefluit niet storend maar prettig te laten zijn. Net als Creedence Clearwater Revival het in zich had om een koeiebel tot een geniale aanvulling te verheffen) en een sublieme singer-songwriter. De sound is nog weidser en ‘Noble Beast’ sleept je verder binnen in de diepe krochten van zijn geest. We mogen meeliften bij de kleine ontdekkingsreisjes en hij toont ons de omgeving. Bird volgt dat pad al sinds zijn ‘Weather Systems’ in 2003, toen hij zijn band Bowl Of Fire ten ruste legde.

‘Noble Beast’ biedt niets echt vernieuwends, Andrew schudt songs zo uit zijn mouw (pende hij ergens in zijn intrigerende blogposts voor de New York Times). We luisteren naar momentopnames uit Bird’s leven. De songs liggen perfect in het gehoor, alles is op de plek waar ie wezen moet. Dat muzikale vakmanschap, dat is nou juist iets om over te (kunnen) vallen. De innovatie zit ‘em bij Bird in het uitkristalliseren van zijn al zeer eigen geluid, niet in het verrassingselement. Elk plaatje is een stapje verder in het vervolmaken ervan, een sfeervol en organisch mengsel van kamerpop, moderne folk, indierock en jazz.

De 14 songs – van opener ‘Oh No’ tot slotstuk ‘On Ho’ – hebben alles in zich wat Bird kan in overtreffende trap. Elegant wiegende liedjes die gaan van een 20-seconden sketch (‘Ouo’) naar een zes minuten durend meditatief stuk (‘Masterswarm’ – van Nick Drake naar flamenco, folk noir en Radiohead’s electronica-invloeden). Opgebouwd uit melancholiek folky vaak inkleurend vioolgestrijk en warm gefluit (meestal aan het begin en eind van een nummer), gitaargetokkel, ritmische handclaps, keys, klarinet en zijn kenmerkende delicate electronica loops. Andrew’s troostende vocalen en een onthaastende flow, zijn de grootste stap vooruit na het wat chaotische ‘Armchair Apochrypha’. Bird lijkt op een charmante kruising van Radiohead’s Thom Yorke en Paul Simon en af en toe komt meester John Cale door.

Een enkele penetrerende gitaarlick, krachtige electronica flard of beat houdt de aandacht erbij; even veer je op uit je luie ligstoel om je daarna weer dromerig en kalm terug te vleien. Het is een avontuurlijk belevenis, zowel de in balans zijnde, mooi gearrangeerde muziek als de goed gevonden, aan literatuur refererende intelligente teksten, woord spielerij en bizarre songtitels. Zoals je naar Belle & Sebastian’s woordkunstenaar Stuart Murdoch luistert die af en toe een brede grijns op je gezicht tovert, volg je eveneens Bird en zijn ingevingen, alleen gaat het Andrew nu meer om de klank van de woorden dan de betekenis ervan.

Er zijn er maar weinig zoals vreemde vogel Andrew Bird, met een compleet eigen stijl die ver boven de gemiddelde singer-songwriter uitsteekt. ‘Noble Beast’ is zijn vierde sterke soloalbum op een rij, al blijft ‘The Mysterious Production Of Eggs’ zijn mooiste en dit zijn meest coherente. ‘Noble Beast’ geeft zijn schoonheid niet zo maar prijs. Daar zijn draaibeurten voor nodig, al nestelt het zich na een eerste beluistering al wel in je gevoel. Het album eindigt met een stemmig stukje viool, dat een brug slaat naar het instrumentale, experimentelere bonusalbum ‘Useless Creatures’ (8 tracks) dat bij de Deluxe Edition van ‘Noble Beast’ wordt bijgeleverd.

SPINNER SCORE: 77/100

Recensie: M. Ward – Hold Time

maart 3, 2009

Sinds 2001 bracht Amerikaanse muzikant Matt Ward (M. Ward als artiest) zes platen uit, met deze laatste nieuwe erbij. Begonnen met verstilde lo-fi opgenomen songs bouwt hij zijn nummers – ook productioneel – steeds verder uit, daarbij het charmante onaffe in het vizier houdend. Elk album verkocht beter en elke plaat heeft tevens een eigen thema. Zo stond op de meest recente platen ‘Transfiguration Of Vincent’ (2003) obscure folkgitarist John Fahey centraal, draaide ‘Transistor Radio’ (2005) om de radio en richtte hij zich op de oorlog op ‘Post-War’ (2006).

M. Ward bereikte vorig jaar, met actrice Zooey Deschanel onder de paraplu She & Him, eindelijk zijn grootse, internationale succes. Lovende kritieken vielen hen ten deel voor ‘Volume One’, waarop Ward de fragiele, wonderschone zang van Zooey voorzag van efficiënte gitaarlicks. ‘Hold Time’ is het volgende hoofdstuk en zoektocht naar een gemene deler. Ditmaal probeert hij gefascineerd uit te vinden wat een liedje klassiek en dus tijdloos maakt.

Vooral de naar perfectie riekende, brede orkestarrangementen en zijn virtuose, inventieve gitaarspel – dat gaat van ingetogen tot zwaar bezeten – zijn speerpunten op zijn zevende schijf ‘Hold Time’ en de bindende factor. M. Ward weet de jaren ’50, ’60 en ’70 retrosound te vermengen tot zijn eigen, modernere geheel. De met mystieke fluisterstem gebrachte songs hebben invloeden van de rock ‘n’ roll zoals we die nog kennen van Buddy Holly (‘Rave On’), Beach Boy Brian Wilson klinkt links en rechts door, Phil Spector’s Wall Of Sound komt om de hoek kijken bij de folky popliedjes (die gelijken op die van She & Him) en er is afwisseling met desolate countrynummers in de stijl van The Man In Black Johnny Cash.

Naast Deschanel’s hulp heeft Matt nog meer vriendendiensten ingeroepen. Grandaddy-zanger Jason Lytle – die overigens binnenkort zelf weer met een comeback solodebuut komt – staat in ‘To Save Me’ met slechts zijn speelgoedsynth en pompende pianoklanken M. Ward zeer luidruchtig bij. De Don Gibson country & western klassieker ‘Oh Lonesome Me’ doet Matt in vraag-en-antwoord vorm met Lucinda Williams. Op zich had je die best kunnen missen, want zoveel bijzonders gebeurd daar niet mee. Echter op de plaat valt ie prima tussen de andere prachtsongs weg te moffelen.

‘Hold Time’ hoogtepunten zijn toch echt de titeltrack met ijzingwekkende strijkers en een voorzichtig cymbaaltje, de glinsterende sixties popsong ‘Never had Anybody Like You’ (met Zooey) en ‘Epistemology’, een banjo met strijkers groeiliedje dat uitmondt in verdomd aanstekelijk rocknummer met een kenmerkende tekst die een brede grijs oplevert. De roots van ‘Hold Time’ liggen dan wel in het verleden, maar M. Ward geeft ze een eigentijdse vibe mee. Ook de sfeervolle productie (door Mike Mogis, de orkestratie door Peter – Horse Feathers, Efterklang – Broderick) is weer voller dan op de voorganger, maar nergens wordt de luisteraar overladen of zorgen de extra aanvullingen voor een chaos. Hij ondernam een reis door de tijd en heeft inderdaad gevonden wat die doet stilstaan.

In onze opinie heeft M. Ward zijn beste schijf tot nu toe afgeleverd, al is hij nergens bijzonder innovatief bezig. Hoe hoog de kwaliteit al lag op de eerdere platen, deze songs overtreffen het. En dat wil heel wat zeggen…

Recensie: Beirut / Realpeople – March of the Zapotec / Holland

februari 9, 2009

Zach Condon is een beetje de Kuifje van de moderne, Amerikaanse indiemuziek. Als Beirut, met onder de arm zijn vertrouwde ukelele en trompet geklemd, onderneemt hij telkens andere avonturen. Zo reisde hij af naar het Land van de Zigeuners (op debuutalbum ‘Gulag Orkestar uit 2006), bezocht het Parijs uit de Gouden, Twintiger jaren (op ‘The Flying Club Cup’ in 2007) en voor zijn nieuwe plaat, die uiteenvalt in de twee EP’s ‘March of the Zapotec’ en ‘Holland’ (Pompeii Recordings), zocht hij de Vallei Van De Zapotecs en Laptop land op.

Het idee achter de eerste helft van dit ‘album’: Condon wilde een soundtrack maken voor een film in Mexico en raakte onder de indruk van de begrafenisbands uit de Oaxaca regio. Om de roots van die muziek te traceren toog hij naar het kleine Zapotec dorpje in Teotitlan de Valle en werkte daar – met behulp van een vertaler – samen met de 19-koppige Jiminez band aan zes tracks (Grizzly Bear’s Chris Taylor trompeteert mee op ‘The Shrew’).

Je zou denken dat ‘March of the Zapotec’ een groot verschil maakt met de voorgaande platen. Dat valt eigenlijk reuze mee, tis ietwat triestiger en donkerder. De blazers zorgen nu voor Mexicaanse invloeden waar dat voorheen Balkan folk en Franse chansons vibes waren. Banda, de traditionele blazersmuziek van Mexico, komt dan ook deels voort uit de polka muziek, die de Duitse en Poolse immigranten in de 19de eeuw overbrachten. De ‘hoempa’ is een belangrijk gedeeld aspect.

Beelden van een charmant, pittoresk Mexico doemen op in de marcherende songs: ontroosbare rouwende moeders, carnavalesque dorpspleintjes, bittere vrouwen en de dood door een banjonet. Condon weet de stijl naar zich toe te trekken en er een eigen onmiskenbaar geluid van te maken. De songs worden aan elkaar verbonden door zijn emotionele, wankele en intense croon vocalen. Super geschikt voor een Mexicaanse roadmovie waarin zo’n mariachi overlijdt. Eerste, slepende single ‘La Llorona’ is derhalve een goeie graadmeter.

Door na de eerste EP-tracks nogmaals op de play-knop te drukken, belanden we bij de tweede helft van het album. De EP ‘Holland’ (van ‘Realpeople’ – een vroege slaapkameropnames alias van Beirut) werd grappig genoeg thuis opgenomen, maar staat veel verder af van zijn doorgaanse stijl. Het zijn vijf lichte, folky electronische popschetsjes, die doen vermoeden dat Condon vroeger graag naar Magnetic Fields Stephin Merritt’s romantische synthpop luisterde.

Vooral opener ‘My Night With a Prostitute From Marseilles’ (al verschenen op een digitale release van Nathalie Portman) had zo maar uit Merritt’s oeuvre kunnen komen en de electronische arrangementen van bijv. ‘No Dice’ voelen aan als een eindeloos jaren tachtig computerspel thema. Condon verstaat de kunst van het schrijven van liedjes, maar dat komt op dit gedeelte geenszins naar boven. ‘Venice’, die met zijn waterige winterzon synthklanken met luchtige Miles Davis trompet doet denken aan Boards Of Canada, is dan het best te verhapstukken. Als de zang er in deze track inkomt, betreden we direct weer het bekende terrein van Beirut.

Laten we deze release gewoon zien voor wat het is: een – eigenlijk twee – aangename tussendoortje(s), terwijl we wachten op het volgende, volwaardige album van Beirut. Door ‘March of the Zapotec/Holland’ wordt nog duidelijker dat Condon MOET worden gevraagd voor een film soundtrack, want dat heeft ie overduidelijk in zich. Ik schat dat de loyale fans gaan voor EP 1 en de tweede snel aan de kant zullen gooien.

Fleet Foxes’ nieuwe clip en soort van solo-project

februari 6, 2009

Hoewel alle Fleet Foxes zingen, is er één Fox die we er wel voor aanzien dat hij naast de band ook het solopad gaat bewandelen. Opperbaard Robin Pecknold heeft nog geen al te duidelijke aspiraties, maar heeft in zijn eentje wel een specifieke MySpace pagina in het leven geroepen, waarop momenteel twee nieuwe songs van zijn hand te horen zijn.

Fleet Foxes’ label Sub Pop beweert dat Pecknold hier voortaan zijn coversongs gaat parkeren. Dit ehm, halfbakken soloproject dat niet echt een soloproject is, draagt de passende naam White Antelope.

Een van die twee liedjes, te weten ‘False Knight On The Road’, komt ook als bonustrack op de nieuwe Fleet Foxes 7 inch single ‘Mykonos’ te staan en wordt tevens meegenomen op de deluxe UK versie van de indrukwekkende, naar de band genoemde debuutplaat.

Het dromerige folkgezelschap uit Seattle heeft overigens de videoclip klaar voor die aankomende single ‘Mykonos’, wederom geschoten door Pecknold’s broer Sean, tevens de man achter het prachtige ‘White Winter Hymnal’ filmpje. In de vernuftige animiatie-clip voor het beste nummer van de ‘Sun Giant’ EP gaat het er wat vreemd aan toe. Origami snorren vliegen in ’t rond en papieren creaturen maken een kleurrijk, kasteelachtige vorm, die ze later ook weer kapot maken.

Je bekijkt niet alleen de clip, maar ook hoe broer Sean de video heeft gecreëerd, HIER.

Recensie: Animal Collective – Merriweather Post Pavilion

februari 1, 2009

‘Merriweather Post Pavilion’ (naar een openlucht muziekpaviljoen in de staat Maryland) is zo’n album dat net als een kermis carroussel moet blijven draaien, draaien, draaien. Omdat de meesterlijke plaat je telkens optilt, rondslingert en verdwaast achterlaat. Elke duizelingwekkende luisterbeurt onthult weer iets anders en het wordt maar mooier en mooier. Als je het negende studioalbum eenmaal hebt gehoord, wil je een tijdje niet anders dan nog een muntje halen om wéér in die carroussel te stappen. Animal Collective heeft zijn optimale, verslavende en bedwelmende draai gevonden.

De wonderlijke wereld die Animal Collective voor ons, maar ook zichzelf schept, is er eentje waar de indiefreak graag in vertoeft. Het voelt er sprookjesachtig aan, ietwat vervreemdend, echter zo intrigerend dat je er steeds dieper in wilt duiken. We worden er weer kind, betreden onontgonnen gebied, waar men avontuurlijk, experimenteel en speels is. Panda Bear, Geologist en Avey Tare (zonder Deakin’) raakten er eerder zelf ook nog wel eens de weg kwijt en bleven dwangneurotisch te lang hangen in hun creatieve uitspattingen en gefreak, echter hebben nu een genuanceerder, strakker pad gelegd zodat zij en wij minder worden afgeleid door die soms erg verwarrende, extreme gekte (´Feels´ en ´Sung Tong´).

Als je in de ‘Merriweather Post Pavilion’ landschappen rondwandelt doet de omgeving minder psychedelisch aan dan in de ‘Strawberry Jam’ contreien, al blijven uitbundige kleuren door elkaar dwarrelen en zijn de abstracte soundscapes er nog steeds, alleen duidelijker afgetekend. Het Amerikaanse collectief neemt ons aan de hand mee over een onnavolgbaar knap weggetje met 11 stops, waar we aan een opzwepend, eigenzinnig mengsel van (h)eerlijke sixties pop met een warme Beatles jas, dub, hiphop en een snufje folk worden blootgesteld, vergezeld door hemelse (samen)zang.

Het verknipte folkgeluid is uitgegumt en vervangen door originele, electronische sounds en samples, drijvend op tegendraadse over elkaar heen buitelende en nu en dan zeer heftige beats, gelardeerd in schitterende melodieën. Af en toe blijft de wereld ook hangen, in mindblowing repeterende loops en gestapelde geluidjes (‘My Girls’, ‘Guy´s Eyes’) en uitrusten en ontspannend wegdromen is er ook toegestaan (´Bluish´). De zon schijnt overdonderend in het open barstende ´In The Flowers´ en ´Summertime Clothes´ en na een grootse, waanzinnig spetterende finale (´Brothersport´) landen we weer met beide benen op de aardkloot.

Sommigen van de AC-fans haken af, want zij vonden het juist zo cool dat ze er geen bal van begrepen en met de ogen dicht konden baden in die dissonante chaos. Anderen zijn verheugd, want eindelijk kunnen zij ook voorzichtig rondwaren. Het voelt er soms nog steeds ongemakkelijk tegenstrijdig, maar alles vloeit uiteindelijk toch als water door de bergen. Ik hoopte er al op en gelukkig blijkt het ook waar: Animal Collective heeft vooralsnog Dé Plaat Van Het Jaar gemaakt. Maar het is nog vroeg, laten we elkaar aan het eind van 2009 nog even spreken of dat dan nog steeds zo is. Dikke kans van wel…

Bob Dylan zingt met Will.I.Am over Pepsi cola!

januari 29, 2009

Ondanks zijn lange, zeer gerespecteerde carrière in de popmuziek geschiedenis, wil Bob Dylan zijn muziek nog wel eens lenen aan commercials. Iets waar zo’n beroemde band als The Beatles met universele catchy songs hartgrondig voor blijft bedanken. We knijpen voor Dylan dan meestal gewoon even een oogje dicht. Maar wat de folkgrootheid nu gaat doen, daar moeten we toch onze vraagtekens bij plaatsen…

Komende zondagavond vindt de Super Bowl plaats, waar zo’n beetje alle Amerikanen hun ogen op richten. Pepsi schijnt twee tot drie minuten reclametijd te hebben ingekocht tijdens het grootste evenement. En die worden hoogstwaarschijnlijk ingevuld door Bob Dylan, die een speciaal voor de colagigant geschreven nummer gaat zingen samen met Amerikaanse rapper en producer Will.i.am!

Pepsi denkt dat het enorm aan gaat slaan, deze weird-ass combinatie, dus wil het nummer ook nog gaan verkopen via iTunes. Kennelijk heeft Pepsi tevens een tv-spot liggen van rapper Lil Wayne om een ander drankje te verkopen. Dat vinden we dan toch iets beter bij hem en hen passen, dan bij Dylan.

Zodra we beeld met geluid te pakken krijgen van de Super Bowl commercial, schotelen we het je voor. Om samen een potje te gruwelen. Bruce Springsteen zal overigens in de pauze van de Super Bowl een kort optreden geven.

Nog zo’n laagtepunt: Bob Dylan’s ondergoed commercial voor Victoria’s Secret

Het nieuwe project van American Analog Set

januari 27, 2009

American Analog Set’s belangrijkste man Andrew Kenny is een nieuw project gestart, genaamd The Wooden Birds.

Samen met Ola Podrida songwriter David Wingo, zanger/gitarist Leslie Sisson en Lymbyc Systym drummer Michael Bell heeft Kenny de afgelopen tijd hard gewerkt aan een debuutalbum.

De plaat ‘Magnolia’ verschijnt ergens in de lente bij het Amerikaanse label Barsuk en in Europa bij Morr. The Wooden Birds is tevens van plan met het materiaal te gaan toeren kort na de release.

Na ff twee songs beluisterd te hebben op Wooden Birds MySpace site blijkt vooralsnog dat het geluid van de nieuwe songs niet zo heel veel afwijkt van de sound van American Analog Set. Ietsjes meer folk, ietskes minder pop. Verwacht dus niets ècht shockerends anders…

Dave Grohl, Eddie Vedder eren Nick Drake

januari 20, 2009

Pearl Jam’s Eddie Vedder en Dave Grohl, maar ook Norah Jones en surfdude Jack Johnson en vele anderen eren de overleden, grote Engelse folkzanger en songwriter Nick Drake, door covers van zijn prachtnummers op te nemen voor een tributeplaat.

Het album verschijnt nog dit jaar via het label van Johnson, Brushfire Records. EverGreen Copyrights, de organisatie die Drake’s rechten beheert, heeft toestemming verleend. Bij het album zit ook een DVD-pakket van twee schijven.

Op een van die twee schijfjes staat iets echt bijzonders, namelijk de gehele versie van de veelbesproken video voor Drake’s ‘Black Eyed Dog’, geregisseerd en bewerkt door wijlen Heath Ledger. Daarin zien we de acteur, die een jaar geleden overleed, ‘verdrinken’ in een badkuip. Ledger maakte de film over Drake voor een multimedia-installatie, en deze is niet eerder uitgebracht.

De tragische romanticus Drake liet slechts drie albums achter vol melancholieke, schitterende songs en poëtische, fraaie teksten. Nick Drake stierf op 26-jarige leeftijd aan een overdosis antidepressiva, wel of niet bewust, is nog steeds de vraag. Dat was overigens ook de vraag bij Ledger’s dood.

Noorderslag introductie: Paulusma

januari 10, 2009

Elke week tipt Spinner twee acts die je zeker niet moet missen op Eurosonic. Vanaf deze week vissen we ook dagelijks dé Noorderslag talenten uit de muzikale pap tot aan 17 januari. Dit keer: Paulusma.

Wie? We kennen Jelle Paulusma natuurlijk als zanger van Daryll-Ann. Na 15 jaar bij de super popgroep – volgens veel kenners dé beste band van Nederland – vertoefd te hebben vond de meester-songschrijver, zanger en multi-instrumentalist uit Amsterdam-Oost het in 2004 welletjes en startte een solocarrière als singer-songwriter Paulusma.

Vorig jaar bracht hij zijn tweede soloplaat uit: ‘IRecord’ (Munich). Een album dat hij zelf omschrijft als totaal anders dan de oprechte, melancholieke en soms duistere gitaarpop op voorganger ‘Here We Are’ (2006). Paulusma is toegankelijker en intiemer dan ooit tevoren. “Het gaat van uitbundig naar heel persoonlijk en ingetogen. Het is ook een afspiegeling van een leven. Mijn leven,” aldus Jelle in een interview met 3voor12.

De voormalig Daryll-Ann frontman daalt af naar zijn eigen roerige gevoelswereld en daar is het niet altijd gezellig. Het is er broeierig, er zijn nachtelijke bespiegelingen en er is eenzaamheid terug te horen. Paulusma laveert in zijn songs van weemoedige folk naar in de jaren zestig gewortelde stekelige gitaarpsychedelica en Westcoastpop.

Waarom moet je hem zien? Muziek is voor Paulusma veel meer dan een paar rake zangmelodieën of een lekker popliedje. Hij sleurt je mee naar zijn eigenaardige universum. Jelle’s gevoelige stem is nog steeds één van de mooiste en zijn luisterliedjes hartverwarmend. En Paulusma staat niet alleen op het Noorderslag podium: hij neemt zijn zevenkoppige vriendenband mee, dezelfde jongens waarmee hij na zijn eerste album live speelde. Dat wordt vast stevig aan zijn lippen hangen geblazen, daar in de Oosterpoort.

Klik hier voor zijn website. Paulusma is te zien in de 3voor12 Zaal: van 21.00 – 21.30 uur.