Posts Tagged ‘country’

Recensie: The Black Riders, ‘The guns are rested’

juni 20, 2010

De zwarte rijders hinken op drie benen

De chemie tussen de Oostenrijkers Ben Martin en Michael Prowaznik was al duidelijk bij hun eerste ontmoeting als sidemen bij Esteban’s (soloproject van Garish-bandlid Christoph Jarmer). Tijdens soundchecks en bij repetities ontstonden de eerste songfragmenten, die werden uitgewerkt en opgenomen voor The Black Riders’ debuutalbum ‘The guns are rested’. Alle songs zijn live in de studio ingespeeld en met slechts wat overdubs op cd gegooid.

In een bekend rock-‘n-roll concept – een bezetting van gitaar, zang en drums – wordt er een potje gerockt met een country- en westerninslag. Als je Ben Martins fragiele solowerk of electropopvehikel I Am Cereals kent en weet dat hij klassiek geschoold en jazzgitarist is en Prowaznik een gerenommeerd jazzdrummer, ben je verrast hoe rauw, bluesy en luidruchtig de twee klinken.

De droge productie vangt de levendige energie die The Black Riders uitstoten in de uptemponummers. In blues gedrenkte rock met de pedaal geloopte distorted baslijnen en wervelend, groovend slagwerk. Opener ‘Chasing rabbits’ zet de vettige, ronkende toon en ‘Reflect your behaviour’ vlamt door met een psychedelische, gevaarlijke uitwaaiering met onderbuikgevoel. In de titelsong kabbelt een verhalend bluesriffje voorbij met steady seventies gitaaruithalen op een rustige slag, kietelt een postrockriffje sfeervol de oren en zingt de stem van Martin lijzig en verleidelijk. ‘The ambush’ bluesrockt weer als een dolle.

Dan ineens een melodieuze popsong, een lyrische ballade nog wel (‘The buzzard’), opgevolgd door een nog tragere bluesballad (‘Wait for your arrival’). Het zakt in en kabbelt verder in ‘The home in your heart’. Ook al zit het instrumentale ‘Freight train symphony’ knap in elkaar, ze raken de aandacht kwijt.

Het album hinkt op drie benen. De bluesrocksongs zijn best lekker, al zijn ze nergens vernieuwend. De poppy songs (met ‘On The Horizon als beste met naar The Edge neigende riff) zijn goed gepend en behept met enige hitpotentie, maar ons inpakken, neuh. De instrumentals scheppen een plezierige, experimentele ambiance, maar meer ook niet. Omdat alle songs gejamd klinken, duren ze vaak net wat te lang om het spannend te houden.

We merken dat The Black Riders het wel degelijk in huis hebben, muzikaal en technisch. En we begrijpen de combi wel, maar een doeltreffende keuze is nodig voor een optimale tweede plaat en het overstijgen van de middenmoot. Richt je op de vette bluesrock of overtuigende popsongs, ga de diepte in, hou het kort(er)! Het lijkt potdorie wel bandcoaching, maar die gedachte dringt zich simpelweg op … Aardig begin.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: The Black Riders
* Album: The guns are rested
* Record company: Violet Noise Records
* Jaar: 2010
* Track list: Chasing rabbits / Reflect your behaviour / The guns are rested / The ambush / The buzzard / Wait for your arrival / The home in your heart / Freight train symphony / On the horizon / Overnight express / The manifest / Apache avalon

© Cutting Edge — 20 Jun 2010
images © Violet Noise Records/Hoanzl

Link: CD review The Black Riders, ‘The guns are rested’ (2010) bij CuttingEdge

Advertenties

Recensie: Bonnie Prince Billy – Beware

april 4, 2009

Mijn verwachting ten aanzien van de nieuwe plaat van Bonnie Prince Billy aka Will Oldham was hoog. De hoes met dat karakteristieke bebaarde hoofd in ’t wit tegen de donkere ondergrond lijkt een beetje op de zwartgallige alt.country klassieker ‘I See A Darkness’ uit 1999 en de Amerikaan kondigde deze plaat aan als zijn meest ambitieuze project. Maar de titel zegt het eigenlijk al, ‘Beware’. Ik kreeg nou niet direct waar ik op had gehoopt.

Dat is tegelijk ook weer de uniekheid en charme van de overproductieve Oldham, die immer in andere gedaantes kruipt en al 20 jaar lang elke 12 maanden wel minstens een album, EP, mini-LP of samenwerking in de Amerikaanse muzikale traditie op ons loslaat. Er staat ook op bijna elke schijf wel iets wat de moeite meer dan waard is.

Bonnie Prince Billy dompelt zich op ‘Beware’ onder in de zwaar authentieke country. Met van die ouderwetse, jankende steelgitaar klanken, snik in de stem en een ondersteunend (soulvol gospelig) koortje. De alt. is er vanaf gevallen. De traditionele cliché-Nashville aanwijzingen waren er al op ‘Lie Down In The Light’ (2008), dat wordt nu in overtreffende trap doorgetrokken. Zodanig, dat beelden van linedancende cowboys opdoemen of schommelende paardenkonten die richting de gloeiende zon stappen.

Er is eindelijk een plaat verschenen van de geniale, melancholieke man die ik niet helemaal trek. Om dat zeker te weten kwamen er nogal wat draaibeurten aan te pas. Gewoon omdat ik niet kon geloven dat het 20 euro ct muntje maar niet wilde vallen. Want alle kenmerken van de heer Bonnie Prince zitten er toch in: dat slepende emotionele, de krachtige teksten, het minimale gitaarspel en de intense, wankele zang. Die lo-fi klagerigheid en triestheid van hem, daar houd ik nu juist zo van en velen met mij. Diegenen moeten echt ff wat moeite doen dit keer.

Die momenten zijn op ‘Beware’ sporadisch. Blijkt dat je voor het eerst héél diep moet graven in de gelaagde sound. De rijke orchestratie – door geschoolde jazz muzikanten waaronder Jon Langford, diverse zangeressen en ex-frontman van punkband The Mekonsis minitieus uitgedacht en ingezet. Billy heeft aanvullingen in fluit, blazers (Calexico trompetjes en saxofoon!), trekharmonica, strijkers en exotische instrumenten als trommeltjes en xylofoon opgezocht. Op zich heel goed gedaan en mooi sfeervol warm, afgezien van die oudbollige steel die er te nadrukkelijk doorheen snijdt. Moet ik er wel bij zeggen dat ik dat instrument sowieso doorgaans niet nodig en irritant vind.

De productie is tot in de punten verzorgd en vol. Af en toe komt er nog een desolater en basaler kleiner liedje voorbij zoals ‘There Is Something I Have To Say’ dat slechts steunt op een gitaar en achtergrondkoor. Qua zang is Bonnie echter rasse schreden vooruit gegaan, luister maar eens naar ‘Afraid Ain’t Me’ waar hij voluit gaat. Hij klinkt ineens zo wijs en volwassen. Hij heft dan ook het vingertje in de teksten, om te vertellen wat hij vindt.

En toch weet ‘ie je hart toch weer ergens een beetje te breken. Laten we zeggen, een haarscheur te veroorzaken. Zoals met wiegeliedje ‘Death Final’ of ‘Heart’s Arms’, hartezeer-gedweil ten top met een mysterieus cello-begin, een aanzwellend koor dat stilvalt om plaats te maken voor de trieste tekst ‘Why don’t you like me anymore’. De liefhebbers van de Nashville-sound kunnen hun hart ophalen. De fans van de oude Billy moeten oftewel geforceerd zoeken of gewoon een vroege plaat opzetten. Dit keer weinig grote uitschieters. Het ligt er dus maar net aan, waar je voor gaat. Ik wacht wel op de volgende releases. Want die komen er en dan kan het zo weer omslaan. De liefde is ondanks ‘Beware’ natuurlijk lang niet over…

SPINNER SCORE: 76/100

Recensie: Lay Low – Farewell Good Night’s Sleep

maart 14, 2009

Lay Low komt uit het prachtige, uitgestrekte IJsland, maar maakt geen muziek in de atmosferische fantasiestijl van Sigur Rós of aapt de experimentele sound van Björk na. Nee, je moet toch echt denken aan Johnny Cash en dan vooral zijn eega June Carter! Want de 26-jarige jongedame Lovísa Elísabet Sigrúnardóttir, die opereert onder de naam Lay Low, heeft een album gemaakt dat zo maar uit een studio in Nashville had kunnen komen.

Dat is wel ff moeilijk te bevatten, want bij IJsland denk je niet direct aan country. Eerder aan sprookjesachtige elfjes en kabouters zoals Anton Piek ze tekende. Wel een verrassende stap na haar debuutalbum ‘Please Don’t Hate Me’ van twee jaar geleden, dat vooral gestoeld was op de blues en folk. Country, hoewel alle ingrediënten in de vorm van een banjo, steelgitaar, wollig orgeltje en een melancholieke snik wel aanwezig zijn, vat Lay Low’s muziekstijl ook niet helemaal samen. Het zijn eerder nachtclub jazzy-achtige easy listening songs met nadrukkelijke, authentieke country-vibes, gezongen met zwoele en tegelijk lieflijke stem.

Zo had het poppy toegankelijke nummer ‘By and By’ had niet misstaan op Emiliana Torrini’s doorbraakplaat ‘Me and Armini’. De hoogvlieger tussen de 11 tracks is echter de intense tranentrekker ‘The Reason Why My Heart’s in Mysery’, een cover van Lefty Frizzell), maar ook het titelnummer en ‘Days Have Been’ blijven goed in de bol hangen.

Sigrúnardóttir nam het album met behulp van een aantal Engelse studiomuzikanten, waaronder pedalsteelgitarist BJ Cole, op in de analoge Toe Rag Studios in Londen. Voor de White Stripes-fans onder ons niet onbekend. Het album is dan ook prachtig mooi, warm en open geproduceerd. Lay Low fluistert bijna in je oor. Daar ligt het dus niet aan dat ‘Farewell Good Night’s Sleep’ een beetje aan je voorbij trekt. De brave songs zijn prima opgebouwd en sfeervol, maar hebben weinig eigen smoelwerk of avontuur in zich. We hadden toch graag een wat opvallendere identiteit door horen klinken.

Lay Low’s poezelige kleine meisjes vocalen en oprechte songs wiegen je langzaam in slaap. Goed om op te zetten als dromerig behangetje.

SPINNER SCORE: 68/100

Recensie: M. Ward – Hold Time

maart 3, 2009

Sinds 2001 bracht Amerikaanse muzikant Matt Ward (M. Ward als artiest) zes platen uit, met deze laatste nieuwe erbij. Begonnen met verstilde lo-fi opgenomen songs bouwt hij zijn nummers – ook productioneel – steeds verder uit, daarbij het charmante onaffe in het vizier houdend. Elk album verkocht beter en elke plaat heeft tevens een eigen thema. Zo stond op de meest recente platen ‘Transfiguration Of Vincent’ (2003) obscure folkgitarist John Fahey centraal, draaide ‘Transistor Radio’ (2005) om de radio en richtte hij zich op de oorlog op ‘Post-War’ (2006).

M. Ward bereikte vorig jaar, met actrice Zooey Deschanel onder de paraplu She & Him, eindelijk zijn grootse, internationale succes. Lovende kritieken vielen hen ten deel voor ‘Volume One’, waarop Ward de fragiele, wonderschone zang van Zooey voorzag van efficiënte gitaarlicks. ‘Hold Time’ is het volgende hoofdstuk en zoektocht naar een gemene deler. Ditmaal probeert hij gefascineerd uit te vinden wat een liedje klassiek en dus tijdloos maakt.

Vooral de naar perfectie riekende, brede orkestarrangementen en zijn virtuose, inventieve gitaarspel – dat gaat van ingetogen tot zwaar bezeten – zijn speerpunten op zijn zevende schijf ‘Hold Time’ en de bindende factor. M. Ward weet de jaren ’50, ’60 en ’70 retrosound te vermengen tot zijn eigen, modernere geheel. De met mystieke fluisterstem gebrachte songs hebben invloeden van de rock ‘n’ roll zoals we die nog kennen van Buddy Holly (‘Rave On’), Beach Boy Brian Wilson klinkt links en rechts door, Phil Spector’s Wall Of Sound komt om de hoek kijken bij de folky popliedjes (die gelijken op die van She & Him) en er is afwisseling met desolate countrynummers in de stijl van The Man In Black Johnny Cash.

Naast Deschanel’s hulp heeft Matt nog meer vriendendiensten ingeroepen. Grandaddy-zanger Jason Lytle – die overigens binnenkort zelf weer met een comeback solodebuut komt – staat in ‘To Save Me’ met slechts zijn speelgoedsynth en pompende pianoklanken M. Ward zeer luidruchtig bij. De Don Gibson country & western klassieker ‘Oh Lonesome Me’ doet Matt in vraag-en-antwoord vorm met Lucinda Williams. Op zich had je die best kunnen missen, want zoveel bijzonders gebeurd daar niet mee. Echter op de plaat valt ie prima tussen de andere prachtsongs weg te moffelen.

‘Hold Time’ hoogtepunten zijn toch echt de titeltrack met ijzingwekkende strijkers en een voorzichtig cymbaaltje, de glinsterende sixties popsong ‘Never had Anybody Like You’ (met Zooey) en ‘Epistemology’, een banjo met strijkers groeiliedje dat uitmondt in verdomd aanstekelijk rocknummer met een kenmerkende tekst die een brede grijs oplevert. De roots van ‘Hold Time’ liggen dan wel in het verleden, maar M. Ward geeft ze een eigentijdse vibe mee. Ook de sfeervolle productie (door Mike Mogis, de orkestratie door Peter – Horse Feathers, Efterklang – Broderick) is weer voller dan op de voorganger, maar nergens wordt de luisteraar overladen of zorgen de extra aanvullingen voor een chaos. Hij ondernam een reis door de tijd en heeft inderdaad gevonden wat die doet stilstaan.

In onze opinie heeft M. Ward zijn beste schijf tot nu toe afgeleverd, al is hij nergens bijzonder innovatief bezig. Hoe hoog de kwaliteit al lag op de eerdere platen, deze songs overtreffen het. En dat wil heel wat zeggen…

Band van de Week: Black Lips

februari 16, 2009

Black Lips is een ‘flower garage-punkband’ uit Atlanta, Georgia. Terwijl het nog jonge puistenkoppen zijn en nadat bassist Jared Swilley de Renegades achter zich laat en gitarist Ben Eberbaugh uit de Reruns stapt, richten ze hun eigen bandje in 2000 op. Drummer/toetsenist Joe Bradley en Robby Rebel (gitaar) volgen binnen een paar maanden. Begin ’02 verschijnt hun eerste 7 inch ‘Ain’t Coming Back’ op het eigen Die Slaughterhaus label. Tegen de tijd dat tweede single ‘Freakout’ volgt, vertrekt Rebel al weer. Gitarist Cole Alexander (zang, harmonica) neemt zijn plek in. De band heeft flink aandacht weten te trekken met zijn ultrawilde gigs (ze werden her en der ook verbannen) en tekent een contract bij Bomp! Records.

Zomer ’02 is het album klaar, maar voordat ‘ie uitkomt en slechts enkele dagen voor Black Lips zou gaan toeren, valt er iets naars voor. Eberbaugh wordt in zijn auto van de weg gereden door een dronken spookrijdende automobilist, en overlijdt. De overige bandleden besluiten door te gaan, omdat ‘Ben het zo gewild zou hebben’. In 2003 verschijnt de eerste schijf ‘Black Lips’ dan toch, die meteen een stevige indruk maakt met zijn ruige, opzwepende combinatie van blues, rock, doo-wop, country en punk.

Eberbaugh wordt voor de promotionele tour vervangen door Jack Hines, een vriend van de Lips-leden, maar wordt in 2004 weer ingewisseld voor de huidige gitarist en voormalig Renegades-collega Ian St. Pé. Hun tweede schijf ‘We Did Not Know The Forest Spirit Made The Flowers Grow’ bij Bomp! komt datzelfde jaar uit, waarna ze overstappen naar In The Red voor hun ‘Let It Bloom’ album (2005).

Hoe goed hun energieke songs op plaat ook zijn, het is vooral een ervaring om Black Lips live te zien. Ze hebben een opruiende reputatie en je moet daar wel tegen kunnen (onlangs in India werd de hele toer afgelast wegens de bizarre stunts, maar voornamelijk omdat ze hun blote kont aan het publiek lieten zien). Tis maar net waar ze zin in hebben: kotsen, over de fans heen pissen, naakte lichaamsdelen tonen, heftig zoenende bandleden, vuurwerk of een kip. Langzaam maar zeker groeit de achterban die wel waardering heeft voor dit soort uitspattingen dan ook.

In 2006 wordt Black Lips opgepikt door Vice Records, die de eerste single ‘Not A Problem’ begin 2007 uitbrengt, waarna de live plaat ‘Los Valientes Del Mundo Nuevo’ volgt en daarna het album ‘Good Bad Not Evil’ in september (bij ons pas in april 2008). Eindelijk krijgen ze de aandacht die ze verdienen met hun smerige psychedelische blues songs en poppy punkhits als ‘Katrina’en ‘Bad Kids’.

Black Lips mag een optreden doen bij Late Night With Conan O’Brien, een veel bekeken tv-show in de States. Het grotere publiek wordt bereikt, ze toeren met The Raconteurs en Black Lips is hot. Hoewel ze nog steeds erg jong zijn, hebben ze nu al een redelijke carrière achter zich. En die zal alleen maar verder doortrekken, als die gastjes dit soort spetterende songs op ons af blijven vuren: rauwer dan Nirvana, meer psychedelisch dan de Beatles en ruiger dan Mötley Crue. Black Lips beleeft zijn ultieme tienerdroom. In maart 2009 komt nieuw album ‘200 Million Thousand’ uit. Maar check ze vooral live!

Bekijk de allerlaatste Silver Jews gig

februari 4, 2009

We zien wel meer bandjes de handdoek in de ring gooien en vaak ook weer snel terugkeren als het eenmaal zo ver is, maar tenzij Silver Jews frontman en spil David Berman een sarcastische vorm van humor tentoon spreidt, kunnen we er vanuit gaan dat de gig op zaterdag 31 januari bij Cumberland Caverns in McMinneville, Tennessee de allerlaatste was van de Amerikaanse country-indierock groep. We hebben wat beelden.

Berman gaf eerst een diepzinnige intro, voordat hij het einde van de gig inzette: “Als je in een positie bent in je leven dat je een verandering moet maken, dan is dit de beste tijd,” waarna hij alle belangrijke veranderingen van de laatste dagen in Amerika opsomt. Met natuurlijk de meest historische, de inauguratie van President Obama. Vast en zeker een doorn in het oog van zijn vader, de rechtse lobbyist Rick Berman, zoals Berman jr. onlangs onthulde.

Er waren maar zo’n 300 lucky bastards bij, die in totaal 15 songs uit het gehele oeuvre kregen te horen. Bekijk de beelden van de live zwanenzang van Silver Jews, inclusief een emotionele uitvoering van het onuitwisbare nummer ‘We Are Real’, afkomstig van ‘American Water’ en favoriet en allerlaatste Silver Jews uitvoering ooit: ‘Smith And Jones Forever’. Hier bekijk je de afscheidsfoto’s van de gig.