Posts Tagged ‘alt.country’

Recensie: Woven Hand, ‘The threshingfloor’

juni 6, 2010

Bijbelse sturm und drang met wereldse invloeden

Is het puur toevallig dat op het moment dat deze review wordt geschreven ineens de wolken openbreken voor een flinke stortbui met onheilspellend onweergerommel? Laten we het er op houden dat het zeer toepasselijk is voor het beluisteren van het zesde album ‘The threshingfloor’ van Wovenhand. Amerikaanse singer-songwriter David Eugene Edward, ex-enigmatische brein en de stem achter 16 Horsepower, grossiert in meeslepende en intrigerende, devote muziek van het zware broeierige type. De Bijbelse religieuze insteek en mystieke Christelijke goderende teksten zijn niet troostend. Niet bedoeld om je aan te warmen. Wovenhand belicht eerder de duivelse, apocalyptische, weinig hoopvolle kant. Toch laat de domineeszoon, bijgestaan door drummer Ordy Garrison en oud 16HP-bassist Pascal Humbert, hier zijn toorn wat minder hard op je neerdalen.

Altijd ronddwalend in een combinatie van gepassioneerde gothic rock, duistere folk en alt.country en bezielde gospel is er op ‘The threshingfloor’ namelijk plaats geruimd voor wat lichtinval, al blijft hij trouw aan de Bijbelse sturm und drang. Zo versmelt in ‘Singing grass’ de akoestische gitaar als voorheen met sfeervolle strijkers maar klinkt het toch lichtelijk anders. Bovendien zijn er allerlei wereldse invloeden doorheen gegooid. Zou Edward het boeddhisme hebben ontdekt? In elk geval wel de Indiase bhangra beats en tabla (‘A holy measure’). Opperhoofd Edward bezweert met gechant de natives die rond het kampvuur hun regendans uitvoeren (‘Raise her hands’) en ‘Terre haute’ is gelardeerd met de klank van een Hongaarse fluit (Peter Eri). Zijn unieke gehuil recht uit de ziel, klinkt even getormenteerd als teder.

Eerst trok de muziek je onomwonden naar de donkerst denkbare krochten. Nu mogen we met gesloten ogen, half mediterend wegzakken in onze eigen gedachten. Zonder echt kippenvel te krijgen van de altijd in zijn songs rondhangende dreiging van doem en het einde der dagen. Speciale vermelding verdient de cover van New Order’s prachtige ‘Truth’. Bewonderenswaardig is hoe de dramatische industriële sound bewaard is gebleven maar nu een ander gevoel oproept, omdat Edward er warmte in heeft weten te brengen. Als een soort bezwerende ‘zonnige’ Swans-track.

‘His rest’ is een fijn rustpuntje in de overwegend uptempo songs, maar tegelijk ook het minste nummer en alleen bij het afsluitende ‘Denver city’ wordt er als vanouds gealtrockt. Het is een fascinerend album. Niet alle elf geweldig, maar wel zijn meest interessante cd qua invloeden en combinaties sinds het begin van zijn Wovenhand carrière.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Woven Hand
* Album: The threshingfloor
* Record company: Glitterhouse/Munich
* Jaar: 2010
* Track list: Sinking hands / The threshingfloor / A holy measure / Raise her hands / His rest / Singing grass / Behind your breath / Truth / Terre haute / Orchard gate / Wheatstraw / Denver city
* Info: Wovenhand speelt op 14 juli in Doornroosje (Nijmegen, NL) en 15 juli op het Dour Festival (BE)
* Concert: Woven Hand, Ólafur Arnalds, AB Brussel

© Cutting Edge — 06 Jun 2010
images © Glitterhouse Records/Munich

Link: CD review Woven Hand, ‘The threshingfloor’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Advertenties

Recensie: Josh Ritter, ‘So runs the world away’

mei 12, 2010

Grote klasse

De uit Idaho afkomstige songbard had moeite met songs schrijven voor zijn vijfde studioalbum en opvolger van ‘The historical conquests of Josh Ritter’. Hij zat in een dipje. Ritter had bereikt waar hij altijd naar had gestreefd: veel optreden en als schrijver eindelijk op handen gedragen. Het voelde alleen niet goed, hij verloor het vertrouwen in zijn eigen kunnen en originaliteit. Josh heeft dus hard gezocht naar inspiratie en die ontdekkingstocht is ‘So runs the world away’ geworden. Er staat niet voor niets een negentiende-eeuwse stoomboot op de hoes. Maar ontdekken is hier ook een metafoor voor het eenzame leven, aldus Josh.

Het blijven melancholieke, folky en altcountry singer-songwriterliedjes natuurlijk. Toch zit er behoorlijk wat variatie in binnen de grenzen van het genre. Ritters wonderschone, hemelse stem krijgt gelukkig overal voorrang op de ontzettend rijke orkestratie. Van blazers tot loops tot belletjes tot piano en orgel. Hij schuurt soms tegen overorkestratie aan en het zijn ook vrij lange songs, waardoor het wel moeite vergt alles te behappen. Af en toe vinden wij: minder is meer.

Hoewel het een echte groeiplaat is en deze zich pas na meerdere keren luisteren werkelijk aan je openbaart en je ook moet wennen aan de ingeslagen weg van Ritter – al moet je dat eigenlijk met elk album omdat hij zichzelf nooit herhaalt – staan er ook direct goed in de oorschelp vallende liedjes op. Zoals het poppy ‘Change of time’ dat je meteen meezingt en het zwierig walsende ‘The curse’.

Zijn muzikale voorbeelden klinken nog steeds door: Bob Dylan in ‘Long shadows’, ‘Lark’ is qua zanglijn en omlijsting erg Paul Simon, in het rockende ‘Lantern’ horen we Bruce Springsteen terug en in ‘Rattling locks’ Nick Cave of Leonard Cohen. Ritter wordt altijd met deze (folk)beroemdheden vergeleken en hij maakt er ook dankbaar en humoristisch gebruik van, zoals in ‘Folk bloodbath’, waarin hij refereert aan Delia, Stagger Lee, Louis Colins en in het refrein met ‘the angels laid him away’ aan Mississippi John Hurt.

Het is onbetwistbaar Ritter die machtig mooie songs brengt op zijn manier. Vol emotie, puurheid, verhalend en literair, daarmee een eigen plek verdienend in de rij der groten. De ultieme albumparel is het bij de keel grijpende ‘Another new world’. De waterlanders springen spontaan in de ogen. Ritter onderstreept alleen al met dat nummer zijn enorme klasse en toont wederom aan dat hij één van de meest getalenteerde singer-songwriters van het moment is. Eentje die we grondig moeten koesteren. Prachtplaat!

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Josh Ritter
* Album: So runs the world away
* Record company: V2
* Jaar: 2010
* Track list: Curtains / Change of time / The curse / Southern pacifica / Rattling locks / Folk bloodbath / Lock / Lantern / The remnant / See how man was made / Another new world / Orbital / Long shadows

© Cutting Edge — 12 May 2010
images © Pytheas/V2

Link: CD review Josh Ritter, ‘So runs the world away’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Octoberman, ‘Fortresses’

mei 5, 2010

Goede ontwikkeling, maar net niet boeiend genoeg

Singer-songwriter Marc Morrissette aka Octoberman trekt de muzikale lijn van ‘Run from safety’ door op ‘Fortresses’ en neemt nog meer afstand van zijn debuut ‘These trails are old and new’, waarop hij als folky troubadour te horen is. De focus is verschoven naar alt.country met indierock invloeden. Morrissette haalde er voor zijn derde schijf opnieuw muzikanten bij om een rijkere sound neer te kunnen zetten. De Canadees besloot bovendien in plaats van het album thuis in Vancouver op te nemen, te werken met twee fameuze producers: met Dave Draves (Julie Doiron, Kathleen Edwards) in Ottawa (Ontario) en in Portland (Oregon) met Larry Crane (Elliott Smith, Cat Power).

Daardoor klinkt Octoberman strakker dan ooit – dan bedoelen we minder rammelend want het loopt niet helemaal in de pas – en veel meer als een hechte band. Je hoort ook niet dat er twee man aan het materiaal hebben gesleuteld. ‘Fortresses’ is tegelijk een gevarieerd als consistent plaatje. Het album laveert tussen softe, kabbelende nummers als dweiler ‘Portland hotel’ en midtempo songs. Alles voelt losjes en laidback aan, zeker waar de luchtige trompet- en pianoklanken een grotere rol spelen. Morrissette heeft ook een nadrukkelijk thema gekozen voor zijn gevoelige liedjes. De eenvoudige teksten gaan over allerlei relaties, tussen een fan/blogger en de muziek/band (‘The Backlash’), tussen naburige landen en natuurlijk tussen man en vrouw (‘Dancing with her ghost’).

Octoberman lijkt zoekend naar zijn best passende jasje. Soms valt het goed, soms minder. Halverwege ‘Fortresses’ lijkt hij zijn snit wat te hebben gevonden. Af en toe dringt het idee zich op dat als het een tandje sneller zou gaan of juist langzamer, de songs een blijvendere indruk achter zouden laten. Hoewel we zeker waarderen dat Morrissette zich probeert te vernieuwen en ontwikkelen vinden we toch de folkliedjes met een schamelere sfeervolle invulling zoals ‘Trapped in a new scene’ en ’51’ zijn sterkere songs. Ook de nummers waar Marc vocaal subtiel wordt bijgestaan door de dames Leah Abramson (The Abramson Singers) en Sarah Hallman, waaronder het vrolijk tokkelende ‘Thirty reasons’ en ‘I was wrong’, springen er meer uit.

Het album krijgt ons maar niet te pakken. Het klinkt zo binnen de lijntjes van het singer-songwriter-genre gekleurd en het ‘lijkt vaak op’. Dan komt heel eventjes Bonnie Prince Billy (’51’) voorbij, dan weer Neil Young (vooral het gitaarwerk) en soms Stephen Malkmus. Dat kan ook een smoelwerk zijn, maar het maakt het er in elk geval naar dat deze schijf nèt niet bekoort op die enkele boeiende liedjes na.

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Octoberman
* Album: Fortresses
* Record company: White whale
* Jaar: 2010
* Track list: The backlash / Dancing with her ghost / Trapped in the new scene / I know a nurse / Thirty reasons / Temptation is a bloody mess / I was wrong / 51 / Scenesters / Ceiling floor / Another trial / Portland hotel
* Info: 9 mei speelt Octoberman in De Onderbroek in Nijmegen

© Cutting Edge — 05 May 2010
images © White Whale Records

Link: CD review Octoberman, ‘Fortresses’ (2010) bij CuttingEdge

Beck geeft ‘One Foot In The Grave’ opnieuw uit, uniek bonusmateriaal!

april 10, 2009

Beck trekt de kluis open voor een Deluxe heruitgave van zijn album ‘One Foot In The Grave’ uit 1994. De plaat, zijn enige voor indielabel K Records, werd opgenomen voor zijn majorlabel debuut en doorbraakalbum ‘Mellow Gold’ verscheen. Al lag ‘ie drie maanden na die release pas in de winkels.

Naast de 16 originele tracks, waarop onder meer bands als Built To Spill, Spinanes en Love As Laughter zijn te horen, krijg je er een volledig extra album bij met voorheen onuitgebrachte nummers! 16 in totaal, waarvan 13 echt unieke outtakes.

Het album is al een aantal jaren – sinds 2005 – niet meer te koop. “Ik heb hier eigenlijk de afgelopen twee tot drie jaar aan gewerkt,” vertelt Beck in een interview met de Japanse krant de Daily Yomiuri. “Op de originele tapes stonden misschien wel zo’n 30 extra songs die niet op de plaat terecht zijn gekomen en ik heb er de beste uitgezocht… en op de heruitgave gezet. Dus er staan iets meer dan een dozijn extra nummers op, die niemand nog ooit heeft gehoord.”

Onder dat bonusmateriaal vinden we drie songs van de eveneens uitverkochte 7″ single van K Records, inclusief een vroege demo versie van ‘It’s All In Your Mind’ (van zijn album ‘Sea Change’ uit 2002), ‘Feather In Your Cap’ (een beta uitvoering van een nummer dat later in een nieuw jasje werd gestoken voor de ‘Suburbia’ soundtrack en ook is te vinden op de ‘Odelay’ Deluxe Edition) en ‘Whiskey Can Can’.

Andere bonustracks zijn ‘Teenage Wastebasket’, ‘Burning Boyfriend’, en ‘Your Love Is Weird’. Inderdaad, klinkt als een psychedelische, akoestische folk inslag… Persoonlijk, vind ik het nog steeds één van van de betere Beck platen. De ‘One Foot In The Grave’ heruitgave verschijnt al op 14 april. Bekijk de volledige tracklist bij NME.

Beck vertelde trouwens ook nog dat hij momenteel wat opnamesessies onderneemt met Charlotte Gainsbourg voor haar volgende plaat…

Son Volt is terug met een nieuw album en label

april 7, 2009

Son Volt, de Americana-geïnspireerde rockband rondom ex-Uncle Tupelo man Jay Farrar, keert deze zomer terug met een nieuwe plaat bij een nieuw label. ‘American Central Dust’, het zesde album van de groep en de eerste bij Rounder Records, verschijnt op 7 juli.

Son Volt is blij met het contract met Rounder Records. “Rounder heeft laten zien dat ze al lange tijd gefocust zijn op muziekvormen als folk en blues en daar heb ik veel respect voor,” aldus Farrar in een interview. “Met Rounder in zee gaan is eigenlijk de cirkel rondmaken – de eerste Rounder persoon die ik ontmoette was van grote betekenis in het boeken van Uncle Tupelo gigs jaren geleden.”

Op het laatst verschenen album van Son Volt, ‘The Search’ uit 2007, breidde de band zijn muzikaal palet uit met electrische atmosferische geluiden, koperblazers en loops. Op ‘American Central Dust’ keert de groep terug naar de melodieuze eenvoudigheid van zijn debuutplaat ‘Trace’.

Zanger Farrar hanteert de gitaar en harmonica, Dave Bryson drumt, Andrew Duplantis speelt bas en verzorgt backing vocals, Chris Materson leadgitaar en Mark Spencer vult aan op toetsen en steelgitaar. In deze bezetting onderneemt Son Volt in juli een tournee ter promotie van het nieuwe album.

Jay Farrar richtte Son Volt in 1994 op nadat de alt.country band Uncle Tupelo uiteenviel wegens creatieve meningsverschillen tussen songwriters Farrar en Jeff Tweedy. Tweedy vervolgde zijn muzikale pad met Wilco met groot succes. Son volt bleef altijd een beetje in de schaduw hangen. Nieuwe ronde nieuwe kansen! Wilco komt namelijk ook met een nieuwe schijf in juni en komt overigens spelen tijdens Pukkelpop.

Recensie: Bonnie Prince Billy – Beware

april 4, 2009

Mijn verwachting ten aanzien van de nieuwe plaat van Bonnie Prince Billy aka Will Oldham was hoog. De hoes met dat karakteristieke bebaarde hoofd in ’t wit tegen de donkere ondergrond lijkt een beetje op de zwartgallige alt.country klassieker ‘I See A Darkness’ uit 1999 en de Amerikaan kondigde deze plaat aan als zijn meest ambitieuze project. Maar de titel zegt het eigenlijk al, ‘Beware’. Ik kreeg nou niet direct waar ik op had gehoopt.

Dat is tegelijk ook weer de uniekheid en charme van de overproductieve Oldham, die immer in andere gedaantes kruipt en al 20 jaar lang elke 12 maanden wel minstens een album, EP, mini-LP of samenwerking in de Amerikaanse muzikale traditie op ons loslaat. Er staat ook op bijna elke schijf wel iets wat de moeite meer dan waard is.

Bonnie Prince Billy dompelt zich op ‘Beware’ onder in de zwaar authentieke country. Met van die ouderwetse, jankende steelgitaar klanken, snik in de stem en een ondersteunend (soulvol gospelig) koortje. De alt. is er vanaf gevallen. De traditionele cliché-Nashville aanwijzingen waren er al op ‘Lie Down In The Light’ (2008), dat wordt nu in overtreffende trap doorgetrokken. Zodanig, dat beelden van linedancende cowboys opdoemen of schommelende paardenkonten die richting de gloeiende zon stappen.

Er is eindelijk een plaat verschenen van de geniale, melancholieke man die ik niet helemaal trek. Om dat zeker te weten kwamen er nogal wat draaibeurten aan te pas. Gewoon omdat ik niet kon geloven dat het 20 euro ct muntje maar niet wilde vallen. Want alle kenmerken van de heer Bonnie Prince zitten er toch in: dat slepende emotionele, de krachtige teksten, het minimale gitaarspel en de intense, wankele zang. Die lo-fi klagerigheid en triestheid van hem, daar houd ik nu juist zo van en velen met mij. Diegenen moeten echt ff wat moeite doen dit keer.

Die momenten zijn op ‘Beware’ sporadisch. Blijkt dat je voor het eerst héél diep moet graven in de gelaagde sound. De rijke orchestratie – door geschoolde jazz muzikanten waaronder Jon Langford, diverse zangeressen en ex-frontman van punkband The Mekonsis minitieus uitgedacht en ingezet. Billy heeft aanvullingen in fluit, blazers (Calexico trompetjes en saxofoon!), trekharmonica, strijkers en exotische instrumenten als trommeltjes en xylofoon opgezocht. Op zich heel goed gedaan en mooi sfeervol warm, afgezien van die oudbollige steel die er te nadrukkelijk doorheen snijdt. Moet ik er wel bij zeggen dat ik dat instrument sowieso doorgaans niet nodig en irritant vind.

De productie is tot in de punten verzorgd en vol. Af en toe komt er nog een desolater en basaler kleiner liedje voorbij zoals ‘There Is Something I Have To Say’ dat slechts steunt op een gitaar en achtergrondkoor. Qua zang is Bonnie echter rasse schreden vooruit gegaan, luister maar eens naar ‘Afraid Ain’t Me’ waar hij voluit gaat. Hij klinkt ineens zo wijs en volwassen. Hij heft dan ook het vingertje in de teksten, om te vertellen wat hij vindt.

En toch weet ‘ie je hart toch weer ergens een beetje te breken. Laten we zeggen, een haarscheur te veroorzaken. Zoals met wiegeliedje ‘Death Final’ of ‘Heart’s Arms’, hartezeer-gedweil ten top met een mysterieus cello-begin, een aanzwellend koor dat stilvalt om plaats te maken voor de trieste tekst ‘Why don’t you like me anymore’. De liefhebbers van de Nashville-sound kunnen hun hart ophalen. De fans van de oude Billy moeten oftewel geforceerd zoeken of gewoon een vroege plaat opzetten. Dit keer weinig grote uitschieters. Het ligt er dus maar net aan, waar je voor gaat. Ik wacht wel op de volgende releases. Want die komen er en dan kan het zo weer omslaan. De liefde is ondanks ‘Beware’ natuurlijk lang niet over…

SPINNER SCORE: 76/100

Bonnie ‘Prince’ Billy aka Will Oldham: een geniaaltje met vele gezichten

maart 9, 2009

Amerikaanse singer-songwriter (en acteur) Will Oldham, geboren in Louisville (Kentucky), doet zijn stinkende best om ons immer te overstromen met zijn overload aan releases. Gedurende de jaren negentig deed de workaholic dat als Will Oldham maar ook onder diverse andere namen als Palace, Palace Songs, Palace Brothers, tot hij tegen het eind van het decennium definitief leek te kiezen voor zijn alterego Bonnie ‘Prince’ Billy. Wiens betiteling is gebaseerd op de 18e eeuwse Bonnie Prince Charlie, de 19e eeuwse outlaw Billy The Kid aka William Booney en crooner Nat King Cole.

Ongeacht de benamingen waaronder hij zijn muziek en die met ondersteunende muzikanten als David Pajo en zijn broers Ned en Paul Oldham de wereld inhielp, zijn stijl bleef grotendeels hetzelfde, omdat mastermind Oldham ook bijna altijd degene is die de songs creëert. Vaak samengepakt onder de noemer alt.country staat hij bekend om zijn melancholieke, doorgaans uitgeklede mengsels van minimalistische folk, donkere alt-country, rauwe indierock en Americana, en literaire teksten bezongen met zijn karakteristieke bibberende, intense en indringende stem.

Oldham maakt zijn debuut in 1992 met de Drag City single ‘Ohio River Boat Song’ als Palace Songs. Zijn eerste album ‘There Is No-One What Will Take Take Of You’ van Palace Brothers volgde een jaar later. Tegen 1995 met ‘Viva Last Blues’ begon hij als Palace Music te opereren, tot aan 1997’s ‘Joya’, dat verscheen onder Will Oldham’s eigen naam. Met ‘Black Dissimulation’ (’98) en meestwerk ‘I See a Darkness’ (’99) leek Bonnie ‘Prince’ Billy voortaan te blijven plakken voor de opvolgende, bijna niet bij te houden releases. Zijn laatste uitgekomen soloplaat was het schitterende ‘The Letting Go’ in september 2006, waarna de EP met coversongs ‘Ask Forgiveness’ nog verscheen in november 2007.

Naast zijn eigen muzikale projecten had ‘ie kennelijk ook nog tijd om zich met andere, fijne bands te bemoeien, waaronder Box Of Chocolates, Amalgamated Sons of Rest, The Anomoanon, The Boxhead Ensemble, Superwolf (met Matt Sweeney), Continental Op (met Pajo), Current 93 (met David Tibet) en de onlangs ten ruste gelegde The Silver Jews (met David Berman).

Will Oldham’s aankomende Bonnie ‘Prince’ Billy album ‘Beware’ verschijnt op 16 maart. Maar natuurlijk is dat niet het enige waar hij aan heeft gewerkt en staat de release zelfs niet centraal in zijn agenda de komende maanden. Oldham is namelijk tevens een samenwerking aangegaan met Cheyenne Mize, de violiste van psych-folk band Arnett Hollow en lid van zijn nieuwe toerband. Het resultaat, een extreem gelimiteerde 10″ vinyl EP genaamd ‘Among The Gold’ met covers van songs origineel opgenomen tussen 1873 en 1915, komt in de lente uit. Label Karate Body streamt er hier twee nummers van.

En dan is Oldham ook nog de studio in gegaan met post-hardcore band Young Widows voor een split 7 inch, met aan de ene kant ‘King Of The Back-Burners’ van de Widows en aan de andere kant Bonnie ‘Prince’ Billy’s ‘Poor Shelter’, die rond 15 maart uitkomt. Will is ook te horen in een nummer op het eigen beheer album van Austinse, komische rapper/zanger Black Nasty. ‘Eazy’ streamt op de Black Nasty MySpace site en klinkt minder goed dan het muzikale huwelijk er op papier uitziet… Een missertje is niet erg, want we hebben al zoveel gruwelijk moois om uit te putten en het duurt nooit lang voordat er weer nieuwe output van Oldham of zijn pseudoniem verschijnt. Zoals ‘Beware’ volgende week. Naar eigen zeggen is dit – gestoken in een inktzwarte hoes – zijn meest prestigieuze plaat, ambitieuzer en grootser dan ‘The Letting Go’…

Ryan Adams kapt met muziek

januari 15, 2009

“Misschien spelen we nog eens samen en wellicht kom ik nog eens terug in een soort van muzieksituatie. Maar het is tijd om me terug te trekken en ik wens iedereen vrede en geluk.” Dat lezen we plots op de site van Ryan Adams in een lel van een post. Meneer heeft het gehad met muziek, althans voor nu. De laatste datum van zijn tournee met The Cardinals – 20 maart in het Fox Theater in Atlanta – is zijn laatste uitstapje met de groep.

Hoewel de Amerikaanse singer-songwriter bekend staat om zijn opvliegende temperament, lijkt het allemaal erg eerlijk en vanuit zijn hart geschreven. Adams is het zat om over het hoofd te worden gezien, kapot van het toeren en heeft ook last van gehoorproblemen: “Ik heb meer verloren dan iemand zich ooit voor kan stellen (“iemand waarvan ik hield, mijn eergevoel, een nooit ophoudende verloren strijd met podiumvrees en nu mijn gehoor en balans door een probleem in mijn oor”).

Workaholic Ryan heeft vast nog zoveel onuitgebracht alt.country/rock materiaal op de plank liggen van de afgelopen tien jaar, dat hij waarschijnlijk met gemak nog elke 12 maanden een nieuwe plaat uit zou kunnen brengen. Maar daar kiest hij niet voor. Adams klinkt wrang en vastbesloten. En had nog veel meer nieuws en klachten in zijn ellenlange post. Een paar hoogtepunten:

  • Hij zal ook niet meer bloggen.
  • Hoewel Ryan altijd wordt beschouwd als een ‘eikel’, is hij dat helemaal niet.
  • Hij is niet tevreden over zijn muzikale erfenis: “Ik ben maar een regel, een voetnoot.”
  • Hij is nog steeds een soort van hippie: “Luister nooit naar die luide, ontevreden buitenstaanders, die je alleen maar willen zien falen, omdat dat onderhoudend is op dat moment. Houd vast aan je dromen, houd je hart nog steviger vast en laat nooit de liefde achter die je compleet maakte.”
  • Er komen drie nieuwe boeken aan, want hij houdt van schrijven! De eerste dikke pil is een verzameling bezielde poëzie. ‘Infinity Blues’ ligt in april al in de winkels.
  • Hij zeikt de media net zo hard af als… we noemen een Kanye West: “Het is een beetje van de gekke dat als ik, een muzikant, blog en alles wat ik hier zeg alleen maar wordt overgenomen, volledig uit context. Ik vind het niet eerlijk, maar wat ik zeg maakt nu niet meer uit en ook niet wat eerlijk is. De 21ste eeuw media hebben hun eigen regels over wat waar is en wat niet.”

    Laten we het afwachten, misschien mist hij ons straks wel een beetje… en was dit gewoon een potje chagerijn van jewelste?