Posts Tagged ‘indierock’

Recensie: Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’

november 14, 2010

Een wolk van een plaat om op weg te drijven

De nieuwe Blonde Redhead is flink wennen. Het New Yorkse trio Kazu Makino, Simone en Amedeo Pace was al bezig hun getreden pad van experimentele, sfeerrijke en melodieuze indierock met dissonante, uit de bocht vliegende gitaren te verleggen naar meer pop en elektronica. Die weg werd ingeslagen op ‘Misery is a butterfly’ (2004) en verder bewandeld op ’23’ (2007). Het zou geen verrassing moeten zijn dat achtste album ‘Penny Sparkle’ die wandel vervolgt en de grens verder opschuift. Dat was het wél voor veel fans.

Er werd gewerkt met Zweedse producers Van Rivers en The Subliminal Kid (Fever Ray). De incidentele productionele bijval van Drew Brown (Beck, Radiohead) en de eindmix van shoegazegoeroe Alan Moulder zetten de puntjes op de i. Het prachtige deluxe artwork staat voor de inhoud: het oogt sober, maar is oerend efficiënt. De songs zijn zorgvuldig, verfijnd minutieus opgebouwd. Met veel passie en bol staand van gevoel. De zin ‘Your other world (dream) is inside here’ spreekt boekdelen. ‘Penny sparkle’ klinkt alsof een kalmerend valiumpje is genomen alvorens op te nemen om in een diepe droomstaat te geraken. De trippy slowcore sfeer van ’23’ is tot in extreme vormen doorgetrokken: uitgepuurde, transparante chillout. De eerste songs dwarrelen zo voorbij.

Kazu stond nimmer zo op de voorgrond, zong nooit zo ijzig helder (haar nog donkerdere lyrics blijven vaag) en mooi. Net als Amedeo (‘Black guitar’). Ongelooflijk knap om de pracht die het oudere, typerende materiaal kenmerkt in zo’n fraaie, onderzoekende vorm te gieten. Wie de tijd neemt, merkt dat aan alles is vastgehouden. De sprankelende melodieën, het intense breekbare, het gelaagde organische. Alleen vrijwel geen gitaren en nergens een climax. De vertederende zang wordt gedragen door een spaarse, weemoedige of lieflijke, troostgevende elektronische invulling en in echo gedrenkte beats, 80’s synths en samples. Kaler, rustiger, ingetogener. Gaandeweg krijgen ze meer schwung. Vanaf halverwege het album valt het echt perfect in elkaar, die subtiele nuances. Al zijn alle songs van hoog niveau. Het betoverende ‘Love or prison’, de zweverige, trieste, beeldschone titelsong en hartbrekend schitterende ‘Spain’ zijn ware parels.

‘Penny sparkle’ is een wolk om op weg te drijven. Blonde Redhead zal er helaas not too open minded guitar fans mee verliezen. De vorige plaat had daar al last van. Wellicht krijgen ze er nu aanwas bij uit een andere hoek. Innovatie is niet altijd fijn. De manier waarop deze drie zich telkens opnieuw uitvinden valt enorm te waarderen. Dat getuigt van lef en diepgang.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Blonde Redhead
* Album: Penny sparkle
* Record company: 4AD
* Jaar: 2010
* Track list: Here sometimes / Not getting there / Will there be stars / My plants are dead / Love or prison / Oslo / Penny sparkle / Everything is wrong / Black guitar / Spain

© Cutting Edge — 14 Nov 2010
images © 4AD

Link: CD review Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’ (2010) bij CuttingEdge

Advertenties

Recensie: Magnapop, ‘Chase park’

juni 27, 2010

Nog altijd pretentieloos en oerend charmant

Het was voor mij altijd het jongere Texaanse broertje van Pixies. Punky indiepop met übercatchy melodieën, onweerstaanbare riffs van Ruthie Morris, opzwepend drumwerk, meeslepende lijnen en vocals door de bassist achter die heldere stem van Linda Hopper waar je – net als Kim Deal – smoorverliefd op werd. Pixies speelden niet meer live destijds en de shows van Magnapop waren binnen handbereik. Het debuut uit ‘92, geproduceerd door ontdekker Michael Stipe van R.E.M., zorgde voor een sensatie. Magnapop heeft door de jaren heen wel nieuwe platen gemaakt, maar nooit enige ommezwaai gemaakt in de stijl. Het zijn albums met vrolijke, ontwapenende liedjes met een grungerandje. Ook op hun vijfde schijf is dat niet anders.

‘Chase park’ zet je weer met de voeten in de Amerikaanse indiesound van de jaren negentig. Iets geproduceerder en dat komt de songs ten goede, maar ze hadden evengoed in die tijd uitgebracht kunnen zijn. Het klinkt gedateerd bekend. De twaalf songs lijken opnieuw moeiteloos uit de mouw geschud en zijn ongecompliceerd qua structuur. Gewoon lekkere in your face nummers die aanstekelijk werken. Niks vernieuwends, die korte veelal uptempo songs, wel erg krachtig inwerkend.

Een van de betere songs naast ‘Q-tip’ is ‘Future forward’, met killer hook, sterke harmonieën en dwingende riffs. ‘Jesus’, origineel van de Australische rockband Spiderbait, kreeg een vuig nauwsluitend jasje en wordt naar eigen hand gezet. ‘Bangkok’ lijkt in het refrein erg sterk op dat ene nieuwe Pixies-nummer ‘Bam Thwok’ uit 2004. Sfeervol vioolgestrijk in de enige rustige song en afsluiter ‘Need more’ is een prima aanvulling. Het laat horen dat Magnapop ook fragiel romantisch uit de hoek kan komen.

Er zit geen echte zwakkeling tussen de karakteristieke songs. Het is niet zo erg dat ze nooit buiten de gelegde paden treden. Als je al ingepakt was blijf je dat gewoon, want Magnapop heeft zich wegens die belangrijke aanwezigheid in je vormende tienerjaren nostalgisch in je hart genesteld en verblijft daar comfortabel. Nog altijd pretentieloos en oerend charmant.

Wel jammer dat de opvolger van ‘Mouthpiece’ (2005) nogal geruisloos is verschenen. Ergens in september vorig jaar stond het meeste al online en nu pas volgt de cd. Het label zal het budget eerder besteden aan de jonge bandjes die in hun voetsporen traden. Het zal velen ontgaan dat er een vers album van Magnapop uit is, laat staan dat velen weten dat ze er gewoon nog zijn of überhaupt bestaan. Het zou goed zijn als ze ontdekt zouden worden door een nieuwe generatie tieners. Maar of hen dat nog gaat lukken?

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Magnapop
* Album: Chase park
* Record company: Bassick Records
* Jaar: 2010
* Track list: Bring it to me / Straight 2u / Q-tip / Lions & lambs / Blue sheer / Jesus / Feedback blues / Looking for ghosts / Bangkok / Evergleam / Future forward / Need more

© Cutting Edge — 27 Jun 2010
images © Bassick/Clear Spot

Link: CD review Magnapop, ‘Chase park’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Octoberman, ‘Fortresses’

mei 5, 2010

Goede ontwikkeling, maar net niet boeiend genoeg

Singer-songwriter Marc Morrissette aka Octoberman trekt de muzikale lijn van ‘Run from safety’ door op ‘Fortresses’ en neemt nog meer afstand van zijn debuut ‘These trails are old and new’, waarop hij als folky troubadour te horen is. De focus is verschoven naar alt.country met indierock invloeden. Morrissette haalde er voor zijn derde schijf opnieuw muzikanten bij om een rijkere sound neer te kunnen zetten. De Canadees besloot bovendien in plaats van het album thuis in Vancouver op te nemen, te werken met twee fameuze producers: met Dave Draves (Julie Doiron, Kathleen Edwards) in Ottawa (Ontario) en in Portland (Oregon) met Larry Crane (Elliott Smith, Cat Power).

Daardoor klinkt Octoberman strakker dan ooit – dan bedoelen we minder rammelend want het loopt niet helemaal in de pas – en veel meer als een hechte band. Je hoort ook niet dat er twee man aan het materiaal hebben gesleuteld. ‘Fortresses’ is tegelijk een gevarieerd als consistent plaatje. Het album laveert tussen softe, kabbelende nummers als dweiler ‘Portland hotel’ en midtempo songs. Alles voelt losjes en laidback aan, zeker waar de luchtige trompet- en pianoklanken een grotere rol spelen. Morrissette heeft ook een nadrukkelijk thema gekozen voor zijn gevoelige liedjes. De eenvoudige teksten gaan over allerlei relaties, tussen een fan/blogger en de muziek/band (‘The Backlash’), tussen naburige landen en natuurlijk tussen man en vrouw (‘Dancing with her ghost’).

Octoberman lijkt zoekend naar zijn best passende jasje. Soms valt het goed, soms minder. Halverwege ‘Fortresses’ lijkt hij zijn snit wat te hebben gevonden. Af en toe dringt het idee zich op dat als het een tandje sneller zou gaan of juist langzamer, de songs een blijvendere indruk achter zouden laten. Hoewel we zeker waarderen dat Morrissette zich probeert te vernieuwen en ontwikkelen vinden we toch de folkliedjes met een schamelere sfeervolle invulling zoals ‘Trapped in a new scene’ en ’51’ zijn sterkere songs. Ook de nummers waar Marc vocaal subtiel wordt bijgestaan door de dames Leah Abramson (The Abramson Singers) en Sarah Hallman, waaronder het vrolijk tokkelende ‘Thirty reasons’ en ‘I was wrong’, springen er meer uit.

Het album krijgt ons maar niet te pakken. Het klinkt zo binnen de lijntjes van het singer-songwriter-genre gekleurd en het ‘lijkt vaak op’. Dan komt heel eventjes Bonnie Prince Billy (’51’) voorbij, dan weer Neil Young (vooral het gitaarwerk) en soms Stephen Malkmus. Dat kan ook een smoelwerk zijn, maar het maakt het er in elk geval naar dat deze schijf nèt niet bekoort op die enkele boeiende liedjes na.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Octoberman
* Album: Fortresses
* Record company: White whale
* Jaar: 2010
* Track list: The backlash / Dancing with her ghost / Trapped in the new scene / I know a nurse / Thirty reasons / Temptation is a bloody mess / I was wrong / 51 / Scenesters / Ceiling floor / Another trial / Portland hotel
* Info: 9 mei speelt Octoberman in De Onderbroek in Nijmegen

© Cutting Edge — 05 May 2010
images © White Whale Records

Link: CD review Octoberman, ‘Fortresses’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Foxes in Boxes, ‘Better beheaded’

maart 29, 2010

Heftige underground indierock

Foxes in Boxes is de nieuwste aanwinst van het Luikse collectief (en independent label) Honest House, na Casse Brique (check ook even de review van hun album ‘Glumor’ bij CuttingEdge). Dit driekoppige rockmonster is tevens het nieuwste project van Taifun-lid Julien Dubois (bas/vocalen), waarin hij wordt bijgestaan door Geoffroy Tyteca (gitaar/vocalen) en Marc Swennen (drums).

Foxes in Boxes heeft vier experimentele lappen indierock op de allereerste EP ‘Better beheaded’ gezet. We horen vele duidelijke inspiratiebronnen voorbij komen in die zeventien en nog wat minuten. De noise uitpattingen en dissonante gitaarlijnen in de trant van Sonic Youth en Blonde Redhead, het melodieuze van Karate, het explosieve van At the drive-in en soms Explosions in the Sky, het math-rockerige vlechtwerk van Battles.

Die invloeden worden lekker door elkaar gemengd en aan elkaar gelijmd tot intense en sfeervolle nummers met een eigen identiteit. De beestachtige en zwaarmoedige songs worden gestaag opgebouwd, vaak tot een indrukwekkend crescendo. De melodie zit verborgen in de gitaar riffs en de drums vormen een logge, pompende en energieke basis voor een stevig onderbuikgevoel. Vanaf de eerste subtiele toon sleurt ‘Better beheaded’ je mee in de donkere krochten van hun muzikale, boeiende universum.

Het lenige, diepe en dragende basspel is onmiskenbaar Julien Dubois, maar hij komt hier woester en ongetemder uit de hoek. Ook zijn vocale input is vergelijkbaar met wat hij doet in Taifun. Zijn meeslepende praatzang, zoals Thurston Moore dat ook altijd zo schitterend kan, valt passend in de klanktapijten en is een verlichting van de zwaarheid van de nummers. De rauwe schreeuwzang van Tyteca, alsof door de duivel bezeten, staat op zich of flankeert Dubois. Ze vullen elkaar heel mooi aan.

Foxes in Boxes verstevigt de diversiteit en de samenhang van de muzikanten die Honest House vormen. De band is noisier en avontuurlijker dan de instrumentale post-math-rockcollega’s van Casse Brique. Beiden vallen echter in de categorie pure indierock gestoeld op eerlijke emotie, de filosofie van het gezelschap.

Met slechts 200 genummerde, met vakmanschap gecreëerde exemplaren van ‘Better beheaded’ moet je er snel bij zijn, wil je het schijfje op de kop tikken. Heftige underground indierock om de vingers bij af te likken. En een collectief als Honest House verdient je steun. Ben je liefhebber van goede herrie? Kopen dan!

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Foxes in Boxes
* Album: Better beheaded
* Record company: Honest House
* Jaar: 2010
* Track list: Arshavin / Domingo blues / Sonic cities / Super heroes
* Info: Foxes in Boxes speelt 16 april in Belvédère, Namur met Fordamage en Flipo Mancini

© Cutting Edge — 28 Mar 2010
images © Honest House

Link: CD review Foxes in Boxes, ‘Better beheaded’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Subspecial: Nederlandse acts op SXSW 2010

maart 17, 2010

Nederland levert een reeks muzikale afgevaardigden die het he-le-maal willen gaan maken in Amerika. Naast Elle Bandita, The Black Atlantic, La Melodia, Venus Flytrap, Lucky Fonz III, Laura Jansen, Drive Like Maria en Nobody Beats The Drum, reizen ook zes acts via Crossing Border en de Gemeente Den Haag af naar Austin: John Dear Mowing Club, NiCad, The Deaf, ReBelle, So What en Woot. We pikken er vijf uit.

De 23-jarige Elle Bandita is – naast Anouk – onze enige échte rockbitch. Na deel uit te hebben gemaakt van de meidenrockbands Bad Candy en The Riplets verkoos de Rotterdamse het solopad. In 2005 verscheen haar eerste ep ‘Love juice’. Gewapend met slechts een 4-track cassetterecorder, Flying V-gitaar, drumcomputer en een ruige strot, waarmee ze trashy electropunk uitstootte in een ranzige liveshow zoals we die alleen gewend waren van Peaches, wist deze wervelwind direct te imponeren. Tot ver over de grenzen. Ze tourde drie jaar lang door Nederland en Europa en passeerde langs de grote festivals.

Elle wilde echter een stapje verder. Ze besloot nieuwe songs op te nemen met producers Reyn Ouwehand, Billinger & Marsman en stelde een begeleidingsband samen. Het resultaat: haar debuutalbum ‘Queen of fools’ dat bij PIAS verscheen in 2009. Een album vol uptempo, overrompelende electropop/punkrock dat seks, glamour en een no-nonsense houding ademt. En op de planken dendert ze rebels rond in een überstrak, zeer laag uitgesneden pakje, ondertussen de sterren van de hemel solerend en de longen uit haar dunne lijf schreeuwend, kundig bijgestaan door haar stoere mannenband. Dat moet toch succes gaan hebben daar in Austin, niet?

Woot kun je met gemak onze jongste telgen noemen. De drie getalenteerde tieners die samen de Haagse band vormen wonnen vorig jaar als Concrete de tweede prijs in de nationale schoolbandcompetitie en ze mogen nu al naar SXSW. En dat allemaal terwijl de oudste van de drie bandleden pas achttien jaar is. Concrete is echter ook een succesvolle rapper dus switchten ze over op de naam Woot, naar een overwinningsschreeuw in een populaire videogame, wat zoveel als ‘We own other teams’ betekent. Qua muziek maken ze een fris mengsel van indiepop en rock, waarin je zowel invloeden van Radiohead, The Beatles als Joy Division en Patrick Watson hoort weerklinken. Tegenwoordig leunen ze meer tegen de folk van Fleet Foxes en Grizzly Bear aan. Hun debuut-ep ‘#1’ is inmiddels een feit. Een label is er nog niet, maar wie weet is dat er na hun optredens in Texas wel …

Venus Flytrap loopt al wat langer rond. De vijf heren kwamen elkaar tegen tijdens hun studie aan de kunstacademie en vormen sinds 1996 een band. Sindsdien genieten ze een cultstatus wegens hun spetterende gigs. De Haagse indierockers gaven in 2004 ook al een showcase tijdens SXSW en mogen dit jaar terugkomen. Dat hebben ze te danken aan hun derde album en bescheiden meesterwerk ‘Come with us’ (2007, My First Sonny Weissmuller Recordings), een comebackplaat van jewelste. Venus Flytrap maakt geen makkelijke muziek, maar een hypnotiserende, soms angstaanjagende geluidstrip door een dissonante, caleidoscopische kosmos. Gillende gitaren, noisy muren, strakke baslijnen en pompende drums aangevuld met elektronische soundscapes zonder de melodie te vergeten. Hun grootste muzikale helden zijn dan ook Sonic Youth, Motorpsycho, Steve Reich, Radiohead en de Liars. Niet voor iedereen weggelegd, maar imponeren zullen ze zeker.

De Amsterdamse singer-songwriter Lucky Fonz III, oftewel Otto Fons Wichers, weet altijd iedereen om zijn charmante pink te winden met zijn ontroerende, traditionele blues- en folkliedjes en delicate kamerpop in de lijn van Johnny Cash, Bright Eyes en Badly Drawn Boy. Van straatmuzikant tot één van onze bekendste singer-songwriters, na een Essent Award, gigs tijdens Noorderslag en Lowlands en als muzikale gast in ‘De wereld draait door’. Ook het buitenland is veroverd dankzij intensief touren door Europa, Australië, Zuid-Afrika, Canada en de VS. In Amerika wordt Lucky’s muziek vaker op de radio gedraaid dan in ons land. Na de eerste twee albums ‘Lucky Fonz III’ en ‘Life is short’ kwam in 2009 zijn derde schijf ‘A family like yours’ uit, waarop hij zijn spaarzame benadering inruilt voor een bredere. Een samensmelting van jaren zestig pop, rock-‘n-roll, new wave en flarden house. Een Lucky Fonz III-show schiet heen en weer tussen hartverscheurende melancholie en regelrechte stand-upcomedy. Lucky gaat in Austin vast en zeker nog meer fans vergaren.

La Melodia bestaat uit frontvrouw en MC Melodee en producer en DJ I.N.T. Samen staan ze garant voor warme, soulvolle en old school, edgy hiphop. Denk MC Lyte of Bahamadia meets Madlib en Jay Dilla. De twee ontmoeten elkaar tijdens een party in Eindhoven, waar ze allebei hun ding deden. MC Melodee trok de stoute schoenen aan en greep tijdens I.N.T.’s optreden de microfoon. Hoewel I.N.T er niet bepaald mee opgetogen was, was hij wel onder de indruk van haar skills en de uitbundige reactie van het publiek, dus vroeg hij haar naar zijn studio te komen om wat beats van rhymes te voorzien. En zo begon het avontuur. Nadat hun album ‘Vibing high’ in 2008 in Japan uitkwam op Handcuts/Universal en in de Benelux bij PIAS, tourden ze de aardbol plat. De twee maakten een stevige indruk met hun optreden tijdens het North Sea Jazz Festival in 2009 en na nog een promotour in New York werden ze gevraagd om een showcase te geven tijdens SXSW bij een internationale hiphopavond in Club 115. Het nieuwe album ‘Electronic love’ is er in de lente, de labels zijn aangeschreven en de tour door onder meer Japan, Zuid-Afrika en de VS staat gepland. Hier gaan we meer van horen!

Link: Subspecial Nederlandse acts op SXSW 2010

Link: Special SXSW 2010 bij CuttingEdge

Yo La Tengo is terug: video première ‘Nothing To Hide’

augustus 19, 2009

Net zoals voor Sonic Youth en Blonde Redhead heb ik een eeuwige zwak voor Yo La Tengo, die drie Amerikaanse indierockers uit Hoboken (New Jersey), die zo mooie, dromerige en tegelijkertijd ook zo lekkere, noisy muziek maken. Jawohl, ze zijn er weer en je hebt hierbij de videoclip première te pakken van het gloednieuwe nummer ‘Nothing To Hide’… Check dat!

Nooit bezig met de mainstream, daar kun je Yo La Tengo zeker van betichten. Deze videoclip is dan ook opgenomen in een piepklein independent platenzaakje in Columbus (Ohio) genaamd Lost Weekend Records (hoe cool is die naam alleen al dan en een concept naar mijn hart!). Eigenlijk is het gewoon een registratie van een instore gig van de band. Alleen, het zijn de Yo La Tengo’s zelf niet… maar hun jongere Matador Records collega’s van Times New Viking vullen hun schoenen.

Begeleidende leuke quote van Times New Viking’s Adam Elliott (via Spinner): “Natuurlijk kunnen wij niet acteren, als mensen, maar we kunnen en zullen altijd in staat zijn om ons te gedragen als indierockers. Anders hebben we geen werk…”  

De videoclip voor ‘Nothing To Hide’ – geregisseerd door Pelham Johnston en Brandon Reichard – zit boordevol inside grapjes en speelt zich af in een vreemdsoortig parallel universum waar Yo La Tengo en Times New Viking van plek zijn verwisseld. En die Ted Nugent platen, kun je toch het beste gewoon in de vuilnisbak pleuren. Kijk maar eens, dan snap je die laatste opmerking ook daadwerkelijk. 

‘Nothing To Hide’ is afkomstig van het album ‘Popular Songs’, dat op 8 september verschijnt. Het smakelijke, orgel-swingende nummer ‘Periodically Double Or Triple’ had ik natuurlijk al eerder geplaatst. Overigens, kun je die MP3 nog steeds gratis binnentrekken. HIER.

En de nieuwe schijf ‘Born Again Revisited’ van Times New Viking is er op 22 september, kennelijk moet je die ook gehoord hebben. Daar later meer over, àls ‘ie goed is…

Overtreffen doet de clip van ‘Nothing To Hide’ die oude van ‘Sugarcube’ niet, maar hij is zeker vermakelijk! Het nummer zelf was inmiddels al in live uitvoering te beluisteren. Gooien we die er ook nog ff in. Kun je jezelf vast grondig voorbereiden op de Europese Yo La Tengo shows. Eén vooralsnog in NL: op 20 november tijdens Crossing Border.

Uitgebreide heruitgave van The Kills debuutalbum

april 18, 2009

Toen het debuutalbum ‘Keep On Your Mean Side’ in 2003 verscheen, voelde de plaat mijlenver verwijderd van de meeste opbloeiende garage punkrock die de wereld destijds aan het veroveren was. In plaats van bijvoorbeeld de zonnige, uitbundige songs van The Hives, dompelden The Kills zich onder in een soort betoverende, bedwelmende nevel, alsof de Amerikaanse indierock band het daglicht niet zou kunnen verdragen.

‘Keep On Your Mean Side’ leek uit het niets te komen bovendrijven en op een bepaalde manier was dat ook zo. Amerikaanse zangeres Alison Mosshart en Britse gitarist Jamie Hince vormden de band, maar maakten hun muziek in eerste instantie door elkaar tapes toe te sturen van de ene naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. Een vreemd proces, maar waarschijnlijk wel van groot belang voor de harde, smerige esthetiek in hun songs.

Het duo sloeg het aanbod van een paar grote platenlabels af. Als ‘VV’ en ‘Hotel’ brachten ze hun debuutnummer (de ‘Black Rooster’ EP) uit via het Britse onafhankelijke platenlabel Domino Records. Na een internationaal tournee namen de twee dat eerste plaatje op in de Londense Toe Rag Studios, in slechts 18 dagen.

Inmiddels hebben The Kills hun eigen plekje verworven. Ze worden gezien als een hoge kwaliteit alt.rock band, maar spreken ook de roddelpers cultuur aan; er zijn zowel connecties met Jack White als Kate Moss. Het leek Domino dan ook een prima tijdstip om nu het smakelijke debuutalbum opnieuw uit te brengen.

De heruitgave van ‘Keep On Your Mean Side’ – vanaf 5 mei te krijgen – krijgt een aantal bonustracks mee van de ‘Fried My Little Brains’ en ‘Black Rooster’ EPs naast een b-kantje van de ‘Pull A U’ single. Op de tracklist vinden we coversongs van onder meer Dock Boggs, Jonathan Fire*Eater en Captain Beefheart.

Ondertussen gaat The Dead Weather, Mosshart’s nieuwe band met Jack White en consorten, op tournee deze zomer. Dat debuutalbum komt in juni uit.

Vers Bloed uit…Reykjavik

april 18, 2009


In ieder stadje een ander… bandje! Maken ze de hipste tunes in Londen? Of gebeurt het nu allemaal in Almere-Buiten? Soms zie je door de bomen het bos niet meer. Wat moet je nou checken? Wij zoeken in alle gaten, in welke uithoek van de aardkloot dan ook naar het heetste nieuwe muzikale talent. Van Lutjebroek tot The Big Apple, van Tokyo tot aan Stadskanaal: in de rubiek ‘Vers Bloed’ biedt Spinner je de helpende hand!

Nu in ‘Vers Bloed’: Reykjavik! Sinds The Sugarcubes en Bjork IJsland op de kaart hebben gezet eind jaren tachtig, begin jaren negentig, komt er een aanhoudende stroom talenten vandaan: van Mum tot Sigur Ros, Minus, Mugison, Gus Gus, Leaves en ga zo maar door. Geheel niet in verhouding staand met de slechts 300.000 bewoners van het eiland eigenlijk. Spinner heeft een paar nieuwe namen gevonden in de hoofdstad om in de gaten te houden.

* Reykjavik!: Maar meteen beginnen met de band die naar de hoofdstad is genoemd. Ja, het is niet allemaal verstild wat hier vandaan komt. Deze IJslanders hebben de emoties voortkomend uit de prachtige, wisselvallige natuur van het eiland weten te vertalen naar vlammende hardcore rock. Brutale nummers met een dikke bite en een vette kick. Een beetje zoals And You Will Know Us By The Trail Of Death in hun beginjaren, dat soort zweterige, snerende en stomende energie en oorverdovend gegil en gegrunt. De komende debuutplaat met de verklarende titel ‘Glacial Landscapes, Religion, Oppression And Alcohol’ die in juni verschijnt, staat er bomvol mee. Check muziek op Reykjavik!’s MySpace site.

* Sin Fang Bous: Is een nieuwe snedige folktronicaband in de lijn van Tunng. Alleen dan minder pop en meer experiment, zoals die band zelf in de begindagen ook wat meer deed. De groep is opgericht door Sindri Már Sigfússon, tevens de man achter Seabear. Hij zocht waarschijnlijk een uitlaatklep voor wat vrolijkere nummers, die hij bij het droevige Seabear niet kwijt kon. De songs op hun net verschenen debuutplaat ‘Clangour’ (Morr) zijn zo fris als een gletsjermeertje. Gekke kampvuurliedjes worden overgoten met knisperende electronica, hier en daar komt een Silver Mount Zion-koortje om de hoek kijken en alle nummers hebben een zwaar aanstekelijk refrein. Erg boeiend, dit Sin Fang Bous! Check muziek op Sin Fang Bous’ MySpace site.

* Mógil: Goed, niet helemaal IJslands, maar de helft van de band komt er vandaan en zij schrijven ook het meeste songmateriaal. Gitarist van dit groepje is Hilmar Jensson, één van de oprichters van het experimentele, muziekcollectief Kitchen Motors uit Reykjavik, en de (soprano) zangeres Heida Árnadóttir. De andere twee – Ananta Roosens (viool) en Joachim Badenhorst (clarinet/sax) – stammen uit België. Het kwartet debuteerde eind vorig jaar met de erg knappe plaat ‘Ró’ (via Radical Duke, het label van Die Anarchistische Abendunterhaltung oftewel DAAU), sfeervol opgenomen in de kerk in Sólheimar (Grímsnes). Mógil omwikkelt oude IJslandse poëtische folkteksten met een mix van klassiek, folk en vrije impro. Dromerig en meeslepend als Rachels! Beluister het nummer ‘Fuglinn I Fjörunni’. Check meer muziek op Mógil’s MySpace site.

* Hjaltalin: Met acht jongens en meisjes is het moeilijk te bepalen of je het nou een klein orkest moet noemen of een uit de kluiten gewassen indie band. Naast de standaard gitaar, drums en bas opstelling maakt de groep gebruik van piano, accordeon, klarinet, cello, viool en fagot. Högni en Sigga’s hemelse vocalen vormen het middelpunt in de theatrale, gedreven kamerorkest popliedjes. Hun debuutplaat ‘Sleepdrunk Seasons’, geproduceerd door Bennie Hemm Hemm (die er ook een veelbelovende 17-koppige bigband a la Sigur Ros en Sufjan Stevens op nahoudt onder zijn eigen naam) en Gunni Tynes van Múm, bevat mooie melodieuze songs in een eclectisch geluid. Het album werd niet voor niets genomineerd voor de Icelandic Music Awards in 2008 en ze deden Eurosonic al aan. Hjaltalin had in eigen land zelfs een klein hitje met het nummer ‘Thu komst vid hjartad í mér’. Check meer muziek op Hjaltalin’s MySpace site.

* Ólafur Arnalds: Is een jonge IJslandse pianist. Met zijn debuut ‘Eulogy For Evolution’ (2007) en de EP ‘Variations Of Static’ gooide de destijds nog maar 21-jarige neo-klassieke producer en songwriter hoge ogen. Bij zijn composities gaan piano en strijkers vaak hand in hand met elektronische geluiden, loops, ambient sounds en beats. Hij mocht al eens mee als support van Sigur Ros. In samenwerking met zijn label Erased Tapes is hij momenteel bezig aan het project ‘Found Songs’, een 7-delige serie waarbij iedere track binnen 24 uur gemaakt en gereleased wordt. Dat kun je dagelijks volgen via Ólafur’s twitter, de track is vervolgens gratis te downloaden. Een bijzonder mannetje dat het experiment graag opzoekt. Check muziek op Ólafur Arnalds’s MySpace site.

Vers Bloed uit Utrecht
Vers Bloed uit Glasgow

My Bloody Valentine curator All Tomorrows Parties kersteditie

april 16, 2009

Geen wonder dat het maar duurt en duurt voordat die reünieplaat nou eens wordt afgemaakt. My Bloody Valentine is gewoon te druk met andere zaken, zoals flink toeren in Amerika en Europa en het cureren van het beruchte All Tomorrows Parties festival ‘A Nightmare Before Christmas’ 2009, dat van 4 tot en met 6 december plaats heeft in Minehead (West Engeland).

Net als vorig jaar in New York, toen My Bloody Valentine ook cureerde, zien de allereerste namen er lekker uit. Natuurlijk spelen de Amerikaanse shoegaze noizers zelf, maar daarnaast hebben ze onder meer Sonic Youth (de nieuwe plaat ‘The Eternal’ komt eraan), Sun Ra Arkestra, EPDM, De La Soul en de Horrors geboekt. Er komen er nog meer bij.

De tickets voor ATP ‘A Nightmare Before Christmas’ gaan vanaf morgen, vrijdag 17 april, in de vroege ochtend in de voorverkoop. De eerste week betaal je er 130 Engelse pond voor, vanaf 24 april tot en met 1 mei kosten een kaartje 10 pond meer. Het lijkt aan de dure kant, maar qua opzet kun je denken aan het gezellige en intieme Haldern Pop: het is kleinschalig opgezet en je overnacht in een appartement (voor zes personen) bijna op het festivalterrein. Geen geklooi met tenten en dergelijke en een warm bed en lekker douche om gebruik van te maken. Hier vind je alle ATP informatie.

Naast dat je andere coole bandjes kunt checken is het tof dat je My Bloody Valentine zelf live kunt bewonderen, want er wordt wel uitgebreid getoerd, alleen komen ze vooralsnog niet spelen in Nederland. Ej, boeken die hap!

TV On The Radio brengt allereerste remix-EP uit

april 14, 2009

De bandleden van TV On The Radio zijn nou niet direct types die muziek maken om de glitterbal voor uit de kast te trekken, maar op hun laatste album ‘Dear Science’ – dat bovenaan vele eindejaarlijsten pronkte – hebben ze toch gehoor gegeven aan hun wat meer funky inslag. Dus klopt het in dat opzicht wel, dat ‘Dear Science’ het eerste TVOTR-album wordt dat een remix-EP voortbrengt.

We zijn tevens gewend dat TV On The Radio de dingen niet aanpakt zoals ze doorgaans worden aangepakt. Op deze ‘Read Silence’ EP, ‘Golden Age’ en ‘Dancing Choose’ van de plaat die op 14 april uitkomt via Interscope, staan dan ook geen remixen van de grootste hits. Nee, we vinden er herbewerkingen op van drie non-single tracks van ‘Dear Science’.

Daarnaast heeft de band ook geen dikke namen ingeschakeld voor de remixen. Geen Justice op de tracklist. Wel een Gang Gang en een eigen mengsel van ‘Shout Me Out’, afkomstig van producer Willie Isz‘ rare rap-producer duo Jneiro Jarel en Goodie Mob rapper Khujo. Een wederdienstje, want TVOTR’s Tunde Adebimpe doet weer mee op Isz’s remix van ‘Stork & Owl’ door New Yorkse art-punk helden Dance aankomende debuutplaat ‘Georgiavania’, die op 21 april verschijnt. De derde track is de The Glitch Mob remix van ‘Red Dress’.

De komende maanden toert TV On The Radio door Amerika en Europa. Vooralsnog geen data in NL…

Video: The National speelt ‘Dark Was The Night’ bijdrage live

april 13, 2009

The National gaat hun indrukwekkende bijdrage aan die fantastische indie compilatie voor het goede doel, ‘Dark Was The Night,’ op 6 mei live ten uitvoer brengen in de Amerikaanse tv-show ‘Late Night With Jimmy Fallon’, samen met een achtkoppig strijkersgezelschap.

We hebben al een live versie van ‘So Far Around The Bend’ op de kop getikt. Check de video.

De 31-songs tellende verzamelaar ‘Dark Was The Night’ werd geproduceerd door The National’s Aaron en Bryce Dessner. Hun nummer ‘So Far Around The Bend’ is een bijzonder stijlvol gearrangeerd liedje, dat eigenlijk nogal afwijkt van de gebruikelijk stijl van The National. Volgens Aaron had de track dan ook niet op een plaat van de groep gepast. Mooi dat we dan via de dubbel-cd toch van het nummer kunnen genieten.

Bekijk het korte filmpje van de hand van Vincent Moon (inderdaad, de regisseur achter de net verschenen Arcade Fire-docu ‘Mirroir Noir’). De band speelt niet alleen ‘So Far Around The Bend’, maar de broers Dessner doen ook nog een boekje open over de totstandkoming van ‘Dark Was The Night’ en vertellen over het werk van Red Hot in de strijd tegen hiv en aids.

Dat ‘Dark Was The Night’ concept wordt aardig uitgebuit, echter op een goede manier dan wel hè. Drie dagen voor de Jimmy Fallon gig vindt er namelijk een benefietconcert plaats in de Radio City Music Hall in New York – tevens georganiseerd door de Red Hot mensen – waar onder meer bijdragende artiesten als David Byrne, TV On The Radio’s Dave Sitek, Dirty Projectors, Feist, My Brightest Diamond, Sharon Jones & The Dap hun opwachting maken. En natuurlijk is The National zelf ook van de partij.

De indierockers van The National zijn overigens al best ver met het schrijven van songs voor hun volgende album. Begin april starten de opnames in Dessner’s nieuwe homestudio in Brooklyn.

Motel Mozaïque barstensvol talent, wat te gaan zien?

april 9, 2009

Als je niet gaat beuken bij Paaspop, dan kun je nog altijd naar het wat kunstzinniger ingestelde festival Motel Mozaïque komende weekeinde. Buiten dat je kunt overnachten in kunstwerken en bijzondere locaties, kunstenaars en theater ontdekt, maakt je kennis met veel nieuw muzikaal talent. Het programma van de negende editie zit tot de nok toe vol met bands en artiesten die je niet mag missen. Onze tips voor het Rotterdamse festijn, dat donderdagavond (9 april) van start gaat en duurt tot en met komende zondag, met het zwaartepunt op vrijdag 10 en zaterdag 11 april.

* Jóhann Jóhannsson: Een veelzijdig man, die Jóhannsson. Hij organiseert concerten, festivals en exposities voor de Reykjavikse scene, produceert zo her en der platen en runt ook nog het Kitchen Motors label. Net zoals landgenoten Sigur Rós ontgint Jóhannsson het gebied tussen pop en klassiek. De IJslandse componist maakt fragiele, verstilde, introverte en pastorale composities, betoverend dromerig en harmonieus. Dat het bijzonder wordt staat vast, Jóhannsson neemt namelijk een achtkoppig orkest mee, met strijkers, pijporgel, piano en fagot spelers. Check muziek op zijn MySpace stek. Waar: vrijdag 10 april, WATT, 22.30 uur.

* Fever Ray: is natuurlijk de andere helft van Zweedse electro pop tweeling The Knife. Karen Dreijer liet vorig jaar ineens solo van zich horen via de single ‘Slow’ van dEUS. Maar haar eerste gelijknamige plaatje als Fever Ray volgde al snel. Die ligt qua stijl niet zo ver van The Knife verwijderd: prettige electronische beats, ietwat trager dan haar andere vehikel, waardoor onheilspellendere klanken haar intrigerende stemgeluid omwikkelen. Lees de recensie er nog eens op na! Check muziek op haar MySpace stek. Waar: vrijdag 10 april, Rotterdamse Schouwburg, 22.30 uur. Dat wordt dan kiezen geblazen tussen haar en Jóhannsson.

* The Whitest Boy Alive: De Noorse Erlend Øye, tegenwoordig residerend in Berlijn, kennen we natuurlijk van Kings Of Convenience en zijn samenwerking met Röyksopp (‘Remind Me, Poor Leno’, spelen overigens ook), maar met zijn live houseband The Whitest Boy Alive staat hij bekend als één van de beste ter wereld. De net verschenen opvolger ‘Rules’ van hun fantastische debuut ‘Dreams’ staat bol van de stekelige melancholieke tracks. Vrolijke en aanstekelijke deuntjes maken het schier onmogelijk om stil te blijven staan bij de muziek van het – tegenwoordig – viertal. Een losgeslagen frontman, veel impro en zich in het zweet werkende bandleden, dat kun je hiervan verwachten! Check muziek op hun MySpace stek. Waar: vrijdag 10 april, WATT, 00.30 uur.

* BLK JKS: wordt omschreven als één van de nieuwste hypes van 2009 als de Zuid-Afrikaanse TV On The Radio. De eerste EP ‘Mystery EP’ wordt uitgebracht door het prestigieuze Secretly Canadian. Het viertal smelt traditionele township jazz, electrofunk, progrock, afrobeat, reggae en dub op een wonderlijke manier tot een opwindend eigenzinnig geheel. Dit is het vooralsnog enige Nederlandse optreden van de band, dus ben erbij. Zeker als je fan bent van Vampire Weekend en Yeasayer. Check muziek op hun MySpace stek. Waar: zaterdag 11 april, WATT, 20.30 uur.

* Health: artyfarty noise, rauwe synth, spokerige monotone vocalen en kil en waanzinnig drumwerk, dat brengt dit kwartet uit Los Angeles voort. Het debuut werd al eens in zijn geheel geremixt (‘Health/Disco’) en sloeg in als een bom. De nieuwe single ‘Slow’ komt eraan, afkomstig van het tweede album ‘Get Color’ dat in de zomer verschijnt. Je vindt het bloedstollend prachtige noiserock, of je rent van schrik weg van die gekmakende lawine aan geluid. Ondervind zelf live naar welke kant je neigt. Want kiezen zul je, dit is niet voor iedereen weggelegd. Check muziek op hun MySpace stek. Waar: zaterdag 11 juli, WATT kelder, 21.15 uur.

* Tiny Masters Of Today: Aaaach, schattig. De uit New York afkomstige Ivan en Ada zijn nog maar 15 en 13 jaar oud! Het broer/zus duo had zo maar de kroost kunnen zijn van voorbeeld bands als The White Stripes, Sonic Youth en The Hunches. De drummer van Jon Spencer produceerde hun debuut Bang Bang Boom Cake’, waaraan meteen een haffel bekenden meewerkte, waaronder Karen O & Nick Zinner (Yeah Yeah Yeahs). Ze staan hun mannetje, samen weten ze echt wel de broekspijpen flink te laten flapperen met hun straffe punkrock en garage sound. Check muziek op hun MySpace stek. Waar: zaterdag 11 juli, Rotown, 22.15 uur.

* A Certain Ratio: De invloedrijke postpunkgroep werd al in 1977 uit de grond getrokken en bracht albums uit via het legendarische Factory label, waar Joy Division, New Order en Happy Mondays onder meer onderdak hadden. Al bleef A Certain Ratio wat achter op deze namen, ze maakten excellente platen. De Britse groep klinkt wel als Joy Division, alleen dan wat minder zwaarmoedig: dansbare funk wordt gemengd met scherpe punk. In 2008 is er na tien jaar een nieuw album verschenen, ‘Mind Made Up’, dat hier ook binnenkort uitkomt. Check muziek op hun MySpace stek. Waar: zaterdag 11 april, WATT, 22.30 uur.

* Mocky: Dominic Salole, zoals Mocky eigenlijk heet, is een ware geluidskunstenaar te noemen. De Canadees pende mee aan het laatste album van Jamie Lidell en is maatjes met Feist en Gonzales, die beiden ook weer meewerkten aan zijn nieuwste wapenfeit. Mocky komt zijn meer jazzy plaat ‘Saskamodie’, opgenomen door Renaud Letang in de Parijse studio waar ook Serge Gainsbourg en Nina Simone ooit hun platen vastlegden, promoten. Dit keer bediende hij zich van onder meer drums, bas, rhodes, piano, gitaar, percussie, belletjes, een orgel, speelgoed, strijkers en zijn kenmerkende markante raps. Check muziek op zijn MySpace stek. Waar: zaterdag 11 juli, Lantaren/Venster, 00.00 uur.

De expositie rond model Kate Moss ‘Rock ’n Roll Kate’ door popfotograaf Mick Rock is ook een aanrader. Verder gilden we al over A Place To Bury Strangers, Grampall Jookabox en Loney Dear. Ook checken dus. Je kunt nog muziek van alle optredende artiesten beluisteren via de speciaal daarvoor ingerichte Luisterpaal op de MySpace site van Motel Mozaïque. Bekijk het volledige programma en het tijdschema per dag via de officiële festivalsite.

Band van de Week: Swan Lake

april 6, 2009

Er zijn meerdere artiesten die zich Swan Lake noemen, zoals dat house muziek project, maar wij hebben het hier natuurlijk over die Canadese indierock ‘supergroep’! Samengesteld uit muzikanten die in andere toffe bands hun kwaliteiten allang hebben bewezen: Dan Bejar (Destroyer, The New Pornographers), Spencer Krug (Wolf Parade, Sunset Rubdown, Frog Eyes) en Carey Mercer (Frog Eyes, Republic of Freedom Fighters, Breakwater, Blackout Beach).

De drie heren zijn oude vrienden. Ze werkten de afgelopen jaren op één of andere manier altijd wel ergens in samen. Mercer en Krug’s relatie gaat het verst terug. Ooit woonden de twee onder in één dak en Krug dook dan weer wel en dan weer niet op in Mercer’s Frog Eyes. Hij is al te horen op het debuutalbum ‘The Bloody Hand’ uit 2002.

Toen Bejar een band samenstelde om zijn Destroyer-album ‘Your Blues’ te kunnen maken, vroeg hij Frog Eyes als band om hem daarin te begeleiden. Hij nam de groep bovendien mee op tournee als supportact en ze namen samen een EP op, ‘Notorious Lightning and Other Works’, met afwijkende versies van ‘Your Blues’-nummers. Tijdens de Europese tournee ter promotie van ‘Your Blues’ waren Mercer en Krug ook zijn bandleden en zo werd het zaadje gepland voor de oprichting van Swan Lake. Want waarom er geen èchte band van maken en samen nieuwe songs schrijven in plaats van veelal alleen live de samenwerking op te zoeken?

In eerste instantie noemde Mercer het nieuwe driemans vehikel The Songwriters Project, maar ze traden in den beginne kortstondig op als Thunder Cloud. Die naam bleek echter al gebruikt te worden en dus werd Swan Lake aangenomen als bandnaam, hoewel er ook hier meerdere van zijn. Swan Lake bracht het debuutalbum ‘Beast Moans’ uit op 21 november 2006 bij JagJaguwar. Die vreemde albumtitel kwam van Mercer, omdat Krug van mening was dat hun bandgeluid klonk ‘als een zwijn dat doodgaat in een teerput’.

De tweede plaat ‘Enemy Mine’ is onlangs op 24 maart verschenen, wederom bij JagJaguwar. De negen songs werden begin 2008 opgenomen in Victoria. De drie hebben ditmaal geprobeerd de songs meer als band te schrijven in tegenstelling tot de gelaagde, avant-garde mix van hun afzonderlijke, soms tegenstrijdige en soms prachtig samenvallende schrijfstijlen, die is te horen op ‘Beast Moans’. Het drietal wilde eigenlijk gewoon wat minder moeilijke, toffe en melodieuze liedjes pennen.

Even werd er gedacht het album ‘Before The Law’ te noemen, naar een geliefde Franz Kafka parabel, echter daar werd weer vanaf gezien omdat de bandleden hun al literaire reputatie niet verder wilden voeden. Dus werd het ‘Enemy Mine’, naar de gelijknamige sci-fi film uit 1985 over een inter-raciale vriendschap tussen twee tegenstanders; een mens (gespeeld door Dennis Quaid) en een buitenaards wezen (Louis Gossett Jr.), die kennelijk een onuitwisbare indruk maakte op Dan Bejar toen hij nog een jochie was.

Qua albumhoes is Swan Lake van zins geschiedenis te schrijven: de indierockers hebben voor het eerst in de geschiedenis ooit een rechtbank tekening gebruikt als LP cover. ‘Enemy Mine’ lijkt zo al een historisch album. Vandaar een plekje op Spinner als Band van de Week! Binnenkort laten we je in onze recensie weten of Swan Lake ook daadwerkelijk dat toegankelijker, nog mooiere album dan ‘Beast Moans’ heeft gemaakt.

JagJaguwar biedt drie gratis downloads van ‘Enemy Mine’ (MP3) om te proeven: ‘Spanish Gold, 2044’, ‘A Hand At Dusk’ en ‘Spider’. Die staan bovendien te blinken op Swan Lake’s MySpace om te checken.

Arcade Fire’s ‘Miroir Noir’ live docu een week lang gratis online

april 6, 2009

Pitchfork.tv biedt ons een tof kadootje. Vanaf afgelopen vrijdag streamt de nieuwe documentaire ‘Miroir Noir’ van Canadees gezelschap Arcade Fire een week lang, gratis en voor nop, op hun site.

De zeventig minuten durende docu, geregisseerd door de band zelf en Vincent Morisset, en geschoten door Vincent Moon, toont live beelden van de ‘Neon Bible’ tournee en geeft een kijkje op de opnamesessies voor die plaat en achter de schermen, naast nog wat ander weird spul.

Mocht het je allemaal bevallen, wat je ziet, ‘Miroir Noir’ is natuurlijk al op DVD verschenen. Je kunt tevens een Deluxe uitvoering aanschaffen met een soort accordeonachtige verpakking. Daarnaast is ie ook al een tijdje digitaal te downen voor een paar euro’s. Je kunt op de speciale ‘Miroir Noir’ site terecht om één van de versies te kopen.

Op 4 april is de documentaire in première gegaan tijdens het Full Frame Documentary Film Festival in Durham (North Carolina, USA). Daar hebben wij niet veel aan, vandaar dat we je even wijzen op de mogelijkheid ‘m bij Pitchfork te checken. Alle informatie over de film heb je eerder al van ons gekregen. We hebben ondertussen zelf ook gekeken en het is zeker de moeite waard!

Naar de ‘Miroir Noir’ live docu!

Vers Bloed: Spinner tipt London Calling (1 mei)

april 4, 2009

 

Spinner blikt vooruit op de line-up van het dit jaar driedaags festival London Calling, van 30 april tot en met 2 mei, dat een doorsnede biedt van de beste nieuwe bands en trends vanuit Groot-Brittannië. Er waait meer ‘alternatieve’ dans muziek dan ooit over, maar er is natuurlijk ook veel ruimte voor pop, shoegaze en singer-songwriters naast de talloze dance-acts. We pikken er per festivaldag een paar bands uit. Vorige week bespraken we al vijf acts voor de 30ste, vandaag vier acts die op vrijdag 1 mei in Paradiso op de planken staan.

* The Big Pink: Meesterbrein achter ‘het grote roze’ duo is Milo Cordell. Naast muzikant en zoon van jaren ’60 pop producer Denny is hij ook labelbaas van het hippe Merok, met innovatieve dance-acts als Klaxons en Chrystal Castles. De andere helft is Robbie Furze, ex-gitarist bij electro-punk zanger Alec Empire. Samen maken ze psychedelische muziek die teruggrijpt op de vroege Velvet Underground en 13th Floor Elevators: shoegaze songs waarin galmende, dromerige zang, abstracte effecten en kamerbrede gitaarpartijen zorgen voor een bijna buitenaardse schoonheid. Door de NME redactie verkozen tot beste nieuwkomer en ze toerden al succesvol met TV On The Radio. Waren begin dit jaar te bewonderen bij Eurosonic (Groningen) en komen nu vlammen in Paradiso. Check muziek op The Big Pink’s MySpace stek.

* Grampall Jookabox: Is het muziekproject van de Amerikaan David ‘Moose’ Adamson. Met een viersporen recorder en een drumcomputer ging hij al op jonge leeftijd aan de slag om zijn liefde voor hiphop te vatten in muzikale output. Ondertussen heeft Grampall Jookabox (David plus 1) het op zich genomen om een eigen traditie in de Amerikaanse folk te creëren: Jungle Folk. De hip hop is gebleven maar vermengd met weirde tribaleske ritmes, soms hysterische vocalen, bizarre samples en verknipte indie, punk, soul en blues geluiden. Dat levert een soort vervreemdend en tegelijk ook ultra catchy, overstuurd broertje van Beck op. Het tweede album ‘Ropechain’ verscheen eind 2008, een erg origineel plaatje. Check muziek op Grampall Jookabox’s MySpace stek.

* Passion Pit: Is het werk van singer-songwriter Michael Angelakos, die MGMT’s kosmische caleidoscoop leende en Hot Chip’s gekke inslag voor het zelf geschreven materiaal dat hij thuis opnam met zijn labtop voor de debuut EP ‘Chunk Of Change’. Voor zijn onweerstaanbare electropop zoekt hij de inspiratie bij de klassieke pop van Randy Newman, de soul komt van Stevie Wonder en de synth haalt ‘ie bij Giorgio Moroder. Op dat eerste schijfje laat deze Brit kleurrijke en cerebrale electronica, gelaagde zonnige vocalen, glitchy beats en euforische effecten met een heel aanstekelijke, ritmische ruggengraat horen. De single ‘Sleepyhead’ is zo onderhand een cult hit op internet. Live komt ‘ie met vier andere muzikanten opdraven. Check muziek op Passion Pit’s MySpace stek.

* The Joy Formidable: Begin 2008 ontstond er buzz rondom het drietal, aangevoerd door de blonde zangeres en gitariste Ritzy. Dankzij de talloze draaibeurten van debuutsingle ‘Austere’ door BBC Radio DJ Steve Lamacq stootte de Britten door. Het trio uit Noord-Wales verhuisde al snel naar London om samen met Being Pure At Heart nog beter een ware 90’s noise-pop revival uit de grond te kunnen stampen. Het acht nummers tellende debuutalbum ‘A Ballon Called Moaning’ staat propvol frisse, heldere en melodieuze maar ook fuzzy shoegaze liedjes (we denken gelijk weer aan My Bloody Valentine), die echter ook een fikse scheut Blood Red Shoes felheid geïnjecteerd hebben gekregen. Het zijn stuk voor stuk gevaarlijk catchy dansvloerkrakers. Check muziek op The Joy Formidable’s MySpace stek.

Dananananaykroyd tipten al in Vers Bloed uit Glasgow, zeker zien dus, en Little Boots komen we volgende week op terug in een eigen postje. Want dat is misschien wel de grootste belofte van London Calling 2009. Ook heel hard checken dus. Meer informatie over London Calling op hun MySpace of officiële site. Binnenkort lees je de Spinner tips voor 2 mei.

Naar de vijf eerdere tips
Naar de 2 mei tips

New Killer Stars naar de USA voor opnames debuutplaat

april 3, 2009

De New Killer Stars maken een grote stap om hun debuutalbum te verwezenlijken. Op 8 april vertrekt de jonge rockband uit Leeuwarden naar Amerika voor studio-opnames in de Stainless Sound Studio in Nashville en Echo Mountain Studio in Asheville (North-Carolina), waar ook Smashing Pumpkins en Band of Horses opnamesessies hebben gedaan.

Steve Mabee en Mark Robertson gaan de plaat, waarop tien nieuwe tracks komen te staan, produceren. Zij werkten eerder aan de albums van onder meer The Legendary Shack Shakers en Jesus Lizard. New Killer Stars vuige en energieke sound – zoiets als de Foo Fighters met Nirvana vol jaren negentig classic rock invloeden – lijkt bij hen in elk geval in zeer goede handen.

Maar de rockers nemen daarnaast ook meteen de tijd om hun eerder uitgebrachte EP ‘Hebrew Matthew’ in de USA vast te promoten. Het schijfje verscheen daar onlangs bij Coma Gun Records. Kunnen ze als straks het album af is meteen verder de blits maken daar. Er staan naast een handjevol shows in drie staten tevens wat interviews en een tv-optreden in de Mount Dungeon-show op de rol.

We kunnen de avonturen van New Killer Stars in Amerika online volgen via hun MySpace stek, hun eigen YouTube kanaal of via hun Twitter-account. De fans hoeven dus niet bang te zijn ook maar iets te missen.

New Killer Stars heeft in haar korte bestaan al heel wat voor elkaar gekregen: in 2007 werd de band – gitarist/zanger Sytse Bloem, bassist Cesar Eisma en Jelle von Gosliga – uitgeroepen tot Beste Nieuwkomer in hun regio, ze traden op tijdens de afgelopen editie van Eurosonic, speelden op festival De Affaire en mochten mee met rondreizend festival de Popronde vorig jaar langs 22 steden. Ze pakten bovendien de support plek bij gigs van Kula Shaker en Dinosaur Jr. en hun eerste single ‘Can’t Stop Now’ kreeg flink wat aandacht bij KinkFM.

Recensie: De Rosa – Prevention

april 1, 2009

‘Prevention’ is de tweede schijf van deze indierock band uit Bellshill, Schotland en opvolger van het heel aardige ‘Mend’ uit 2006. De liefhebbers die ze met hun debuut aantrokken zullen na een eerste draaibeurt een beetje ontgoocheld zijn, om daarna het album vast en zeker steeds meer te omarmen. Want de ‘veranderingen’ zijn heel even schrikken, maar vallen daarna prima op zijn plek.

De opliftende zang met accent van snarenplukker en songwriter Martin Henry Johnson staat nog steeds centraal in de sterk gearrangeerde, eerlijke gitaargeoriënteerde rocksongs, maar De Rosa heeft er ditmaal electronica doorheen geweven. Dat is echter zo subtiel en vindingrijk gedaan, dat het de nummers kracht bijzet en een verdieping meegeeft. Het zorgt voor een avontuurlijk geluid waarin voor de oplettende luisteraar vanalles te ontdekken valt.

Het tempo is op ‘Prevention’ ook wat naar beneden geschroefd. Het gaat van kalme, rustgevende popliedjes zoals ‘It Helps To See You Hurt’ met een mooi achtergrondkoortje en ‘Pest’ met een tokkelend gitaarriffje tot af en toe een aardige folky rockuitspatting, immer met een theatrale vibe. Soms wordt dat ook samengepakt, als in ‘Love Economy’ (over de huidige economische situatie), dat ingetogen begint en uitmondt in een meeslepend nummer met intrigerende geluidseffecten. Of het melancholieke ‘Under The Stairs’, dat opbouwt naar een spetterend einde.

Maar ook een walsje wordt niet geschuwd (‘Stillness’) en Fleet Foxes waren rond in ‘Swell’. Er hangt over het hele album een soort constante dreiging, die vaak op de achtergrond blijft, maar zich soms naar de voorgrond wringt. Kortom, een gevarieerd plaatje dit (overigens wederom geproduceerd door ‘Mend’-man Andy Miller).

Ondanks de ietwat nieuwe sound houdt De Rosa het toch consistent. Het is alleen jammer dat Johnson ook in elk nummer een boodschap kwijt wil. Dat neem wat van de prettige energie en drive uit de nummers op ‘Prevention’ weg. Voor sommigen, die de diepgang niet opzoeken, zal het overkomen als gezeur. Al met al is het een flinke stap vooruit voor De Rosa, niet teveel experiment, maar goede aanvullingen en uitstapjes. Tis alleen ff wennen.

SPINNER SCORE: 76/100

Recensie: The Decemberists – The Hazards Of Love

maart 28, 2009

De Amerikaanse indie folkpop band The Decemberists uit Portland bleven op hun voorgaande majordebuut en vierde – op een Japans volksverhaal gebaseerd concept – plaat ‘The Crane Wife’ (2007) gelukkig redelijk zichzelf, hoewel we in de vertrouwde, de geijkte paden vermijdende sound van de uitgestrekte nummers met ingewikkelde, literaire teksten veel meer progrock-invloeden waarnamen. ‘The Hazards Of Love’ (weer bij indie label Rough Trade) is een logisch en ambitieus vervolg, maar overstijgt die vorige schijf ook.

Frontman/gitarist en boekenwurm Colin Meloy schrijft eigenlijk geen songs maar vertelt uitgebreide verhalen. In dat kader is ‘The Hazards Of Love’ zijn ultieme hoogtepunt. Hij heeft naar eigen zeggen een rockopera gepend. Het is geen geheim dat Meloy er een diepgaande fascinatie op nahoudt voor de Britse folkscène uit de jaren ’60. Ook dit keer was het een inspiratiebron voor het songmateriaal. Hij struikelde ergens over het in 1966 verschenen EPeetje ‘The Hzards Of Love’ van de Britse folkartieste Anne Briggs en ontleende daar meteen de albumtitel aan.

Voor ‘The Hazards Of Love’ dus wederom een concept: 17 muzikale stukken die de affaire tussen de stadse Margaret en de bosbewoner William, en breder getrokken de troubles van de liefde centraal stellen. Laat die shuffleknop ongebruikt als je deze plaat in de speler legt (ze gaan ‘em ook alleen maar van voor naar achter live spelen). Je behoort het in één stevige zit te ondergaan vanaf de zachtjes openende ‘Prelude’ tot het warme slotakkoord van ‘The Hazards Of Love 4 (The Drowned)’. In een krap uur wordt je heen en weer geslingerd tussen flarden folk, indie en progrock (dat ’70s element is gebleven en ook verder aangedikt). Het ene moment wordt je meegezogen in (akoestische) verstilling, het de andere momenten in scheurende gitaren en lyrische uitbarstingen.

Meloy (William) kreeg vocale hulp van Becky Stark (Lavender Diamond, Margaret) en Share Worden (My Brightest Diamond, boze boskoningin), die beide een mooie en heldere goed gekozen aanvulling zijn. Ook Jim James van My Morning Jacket, Robyn Hitchcock en Rebecca Gates (Spinanes) geven de personages invulling. De minitieus uitgedachte arrangementen en melodieën zijn verrijkt met sfeervolle geluiden, van subtiel (warm orgeltje, pedalsteel met snik) en lief (kinderkoor, hemelse strijkers) naar luid (gierende Led Zeppelin riffs) en vreemd onheilspellend (krassende violen).

Producer Tucker Martine heeft er vast een flinke kluif aan gehad, echter heeft prima werk afgeleverd. Het kan ook snel far too much zijn hè. Maar het wordt geen moment eentonig of overdone. Dat is opgelost doordat nummers zonder tussenpauzes naadloos in elkaar overvloeien en thema’s telkens terugkeren. De titeltrack is bijvoorbeeld in vier afzonderlijke uitvoeringen te horen. Maar ook tekstfragmenten worden herhaald. Het voor The Decemberists weer wat hardere geluid is ook nergens té volgepropt. Er is ruimte gelaten om af en toe even adem te halen. Er is daarentegen niets echt catchy of kort gehouden, alles is vooral erg slepend. De cd vraagt nogal wat van de luisteraar.

‘The Hazards Of Love’ is het album waarvan we wisten dat The Decemberists die ergens in zich hadden. Een consistente, verhalende, volwassen, boeiende en originele plaat. Geen spul voor de Top 40, daar zijn de nummers opnieuw te lang voor en is de lading te zwaar. Meloy, je hebt geen rockopera gemaakt zoals Tommy, het is een folkprog rockopera! Het veelzijdige ‘The Hazards Of Love’ is de kroon op hun imposante oeuvre. Al denk ik wel dat de folkpop fans nu misschien af gaan haken…

SPINNER SCORE: 82/100

Animal Collective live boxset details duiken op via eBay

maart 20, 2009

Als er een testpersing opduikt van een Animal Collective release op veilingsite eBay, dan is dat op zich natuurlijk niet zo’n opvallend nieuwtje. In dit geval betreft het echter niet zo maar een plaatje van het hippe collectief uit Brooklyn, het gaat om de live boxset op het Catsup Plate label waar veel over gekletst is en die al lange tijd verwacht wordt. En via eBay worden ze geveild voor het goede doel!

Het pakketje heet ‘Animal Crack Box’ en omvat drie vinyl langspelers met live materiaal dat is opgenomen op minidisc in diverse locaties gedurende de eerste drie bestaansjaren van de band. Er doen al jaren geruchten de ronde over deze boxset. Het ziet er nu naar uit dat ‘ie er dus ook echt komt. Catsup Plate, die Animal Collective’s ‘Campfire Songs’ album uitbracht, biedt de testpersingen van ‘Animal Crack Box’ op eBay ter verkoop aan.

We weten nooit wat we met testpersingen moeten doen. Redelijk snel nadat we ze hebben goedgekeurd, hebben we de commerciële exemplaren van de plaat, dus de testpersingen belanden doorgaans ergens in een doos. Om te bewaren voor de kleinkinderen of zoiets,” aldus een woordvoerder van het label.

“Voor onze aankomende 3LP boxset van live en onuitgebrachte Animal Collective muziek hebben we dit keer besloten om iets positievers te doen met de testpersingen.De opbrengst komt volledig ten goede aan Dokters Zonder Grenzen om slachtoffers van geweld en andere catastrofes op de aardbol te helpen. Zo’n ‘Animal Crack Box’ is niet goedkoop, maar het geld komt nemen wij aan goed terecht. Dus surf naar eBay en probeer er een te bemachtigen!

De releasedatum voor de echte ‘Animal Crack Box’ is nog niet bekend. Volgens de beschrijving op eBay worden er slechts 1000 van gemaakt en worden die NIET in de winkel verkocht. Tracklisting en waar wat is opgenomen, vind je op de eBaysite.

The Breeders brengt nieuwe EP zelf uit

maart 17, 2009

Goh, dat zijn we niet gewend. The Breeders is geenszins een productieve band te noemen. In 19 jaar tijd verschenen er slechts vier albums – stuk voor stuk goeie platen, dat dan weer wel, met als hoogtepunt alt.pop klassieker ‘Last Splash’ – en het is nog maar een jaar geleden dat hun laatste schijf ‘Mountain Battles’ uitkwam. Toch ligt er zeer binnenkort een nieuwe release op ons te wachten.

Het is helaas geen volledig studioalbum, maar wel een EP met vier nieuwe nummers genaamd ‘Fate To Fatal’, die op 21 april verschijnt.

In één song, ‘The Last Time’, horen we de vocalen van notoire brombeer Mark Lanegan terug. Een andere track met de titel ‘Chances Are’ is een cover van reggae goeroe Bob Marley (!), door de band live opgenomen in Steve Albini’s studio in Chicago. Er is ook al een videoclip geschoten voor de derde track ‘Fate To Fatal’, vastgelegd met producer Gareth Parton (The Go! Team, The Pipettes), met het St. Louis roller derby team (een rolschaats-sport) Arch Rival Roller Girls. Het vierde nummer heet ‘Pinnacle Hollow’, verder is daar nog niets over bekend.

De EP ‘Fate To Fatal’ wordt het eerste plaatje dat The Breeders op eigen kracht uitbrengt. De band staat toch onder contract van 4AD? Kim Deal verklaart: “Het lijkt dat we nu, meer dan welke andere periode in het verleden dan ook, muziek zelf naar buiten kunnen brengen, zelf wat cool artwork kunnen uitzoeken, de EP’s zelf kunnen verkopen bij onze shows en via onze website. Maar we gaan ook via de traditionele platenwinkels en andere online verkooppunten. Dus we drukken zo’n duizend 12 inch vinyl plaatjes.”

Het artwork wordt overigens ontworpen door Chris Glass (Wire & Twine, Ohio), kennelijk familie van de Deal’s, die ook wat had te maken met nieuwe logo’s voor Amerikaanse president Barack Obama. Wat hij verzint wordt in elk geval gedrukt op deftig papier.

Nieuwe EP en pracht animatieclip van Death Cab For Cutie

maart 13, 2009

Onze geliefde Amerikaanse indie rockband Death Cab For Cutie heeft weer wat leuks verzonnen. Een paar dagen geleden lieten ze nog een ontzettend mooie animatieclip op ons los via het web, maar er zijn kennelijk ook alweer plannen voor een nieuwe EP, die de titel ‘Odds-And-Ends’ draagt.

Eerst ff die clip. De animatievideo is gemaakt bij de melancholieke single ‘Grapevine Fires’ van het geweldige album ‘Narrow Stairs’, dat vorig jaar verscheen. Een diep tragisch verhaal dat schitterend is omgezet naar getekende, sferische beelden. Met z’n allen vluchten voor oprukkende bosbranden… Met zekerheid een van de mooiste video’s van het jaar tot nu toe. Check ‘em hieronder!

Op de EP ‘Odds-And-Ends’, die in de loop van 2009 uitkomt, komen vier liedjes te staan die ‘Narrow Stairs’ niet gehaald hebben. Natuurlijk zijn het geen slechte overblijvertjes en dus wegwerpsongs, althans zo zweert bassist Nick Harmer op zijn leven, maar nummers die niet in het grote ‘plaatje’ van dat album pasten. De EP omvat in elk geval een alternatieve versie van ‘Talking Bird’, waarin frontman Ben Gibbard een stukje ukelele speelt.

Recensie: Andrew Bird – Noble Beast

maart 8, 2009

Na drie albums verscheen in 2001 ‘The Swimming Hour’, waarop Andrew Bird – nog steeds geworteld in de folktraditie – een ommezwaai naar meer pop en rock maakte. Tweede soloalbum ‘The Mysterious Production of Eggs’ (2005) werd een schitterend dromerig en hemels plaatje en hoewel opvolger ‘Armchair Apocrypha’ wat duisterder klonk werd deze ook alom bejubeld. Nu is er ‘Noble Beast’, dat Bird schreef vanuit een boerenschuur op het landgoed van zijn ouders in Illinois, eenzaam in zijn gedachten en ingeklemd door een idyllisch landschap (zoals ook op de hoes prijkt).

In zijn fantasiewereld is Bird heer en meester. De wonderlijke Amerikaan is een virtuoos multi-instrumentalist, klassiek geschoold violist, volleerd fluiter (hij bezit de gave om gefluit niet storend maar prettig te laten zijn. Net als Creedence Clearwater Revival het in zich had om een koeiebel tot een geniale aanvulling te verheffen) en een sublieme singer-songwriter. De sound is nog weidser en ‘Noble Beast’ sleept je verder binnen in de diepe krochten van zijn geest. We mogen meeliften bij de kleine ontdekkingsreisjes en hij toont ons de omgeving. Bird volgt dat pad al sinds zijn ‘Weather Systems’ in 2003, toen hij zijn band Bowl Of Fire ten ruste legde.

‘Noble Beast’ biedt niets echt vernieuwends, Andrew schudt songs zo uit zijn mouw (pende hij ergens in zijn intrigerende blogposts voor de New York Times). We luisteren naar momentopnames uit Bird’s leven. De songs liggen perfect in het gehoor, alles is op de plek waar ie wezen moet. Dat muzikale vakmanschap, dat is nou juist iets om over te (kunnen) vallen. De innovatie zit ‘em bij Bird in het uitkristalliseren van zijn al zeer eigen geluid, niet in het verrassingselement. Elk plaatje is een stapje verder in het vervolmaken ervan, een sfeervol en organisch mengsel van kamerpop, moderne folk, indierock en jazz.

De 14 songs – van opener ‘Oh No’ tot slotstuk ‘On Ho’ – hebben alles in zich wat Bird kan in overtreffende trap. Elegant wiegende liedjes die gaan van een 20-seconden sketch (‘Ouo’) naar een zes minuten durend meditatief stuk (‘Masterswarm’ – van Nick Drake naar flamenco, folk noir en Radiohead’s electronica-invloeden). Opgebouwd uit melancholiek folky vaak inkleurend vioolgestrijk en warm gefluit (meestal aan het begin en eind van een nummer), gitaargetokkel, ritmische handclaps, keys, klarinet en zijn kenmerkende delicate electronica loops. Andrew’s troostende vocalen en een onthaastende flow, zijn de grootste stap vooruit na het wat chaotische ‘Armchair Apochrypha’. Bird lijkt op een charmante kruising van Radiohead’s Thom Yorke en Paul Simon en af en toe komt meester John Cale door.

Een enkele penetrerende gitaarlick, krachtige electronica flard of beat houdt de aandacht erbij; even veer je op uit je luie ligstoel om je daarna weer dromerig en kalm terug te vleien. Het is een avontuurlijk belevenis, zowel de in balans zijnde, mooi gearrangeerde muziek als de goed gevonden, aan literatuur refererende intelligente teksten, woord spielerij en bizarre songtitels. Zoals je naar Belle & Sebastian’s woordkunstenaar Stuart Murdoch luistert die af en toe een brede grijns op je gezicht tovert, volg je eveneens Bird en zijn ingevingen, alleen gaat het Andrew nu meer om de klank van de woorden dan de betekenis ervan.

Er zijn er maar weinig zoals vreemde vogel Andrew Bird, met een compleet eigen stijl die ver boven de gemiddelde singer-songwriter uitsteekt. ‘Noble Beast’ is zijn vierde sterke soloalbum op een rij, al blijft ‘The Mysterious Production Of Eggs’ zijn mooiste en dit zijn meest coherente. ‘Noble Beast’ geeft zijn schoonheid niet zo maar prijs. Daar zijn draaibeurten voor nodig, al nestelt het zich na een eerste beluistering al wel in je gevoel. Het album eindigt met een stemmig stukje viool, dat een brug slaat naar het instrumentale, experimentelere bonusalbum ‘Useless Creatures’ (8 tracks) dat bij de Deluxe Edition van ‘Noble Beast’ wordt bijgeleverd.

SPINNER SCORE: 77/100

Clap Your Hands Say Yeah terug met gratis nieuw nummer

maart 8, 2009

We krijgen gemixte signalen toegezonden van Clap Your Hands Say Yeah. Volgens eerdere geruchten zou de band uit elkaar zijn, maar dat bleek later toch weer niet waar. De indie rockers uit Brooklyn zouden vervolgens een tijdje niet meer toeren of samen de studio in gaan. Ze speelden notabene afgelopen maand hun ‘afscheids optreden’. En wat blijkt nu, er staat ineens toch een nieuwe track op hun officiële bandsite, om gratis te downen.

Dat gloednieuwe, echt wel in de studio opgenomen nummer ‘Statues’ bracht Clap Your Hands Say Yeah afgelopen week ook live ten gehore tijdens de ‘Late Night with Jimmy Fallon’ tv-show. Met die surfrock drums, de karakteristieke stem van frontman Alec Ounsworth en voldoende melodieuze kronkels, lijkt dit liedje meer op het nerveuze indie pop materiaal van CYHSY’s naar zichzelf vernoemde debuut dan op de vele donkerdere opvolger ‘Some Loud Thunder’ uit 2007.

Ze nemen dus helemaal geen afscheid van ons. Ook niet voor een poosje. Verwarrend is het wel, maar goed dat ze er ‘weer’ zijn! Sjees ff naar de site van CYHSY, om ‘Statues’ binnen te halen. En check de live uitvoering hier:

Recensie: V/A – Dark Was The Night

maart 7, 2009

Amerikaanse organisatie Red Hot kwam met het idee voor ‘Dark Was The Night’ (4AD), een nieuwe verzamel dubbelcd ten voordele van de strijd tegen Aids, en vroeg de broertjes Aaron en Bryce Dessner van The National om het proces te overzien. Albums voor het goede doel worden altijd met de beste intenties geïnitieerd. Meestal is het resultaat echter zwaar teleurstellend. De uitverkozene namen zien er interessanter uit dan dat het uiteindelijk muzikaal is. Artiesten leveren een oude, verdwaalde track of flauw b-kantje in, of maken er zich met een middle-of-the-road cover vanaf. Gelukkig is de compilatie ‘Dark Was The Night’ daar een hele grote uitzondering op!

Het is een bevlogen, zeer indrukwekkende, meer dan twee uur omvattende verzameling van 31 exclusieve songs. Niet alleen de namen die op de beide hoezen prijken en muzikale bijdrages leverden in de vorm van eigen, veelal ingetogen unieke liedjes, fraaie samenwerkingen en vindingrijke covers omvatten het neusje van de indie scene zalm anno 2008/2009, vooral de Amerikaanse. Maar ze maakten er ook stuk voor stuk, slechts enkele bands daargelaten, iets speciaals van. Sommige overstijgen zelfs hun al geniale niveau.

Vooral de eerste schijf staat bomvol juweeltjes. David ‘Talking Heads‘ Byrne en Dirty Projectors vocalen passen perfect in ‘Knotty Pine’, zoals de stemmen van Death Cab’s Ben Gibbard en Feist naadloos samensmelten in hun schitterende cover van Vashti Bunyan’s ‘Train Song’. Feist’s latere ‘Service Bell’ bijdrage met Grizzly Bear, daar valt de kaak van open zo mooi en ook My Brightest Diamond’s rokerige versie van ‘Feeling Good’ en Yeasayer’s lenige uitvoering van ‘Tightrope’ heft de wenkbrauwen ver omhoog. Het uitwaaierende ‘Sleepless’ van The Decemberists is simpelweg meesterlijk.

Bon Iver levert een schattige song over een klein dorpje in Wisconsin, half cello half electronica duo The Books doet met José González een ijzingwekkende cover van Nick Drake’s ‘Cello Song’, Dessner tekent met Iver voor een van de meest spooky tracks ‘Big Red Machine’, terwijl zijn broer met Antony Hegarty Bob Dylan’s traditionele ballad ‘I Was Young When I Left Home’ heel sober en tragisch opfleurt. Sufjan Stevens mag afsluiten met zijn Castanets versie ‘You Are The Blood’, desolate pianoklanken, minimale electronica sounds en mystieke vocalen zetten de nekharen overeind. Buck 65’s remix van ‘Blood Pt. 2’ is er zo eentje die je kunt skippen…

Schijf twee is iets wisselvalliger dan de eerste, maar niettemin de moeite. Spoon opent met het wat meer ritmische, zwierige ‘Well-Alright’, waarna het zouteloze ‘Lenin’ van Arcade Fire volgt. Vanaf hier is het ofwel mmmm ofwel aardig entertainend. Het niveau zakt een beetje in. De betere tracks komen van New Pornographers (die een van hun bandcollega’s Dan Bejar’s ‘Destroyer’ songs covert), het altijd ontspannen rockende Yo La Tengo, de geile Blonde Redhead & Devastations samenwerking, Riceboy Sleeps (met leden van Sigur Rós) en Gillian Welch samen met Conor ‘Bright Eyes‘ Oberst. En Cat Power klinkt als twee druppels soulvol Janis Joplin water.

Het is eigenlijk gewoon teveel om specifiek te bespreken. De enige minpunten die we kunnen vinden is dat er weinig hip hop op voorkomt, er niet al te uitbundig gerockt wordt en er ook weinig te dansen valt. Maar goed, het is dan ook geen feesten en partijen plaat, echter een echt (f)luisteralbum. Dus trekken die portemonnee en rap. Genieten met volle teugen! ‘Dark Was The Night’ is een meer dan waardige opvolger van Red Hot’s eerdere uitgaves, de Cole Porter coverplaat ‘Red Hot + Blue’ (1990) en ‘No Alternative’ (1993), met Pavement, Sonic Youth, Nirvana en anderen. Die je trouwens ook moèt hebben.

Op de speciale ‘Dark Was The Night’ site beluister je wat tracks en nog meer op de MySpace stek. The National’s bijdrage ‘So Far Around The Bend’ live kun je hier checken.

SPINNER SCORE: 88/100

Jarvis Cocker terug met Steve Albini-geproduceerde plaat

maart 7, 2009

Britpopheld en ex-Pulp frontman Jarvis ‘ik heb geen last van valse bescheidendheid’ Cocker zou na een bezoekje aan het Pitchfork Music Festival in Chicago vorig jaar even langs zijn gegaan bij Steve Albini’s Electrical Audio Studio om een paar nieuwe songs uit te testen. Ze waren eigenlijk beide zo prettig verrast (volgens een statement was Cocker ook erg te spreken over lage prijs van de opnames) dat ze afgelopen januari opnieuw de studio introkken om de rest van ‘Further Complications’ op te nemen. Die plaat, zijn tweede solo-album, verschijnt nu op 19 mei.

Hoewel de excentrieke Brit claimt dat ‘ie niet “rock geworden is” lijkt Albini wel een erg goede keuze als producer, gezien Jarvis Cocker meer en meer de ruwe kant opgaat met zijn songmateriaal sinds hij Pulp achter zich liet. Dus verwacht vooral geen ‘We Love Life Scott Walker’ strijkers op de plaat. Wel een paar nummers die Cocker vorig jaar tijdens zijn tournee al op het publiek losliet, zoals ‘I Told You Twice (Leftovers)’, ‘Angela’, ‘Fuckingsong’ en natuurlijk de titeltrack.

Nog een paar songtitels met kostelijke opmerkingen van kitchy crooner Jarvis: ´Slush´ (“het ultieme resultaat van de opwarming van de aarde”), ‘Caucasian Blues’ (“een poging om de pijn te begrijpen van een man die geen benzine meer heeft voor diens Honda Goldwing”), ‘I Never Said I Was Deep’ (“de zin die ik graag op mijn grafsteen zou zien”), ´The Night They Let Me Out of the Home´ (“geeft de moeilijkheden weer van het gebruiken van het openbaar vervoer op krukken”) en Homewrecker!´´(“een absoluut kabaalnummer met Steve Mackey op saxofoon [hij speelde mee op The Stooges‘ ‘Funhouse’, weet je]. Verheug je nog niet teveel, want niet al deze songs komen op de plaat terecht, Jarvis is er nog niet helemaal uit qua tracklist.

Cocker heeft overigens tegenwoordig een dikke baard! Natuurlijk heeft ´ie daar ook weer een verklaring voor: “Ik groeide het om mijn gezicht warm te houden op de Noordpool, maar toen raakte ik er min of meer aan gehecht. De hoeveelheid grijze haren verafschuwde mee eerst, maar nu denk ik dat het een handige herinnering is aan mijn eigen sterfelijkheid.”

Er zijn nog maar een paar echte sterren in de klassieke betekenis van het woord en Jarvis mag daar zeker toe gerekend worden. Cocker komt op 7 juni naar Paradiso, Amsterdam voor een eenmalige show. Een dag ervoor staat die andere Britse held met de grote mond Morrissey in een uitverkochte WATT in Rotterdam (6 juni). It’s gonna be a great weekend for nostalgic Britpop lovers!

Check een paar nieuwe songs, gefilmd door fans tijdens eerdere toer gigs!

Yeah Yeah Yeahs nieuwe album streamt al op MySpace!

maart 7, 2009

Tja, als je spiksplinternieuwe album toch al per ongeluk is gelekt via internet, kun je maar beter haast zetten achter de release. Dat dacht het management van Yeah Yeah Yeahs ook. Niet alleen de officiële datum waarop de vijfde schijf zou verschijnen is naar voren gehaald, maar vanaf vandaag (7 maart) is ‘It’s Blitz’ ook al gewoon geheel gratis te beluisteren via de MySpace site van de New Yorkse, hippe rockband.

‘It’s Blitz’ krijgt nu een digitale release op 9 maart aanstaande, in plaats van oorspronkelijk op 13 april. De daadwerkelijke schijf verschijnt op 6 april. Heb je toch weer mooi twee dagen eerder luisteren meegepikt, als je de plaat nog niet voor nop van het net had getrokken en had besloten ‘em betaald te gaan downen.

Er kwam ruim een week geleden al een eerste track bovendrijven, via Kanye West’s populaire blog, genaamd ‘Heads Will Roll’. Dat nummer gaat een wat andere kant op dan gewend: geen vuige garagerock maar een ‘regelrechte dansvloer kraker’ met dikke synth lagen en een flinke stoot vette gitaarriffs.

Het album werd geproduceerd door Yeah Yeah Yeahs producer sinds lange tijd Dave Sitek van TV On The Radio en Nick Launay, die momenteel werkt aan het volgende The Cribs’ plaat. YYYs komt naar Europa om ‘It’s Blitz’ live aan ons voor te stellen, maar doet eerst nog ff het Coachella Festival op 19 april in Amerika. Er is slechts één datum geboekt in ons land: op 29 april in Paradiso, Amsterdam.

Wat is de deal met die Razorlight en Blur drummers?

maart 6, 2009

Veel drummers dromen van zo’n muzikantenleven, lekker meppen bij een succesvolle band, platen maken en toeren om zo je centjes plezierig te verdienen. Maar zowel de drummer van Razorlight als die van Blur houdt er andere plannen op na. Ze stappen er allebei uit. Eentje gaat nog wel door in de muziek, de andere verkiest een totaal ander pad…

Om te beginnen met Andy Burrows van Razorlight, hij heeft zijn Engelse bandkompanen per direct de rug toegekeerd. We begonnen begin deze week al wat te vermoeden, toen ene David ‘Skully’ Sullivan-Kaplan ineens de drumkruk bevolkte tijdens een gig in Wolverhampton op 2 maart. Waar was Burrows gebleven? En how come dat die Skully alle nummers zo maar feilloos mee kon drummen? Omdat de beslissing dat Burrows weg ging kennelijk bij hen al bekend was?

Andy Burrows geeft “persoonlijke redenen op” als oorzaak van zijn vertrek. Wat ‘ie gaat doen, is niet helder. We weten alleen dat Burrows vorig jaar een soloalbum heeft uitgebracht, getiteld ‘The Colour Of My Dreams’, dus wellicht kiest hij ervoor om in zijn uppie verder te gaan. Skully blijft in elk geval de live-drummer bij Razorlight tot eind 2009.

Zoals dat hoort, lovende afscheidswoorden over Burrows op de officiële bandsite. Natuurlijk ‘was hij een goede vriend’, ‘zijn ze trots op wat ze samen hebben gedaan’ en ‘zullen ze hem missen’. Na de ‘Slipway Fires’-tournee werkt Razorlight verder aan het vierde album. Of invaller Skully een blijvertje is, valt te bezien.

En we waren nog wel zo blij met het veelbelovende nieuws dat Blur deze zomer weer gaat toeren en met nieuw materiaal op de proppen komt. Echter ook hier gooit de drummer roet in het eten. Dave Rowntree dwarsboomt de kans op een mogelijke definitieve comeback van de Britse groep in originele bezetting, want hoewel hij nog braaf meedoet tijdens de reünieconcerten, wil hij in de herfst zijn drumstokken aan de wilgen hangen.

Meneer wil namelijk advocaat worden. En dat gaat natuurlijk helemaal niet samen met een heftig rocksterren bestaan en trips rond de wereld om shows te spelen. Dave is de laatste jaren kennelijk druk bezig geweest zich om te scholen van drummer tot strafrechtadvocaat en heeft ook al een stageplek gevonden bij een bekende Londense advocatenfirma waar hij momenteel een dagje in de week mee mag kijken. Wie had dat nou gedacht, dat Dave Rowntree een carrière in de rechtspraak ambieert…

Eels is in juni terug met ‘Hombre Lobo’

maart 4, 2009

We moesten Big E een hele tijd missen, al wisten we wel dat hij zijdelings even bezig was met een soundtrack, maar in juni komt de bebaarde Amerikaan weer eens met een nieuw Eels album! De zanger/liedjesschrijver heeft nogal wat te overtreffen, vier jaar na de meesterlijke dubbelaar ‘Blinking Lights And Other Revelations’, waar Mark E. Everett bijna zijn gehele muzikale loopbaan aan geknutseld had.

We kregen nog wel een smakelijk tussendoortje in de vorm het live album ‘Eels With Strings: Live At Townhall’ voor de voeten geworpen en E verdreef humoristisch zijn tijd met briefjes pennen naar de Britse koningin. En eind vorig jaar leerden we dat Eels negen nummers had bijgedragen aan de soundtrack van de Jim Carrey-film ‘Yes Man’. Een van die liedjes ‘Man Up’ gooide hij gratis op zijn MySpace, maar verder hebben we niets echt nieuws meer vernomen van den Eels.

Dus zijn we razend nieuwsgierig naar het nieuwe, zevende studioalbum, dat de naam ‘Hombre Lobo’ draagt, en op 2 juni uitkomt. De plaat bevat 12 songs, allemaal zelf opgenomen in zijn eigen studio in Los Angeles.

Motel Mozaique 2009: Fever Ray, A Camp, Loney Dear

maart 2, 2009

Rotterdams festival Motel Mozaique is er bijna klaar voor, de negende editie van 9 tot en met 12 april, met de lancering van een gloednieuwe, fraai ogende website, de aanvulling van de deelnemende podia met locatie WATT en de laatste namen voor de programmaposter.

Tussen de al genoemde bands sprongen Röyksopp, The Whitest Boy Alive, HEALTH, Grampall Jookabox, A Place To Bury Strangers,…And You Will Know Us By The Trail Of Dead en 2 Many DJ’s er vooralsnog uit. Daar komen nog een paar acts bij: ook The Knife-zangeres Karin Dreijer komt haar soloproject Fever Ray laten horen, net als Loney Dear, A Certain Ratio, Nico Muhly, A Camp (met Cardigan-zangeres Nina Persson) en Abattoir Fermé. Er is tevens een expositie rondom – supermodel en ex-Pete Doherty vriendin – Kate Moss, ‘Rock ‘n’ Roll Kate’, door geroemde popfotograaf Mick Rock.

Kunstenfestival Motel Mozaïque heeft dit jaar de Rotterdamse Schouwburg, WATT, Lantaren/Venster, CBK, Rotown, NAi en TENT als festivallocaties. Naast muziek is er ook volop te genieten van beeldende kunst, theater, gidsentochten en de mogelijkheid om op kunstzinnige wijze te overnachten ergens in de stad. De kaartverkoop (dagkaarten, passepartouts, slaapkaarten) is al een tijdje gaande, dus wil je nog, dan moet je opschieten want volgens de organisatie gaan ze vrij hard.

Pete Doherty verlangt ernaar weer Libertine te zijn

maart 1, 2009

Babyshambles spil Pete Doherty wil The Libertines nieuw leven inblazen. Zijn voormalige groep viel in 2004 uiteen wegens Doherty’s bekende verslaving aan drank en drugs en zijn daarmee verband houdende irrationele gedrag. Kennelijk is meneer afgekickt, dus de zanger/gitarist doet er nu alles aan zijn oud-collega Carl Barat en momenteel solo artiest ervan te overtuigen weer te gaan optreden als The Libertines.

Hij beloofde nooit terug te keren bij zijn oude, beste vriend als hij zijn problemen niet opgelost had,” aldus een kompaan van Barat. Nu de twee uitgebreid met elkaar hebben gesproken, is Carl ervan overtuigd dat Pete echt is veranderd. Hij ziet ernaar uit weer met hem te werken.”

Doherty en Carl Barat werden van de week samen op de foto gezet en het lijkt er inderdaad op dat de problemen tussen de twee zijn verdwenen. Barat heeft ook altijd beweerd niet alleen voor geld de band opnieuw de band op te willen starten, ondanks een miljoenen aanbod van zowel het Britse Reading als Leeds festival, dus dan moet het nu wel goed zitten. Tis alleen nog de vraag wanneer The Libertines het podium weer opstappen of nieuw materiaal gaan schrijven.

“Ik draai zijn arm niet te ver om,” aldus Doherty over Barat in een interview. “Dat neemt hij niet zo goed op.” Maar de veelbesproken zanger, die een tijdlang een relatie had met model Kate Moss, meent het wel heel serieus met de comeback. “Ik heb een soloplaat geschreven en opgenomen en er komt er waarschijnlijk nog een. Er zit een geweldig album van The Babyshambles aan te komen en met The Libertines gebeurt het ook in de komende jaren, hoe dan ook.”

De nieuwe Patrick Watson heet ‘Wooden Arms’

maart 1, 2009

Patrick Watson weet de laatste twee jaren steeds meer fans aan zich te binden. Dat komt onder meer door die prachtig mooie liedjes – een avontuurlijk mengsel van cabaretpop met klassiek en indierock – bezongen met Jeff Buckley-eske stem op zijn ‘Close To Paradise’ album uit 2006, dat inmiddels is onderscheiden met de Canadese Polaris Prize.

Maar ook wegens de enthousiaste, indrukwekkende gigs die hij overal geeft. Herinneren we ons zijn show op Lowlands nog? Die was cool! Laten we hopen dat de festivalorganisatie dat ook in de smiezen heeft, want Watson komt op 28 april met zijn nieuwe plaat ‘Wooden Arms’. Ruim de tijd om hem opnieuw te boeken dus!

Watson pende 11 songs bij elkaar in de laatste maanden van 2008 en produceerde zijn album zelf. De nummers gaan, zo zegt de persverklaring, over het wakker worden op vreemde plekken over de hele wereld. Wij denken dan aan een soort toerverslag van de man. Muzikaal zouden ‘Watson’s stem en orkestraties helderder schijnen ten opzichte van een ritmische basis, die wat meer naar de voorgrond is gebracht.’

De tracklisting van het derde bandalbum is nog niet bekend, het album bevat in elk geval songs die ‘Beijing’, ‘Big Bird In A Small Cage’, ‘Fireweed’, ‘Machinery Of The Heavens’, ‘Man Like You’, ‘Tracy’s Waters’, ‘Traveling Salesman’, ‘Hommage’, ‘Down At The Beach’ en ‘Wooden Arms’ heten.

Dirty Projectors ´Bitte Orca´, al twee songs te checken

februari 28, 2009

Hoewel iedereen de nieuwe platen van Grizzly Bear en Animal Collective alvast in gedachte houdt voor de eindejaarslijst, hebben we nog een band om duchtig rekening mee te houden dat ze in dat overzicht moeten worden opgenomen. Dirty Projectors komt namelijk met zijn vijfde studioalbum ‘Bitte Orca’ en dat zou ook wel eens een meesterlijk album kunnen zijn!

‘Bitte Orca’ is de opvolger van het succesvolle ‘Rise Above’ uit 2007, Dave Longstreth’s impressionistische, avant-rock kijk op Black Flag klassieker ‘Damaged’.

De line-up waarmee permanente Projector Longstreth voor die plaat toerde, zijn ook de muzikanten waarmee hij de studio in thuishaven Brooklyn en Portland intoog: naast Dave zijn dat Brian McComber (drums) en Amber Chase en Angel Deradoorian op gitaar en bas. Die laatste twee zijn tevens terug te horen in de achtergrondvocalen en te zien op de albumhoes.

Er staan negen songs op ‘Bitte Orca’, hun eerste plaat bij Domino Records, waaronder klinkende titels als ´Cannibal Resource´, ‘Sunrise´, ´The Bride´, ´Useful Chamber´, ´Remade Horizon´ en ´Fluorescent Half Dome´. Twee van die nieuwe nummers kwamen tijdens een live show vorig jaar april al voorbij, ´Temecula Sunrise´ en ´Stillness Is The Move´ (even aannemende dat het de nieuwe benaming is van ‘That´s My Move´). Zo te horen gaat het verder waar het trashy ´Rise Above´ ophield, richting zonniger, poppier terrein:



Stillness Is The Move´ wordt de eerste single van ‘Bitte Orca’ en verschijnt digitaal en als 12 inch (met een a cappella mix, een Lucky Dragons mix en twee b-kanten) op 21 april, waarna het album volgt op 9 juni. Tot dan kun je je tijd invullen met Angel Deradoorian´s solo EP ‘Lovepump United’ of Dirty Projector´s ‘Knotty Pine’ samenwerking met David Byrne voor de ´Dark Was The Night´ compilatie (waarvan binnenkort een recensie op Spinner).

Dirty Projectors gaat op tournee (met twee extra leden, bassist Nat Baldwin en zanger Haley Dekle) door de States en de UK, maar wil dit jaar ook nog een plaatje uitbrengen via hun label voor Domino, Dead Oceans. Joost mag weten wanneer ze de tijd vinden om die schijf af te maken…. Wat zit er toch in dat water in Brooklyn?

Sellaband van de week: Mañana

februari 24, 2009

Deze week in de Sellaband Sixpack: Matthew Ebel, Melissa Rebronja, Mañana, Dayon, Paige en Coffin Lids.

Sellaband van de week is dit keer: Mañana. Deze band stamt uit het koude en donkere hoge Noorden van Jutland in Denemarken. Met dat soort desolate, prachtige landschappen om de vijf bandleden heen, konden ze misschien wel bijna niet anders dan een eigen muzikaal universum scheppen van noise, postrock en een experimenteel, alternatief indierock sausje.

Mañana bestaat al een paar jaartjes. Ze begonnen als een indierockband met een mannelijke zanger, maar dat werkte niet voor ze, dus is het roer inmiddels drastisch omgegooid. Er is een demo opgenomen met gelauwerd producer Kenn van DreamAid Productions en de band wil nu doorstoten met de verkozen noiserock muziekstijl, met zangeres Camilla Hejlesen als bezwerende, belangrijke spil.

Haar kalme, slepende en mysterieuze vrouwenstem zingt repetitieve zanglijnen, terwijl de sferische, gelaagde en dromerige gitaarriffs en het pompende, uitwaaierende drumwerk langzaam maar zeker uitbouwt naar een grootse noise climax. De spannende en broeierige nummers horen toch wat meer in de postrockhoek – denk aan het Schotse Mogwai – dan in de rock. Maar lekker is het!

Mañana heeft jullie bijdrage hard nodig, want ze staan nog maar op $10… Dat is nog een lange weg te gaan naar $50,000, dus help ze een handje, want nog slechts een believer (vooruit in één maand tijd) is zielig! Ze verdienen er veel meer! Kopen, die Sellaband parts van Mañana! Zeker als je van boeiende postrock houdt!