Posts Tagged ‘electronica’

Recensie: Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’

november 14, 2010

Een wolk van een plaat om op weg te drijven

De nieuwe Blonde Redhead is flink wennen. Het New Yorkse trio Kazu Makino, Simone en Amedeo Pace was al bezig hun getreden pad van experimentele, sfeerrijke en melodieuze indierock met dissonante, uit de bocht vliegende gitaren te verleggen naar meer pop en elektronica. Die weg werd ingeslagen op ‘Misery is a butterfly’ (2004) en verder bewandeld op ’23’ (2007). Het zou geen verrassing moeten zijn dat achtste album ‘Penny Sparkle’ die wandel vervolgt en de grens verder opschuift. Dat was het wél voor veel fans.

Er werd gewerkt met Zweedse producers Van Rivers en The Subliminal Kid (Fever Ray). De incidentele productionele bijval van Drew Brown (Beck, Radiohead) en de eindmix van shoegazegoeroe Alan Moulder zetten de puntjes op de i. Het prachtige deluxe artwork staat voor de inhoud: het oogt sober, maar is oerend efficiënt. De songs zijn zorgvuldig, verfijnd minutieus opgebouwd. Met veel passie en bol staand van gevoel. De zin ‘Your other world (dream) is inside here’ spreekt boekdelen. ‘Penny sparkle’ klinkt alsof een kalmerend valiumpje is genomen alvorens op te nemen om in een diepe droomstaat te geraken. De trippy slowcore sfeer van ’23’ is tot in extreme vormen doorgetrokken: uitgepuurde, transparante chillout. De eerste songs dwarrelen zo voorbij.

Kazu stond nimmer zo op de voorgrond, zong nooit zo ijzig helder (haar nog donkerdere lyrics blijven vaag) en mooi. Net als Amedeo (‘Black guitar’). Ongelooflijk knap om de pracht die het oudere, typerende materiaal kenmerkt in zo’n fraaie, onderzoekende vorm te gieten. Wie de tijd neemt, merkt dat aan alles is vastgehouden. De sprankelende melodieën, het intense breekbare, het gelaagde organische. Alleen vrijwel geen gitaren en nergens een climax. De vertederende zang wordt gedragen door een spaarse, weemoedige of lieflijke, troostgevende elektronische invulling en in echo gedrenkte beats, 80’s synths en samples. Kaler, rustiger, ingetogener. Gaandeweg krijgen ze meer schwung. Vanaf halverwege het album valt het echt perfect in elkaar, die subtiele nuances. Al zijn alle songs van hoog niveau. Het betoverende ‘Love or prison’, de zweverige, trieste, beeldschone titelsong en hartbrekend schitterende ‘Spain’ zijn ware parels.

‘Penny sparkle’ is een wolk om op weg te drijven. Blonde Redhead zal er helaas not too open minded guitar fans mee verliezen. De vorige plaat had daar al last van. Wellicht krijgen ze er nu aanwas bij uit een andere hoek. Innovatie is niet altijd fijn. De manier waarop deze drie zich telkens opnieuw uitvinden valt enorm te waarderen. Dat getuigt van lef en diepgang.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Blonde Redhead
* Album: Penny sparkle
* Record company: 4AD
* Jaar: 2010
* Track list: Here sometimes / Not getting there / Will there be stars / My plants are dead / Love or prison / Oslo / Penny sparkle / Everything is wrong / Black guitar / Spain

© Cutting Edge — 14 Nov 2010
images © 4AD

Link: CD review Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’ (2010) bij CuttingEdge

Advertenties

Recensie: Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’

juli 21, 2010

Fascinerende beginsels van een glorievolle toekomst

Het New Yorkse duo Daniel Rossen en Fred Nicolaus heeft voornamelijk door Rossens andere band Grizzly Bear, met magnus opus ‘Veckatimest’ vorig jaar, muzikaal een groter belang gekregen. Maar als Department of Eagles werden de twee inmiddels ook genoeg veren in de kont gestoken. De twee albums ‘The cold nose’ in 2003 en ‘In ear park’ in 2008 bij 4AD met prachtige, elektronische homerecording indiepopliedjes werden lovend ontvangen.

‘Archive 2003-2006’ bevat sessies bedoeld om het tweede album van Department of Eagles te vormen. Er waren schijnbaar al genoeg opnames voor een schijf voorafgaand aan dat opnameproces. Op de compilatie staan zes volledige songs. Tegen het einde van hun studietijd aan de universiteit legde Rossen in de oefenruimte van de school een reeks korte pianostukken vast. Daar zijn er ook vijf van op dit album terechtgekomen onder de naamgeving ‘Practise room sketch’.

Vooral in de verfijnde, warme vocale harmonieën en de rijke, uitgebreide arrangementen horen we waar ‘Veckatimest’ zijn oorsprong heeft. ‘Sketch 1’ is zelfs een soort vingeroefening voor ‘Easier’. Rossen en Nicolaus flirten duidelijk met vintage Americana en folk evenals de ambitieuze composities van Van Dyke Parks’ ‘Song cycle’. Ze bewegen zich op een ander sonisch territorium en er is veel minder gedaan met elektronica. Opgenomen met brakke lo-fi apparatuur (door Grizzly’s Chris Taylor) is het knap dat het paar het mooi open en niet te geknutseld laat klinken.

In ‘Grand army plaza’ horen we een wankele Arcade Fire en de Beatles en Beach Boys hebben hun vocale sporen nagelaten in ‘Sketch 2’. De sketches zijn vaak schattige, sferische en bijna dwarrelende fragmenten, die het geheel luchtig en sprookjesachtig maken. ‘Flip’ met zijn staccato akoestische gitaarspel en dreigende akkoorden zet het nekvel overeind en ‘While we’re young’ barst verfrissend uit in gruizige energie en melodie en is een opvallend mooie popsong.

Misschien dat deze release wat te vroeg komt in hun korte carrière. Naar verluidt was het ook meer een beslissing van het management dan van de heren zelf deze schijf de wereld in te schoppen. ‘Archive 2003-2006’ blijkt het missende stukje van de Department of Eagles-puzzel. Het vervolledigt de collectie en het laat de muzikale levenswandel en fascinerende beginsels horen van de glorievolle toekomst. Een wondere en onaffe wereld, vol ideeën die hun ultieme creatieve vorm nog moesten krijgen maar al een ferme bak talent tentoonspreiden. Heel interessant en fijn voor obsessief diepgravend uitzoekwerk voor fans van Department of Eagles en Grizzly Bear!

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Department Of Eagles
* Album: Archive 2003-2006
* Record company: Bella Union / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Practise room sketch 1 / Deadly Disclosure / While we’re young / Grand army plaza / Practise room sketch 2 / Brightest minds / Practise room sketch 3 / Flip / Practise room sketch 4 (tired hands) / Golden apple / Practise room sketch 5

© Cutting Edge — 21 Jul 2010
images © Bella Union/V2

Link: CD review Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: The Chemical Brothers, ‘Further’

juli 18, 2010

De Bros gaan ‘further’, dat is even wennen

Op de opvolger van ‘We are the night’ gaan The Chemical Brothers terug naar hun ‘core bizz’. Geen grote namen meer als gastvocalisten, alleen singer-songwriter Stephanie Dosen verzorgt zang (en Tom Rowlands zelf her en der). Ook is ‘Further’ weer een lange mixtrack. Zonder onderbrekingen trekken de acht dance-nummers vloeiend aan je voorbij. Dj-duo Simons en Rowlands is er übersterk in en beroemd om, zo weten we van ultieme albums ‘Exit planet dust’, ‘Dig your own hole’ en ‘Surrender’ (en vooruit, ‘Come with us’).

De Bros moesten wel een andere weg inslaan op hun zevende en dat doen ze zonder overdreven opzwepende hoogtepunten. Geen enkel nummer steekt de kop boven het maaiveld uit, zoals er eerder altijd een paar tracks onherroepelijke dansvloerkrakers waren. De nummers lijken ondergedompeld in een psychedelicabad en zijn ingetogen implosief. Het lijkt telkens ergens naar op te bouwen, maar er komt zelden een beukend of verrassend crescendo. Vaak blijft het hangen in simpele beats, percussie-elementen en sample-omlijsting. Een geduldige en emotievolle opbouw zonder te ontsporen.

In opener ‘Snow’ blijft het bij wat hakkelende bliepjes en Dosen die ‘Your love keeps lifting me, lifting me higher’ mantra-achtig blijft herhalen tot het er pas halverwege het bijna 12 minuten durende ‘Escape velocity’ inhakt met beats, claps, opgestapelde vintage synthlijnen en dreinende sounds. De track golft van piek naar dal. Een stemsample leidt ‘Another world’ in, zwabberende beats en gitaarrifs transformeren tot een loungy geheel. Ook het lekkere mellow ‘K+D+B’ mag er wezen. Het zweverige, warme ‘Swoon’ (met het ronduit geile gehijg van Dosen) en het humoristische, met paardengehinnik en vocoder zang gelardeerde ‘Horse power’ zijn de smakelijkste en aansprekendste Chemical Brothers nummers ertussen, maar zijn tegelijk ook schaduwtracks van wat ze eerder uitbundiger deden.

De terugkeer naar de basis is een goede keuze, hoewel we merken toch wat meer te verlangen dan wat ‘Further’ nu biedt. Het album haalt het niveau van hun beste schijven niet, al mag gezegd worden dat deze klassiekers natuurlijk wel erg lastig zijn te overrulen en dat deze de vorige cd wel degelijk overstijgt. De Bros gaan ‘further’ dan voorheen en dat is gewoon even wennen.

Er is tevens een deluxe ‘Further’ edition met een extra dvd met visuals. De verwachting dat die een extra dimensie zou toevoegen aan de songs – de heren hebben tenslotte een reputatie – wordt niet waargemaakt. Het blijken slechts wat eenvoudige animaties bij de tracks. Leuk als achtergrond bij de live gigs waarschijnlijk.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: The Chemical Brothers
* Album: Further
* Record company: Virgin / EMI
* Jaar: 2010
* Track list: Snow / Escape velocity / Another world / Dissolve / Horse power / Swoon / K+D+B / Wonders of the deep

© Cutting Edge — 18 Jul 2010
images © EMI/Virgin Records

Link: CD review The Chemical Brothers, ‘Further’ (2010) bij CuttingEdge

Vers Bloed: Knalpot

juni 29, 2009

knalpot_msklKnalpot, oftewel het razende duo Raphael Vanoli (gitaar/casio/electronica) en Gerri Jäger (drums), brengt een ongehoord lekkere en verwoestende partij gruis, piep en knars met behulp van een berg aan instrumenten, speelgoed en andere efficiënte muzikale attributen. ‘Een brommerrace tussen Radiohead, Clark en Squarepusher vindt Knalpot dat ze maken en tjonge, die omschrijving is aardig to the point. Check it out: verse, intense impro met een eigentijdse dance en rock ‘n’ roll attitude uit onze hoofdstad.

De twee lopen al een tijdje rond in de Amsterdamse muziek scene. Beiden kwamen naar de stad om te studeren aan het Jazz Conservatorium. Twee jaar geleden leerden ze elkaar daar kennen. Knalpot werd in 2007 uit de klei getrokken, maar de muzikanten hebben een bak aan ervaring opgedaan in andere bands en diverse muzikale genres.

Gerri Jäger toerde onder meer intensief met avant-funk band Brown vs Brown. Voor zijn drumwerk in Knalpot breidde hij zijn kit uit met percussie vreemdheden als een kettingen of een melkopschuimer en bewerkt via effectendozen en bitcrushers ook dubs en loops. Vanoli liet als sessie gitarist in de jazz, rock, electronica en zelfs in klassieke setting van zich horen. Raphael stort in Knalpot zich tevens op analoge effecten. Live is hij vooral cool om naar te kijken: met zijn linkerhand bespeelt ‘ie de snaren van zijn gitaar, onderwijl met zijn rechter een cheap ass casio speelgoed toetsenbordje.

Hun muziek is een verfrissende ervaring en moeilijk om zo maar in één hokje te plaatsen. Minimale songstructuren, lage fuzzy riffs, over elkaar buitelende grooves en knallende beats, wolken van gepiep, geknars en meer ambient en noise elementen. Ergens doet de moderne sound terug denken aan de eighties, vooral die computer game aesthetica. Qua geluid hoort Knalpot in de stal van het prestigieuze Warp Records label. Maar het stomende mengsel wordt gespeeld met een razende Led Zeppelin houding.

Hun doel is om de dikste hits te creëren. Inmiddels hebben de twee sinds eind 2008 een ‘onofficieel’ album af, met daarop twee covers van DJ Aardvarck naast zeven eigen tracks. Momenteel kun je dat schijfje nog alleen via hun MySpace bestellen (of kopen tijdens gigs), want er wordt naarstig gewerkt aan de èchte debuutplaat, die binnenkort moet verschijnen. Er wordt druk gebabbeld met eventuele (grote) labels.

Knalpot toerde al door vele Europese landen. Je kunt ‘the pot’ tijdens Lowlands live tot je nemen – en alles wat je hoort IS ook live veroorzaakt – maar de speellijst groeit en groeit, want ook een optredens tijdens ZXZW aka Incubate en Rotterdam Jazz International staan te gebeuren in het najaar.

Battles’ John Stanier bespreekt nieuw album

juni 27, 2009

battles_atibajeffersonkl

Het is meer dan twee jaar geleden dat ik van mijn sokken werd geblazen door het album ‘Mirrored’ van Battles, één van de meest bevredigend ondoorgrondelijke en ronduit brutale albums van de afgelopen tijd. Sindsdien heeft de Amerikaanse band over de hele wereld getoerd, van China tot New York en Australië. En nu zijn de vier muzikanten klaar er klaar voor om een nieuwe schijf te maken. In een interview met Pitchfork vertelt geniale drummer en Helmet-veteraan John Stanier – vaak de ster op het podium met zijn torenhoge bekkens en de intensiteit waarmee hij de stokken hanteert – wat we van het aankomende album kunnen verwachten.

Eerst hebben ze nog even genoten van hun welverdiende rust na het vele toeren, hoewel Stanier een deuntje meemepte op de nieuwe The Field, maar ondertussen zijn de New Yorkers begin dit jaar begonnen met het pennen van songs voor hun tweede plaat en de opvolger van ‘Mirrored’. Ze zijn ook al het repetitiehok in Brooklyn ingedoken en afgezien van twee onderbrekingen (een tournee in Zuidoost Azië in maart en nog wat shows in Australië in mei), zijn ze er zo’n tien uur per dag noest aan het werk.

Stanier denkt dat Battles eind van de zomer, begin herfst de studio in kan om nieuwe nummers vast te leggen. Ze zoeken nog een beetje naar de muzikale invalshoek. Want een ‘Mirrored 2’ maken, dat willen ze natuurlijk niet. “Het wordt veel radio-vriendelijker, meer voor de gewone man,” grapt Stanier. “Maar serieus, wie wil zich herhalen? Voor ons is het dan zoiets als, ehm… en nou?” Er zal in elk geval gebruik worden gemaakt van nieuw apparatuur, een ‘heleboel kleine gekleurde doosjes’, voor de sound: “echte nerd shit.”

Gitarist/bassist Dave Konopka heeft al wat kleine, soort van jaren tachtig loops verzonnen aan zijn keukentafel. “Ze zijn allemaal helemaal verschillend en super simpel. Mini voedende ideetjes en dan gaat iedereen zijn eigen dingen toevoegen. Voor je het weet is het een monsterlijk wangedrocht. Bij ons komt niemand met een volledig nummer.” vertelt Stanier.

Binnenkort staan er wat shows op stapel voor Battles. Daar zullen alvast nieuwe songs worden uitgeprobeerd, voordat ze in de studio op gaan nemen. “We hebben die druk nodig. Het zou jaren duren voor het album af was, als we ongelimiteerd de tijd zouden hebben om er aan te werken. We zullen tenminste de helft van de plaat live spelen.” Cool! Dan houden wij als een debiel YouTube in de gaten…

Terwijl we op ‘Mirrored 2’ wachten, brengt Battles’ zanger/gitarist/toetsenist Tyondai Braxton een soloplaat uit op 15 september.

Plaatjes Kijken: Boards Of Canada – Music Has The Right To Children

juni 4, 2009

boc_musicrighttochildrennk

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Boards Of Canada – Music Has The Right To Children

‘Music Has The Right To Children’ is het debuutalbum van Schots (en dus niet Canadees) electronisch muziekduo Boards Of Canada (BOC) en verscheen op 20 april 1998 via Warp Records in Europa (op 20 augustus in Amerika door Matador). Hoewel BOC’s blauwdruk voor ambient luistermuziek – warme en rake retro klinkende electro-synth instrumentals met midtempo hip hop beats, af en toe wat licht scratchwerk en duistere vocaal samples – niet echt revolutionair was, sloeg ‘Music Has The Right To Children’ in als een bom.

Net als het vroege werk van Aphex Twin of Autechre (beiden op Warp) wist ook BOC hun Amerikaanse voorlopers te evenaren en een krachtige, melancholische bezieling over te brengen met hun anderszins ingewikkelde en machinaal gemaakte, psychedelische muziek. De twee broers – die afgezonderd resideren in de overblijfselen van een commune ergens diep in het bos van Schotlands Pentland Hills – creëerden een breed en gelaagd, rustgevend schilderij met uitwaaiierende, avontuurlijke soundscapes, opgebouwd uit samples die vaak letterlijk uit het leven zijn gegrepen.

Zo hoor je bijv. echte kinderstemmetjes en speeltuingeluiden voorbij komen, werden er opnames gemaakt in de natuur, zijn er subliminale en ‘omgekeerde’ boodschappen te ontwaren en verwijzingen naar religeuze stromingen en mathematische patronen. Het droeg bij aan de mystiek rondom de plaat (ze werden zelfs beschuldigd van brainwashen) die in ’98 werd bestempeld als één van de top- en doorbraakalbums in het electronische genre. De plaat veranderde ‘het gezicht’ en fungeerde als een poort voor diegenen die het genre ontoegankelijk vonden.

Marcus Eoin en Michael Sandison hielden alles in eigen hand: de opnames voor en de productie van het album en ook het artwork voor de dubbel cd en LP release (geperst bij Damont Adio Limited) werd door hen zelf verzonnen. Je krijgt in dit genre standaard vrij koele en cleane hi-tech beelden op je afgestuurd, maar juist daarom valt het artwork van deze plaat zo op. Het album is naast een innovatieve plaat wegens de warme, akoestische instrumentatie tevens een afwijkend album qua artwork. De tegenstrijdigheid in de tracks (electronisch vs. akoestisch, oftewel in de koude winter beluisteren als de zon over de bergen schijnt) wordt perfect weergegeven.

We zien een knus ogend, nostalgisch tafereel. Als je de hoes van een afstandje bekijkt denk je dat je te maken hebt met een vrolijk, nonchalant freakfolkalbum, maar de vale kleuren en zeven gezichtsloze figuren voor een vage achtergrond geven de kijker uiteindelijk toch een vrij ongemakkelijk gevoel mee. ‘Music Has The Right To Children’ is een eerbetoon aan de jeugd. De hoes en de muziek hebben een tijdloze ‘feel’. De onbezonnenheid en onschuld van het opgroeien als kind straalt door, maar dat is ook een beetje eng natuurlijk. Die gevoelens zitten verpakt in de coverfoto (waarvan we de origine helaas niet kennen). Het gekozen lettertype, een verwijzing naar de Bauhaus periode, ondersteunt het ‘lieve’ uiterlijk.

‘Music Has The Right To Children’ verscheen in 2004 opnieuw in één verpakking met het album ‘Twoism’ (de eerste officiële release van BOC uit 1995) bij PIAS. De plaat hield dezelfde albumhoes, alleen de labels waren iets anders gekleurd dan de originele persing. Van Pitchfork kreeg dit pakketje een dikke tien…

Recensie: Jack Beauregard – Everyone Is Having Fun

mei 23, 2009

jackbeauregard_everonehskNet als de onlangs besproken The Late Call zit dit Nederlands-Duitse duo in de stal van Tapete Records, dus dan weet je op voorhand al dat de muziek in de intieme in plaats van macho hoek zit.

Jack Beauregard is het tweetal Daniel Schaub (zang, gitaar) en Pär Lammers (keys, electronica). De een komt uit Keulen, de ander uit Hamburg, maar ze vonden elkaar op het conservatorium in Amsterdam. (CvA).

Waarom ze zich vernoemden naar een oude western held is niet duidelijk; Jack Beauregard schiet niet met scherp, eerder met softe kogels. Want op hun debuutplaat ‘Everyone Is Having Fun’ staan 12 dromerige en kleine liedjes die op het raakvlak tussen luchtige indie-pop en slimme, vloeiende electronica balanceren.

Er hangt een zweempje sixties, folk overheen. Nergens vliegen de songs uit de bocht, maar alleen sfeervol voortkabbelend doet het ook weer niet helemaal. Af en toe worden de beats en effecten ietsjes opgedraaid. Het zijn geen zwaar ingewikkelde nummers. Vergis je er echter niet in, er is veel aandacht besteed aan de zorgvuldig uitgevoerde, simpele, maar doeltreffende arrangementen en het open, kraakheldere geluid.

De hoogtepunten worden gevormd door het op een prachtige piano-riedel steunende met krautrock omwikkelde ‘Distance In Between’ en het licht dansbare ‘I Admit’. De akoestische en electronische stukken smelten prachtig en op een ogenschijnlijk natuurlijke, pure manier samen. De verhalende, wat sarcastisch-ironische teksten over ‘iedereen die plezier heeft’ worden gezongen met een prettig in het gehoor liggende, laidback melancholieke stem, waarin een beetje een mellow Grandaddy naar voren komt met licht snufje The Postal Service.

De nummers blijven na een paar draaibeurten boeiend en klinken soms bedrieglijk vrolijk, hoewel er onder de oppervlakte geen zonneschijn schuilt, maar hemelse, sussende melodieën. Daardoor is Jack Beauregard misschien toch wat te melancholisch en rustig voor de grote massa en juist weer te weinig wild electronisch om op die momentele golf hipsters mee te varen. Maar dat neemt niet weg dat ze een interessante, knappe debuutplaat hebben gemaakt, die zeker door velen gehoord mag worden.

Download de titeltrack ‘Everyone Is Having Fun’ via de labelsite.

SPINNER SCORE: 76/100

Plaatjes Kijken: Santogold – Santogold

april 17, 2009

santogold_coverkl

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Santogold – Santogold

De uit Pennsylvania afkomstige artiest Santi White aka Santogold aka Santigold bracht haar eerste album ‘Santogold’ (Downtown Records/Atlantic) op 12 mei 2008 uit. Er kwam een hele sterrencast opdraven – Bad Brains‘ Chuck Treece, Cliffored ‘Moonie’ Pusey van Steel Pulse, Diplo, Disco D, Freq Nasty, Naeem Juwan en XXXchange van Spank Rock, Radioclit, Sinden, Switch en Trouble Andrew – voor haar debuut, dat ze in slechts acht weken opnam. Ze bouwde haar songs op uit invloeden uit verschillende continenten zoals reggae, new wave, rock, baile funk en ska, zocht de raakvlakken en fuseerde ze creatief tot een exotisch soort pop.

Het uiteindelijke resultaat: een unieke mix van dub, electronische muziek en indie rock. Santigold’s doel met het album was om grenzen en genre indelingen te doorbreken, om het beeld van ‘zwarte vrouw zingt R&B of hip hop’ tegen te gaan. Uit de alleen maar positieve reviews blijkt dat ze dat prima voor elkaar heeft gekregen. Predikaten als ‘rauw en puur’, ‘intercontinentale glinsterende eigenzinnige pop’ en ‘muzikale toekomst’ vielen haar ten deel. ‘Santogold’ behaalde dan ook een plek in de ’50 Beste Albums van 2008′-lijst van Pitchfork en Q Magazine, en het prestigieuze blad koos de single ‘L.E.S. Artistes’ als de op één na beste single van de 100 dat jaar.

De ‘Santogold’-hoes vind je oftewel spuuglelijk (Pitchfork vond ’t één van de lelijkste van 2008) of erg tof, ik vind ‘em zelf in elk geval wel interessant om naar te kijken. Ze heeft het lef gehad om zichzelf niet al te flatteus te laten fotograferen. De meeste debuutalbums van een nieuwe vrouwelijke ster zien er toch appetijtelijk en doorgaans nogal overdone uit, niet als een arm, verdrietig en naief ogend meisje met een golf glitter (die je kunt interpreteren als kots) uit haar mond. want het moet toch snel verkocht worden. De labelmanager heeft haar daar niet toe gedwongen, ze heeft gewoon haar zin doorgedramd. Want Santi White heeft een A&R achtergrond (Epic Records), dus wist zelf donders goed waar ze mee bezig was.

Hoe het ook zij, het hoesontwerp is verzonnen door kunstenares Isabelle Lumpkin en Santi samen. Lumpkin fotografeerde en knutselde de (geknipte) onderdelen in elkaar, Santi deed het digitale photoshopwerk. Wanneer we het hoofdstukje ‘lichaamstaal’ erop nalezen, leren we dat Santogold’s pose nerveusheid verraadt. De handen in elkaar gevouwen tussen de benen gestoken een teken van het zichzelf willen beschermen.

Daar hadden overigens handboeien omheen kunnen zitten, die misschien wel zijn weg gephotoshopt? Haar – een beetje naar beneden gerichte – hoofd met de ogen omhoog in de camera starend symboliseert een kind dat naar zijn ouder opkijkt om sympathie te wekken. Ze heet Santogold (of ondertussen Santigold), dus die gouden glitterstroom is dan natuurlijk een logische verwijzing naar het achterste deel van haar naam. De albumtitel ‘Santogold’ is in sierlijk lettertype gewoon uit een stuk papier geknipt. Dat is een beetje het trademark van Lumpkin, als je haar site bekijkt, collages van knipsels. Ze heeft ook meer in die stijl voor Santogold gemaakt.

Hier verklaart Santigold de hoes zelf nader. Je ziet ook twee shots van de twee eerdere opzetten voor de hoes. Die waren dan toch minder cool voor het oog.

David Lynch regisseert nieuwe Moby-clip: bekijk ‘em

april 16, 2009

David Lynch heeft de muziekvideo gemaakt voor Moby’s aankomende, instrumentale single ‘Shot In The Back Of The Head’. Het is de eerste single van het album ‘Wait For Me’ van de electronische muzikant, dat eind juni uitkomt. Hoewel het een animatieclip is, is ‘ie vintage Lynch!

Lynch vormde zelfs een inspiratiebron voor Moby, zo is te lezen op zijn officiële website: “Ik begon een jaar geleden te werken aan het album en de creatieve drijfkracht achter de plaat was het horen van een speech van David Lynch tijdens de BAFTA uitreiking in de UK. David praatte over creativiteit en om te parafraseren, hoe creativiteit in en van zichzelf, en zonder marktdruk prima is. Het lijkt erop dat creatieve output te vaak wordt beoordeeld naar hoe goed het aan de markt voldoet…hoeveel geld ermee kan worden verdiend. Met deze plaat wilde ik dus focussen op het maken van iets waar ik van houd, zonder echt bezig te zijn met hoe het wordt ontvangen door de markt.”

Het eerste levensteken van dat album is ‘Shot In The Back Of The Head’, een dromerig, sferische track die afwijkt van de disco-boogie van ‘Last Night’ van vorig jaar. De clip van Lynch ziet eruit alsof een 8-jarig jochie tijdens handenarbeid met alleen zwarte en grijze krijtjes het storyboard van ‘Eraserhead’ heeft proberen na te tekenen. De regisseur kan je dus ook in 3 minuten en 16 seconden helemaal verdwaasd achterlaten. Spectaculair! Bekijk ‘em:

‘Shot In The Back Of The Head’ is als MP3 te downloaden van Moby’s site. Het is overigens de tweede keer deze maand dat Moby en David Lynch in een adem worden genoemd. Moby speelde onlangs ook tijdens het door de regisseur georganiseerde transcendentale meditatie benefiet ‘Change Begins Within’, waar ook Beatles Ringo Starr en Paul McCartney hun opwachting maakten.

Misschien dat Moby nog een rolletje krijgt van Lynch? Kennelijk vinden ze elkaar aardig en de Amerikaanse filmmaker heeft natuurlijk al eerder muzikanten als Sting (‘Dune’), David Bowie en Chris Isaak (‘Twin Peaks: Fire Walk With Me’) en Billy Ray Cyrus (‘Mulholland Drive’) gecast voor zijn films. Moby vertolkte recent een rol in de vampierfilm ‘Suck’, dus je weet het maar nooit.

Bekijk ‘The Making Of’ Grandaddy-frontman’s solo album

april 15, 2009

Na zo’n 15 jaar met zijn inmiddels ontbonden indieband Grandaddy bezig te zijn geweest vond frontman Jason Lytle het tijd voor een solo debuut. Inmiddels is de Amerikaan een flink eind gevorderd met de opnames.

We hebben een paar clips op de kop getikt, waarin Jason alle details over de plaat met ons deelt.

Jason speelde alle instrumenten zelf in voor ‘Yours Truly, The Commuter’, in een studio in Montana. Ook het album artwork (zie foto) is van zijn hand, en tevens heel herkenbaar als je de platen van Grandaddy kent. Het muzikale resultaat lijkt zeer waarschijnlijk ook op de wonderschone output van zijn ex-band: dromerige, electro akoestische lo-fi popsongs.

Volgens de singer-songwriter gaat het album over het ‘onderbewust’ reizen van de ene naar de andere wereld en is de plaat niet helemaal persoonlijk en autobiografisch, al mag er gezegd worden dat hij de ‘commuter is’. Lytle geeft alle nummers en titels door en geeft zijn inspiratiebronnen weer. De ene song gaat over de geest van zijn hond, een andere over het weekend, dan weer eentje over vluchtelingen kids en een andere over een wereld van geesten.

Precies weten? Bekijk allbei de clips na elkaar en laat Jason het in je oor fluisteren. De tracklist die we je eerder gaven klopt nog steeds. ‘Your Truly, The Commuter’ verschijnt op 19 mei.

Plaatjes Kijken: DJ Shadow – Endtroducing…

april 9, 2009

djshadow_endtroducingk

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

DJ Shadow – Endtroducing…

DJ Shadow oftewel Amerikaanse turntablist en producer Josh Davis, kwam op 19 november 1996 met zijn eerste volledige album ‘Endtroducing…’ op de proppen. Deze plaat en de maker zijn een belangrijk onderdeel geweest in de ontwikkeling van de experimentele, instrumentale hiphop. Shadow’s stijl is genre-overschrijdend; hij voegt elementen van de funk, rock, hiphop, ambient, jazz, soul en allerlei tweedehands plaatmateriaal samen tot een spetterend eigen geheel.

Zijn kenmerkende muziekstijl wordt vaak omschreven als triphop, hoewel DJ Shadow zelf een hardgrondige hekel heeft aan die term. De plaat heeft meer affiniteit met de scratch-hip hop dan de mc/rap hip hop, maar met name voor zijn spielerij met samples en beats wordt hij gelauwerd. Op deze tijdloze klassieker in zijn genre mixt DJ Shadow honderden samples en geluiden perfect aan elkaar. Als je leest welke nummers en fragmenten allemaal, sta je compleet versteld. ‘Endtroducing…’ kwam dan ook terecht in het Guinness Book of Records als het ‘eerste volledig gesamplede album’ in 2001.

De albumhoes is een mooie weergave van DJ Shadow’s toewijding aan de kunst van het graven naar goede, bruikbare platen voor z’n tracks. Zijn kennis van obscure albums en het samplen ervan met een MPC leidde tenslotte tot dit meesterwerk. Meneer schijnt overigens ook een van de grootste platencollecties ter wereld te bezitten, met tenminste 70.000 LP’s.

We zien een platenzaak met bakken vol langspelers, waarin een aantal mensen staan te graaien; de voorkant loopt over in de achterkant: de vage gast is Lyrics Born, die andere man is Chief Xcel van Blackalicious en die vent met de pet is Beni B van ABB Records. De winkel waar de foto werd gemaakt heet simpelweg ‘Records’ en was destijds gevestigd aan K street in Sacramento. Deze is inmiddels verhuisd naar een andere locatie, die weer te zien is op de DVD ‘Scratch’. De foto werd juist hier genomen omdat het meeste materiaal voor ‘Endtroducing…’ afkomstig is uit deze kelder.

De foto werd gemaakt door B+-fotograaf Brian Cross uit Los Angeles. Zijn beeltenissen sieren ondertussen meer dan 100 hip hop albums, waaronder op die van Mos Def, Q-Tip, Jurassic 5, Blackalicious en Eazy E. Kennelijk was het een haastklus en ook een foutje dat de foto wazig en uit focus is. Er moest snel een kiek worden geschoten, omdat ze de per ongeluk aanwezige, nieuwsgierige kat wilden vastleggen (goed kijken, dan zie je ‘em, helemaal links achterin in een open cover). Een ander geniaal detail: de Super Mario Bros poster!

B+-collega Will Bankhead heeft het hoesontwerp gecrëeerd. Mo Wax Recordings vond dat foutje wel toepasselijk en heeft de hoes zo gelaten. De wazigheid ondersteunde volgens het label ook het concept van DJ Shadow. Een grappige samenloop van omstandigheden dus. De cd-versie van ‘Endtroducing…’ is een digipack, die eruit ziet als een miniversie van de album uitgave: de cd lijkt op een zwarte LP en de verpakking is hetzelfde als een vinyl dubbelaar. In 2005 bracht DJ Shadow nog een Deluxe Editie van ‘Endtroducing…’ uit. Maar het loont zeer de moeite om de eerste persing aan te schaffen.

Beluister Xiu Xiu-frontman Jamie Stewart’s nieuwe band

april 5, 2009

Xiu Xiu-leider Jamie Stewart is niet uit de band gestapt, maar maakt wèl deel uit van een nieuw trio genaamd Former Ghosts. Naast Stewart wordt de band bevolkt door Freddy Ruppert (van het ter ziele gegane This Song Is a Mess but So Am I) en de PJ Harvey-eske vocalist Nika Roza (uit Zola Jesus).

Er staan al drie songs van Former Ghosts op hun MySpace pagina en de groep is hard aan het werk om later dit jaar een debuutalbum uit te brengen. Brits label Upset The Rhythm heeft de band kennelijk getekend. Bovendien komt er een split 12 inch uit met Felt Drawings op Monsterhaus.

Als we de drie nummers even beluisteren valt op dat het materiaal een beetje eng en ijzig klinkt. Maar dan op een goede manier: kippenvel opwekkende (hoge) zang en rare electronica geluiden. Former Ghosts kan nog wel eens een erg interessant bandje worden.

Jammer voor ons, maar Ruppert zal deze maand vast wat nieuwe songs spelen tijdens een paar shows in Los Angeles (zonder die andere twee). Laten wij hopen dat er een YouTuber in het publiek staat. Stewart gaat overigens voor het eerst in zes jaar weer eens op solo tour. Leuk (en vreemd) detail: hij verkoopt dan ook zijn zelfgemaakte chocola… Ja, hij is van vele markten thuis.

Warp Records viert 20ste verjaardag groots!

maart 27, 2009

Het Britse electronische muziek en experimentele rock onderkomen Warp Records viert dit jaar zijn twintigste verjaardag. Het prestigieuze label gaat dat heuglijke feit natuurlijk op grootse wijze luister bijzetten. Voor het eind van 2009 komt er dan ook een retrospectieve boxset uit naast een interactief ‘Greatest Hits’ album en geeft Warp een aantal toffe feestjes op drie continenten.

Het leeuwendeel van de bestaansgeschiedenis stond Warp Records vooral bekend als een IDM label, door onderdak te bieden aan bands als Aphex Twin, Autechre, Plaid, LFO en Boards of Canada. De afgelopen jaren breidde het label dat muzikale gebied uit naar meer op instrumenten gerichtte acts als Grizzly Bear en !!!.

Een van de geplande releases voor het 20-jarige jubileum is een luxe boxset met voorheen onuitgebracht archiefmateriaal van Warp’s meest geroemde artiesten. Dan krijg je zoiets als tracks met dikke drummachine beats opgevolgd door de softere tunes van bijv. Maxïmo Park? Kan erg interessant zijn, die gruwelijke tegenstelling.

Er komt ook een compilatie album aan, met tien tracks gekozen door stemmende fans. De rest wordt uitgezocht door Warp mede-oprichter Steve Beckett. Op deze speciale website kun je overigens nog steeds terecht om je voorkeur voor een bepaalde track in te dienen. Op het moment van schrijven staat Aphex Twin’s ‘Windowlicker’ bovenaan de voorlopige Top Tien, opgevolgd door Boards of Canada’s nummer ‘Roygbiv’ en ‘Atlas’ van Battles. Je kunt er tevens persoonlijke berichten en herinneringen over het nummer dat je graag op de compilatie wilt zien achterlaten. Er zit een kansje in dat je omschrijving de verpakking van de verzamelaar haalt, die in de herfst uitkomt.

Dan gaat Warp Records nog een paar coole feestjes geven in vijf steden rond de wereld. Vooralsnog is alleen bekend dat Parijs de verkozene artiesten van het label zal verwelkomen in Cite de la Musique op 8 en 9 mei. Het is een monsterlijk goeie line-up: Aphex Twin & Hecker, Pivot, !!!, Andrew Weatherall en DJ Mujava. Meer namen worden binnenkort vrijgegeven. Het andere festijn vindt in elk geval plaats in thuishaven Sheffield in augustus. Warp beloofd daarnaast ‘muziek, film en kunst installaties’ in New York (juli), Londen (september) en Tokyo (november).

Recensie: Fever Ray – Fever Ray

maart 23, 2009

‘Fever Ray’ is het eerste album van de vrouwelijke helft van de Zweedse dance-tweeling The Knife. Terwijl broer Olof in alle rust werkt aan een opera over Darwin, stak Karin Dreijer Andersson haar solodebuut in elkaar. Karen stoeide met het ruwe songmateriaal dat ze voor het grootste deel al klaar had liggen en bracht de helft ter productie naar Christoffer Berg, die alle albums van The Knife mixte. Het overige deel ging naar productieduo Rivers & The Subliminal Kid in Stockholm.

De ontstane ‘eigen’ sound is eerlijk gezegd niet zo ver van The Knife verwijderd, maar sluit juist erg nauw aan bij het derde en jongste album ‘Silent Shout’, waarmee de twee in 2006 eindelijk doorbraken in Europa. Dezelfde organische elementen die synthetisch klinken, dezelfde sinistere, onheilspellende sfeer die je gewend bent. Het is een soort samenraapsel van alles wat er al in de afgelopen albums van The Knife verstopt zit. Zelfs de vocalen, want ook Olof komt om de hoek kijken. Maar het meest wordt teruggegrepen op de moody vibe van de ‘Hannah Med H’ soundtrack die The Knife in 2003 maakte.

Destijds hoorden we nog wel een voorzichtig zoekende artieste, Fever Ray klinkt nu behoorlijk zelfverzekerd. ‘Fever Ray’ biedt volwassen songs, goed gearrangeerd, sprookjesachtig en in balans. De Knife-dancebeats blijven iets meer achterwege, waarvoor het geheel aan snelheid verliest. De songs besluipen je, in plaats dat het houserig bonkt, waardoor Karen’s vocalen (fluisterend of knauwend of hysterisch hekserig, elektronisch verdraaid, af en toe echo’s van Dead Can Dance) en cryptische teksten meer aandacht krijgen en op de voorgrond komen.

De duistere electro-ambient-klanken zijn opgebouwd uit dezelfde plastic, elektronische percussie en ijle, gekke synthsounds met dat eighties-sausje die typisch The Knife zijn. De ontwikkeling zit ‘em in fragiele en verfijnde toevoegingen. Hoor de delicate instrumenten in ‘Now’s The Only Time I Know’, de bamboefluit die door ‘Keep The Streets Empty For Me’ dwaalt of de rauwe gitaar in ‘I’m Not Done’ met helium-vocalen, de meeuwen in mooie afsluiter ‘Coconut’.

Het album lijkt hetzelfde, slepende tempo aan te houden, waardoor in eerste instantie de tracks veel op elkaar lijken. Echter blijkt er wel degelijk een nuance in te zitten door de rijke productie, iets sneller en een oceaan van rust en opbouw. Karen schept een boeiend, betoverend wereldje met een diepe, donkere ondertoon. Die tegenstelling vind je in elk nummer terug. Het mooiste voorbeeld hiervan is single ‘If I Had A Heart’, waar door huisstylist Andreas Anderson een hele mooie clip voor is gemaakt. Je waant je in een dichtgegroeid fris oerwoud, maar er hangt tegelijk een dikke dreiging in de lucht.

Erg goed gedaan dus, maar weinig echt nieuws, gewoon ’n beetje The Knife uithangen geblazen met een extra verdieping. Maar dat vinden wij helemaal niet erg. Fever Ray is te zien tijdens de komende Motel Mozaïque-editie in Rotterdam, op 9 en 10 april.

SPINNER SCORE: 75/100

Plaatjes Kijken: Björk – Volta

maart 19, 2009

bjork_volta_fronthskl

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Björk – Volta

Het zesde studioalbum ‘Volta’ (Polydor Records), de opvolger van ‘Medúlla’ (2004) van IJslandse zangeres Björk verschijnt op 4 mei 2007. Het is de eerste plaat die deze opmerkelijke dame in zijn totaliteit zelf produceerde en ze werkte voor zeven tracks samen met producer Timbaland. Bovendien schakelde ze een 14-koppig blaasorkest in van alleen maar IJslandse vrouwen, een Afrikaans koor en Malinees Toumani Diabaté. Bjork heeft een aantal podcast online gezet rond de releasedatum, waarin ze uitgebreid verteld hoe ‘Volta’ tot stand kwam. Hier check je de eerste.

Ondanks dat de twee opvallend mooie tracks met Antony Hegarty van Antony & The Johnsons en de eerste – alleen digitaal te downloaden – single ‘Earth Intruders’ het goed deden, viel deze plaat niet zo goed in de smaak bij de fans als alle andere van Björk. Ook de uitgeschreven wedstrijd dat liefhebbers een clip mochten regisseren voor het nummer ‘Innocence’, maakte de muziek niet populairder. En toch werd ‘Volta’ uiteindelijk genomineerd voor een Grammy, stond het album negen weken op één in de Billboard hitlijst en werden de eerste drie maanden zo’n half miljoen exemplaren verkocht.

De albumtitel Volta is volgens Björk voortgekomen uit verschillende betekenissen. Het is zowel de naam van de Italiaanse wetenschapper die de batterij heeft uitgevonden als de naam van een rivier in Afrika als een aangelegd meer genaamd Lake Volta.

Björk staat bekend om haar artistieke hoezen als ook haar uitbundige en extravagante kleding en innovatieve muziekstijl, maar deze albumhoes is wel de weirdste van allemaal. Je zou denken dat de beeltenis in zijn geheel is gephotoshopt, maar dat is niet waar. Dat ‘pak’ waarin Bjork verstopt zit, een soort combinatie van een Chuppa Chup lolly en zo’n typische Russisch poppetje, is een levensecht hol beeldhouwwerk van beroemde mode ontwerper Bernhard Willhelm. De kunstenaar maakte het ontwerp eerst op papier, voordat hij het in deze vorm uitwerkte.

Via het pak aan een ketting kon Björk zich staande houden, terwijl Show Studio-fotograaf Nick Knight er kiekjes van maakte. Parijse ontwerpstudio M/M heeft de uiteindelijke foto gekozen en is er vervolgens mee aan de slag gegaan. Zij besloten om de afbeelding als sticker op een signaal rode hoes te plakken. Binnen in de verpakking zien we nog foto’s van Björk in handgemaakte, uitbundig gekleurde kostuums van The Icelandic Love Corporation.

De speciale digipack uitgave van het album bevat een bonus DVD met de plaat in 5.1 surround geluid en heeft ander artwork. Hoe dat eruit ziet, bekijk je hier. Beide verpakkingen van ‘Volta’, en een dubbel vinyl uitgave, zijn nog altijd gewoon te koop.

Na 7 jaar nieuw album Kong

maart 15, 2009

Het Amsterdamse viertal Kong, in 1988 opgericht door gitarist/synth man Dirk DeVries, gitarist Aldo Sprenger, Mark Drillich (bassist/synth) en drummer Rob Smiths, maakte in 1990 het debuut met het spraakmakende album ‘Mute Poet Vocalizer’.

Door hun unieke stijl – het best te omschrijven als avant-garde met elementen van heavy metal, electronica en industrial en grotendeels instrumentaal, afgezien van de eclectische mix van samples als vocalen – en sound groeiden opvolgende albums als ‘Phlegm’ (met die vette cultsingle ‘Stockhouse’) en ‘Push Comes To Shove’ uit tot regelrechte klassiekers.

In 2001, na de release van de compilatie ’88-95′, besloot de band echter een dikke punt achter de carrière te zetten. De bandleden hielden zich vijf jaar afzonderlijk bezig, maar ex-bassist Mark Drillich kreeg eind 2006 opnieuw de smaak te pakken. Hij vroeg zijn eerdere collega’s weer mee te doen, echter kreeg van elk van hen een ‘nee’ te horen. Drillich moest op zoek naar muzikanten om aan nieuw Kong materiaal te werken.

Gitarist Tijs Keverkamp en drumdame Mandy Hopman haakten in. Begin 2008 werd er een drie songs tellende demo verspreid via hun MySpace. Het was een goed begin, zo blijkt, want daarna vond Kong een nieuwe gitarist in David Kox en toog de groep de studio in met ex-Kong gitarist DeVries achter de knoppen. Het resultaat is een gloedje nieuw studioalbum van Kong genaamd ‘What It Seems Is What You Get’ met daarop 12 tracks. Het album verschijnt op 27 maart via het eigen Kongenial-label. Daarna gaat Kong als vanouds het clubcircuit langs.

Plaatjes Kijken: Aphex Twin – Windowlicker

maart 12, 2009

aphextwin_windowlicker-epkl

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Aphex Twin – Windowlicker

Dit keer eens een EPeetje. En dan pakken we natuurlijk een lekker opruiende. ‘Windowlicker’ is een nummer van de inventieve en baanbrekende electronisch muzikant Richard David James, maar werd toch onder zijn alterego Aphex Twin uitgebracht door Warp Records in 1998. James is naast een vette naam in de electronische scene als artiest – hij begon al op 12-jarige leeftijd met muziek produceren – ook baas van acid house label Rephlex Records. Als Aphex Twin debuteerde hij in ’92 met het eerste volledige album ‘Selected Ambient Works 85-92’. De Brit ging met zijn keyboard en computer veel verder dan de ambient van Brian Eno door het fuseren van weelderige soundscapes met oceanische beats en baslijnen.

Eind jaren negentig werd James zo populair, door releases als ‘Richard D. James Album’ en ‘Expert Knob Twiddlers’ (met U-ziq), dat ‘ie zelfs door de mainstream werd geaccepteerd. Single ‘Come to Daddy’ bereikt in ’97 nog de 36ste plek in de UK hitlijst. Opvolger ‘Windowlicker’ – met naast de titeltrack de nummers ‘Equation’ en ‘Nannou’ – haalt een jaar later zelfs nummertje 16. De redelijk poppy track, opgebouwd met digitale samples en DSP technieken, worden gedraaid op MTV, gebruikt voor o.a. een Mercedes Benz spot en door ‘Windowlicker’ komt James op de cover van de NME. Het is de best verkochte single van de Britse DJ.

Dat succes had ook te maken met de controversiële hoes van de EP. Hoewel The Designers Republic normaal wat smaakvoller materiaal maakt, zijn ze toch de ontwerpers. Ze kregen de al gefotoshopte kiek aangeleverd door befaamd Britse artiest Chris Cunningham. Eén van de invloedrijkste filmmakers van het laatste decennium en geroemd om zijn innovatieve inslag en rustverstorende technologische snufjes en beelden. Perfect voor ‘Windowlicker’ uiteraard, maar hij doet sowieso veel werk voor Warp. Begonnen met de promoclip voor ‘Second Bad Vibe’ van Autechre in ’95 heeft Chris daarna een berg weirde filmpjes gefabriceerd voor bands als Squarepusher, Bjork, Portishead, Madonna en Aphex Twin.

We zien het in witte bikini gestoken, uitdagende en rondborstige lijf van een anonieme dame, met daarop het hoofd van Richard D. James, die glimlachend recht in de camera kijkt. De simpele typografie werd verzonnen door The Designers Republic. Of de hoes sexy is of juist weerzinwekkend schokkend en goor, toen de EP verscheen de twee meest gehoorde reacties, mag je voor jezelf bepalen. Hier heb je nog andere foto… een ander standje.

De hoes is eigenlijk gebaseerd op de bijbehorende ‘Windowlicker’ videoclip, ook door Chris Cunningham. Het is een tien minuten durende parodie op de Amerikaanse gangsta hiphop muziekvideo’s. Twee vuilbekkende mannen zijn in Los Angeles om te windowshoppen naar prostituees. Dan rijdt er een belachelijk lange limousine op hun zwarte Mazda Miata in, waarna ‘James’ uitstapt met twee gemorfde dames. De Franse term voor ‘Windowlicker’ is faire du lèche-vitrine, wat zich vertaald naar het likken van ramen. In het Engels betekent het een mentaal gehandicapt persoon. Iets wat Cunningham een beetje verbeeld. Tel even na hoe vaak het woord ‘fuck’ voorkomt. Abnormaal!

Nieuw festival Sonic Connections: Pop & Rock Der Lage Landen

maart 10, 2009

Er is een spetterend nieuw festival uit de grond getrokken. Uit De Brakke Grond van het Vlaams Cultuurhuis in Amsterdam (nabij de Dam, Nes 45) om precies te zijn. Het driedaagse festijn Sonic Connections biedt daar van 2 tot en met 4 april een mooie balans tussen frisse, jonge en avontuurlijke bands uit Nederland en Vlaanderen. De line-up bestaat uit het allernieuwste uit de pop- en rock scene Der Lage Landen, met de nadruk op indie, postpunk, rock, avant-garde, singer-songwriter, elektronica en opvallende gelegenheidsformaties.

Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond wordt drie dagen lang omgetoverd tot een platform voor de heetste talenten. Dat de focus bij Eurosonic op België werd gericht was natuurlijk niet voor niets, daar komt momenteel erg leuk en in het oog springend spul vandaan. En natuurlijk hebben wij ook het nodige aan hips op onze Hollandse bodem rondlopen. We mogen ons verheugen op primaire klanken van minder bekende, maar zeer beminde bands die voor even hun broedplaatsen verlaten.

Wat kun je zoal gaan zien? Het spannende programma per dag ziet er zo uit:

* Donderdag 2 april:
Louisa’s Daughter (B): Band rond afgestudeerd kleinkunst artiest Liesa van der Aa. Eerder alleen optredend met vocalen, viool en een ‘loop station’. Inmiddels omringd door ervaren muzikanten. Stoere muziek, rauw en teder tegelijk.
Les Singes (NL): Twee Amsterdamse jongeren die een hoorbare liefde tentoonspreiden voor Franse chansons. Met hun slimme, Engelstalige popliedjes geraakte het duo al in het voorprogramma van Novastar.
Motek – Do you us too V3.0 (B): Dit audiovisueel collectief maakt filmische rockmuziek, melodieus, meeslepend en bezwerend. De groep speelt vanachter projectiedoeken, waarop een zondvloed aan beelden te zien is. Na China eindelijk exclusief in ons land bij Sonic Connections.
I love Sarah (B): De gezworen kameraden Rudy Perdu (gitaren, toetsen, stem) en Jani Jani (drums, percussie, toetsen, stem) ontwrichten virtuoos elk denkbaar genre. Ze noemen het zelf Mechelse ‘muzaknoise’. Eclectisch? Neuh, eerder avant-garde met ballen!

* Vrijdag 3 april:
Ansatz der Maschine (B): Geluidstechnicus Mathijs Bertel creëert een mengsel van dromerige elektronica, viool, gitaar, sax, met een straffe samplesaus van bleeps en beats. Hij wordt live bijgestaan door drie muzikanten en betoverende visuals.
LPG (NL): Eigenzinnige, glorieus melodieuze popliedjes met meerstemmige zang en onverwachte wendingen, daarop leven deze mannen uit Hoogezand-Sappemeer. Die Nokia-commercial, het contract bij Excelsior en de lovende pers zijn uiteraard bijzaak.
boyShouting (B): Marc Wetzels fascinerende soloproject is akoestisch hypnotiserend, door merg en been elektrificerend, de bluesdemonen bezwerend. Een gitaarlijn, een ritme waarop je vooruit moet en een stem van gerafeld fluweel.
The Moi Non Plus (NL): Die kennen we ondertussen goed en prijsden we al aan: Leon Caren op drums en Bas Morsch op gitaar en zang (ook bekend van Subbacultcha) imponeren door strakke noiserock. De twee brengen een knetterend, gezandstraald experimenteel geluid voort.

* Zaterdag 4 april:
Daily Bread (NL): Ook deze drie piepjonge honden en één poëtische dame met een philicorda-orgel tipten we al: winnaar van de Kleine Prijs van Friesland en bijna van die ene Grote. Ze brengen sexy garage dance en spelen met telefoons en sambaballen de pannen van het dak.
Trixie Whitley (B/VS): Houdt zich afwisselend in Gent en New York op en trok de wereld rond als drummer, danseres en dj. Is bovenal singer-songwriter, maar ook een souldiva en waar podiumbeest: een engel met de blues.
Dijf Sanders (B) feat. Johannes Van Jet (B): Twee bevriende supertalenten uit de Gentse contreien steken de koppen speciaal voor Sonic Connections bij elkaar. Multi-instrumentalist Sanders en zanger, gitarist en motor achter The Van Jets Johannes Verschaeve, nemen Dijf’s debuutalbum ‘Homesick’ als uitgangspunt. Zijn virtuoze danspop smelt samen met Verschaeve’s vette bluesrock.
Madensuyu (B): Het duivels, tochtig werkplaatsmetaal van dit Gents duo veroverde ooit de derde plaats in Humo’s onvolprezen Rock Rally en prijkt op de soundtrack van Brusselmans ‘Ex-drummer’. Luistert lekker weg bij molotov cocktails…

Naast fiks bijleren op muzikaal gebied, kun je op 3 en 4 april tussen 14.00 en 17.00 uur ook wat workshop pop- en rockjournalistiek volgen, onder leiding van auteur en theatermaker Bart Meuleman. Deelnemers krijgen een aantal opdrachten mee, die worden uitgewerkt, en er wordt ook ingegaan op de acts die tijdens Sonic Connections staan geprogrammeerd. Het is gratis, maar je moet dan wel het festival volgen. Lijkt ons geen vervelend leerding.

Dus naar Sonic Connections in april! Volgende week lichten we er nog een paar acts voor je uit om je nog wat meer te kietelen om te gaan… Want voor je het weet sta je gewoon naar de opvolger van De Staat te kijken, of Ozark Henry. Je bent er al voor weinig bij: elke avond start om 20.30 uur en kost je 12 euro, een kaartje voor twee avonden 20 euro en voor 25,50 euro ben je drie avonden onder de pannen. Online kun je kaarten kopen via www.brakkegrond.nl en reserveren via 020-626 68 66. Via de Sonic Connections MySpace stek proef je wat bands voor.

Daft Punk maakt muziek voor sci-fi film ‘Tron 2.0’

maart 6, 2009

Het Franse electronica duo Daft Punk is door Walt Disney Pictures gevraagd om de muziek te maken voor de soundtrack van ‘TR2N’, de opvolger van hun wereldberoemde, klassieke sciencefiction film ‘Tron’, die vanaf 2011 in de bioscopen te zien moet zijn.

Het script werd geschreven door Eddie Kitsis en Adam Horowitz, bekend van de serie ‘Lost’, en geregisseerd door Joseph Kosinski. De opnames zijn momenteel in volle gang in Vancouver. Olivia Wilde en Garrett Hedlund nemen de hoofdrollen voor hun rekening maar Jeff Bridges schijnt ook mee te spelen. Hij was ook in de eerste ‘Tron’ versie te zien.

De originele ‘Tron’ uit 1982 werd door Wendy Carlos van een soundtrack voorzien, eveneens een electronica componist en muzikant, wiens ‘Switched To Bach’ album een van de eerste was met een Moog synthesizer als muzikaal instrument. Daft Punk – Guy-Manuel de Homem-Christo en Thomas Bangalter – werken aan hun soundtrack voor ‘TR2N’ in een nieuwe studio, die er speciaal voor is gebouwd.

Het is niet de eerste keer dat Daft Punk de wereld van de cinema betreedt. Bangalter schreef in 2002 de score voor Gaspar Noé’s hele enge film film ‘Irréversible’. Een jaar later werkte de twee samen met de Japanse tekenaar Kazuhisa Takenouchi aan ‘Interstella 5555: The 5tory Of The 5ecret 5tar 5ystem’. Zelf maakten ze in 2006 nog de film ‘Electroma’, maar die bevatte geen eigen muziek.

Plaatjes Kijken: Efterklang – Under Giant Trees

maart 5, 2009

efterklang_ugths

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Efterklang – Under Giant Trees

Het Deense vijftal Efterklang verbaasde vriend en vijand met hun debuutplaat ‘Tripper’ in 2004, volgend in de voetsporen van andere opkomende Scandinavische bands. Efterklang onderzoekt dezelfde muzikale gebieden als die zielsverwanten, zoals Múm, Colleen, Sigur Ros en Hood, alleen wel met een compleet eigen en volwassen smoelwerk. De band creëerde een wonderlijke wereld voor zichzelf met licht klassiek getinte knisperelectronica en akoestische folk klanken rondom fascinerend mooie, epische zanglijnen.

Na tussendoortje EP ‘Springer’, verscheen op 2 april 2007 het mini-album ‘Under Giant Trees’ (Leaf/RumRaket/Konkurrent). Het intrigerende collectief uit Kopenhagen schreef vijf tracks tijdens de tournee rondom het succesvolle ‘Tripper’ en verzamelde die op deze EP. Songs die tijdens de toer zowel door hen als door de fans als de beste nummers (hun oude live-versies althans) werden bevonden. De EP-titel verwijst naar hoe nummers net als bomen steeds groter groeien, en hoe ze, als ze geplant zijn, een eigen leven leiden. De band schotelde slechts 30 minuten aan weinig verrassende, doch opnieuw schitterende muziek voor: knarsende electronica, bombastische strijkers (door Edda en Hildur van IJslands kwartet Amiina) en blazers en feeërieke elfenzang.

Er werd door de band met de uitgevers besloten om de gelimiteerde release extra cachet mee te geven door een zeer speciale, deluxe digipack verpakking te laten ontwerpen door de Deen en mede-oprichter van de Hvass & Hannibal ontwerpstudio, Nan Na Hvass. Hij kreeg de volledige vrijheid en liet zich inspireren door de manier waarop Efterklang zijn songs opbouwt. Hij maakte een sprookjesachtige, levendig gekleurde collage van honderden, zelf gecreëerde beelden van schematische huisjes, pittoresque omgevingsdetails en ontbladerde bomen, die hij laag over laag op elkaar legde.

Hvass heeft er zo´n half jaar lang aan lopen knutselen, telkens kleine veranderingen toepassend en beelden verschuivend, tot hij tevreden was. Hij heeft zelf geen flauw benul meer hoe hij op het idee voor de hoes kwam, alleen dat hij ´veel heeft moeten rekenen´. Maar de platenmaatschappijen en Efterklang wilden nog iets ècht bijzonders toevoegen aan de luxe verpakking. Hvass kwam daarop met een magisch puzzelspel, gebaseerd op de ´Under Giant Trees´ hoes. Alle stukken zijn op vele manieren aan elkaar te leggen voor een andere beeld. Bekijk het filmpje hoe dat eruit ziet, op een nummer van Efterklang:

De hoes van ´Under Giant Trees´ bezorgde de Deense ontwerper en zijn studio een heleboel andere baantjes voor albumcovers. De albumhoes is prachtig idilisch en sluit naadloos aan op de muziek van de groep, en de magische puzzel is ook absoluut de moeite. Ook dit album is wat moeilijk te verkrijgen, gezien het een limited edition uitgave is, maar met een beetje zoeken haal je hem wel naar je toe voor niet al te veel centjes.

Recensie: Elle Bandita – Queen Of Fools

februari 23, 2009

2009 moet hèt jaar van Elle Bandita alias Ryanne van Dorst worden, onze eigen Über Rotterdamse rockchick. Van het eerste Sonic Youth-achtige bandje Coco Haely maakte ze de overstap naar de door Barry Hay bij elkaar geveegde girlband Bad Candy om vervolgens via The Riplets tot haar zelfstandige project Elle Bandita te komen. Begonnen met alleen haar 4-track tape recorder en een Flying V gitaar, bestookte Elle drie jaar lang de podia met haar opruiende mix van electronische beats, heavy metal riffs en haar spraakmakende live presentatie.

Haar solodebuut EP ‘Love Juice’ uit 2005 was niet slecht, maar nog wat pril qua stijl en veroorzaakte niet de aandacht die deze glamqueen graag zag. Er werden constant vergelijkingen getrokken met Chicks on Speed, Nina Hagen en Peaches. Dat moet allemaal anders worden met ‘Queen Of Fools’. De ‘dame’ maakte wat doelbewuste keuzes: ze mat zich een nieuw voorkomen aan (richting de Ziggy Stardust look in een nauwsluitende catsuit), verruilde haar tapedeck voor een loeistrakke band en stapte over van Tocado naar PIAS om het grootser aan te pakken.

Om haar ambities waar te maken (ze zingt niet voor niets ergens ‘I Can Do Anything’ en ‘I’m A Rockstar’) werd ook een sterrencast aan muzikale collega’s ingeschakeld: meerdere producers zoals Reyn Ouwehand (tevens bekend als componist C64 games), Billinger & Marsman en Torre Florim (zanger/songwriter de Staat, die momenteel ook de berg der succes beklimt), maar ook gasten als Joppe Molenaar (Voicst, drums) en Daan Schinkel (zZz, toetsen). Elle pakt het beste van de mannen mee, want ondertussen klinkt haar plaat meer rock ‘n’ roll met harige ballen dan die van de genoemde bands!

De 11 tracks komen vanaf nummer een en eerste single ‘Poison She’ – waar Queens Of The Stone Age invloeden hoogtij vieren – als een stoomwals over je heen. Het is doelbewuste trashy, snoeiharde punkrock met een electro randje, die vooral uitblinkt in ‘I’m Screaming’ en ‘Who’s Your Dog Now’ naast de opener. De slechts 35 minuten durende ‘Queen Of Fools’ bezorgt je een overdosis aan adrenaline. Die eeuwige vergelijkingen kunnen terug in de kast, want Elle heeft haar smoelwerk gevonden.

Ze soleert de sterren uit de jaren ’70 hemel. De gitarist/zangeres heeft duidelijk ervaring opgedaan (als Riplet en als snarenplukster bij de laatste Voicst-tournee). Dikke compromisloze electrobeats en pompend drumwerk worden snerend overschreeuwd met haar wilde vocalen. Ze heeft ook daar aan technische skills gewonnen en de emotie blijft doorklinken. De producers hebben goed werk geleverd, alle nummers hebben een vol live geluid dat een dik contrast vormt met de nog wat klungelige sound op ‘Love Juice’. Groots maar open, vaak ultrasnel, zoals The Sisters of Mercy ook klonken.

Elle Bandita heeft ondanks de harde sound toch aanstekelijke liedjes weten te schrijven met meer diepgang. Onze jongedame is muzikaal volwassener geworden, al is ze nog steeds maar 23 jaar. Dit is een duidelijke verbetering, maar of de songs al goed genoeg zijn, moet nog blijken. Want zwaar vernieuwend is het allemaal niet en vooralsnog is ‘Poison She’ de enige hit. Het steekt gewoon allemaal veel beter en lekker in elkaar en het voelt als een nieuw Elle begin. De presentatie van ‘Queen Of Fools’ is 25 februari in de Amsterdamse Melkweg en de 26ste in Rotown (Rotterdam). Bandita is er meer dan klaar voor iedereen met punkattitude te overtuigen van haar explosieve kunsten. Maar toch denken we dat plaat nummertje drie pas dé schijf wordt.

Recensie: Beirut / Realpeople – March of the Zapotec / Holland

februari 9, 2009

Zach Condon is een beetje de Kuifje van de moderne, Amerikaanse indiemuziek. Als Beirut, met onder de arm zijn vertrouwde ukelele en trompet geklemd, onderneemt hij telkens andere avonturen. Zo reisde hij af naar het Land van de Zigeuners (op debuutalbum ‘Gulag Orkestar uit 2006), bezocht het Parijs uit de Gouden, Twintiger jaren (op ‘The Flying Club Cup’ in 2007) en voor zijn nieuwe plaat, die uiteenvalt in de twee EP’s ‘March of the Zapotec’ en ‘Holland’ (Pompeii Recordings), zocht hij de Vallei Van De Zapotecs en Laptop land op.

Het idee achter de eerste helft van dit ‘album’: Condon wilde een soundtrack maken voor een film in Mexico en raakte onder de indruk van de begrafenisbands uit de Oaxaca regio. Om de roots van die muziek te traceren toog hij naar het kleine Zapotec dorpje in Teotitlan de Valle en werkte daar – met behulp van een vertaler – samen met de 19-koppige Jiminez band aan zes tracks (Grizzly Bear’s Chris Taylor trompeteert mee op ‘The Shrew’).

Je zou denken dat ‘March of the Zapotec’ een groot verschil maakt met de voorgaande platen. Dat valt eigenlijk reuze mee, tis ietwat triestiger en donkerder. De blazers zorgen nu voor Mexicaanse invloeden waar dat voorheen Balkan folk en Franse chansons vibes waren. Banda, de traditionele blazersmuziek van Mexico, komt dan ook deels voort uit de polka muziek, die de Duitse en Poolse immigranten in de 19de eeuw overbrachten. De ‘hoempa’ is een belangrijk gedeeld aspect.

Beelden van een charmant, pittoresk Mexico doemen op in de marcherende songs: ontroosbare rouwende moeders, carnavalesque dorpspleintjes, bittere vrouwen en de dood door een banjonet. Condon weet de stijl naar zich toe te trekken en er een eigen onmiskenbaar geluid van te maken. De songs worden aan elkaar verbonden door zijn emotionele, wankele en intense croon vocalen. Super geschikt voor een Mexicaanse roadmovie waarin zo’n mariachi overlijdt. Eerste, slepende single ‘La Llorona’ is derhalve een goeie graadmeter.

Door na de eerste EP-tracks nogmaals op de play-knop te drukken, belanden we bij de tweede helft van het album. De EP ‘Holland’ (van ‘Realpeople’ – een vroege slaapkameropnames alias van Beirut) werd grappig genoeg thuis opgenomen, maar staat veel verder af van zijn doorgaanse stijl. Het zijn vijf lichte, folky electronische popschetsjes, die doen vermoeden dat Condon vroeger graag naar Magnetic Fields Stephin Merritt’s romantische synthpop luisterde.

Vooral opener ‘My Night With a Prostitute From Marseilles’ (al verschenen op een digitale release van Nathalie Portman) had zo maar uit Merritt’s oeuvre kunnen komen en de electronische arrangementen van bijv. ‘No Dice’ voelen aan als een eindeloos jaren tachtig computerspel thema. Condon verstaat de kunst van het schrijven van liedjes, maar dat komt op dit gedeelte geenszins naar boven. ‘Venice’, die met zijn waterige winterzon synthklanken met luchtige Miles Davis trompet doet denken aan Boards Of Canada, is dan het best te verhapstukken. Als de zang er in deze track inkomt, betreden we direct weer het bekende terrein van Beirut.

Laten we deze release gewoon zien voor wat het is: een – eigenlijk twee – aangename tussendoortje(s), terwijl we wachten op het volgende, volwaardige album van Beirut. Door ‘March of the Zapotec/Holland’ wordt nog duidelijker dat Condon MOET worden gevraagd voor een film soundtrack, want dat heeft ie overduidelijk in zich. Ik schat dat de loyale fans gaan voor EP 1 en de tweede snel aan de kant zullen gooien.

Plaatjes Kijken: Battles – Mirrored

januari 30, 2009

battles_mirroredhskl

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Battles – Mirrored

Na drie indrukwekkend EP’s (gebundeld op één cd als ‘EP C / B EP’) verschijnt in maart 2007 het ware debuutalbum ‘Mirrored’ van het New Yorkse Battles bij het prestigieuze Warp Records, een plaat vol abstracte, experimentele, progressieve rock. Hoewel de songs linea recta ontspruiten uit de wiskundige bolletjes van de vier bandleden slaagt het album erin toegankelijk èn dansbaar te blijven. Echt moeilijk zijn de nummers – elf tracks in lengte wisselend van een tot acht minuten – nergens, echter zijn het ook weer geen aanstekelijke liedjes te noemen. Hun vernieuwende, futuristische kraut- en progrock wordt dan ook met open armen ontvangen door de alternatieve indie scene. Niet héél makkelijk te bewerkstelligen.

‘Mirrored’ biedt meer dan drie kwartier bloedstollende, opzienbarende, knappe en fenomenale muziek van meesterdrummer John Stanier (Helmet, Tomahawk) – met zijn bekken spectaculair hoog boven het hoofd en de drumkit gepositioneerd vooraan op het podium -, gitarist/toetsenist Ian Williams (Don Caballero, Storm & Stress), gitarist/bassist David Konopka (Lynx) en avantgarde solo muzikant Tyondai Braxton. Het album biedt een symbiose van intelligente, groovende en repeterende bas, gitaar, keyboard, software lijnen waar Braxton (zoon van jazzmuzikant Anthony Braxton) zo nu en dan zijn stem, gefilterd door een effect, doorheen weeft (klinkt een beetje als Alvin & The Chipmunks).

Het paradepaardje van ‘Mirrored’ is de eerste single ‘Atlas’, waarin Battles’ experimenteerdrift en toegankelijke dansbaarheid op een briljante manier samenkomen. Timothy Saccenti regisseerde de eenvoudige, maar zeer stylistische videoclip. We zien de band ‘Atlas’ spelen in een vernuftige roterende, doorzichtige glazen kubus, van twee kanten gespiegeld. De speciaal daarvoor opgebouwde set wordt door Timothy Saccenti op de gevoelige plaat gezet. Deze still kiek wordt verkozen tot de voorkant van de ‘Mirrored’ albumhoes.

Twee vliegen in één klap, maar ook duidelijk het concept wat Battles probeert neer te zetten. Alles gaat bij Battles hand in hand, van de muziek tot clip tot hoes tot podiumopstelling. Brein achter het conceptuele denken van de New Yorkse noisers en bewaker van hun eigen wereldje in design, de ‘art director’ zoals dat zo mooi heet, is bandlid David Konopka.

De gele drums en het totaalbeeld doen ons wat denken aan het drumstel op de hoes van ‘Sign ‘O’ The Times’ (1987) van Prince of ‘No Pussyfooting’ (1973) van Brian Eno en Robert Fripp. Al is er geen sprake geweest van een directe invloed, aldus Konopka. Het beeld vat volgens hem de ‘Mirrored’ stukken met mathematische loops en feedback perfect samen. Voor mij was ‘Mirrored’ dé plaat van dat jaar en hij staat bovendien schitterend in je albumkast.

Röyksopp en 2 Many DJs op Motel Mozaïque

januari 29, 2009

De negende editie van het kunstenfestival Motel Mozaïque, van donderdag 9 tot en met zondag 12 april op diverse locaties verspreid over Rotterdam, heeft een paar fijne namen aan het programma toegevoegd.

Het Noorse electronica duo Röyksopp en de Belgische Dewaele broers als 2 Many DJs komen opdraven, net als A-Trak, Riton, Grampall Jookabox, Tiny Masters of Today en de performance Mieke Maaike’s ‘Obscene Kapsalon’ van Villanella & het Geluidshuis.

Röyksopp geeft op 10 april tijdens Motel Mozaïque het enige optreden in Nederland. De twee Scandinaviërs vieren dit jaar het 10-jarig bestaan en brengen eind maart hun derde studioalbum ‘Junior’ uit. Röyksopp zal dat materiaal live spelen in Rotterdam.

Stephen en David Dewaele bewerkten afgelopen december de helft van West-Europa met hun SoulwaXmas-event dat onder meer in een uitverkochte Maassilo in Rotterdam stond. Ze traden samen met bevriende muzikanten als Tiga en Justice op, maar ook als Soulwax en als het dj-duo 2 Many DJs. In die laatste gedaante staan ze op zaterdag 11 april op Motel Mozaïque. Het bekendste wapenfeit van de Gentse trots is het mash-up album ‘As heard on Radio Soulwax, pt. 2’.

The Whitest Boy Alive, …And You Will Know Us By The Trail Of Dead, Nina Kinert, Health, Noa Babayof, Handsome Furs, ‘The Smile off Your Face’, ‘Uw Koninkrijk Kome’, Schil, Ilse van der Laan en meer stonden al op het affiche. Er volgt binnenkort nog een aantal. Het festival biedt jaarlijks een combinatie van muziek, beeldende kunst en theater, gidsentochten en de mogelijkheid om op kunstzinnige wijze te overnachten in de stad. De kaartverkoop is al gestart.

Telefon Tel Aviv’s Charlie Cooper overleden

januari 28, 2009

Godsamme, we worden er zo niet vrolijker op… Eerst al het verdrietige nieuws dat Club Diana frontman Marcel Brand zijn eigen leven nam afgelopen zondag. Nu weer het treurige bericht dat Charlie Cooper, de ene helft van electronisch duo Telefon Tel Aviv uit New Orleans/Chicago, vorige week donderdag 22 januari plots overleden is. Slechts twee dagen nadat het vierde album ‘Immolate Yourself’ verscheen. Cooper is slechts 31 jaar geworden.

Cooper’s Telefon Tel Aviv partner Joshua Eustis schreef gister een emotionele en openhartige herdenkingstekst op hun MySpace site over hem, zijn vriend sinds de middelbare school: “Buiten Charlie’s genialiteit en muzikale talent, was hij een schat van een vent, een liefdevolle vriend en vertrouwenspersoon van vele mensen.”

“Zijn muzikale vakmanschap werd alleen overtroffen door zijn grotere cadeau aan de wereld – zijn warmte, vrijgevigheid, zijn onverzadigbare humor en zijn eindeloze loyaliteit aan degenen waar hij van hield. Hoewel ik er, in de geest van de respectabele herinnering, aan toe moet voegen dat hij een geweldige schoenenverzameling had, zijn kennis van hip hop grondig was en zijn kennis over wijn subtiel.”

Volgens Eustis’ post laat hij zijn ouders, zusje, neef en ‘meer aanbiddende vrienden dan het universum donkere materie bevat’ achter. Er is nog geen doodsoorzaak bekend.

  • Download: Telefon Tel Aviv, ‘Helen Of Troy’ (MP3)
  •  

    Band van de Week: Animal Collective

    januari 20, 2009

    Het heerlijk eigenzinnige Animal Collective uit Brooklyn/Baltimore is altijd al een productief gezelschap geweest. Zo’n beetje elk jaar sinds het ontstaan negen jaar geleden verschijnt er wel iets intrigerends. Deze week komt de nieuwste plaat ‘Merriweather Post Pavilion’ uit, waar met extreem hoge verwachtingen naar wordt uitgekeken.

    Al vrienden en muzikale partners sinds ’92, beginnen kernleden Avey Tare (aka David Porter) en Panda Bear (aka Noah Lennox) in 2000 een samenwerking met als doel de popmuziek meer in de richting van sonische experimenten te bewegen. Het eerste album ‘Spirit They’re Gone, Spirit They’ve Vanished’ verschijnt onder de naam Avey Tare & Panda Bear op eigen label Animal, maar wordt toch gezien als de eerste Animal Collective release. Met de komst van Geologist (Brian Weitz) en Deakin (aka Conrad Deaken) beginnen de vier in wisselende formaties op te treden onder de paraplu Animal Collective.

    Op alle albums en EP’s die in razend tempo en via verschillende labels en distributeurs de wereld in worden geschopt, zoekt de tegendraadse band naar een muzikale, vervreemdende uitdaging. ‘Danse Manatee’ (2001, Catsup Plate) opgevolgd door live album ‘Hollinndagain’ (2002, de debuut toer met Black Dice), ‘Here Comes the Indian’ (2003, eigen label Paw Tracks) waarmee ze begonnen op te vallen in de indie community en tenslotte ‘Campfire Songs’ (2003, Catsup Plate); een kampvuursessie op minidisc. FatCat wordt hun Europese sponsor en brengt de eerste twee albums opnieuw uit.

    De muziek gaat van moeilijk te doorgronden geluidscollages (geflipte electronica) tot weirde ballads, wilde freakfolk songs tot euforische Beach Boy-pop, en tribal ritmische uitspattingen en noise uitbarstingen. De geniale gekken laveerden van psychedelische tracks en extatische gekkigheid naar bijzonder mooie melodieuze trips. Pas bij album vijf wordt op aandringen van de platenmaatschappij de naam Animal Collective voor vast aangenomen. Elk levensteken van de groep is een stapje vooruit in geluid en ontwikkeling en de sound wordt ook telkens wat toegankelijker.

    In 2004 komt ‘Sung Tongs’ uit, een mysterieus, fragiel maar ook melodieus album, dat een al een groter publiek weet te bereiken en de weg vrijmaakt voor diverse tournees. De ‘Prospect Hummer’ EP, een samenwerking met folkheldin Vashti Bunyan, is er in 2005 opgevolgd door album ‘Feels’ in oktober datzelfde jaar. Een uitgebreide Europese tournee volgt. Na de EP ‘People’ eindigt de deal met FatCat en raakt Domino Records geïnteresseerd. De groep tekent en met ‘Strawberry Jam’ (2007) en de pakkendere songs geraakt Animal Collective zelfs in de Billboard hitlijst. In 2008 verschijnt nog de EP ‘Water Curses’ als tussendoortje.

    Met de aanstaande release van het van tevoren al onder superlatieven bedolven achtste studioalbum ‘Merriweather Post Pavilion’ op 20 januari moet dit hèt jaar van Animal Collective worden. Het negende plaat in slechts negen jaar tijd is naar verluidt een duizelingwekkend hoogtepunt in de nooit ophoudende progressie van Animal Collective tot op heden. Animal Collective staat op 17 maart in Paradiso. Dit keer de grote zaal, want men verwacht wat. Misschien hoor je daar overigens geen nieuwe songs, maar nog nieuwere songs, want Animal Collective is iedereen altijd een stapje voor. Ze zitten vast allang weer met hun hoofd bij een volgend album.

    Plaatjes Kijken: Thom Yorke – The Eraser

    januari 8, 2009

    thomyorke_theeraserhskl

    Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

    Thom Yorke – The Eraser

    Op 11 mei 2006 voegt Thom Yorke, zonder uitleg, de weblink theeraser.net toe aan de officiële site van Radiohead. Twee dagen later stuurt de frontman van de Engelse experimentele pop/rock band een mailtje rond aan diverse band fansites, waarin hij bekend maakt dat hij een album aan het maken is: de plaat wordt geproduceerd door Nigel Godrich en zou songs met meer beats en electronica bevatten, geschreven en ingespeeld door Yorke alleen.

    Toen dat nieuws bekend werd hielden de indie kids even hun adem in van verwachting: een solo album van Radiohead’s frontman, één van de populairste groepen van het moment. Al is ‘The Eraser’, ook volgens Yorke, geen ècht solo album. Twee songs, de titeltrack en ‘Black Swan’, gebruiken samples gemaakt door andere Radiohead leden. Thom werkte tevens al sinds 2000 aan de diverse tracks, waarvan enkele ook grove ideëen of klanken waren voor bandalbums, die een plaat wel of niet hebben gehaald.

    ‘The Eraser’, die op 10 juli ’06 verscheen, bleek een groot succes. Sommigen geven zelfs de voorkeur aan dit album boven de releases van Radiohead. De plaat belandde op nummer drie in de UK album hitlijst en op twee in de Billboard 200. ‘The Eraser’ werd bovendien genomineerd voor de prestigieuze Mercury Music Prize en de Grammy Award voor Beste Alternatieve Muziek Album in 2007.

    De kartonnen hoes van ‘The Eraser’ is gecreëerd door Britse kunstenaar Stanley Donwood, net zoals het artwork voor alle Radiohead releases, een oude schoolvriend van Yorke. De cover is een reproductie van zijn gigantische, uit linoleum handgesneden prints genaamd ‘London Views’ uit ’95, die samen een middeleeuwse, apocalyptische overstroming van Engeland’s hoofdstad portretteren. Elk van de 14 panelen is 75 cm breed en 140 cm hoog, in zijn geheel zo’n 12 meter lang. Op de albumhoes zien een man met een zwarte hoed en een regenjas, een imitatie van King Canute, die probeert en faalt de oceaan terug te commanderen. In het begeleidende boekje zien we rond hem gebouwen zoals de Big Ben instorten en andere panelen.

    Het grafische ‘The Eraser’ ontwerp van Donwood, met zijn meesterlijk gebruik van negatieve ruimte en ingewikkelde lijnwerk, lijkt op niets wat je al in de kast had staan. Net zoals het innovatieve album ook klinkt als geen enkele andere plaat in je kast, eigenlijk.

    Plaatjes Kijken: Kraftwerk – Autobahn

    oktober 30, 2008

    kraftwerkautobahnhskl
    Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

    Kraftwerk – Autobahn

    In 1970 brachten Ralf Hütter en Florian Schneider-Esleben nog als Organisation het album ‘Tone Float’ uit. Een half jaar later werd de naam veranderd in Kraftwerk. Hoewel het tweetal zich aanvankelijk concentreerde op de avant-garde muziek, werd de focus al snel gelegd op elektronica en krautrock en het maken van eigen elektronische instrumenten zoals bijzondere drummachines waar Schneider patenten op heeft.

    Tussen 1970 en 1973 kende de Duitse band wisselende bezettingen. Na de release van derde (instrumentale) schijf ‘Ralf + Florian’ vormde de bekende line-up zich in ’74: Hütter, Schneider, Karl Bartos en Wolfgang Flür en ietwat later erbij gekomen Klaus Röder. De doorbraak voor Kraftwerk kwam datzelfde jaar met de plaat ‘Autobahn’, waarop voor het eerst een Minimoog te horen was, zeker voor die tijd een waanzinnig prijzig apparaat.

    De 22 minuten tellende titeltrack en de legendarische hoes moesten het hypnotiserende gevoel van het rijden over de snelweg uitademen: van het oerendhard over de weg scheuren, tot het tunen van de autoradio en de saaiheid van een langere reis. De single en openingssong, teruggebracht tot 3 minuten voor airplay, belandde wereldwijd in de hitparades en was een duidelijk teken dat de synth niet meer weg te denken was uit de muziek.

    ‘Autobahn’ – overigens geen totaal electronisch album want er is tevens viool, fluit, gitaar naast de synths te horen – bevat als enige van de vijf tracks ook (vocoder) vocalen. Die werden speciaal geschreven door Emil Schult, een vriendje van Ralf en Florian, maar hij was ook de kunstenaar die het schilderij voor de originele Germaanse hoesversie (Philips Redords) heeft gemaakt.

    Er is nog een unieke cover verschenen van ‘Autobahn’, alleen bedoeld voor de UK release en gemaakt door de marketingafdeling van het Vertigo label, die de ambiance net zo goed weet te vatten. Beide zijn inmiddels redelijk prijzig om aan te schaffen, beter is om de Mercury/EMI/Warner Bros./Parlophone re-releases te kopen dan, maar staan voor een belangrijk stukje muziekgeschiedenis! ‘Autobahn’ was tevens de eerste in de lange rij van Kraftwerk’s conceptalbums, die de Duitsers zijn blijven maken tot en met 2003 en geroemd om worden.