Archive for the ‘ELMO eats this… WOW!!’ Category

Recensie: Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’

november 14, 2010

Een wolk van een plaat om op weg te drijven

De nieuwe Blonde Redhead is flink wennen. Het New Yorkse trio Kazu Makino, Simone en Amedeo Pace was al bezig hun getreden pad van experimentele, sfeerrijke en melodieuze indierock met dissonante, uit de bocht vliegende gitaren te verleggen naar meer pop en elektronica. Die weg werd ingeslagen op ‘Misery is a butterfly’ (2004) en verder bewandeld op ’23’ (2007). Het zou geen verrassing moeten zijn dat achtste album ‘Penny Sparkle’ die wandel vervolgt en de grens verder opschuift. Dat was het wél voor veel fans.

Er werd gewerkt met Zweedse producers Van Rivers en The Subliminal Kid (Fever Ray). De incidentele productionele bijval van Drew Brown (Beck, Radiohead) en de eindmix van shoegazegoeroe Alan Moulder zetten de puntjes op de i. Het prachtige deluxe artwork staat voor de inhoud: het oogt sober, maar is oerend efficiënt. De songs zijn zorgvuldig, verfijnd minutieus opgebouwd. Met veel passie en bol staand van gevoel. De zin ‘Your other world (dream) is inside here’ spreekt boekdelen. ‘Penny sparkle’ klinkt alsof een kalmerend valiumpje is genomen alvorens op te nemen om in een diepe droomstaat te geraken. De trippy slowcore sfeer van ’23’ is tot in extreme vormen doorgetrokken: uitgepuurde, transparante chillout. De eerste songs dwarrelen zo voorbij.

Kazu stond nimmer zo op de voorgrond, zong nooit zo ijzig helder (haar nog donkerdere lyrics blijven vaag) en mooi. Net als Amedeo (‘Black guitar’). Ongelooflijk knap om de pracht die het oudere, typerende materiaal kenmerkt in zo’n fraaie, onderzoekende vorm te gieten. Wie de tijd neemt, merkt dat aan alles is vastgehouden. De sprankelende melodieën, het intense breekbare, het gelaagde organische. Alleen vrijwel geen gitaren en nergens een climax. De vertederende zang wordt gedragen door een spaarse, weemoedige of lieflijke, troostgevende elektronische invulling en in echo gedrenkte beats, 80’s synths en samples. Kaler, rustiger, ingetogener. Gaandeweg krijgen ze meer schwung. Vanaf halverwege het album valt het echt perfect in elkaar, die subtiele nuances. Al zijn alle songs van hoog niveau. Het betoverende ‘Love or prison’, de zweverige, trieste, beeldschone titelsong en hartbrekend schitterende ‘Spain’ zijn ware parels.

‘Penny sparkle’ is een wolk om op weg te drijven. Blonde Redhead zal er helaas not too open minded guitar fans mee verliezen. De vorige plaat had daar al last van. Wellicht krijgen ze er nu aanwas bij uit een andere hoek. Innovatie is niet altijd fijn. De manier waarop deze drie zich telkens opnieuw uitvinden valt enorm te waarderen. Dat getuigt van lef en diepgang.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Blonde Redhead
* Album: Penny sparkle
* Record company: 4AD
* Jaar: 2010
* Track list: Here sometimes / Not getting there / Will there be stars / My plants are dead / Love or prison / Oslo / Penny sparkle / Everything is wrong / Black guitar / Spain

© Cutting Edge — 14 Nov 2010
images © 4AD

Link: CD review Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’ (2010) bij CuttingEdge

Concert: Pavement, Doornroosje Nijmegen

juli 7, 2010

Een uitzinnig reünieconcert en jubileumfeestje
Vijf van de vijf sterren

Copyright MUZE / Monique van den Boogaard

Wat er was gebeurd als ‘we’ niet hadden gewonnen … Gelukkig hoeven we daar niet meer over te denken, want we zegevierden, al was de angst voor neerhangende schouders en een verpest humeur gisterenavond wel degelijk even aan de orde. Het reünieconcert van de Amerikaanse grondleggers van de alternatieve pop Pavement bij het jubilerende Nijmeegse poppodium Doornroosje stond al maanden in de agenda. Vorig week bleek dat de halve WK-finale op dezelfde avond zou worden gespeeld. Er werd besloten de gehele avond dan maar daar op aan te passen, zodat orgel/drumduo zZz eerst een half uurtje en vervolgens nog eens in de pauze speelde en de wedstrijd in de zaal en in het café (en door de band backstage) kon worden gevolgd.

Frontman, gitarist en zanger Stephen Malkmus en de zijnen staan de laatste minuten geduldig te wachten en vanaf het podium te kijken naar het zenuwachtige zaalpubliek dat de ogen strak gericht houdt op het scherm. Totdat de verlossende fluittoon wordt geblazen. En hoewel het erg raar was om van het lyrische gejuich en omhelzend rondspringen ineens over te schakelen naar de eerste noten (‘In the mouth a desert’) van de show, bleek het de perfecte combinatie. Bij Doornroosje, dat vandaag zijn veertigjarig bestaan viert, werd er vanaf dat moment een weergaloos verjaardagsfeestje gebouwd!

De garantie dat de publieksfavorieten en aanstekelijke, grillige liedjes van alle albums zouden worden gespeeld in de set die anderhalf uur duurde, lag er natuurlijk. De rustig kabbelende, de psychedelisch uitwaaierende, de snelle en energieke uitbundige. Van een strakke opbouw naar een hoogtepunt was geen sprake. Aan het rammelende, soms bevreemdend vertraagde spel of de humoristische, plagende opmerkingen tussendoor van de ouder geworden heren is niets veranderd. Alles wordt nonchalant door elkaar gesmeten en met veel enthousiasme en plezier door het vijftal met de nodige gruizigheid op de zaal afgevuurd. En Malkmus zingt ook nog steeds zo mooi vals als vroeger.

Het publiek heeft er net zoveel schik in en waardeert ook de aandacht van Pavement voor het voetbal. De twee immense klompen op het drumstel en het nummer dat met de kreet ‘Feed them to the lions’ wordt opgedragen aan de voetballer van Uruguay die Demy de Zeeuw een kaakschop verkocht. Bij de lomere songs wordt er wel wat opgewonden gebabbeld, om de volgende minuut toch weer de vuisten in de lucht te steken en uit volle borst mee te brullen met ultieme hoogvliegers als ‘Debris Slide’, ‘Trigger cut’, ‘Gold Soundz’, de massive hit ‘Cut your hair’, ‘The hexx’ en ‘Stereo-ooooooooooh’.

We hebben ze gemist! De goede herinneringen aan onze ‘jongere jaren’, want er was behoorlijk wat publiek op leeftijd van de Pavement-leden, kwamen constant boven borrelen. Het was een legendarische, uitzinnige, fantastische avond voor iedereen die erbij was. De smile van oor tot oor is nog steeds niet van het gezicht te meppen! Met grote dank aan programmeur Robert en het team van Doornroosje. Voor de veertig jaar, maar ook voor de geniale ingeving om ons aller favoriete bandje van weleer als jubileumopener te boeken en het strak te organiseren! Wie ook anders dan de indiehelden van Pavement, die het poppodium bij de allereerste tournee en later nog eens met de ‘Crooked Rain’-tournee aandeed, om het heugelijke feit te onderstrepen en het nu nog eens flink over te doen. Pavement of hun tijdloos aanvoelende songs vertonen nog lang geen slijtage!

Monique van den Boogaard

# Band: Pavement
# Datum: 06 Jul 2010
# Locatie: Doornroosje
# Set list: In the mouth a desert / Elevate me later / Date with Ikea / Grounded / Perfume v / Father to a sister of thought / Gold soundz / Frontwards / Debris slide / Trigger cut / Stereo / Kennel District / Spit on a stranger / Conduit for sale! / We dance / Linden / Cut your hair / Fin / Box elder / No life signed her / Two states / Stop breathing / The hexx / Spizzle trunk / Summer babe / Shady Lane / Range life

© Cutting Edge — 07 Jul 2010
images © MUZE / Monique van den Boogaard

Link: Concert review Pavement, Doornroosje Nijmegen bij CuttingEdge

Recensie: Various Artists, ‘Moshi Moshi singles club vol. 2’

mei 30, 2010

Als een mixtape met nieuwe hete bandjes

Het idee van Moshi Moshi Records voor Singles Club is uit een prachtgedachte geboren: liefde voor de 7″-single. En zinnig is de ingeving van de twee mannen Stephen Bass en Michael McClatchey achter het coole Engelse platenlabel ook nog eens. Dit platform biedt een opstap aan nieuwe artiesten en het plaatje kan snel de winkels in. Je moet het ijzer smeden als het heet is, nietwaar. De carrières van aanstormende talenten zoals Lykke Li, Kate Nash, Late of the Pier, Friendly Fires werden er succesvol mee gelanceerd. ´Vol. 1´ met singles uit 2006-2008 wordt nu opgevolgd met ´Moshi Moshi singles club vol. 2´. Een verzameling van de 7”’s van 2008 tot nu in chronologische volgorde.

Er zijn behoorlijk wat stijlen door elkaar gepleurd: van garagerock tot elektro/dance en krautrock naar nu-folk. De enige constante is dat het inventieve, opkomende artiesten zijn. Vanaf Florence And the Machines ´Kiss with a fist´, meteen de bekendste track, zijn alle nummers van een hoogstaande kwaliteit. Er zit niets tussen wat je niet lust, het zakt nergens echt in, al zijn er mindere bij (Cocknbullkid en Samuel & The Dragon). Toch is dit een goede manier om intrigerende muziek te leren kennen. Had je de bands zelf al gespot (zo ja congrats, je bent hip en helemaal bij) dan is het nog heel plezierig dat ze samen op één tof schijfje staan. De vibe is over het algemeen ook lekker zomers.

Moeten we er toch een paar bands uitvissen dan raden we je dansvloerschuiver ´Rosenrod´ van Diskjokke aan, het naar het vroege Arcade Fire werk knipogende ´Drowning men´ van Fanfarlo (je denkt serieus even dat je een verloren track te pakken hebt), de momentele hype The Drums met ´Let’s go surfing´ (een Joy Division-baslijn, blij gefluit, een kietelend gitaarrifje, snuifje Beach Boys; poppy en mega aanstekelijk) en het meeslepende ´Into the heart´ van Mirrors.

‘Vol.2’ voelt alsof je weer eens een mixtape met hete bandjes die je gehoord moét hebben, in handen gedrukt hebt gekregen. Dat gevoel spreekt natuurlijk alleen muziekfreaks ‘op leeftijd’ aan, want nowadays hoef je maar op het web te snuffelen en te klikken voor hetzelfde resultaat. Wij zaten vroeger klaar met de cassetterecorder om als een gek op de recordknop te drukken als er een vet nummer voorbijkwam. Die tape kopieerde je dan voor je vrienden. Zo ging dat, samen spannende muziek ontdekken.

Schaf vooral ook ´Vol. 1´ aan, want dan heb je gewoon alle A-kanten van elke single die Moshi Moshi Records ooit de wereld in heeft geslingerd. Dit soort warmhartige initiatieven moeten we koesteren.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Various Artists
* Album: Moshi Moshi singles club vol. 2
* Record company: Moshi moshi records
* Jaar: 2010
* Track list: Kiss with a fist – Florence And The Machine / No pins allowed – James Yuill / Gront lys i alle ledd – Casiokids / Good thing it’s a ghost town around – Still Flyin’ / I’m not sorry – Cocknbullkid / Drowning men – Fanfarlo / Rosenrod – Diskjokke / Sex in the city – Bless Beats & Janee feat. Double S/ Swingin’ party – Kindness / Let’s go surfing – The Drums / Into the heart – Mirrors / Diamonds on a boat – Samuel & The Dragon / Silverfish – Signals / Ghost train – Summer Camp

© Cutting Edge — 30 May 2010
images © Moshi Moshi Records

Link: CD review Various Artists, ‘Moshi Moshi singles club vol. 2’  (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Red Sparowes, ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’

mei 19, 2010

Melodieuzer en emotievoller

In 2005 werden we heftig opgeschrikt door de uit diverse bands samengebalde Red Sparowes en hun epische uitgesponnen postrockplaat ‘At the soundless dawn’. Na een live tussendoortje verscheen ‘Every red heart shines toward the red sun’ in 2006. Een even imponerende plaat, nog gewelddadiger en zwaarder, die liet horen dat ze hun eigen muzikale plek verdienden tussen de groten der postrock: Explosions In The Sky, Godspeed You! Black Emperor, Mono, Mogwai en ook Sunn O))).

Na drie splitalbums stapte Neurosis-held Josh Graham op. Isis-gitarist Bryant Clifford Meyer vervangt hem voor de sterke ‘Aphorisms’ EP (2009). Op het derde studioalbum ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ bestaat de bezetting nog steeds uit Meyer en Angel Hair-gitarist Andy Arahood (beide elektrische piano/synth/zang), Halifax Pier’s Greg Burns (bas/pedalsteel/vocalen), David Clifford van The Vss en Pleasure Forever (drums/percussie/zang). Maar voor het eerst horen we aanwinst Emma Ruth Rundle (gitaar/zang) van het onbekende The Nocturnes. En ook zijn de ellenlange, intelligente songtitels verdwenen.

Levert Red Sparowes 2.0, opgenomen door Toshi Kasai (Melvins, Tool), een progressiever geluid op? Het is gissen of het aan de vrouwelijke input ligt maar deze plaat is wel hun meest melodieuze, emotionele ‘songgerichte’ album tot nu toe. Het begint fluisterend, een dikke gitaardelay en pedalsteel vullen de ruimte, zwellen aan, echoën. Al snel worden we omgeven door triomferend drumwerk en hemelse riffs. Net als je denkt dat je opstijgt en meevliegt leidt een funky baslijn en subtiel slagwerk ‘In illusions of order’ in. De gitaarlagen voorspellen een sonische stortbui, dikke wolken pakken samen, de pedalsteel zorgt voor een hoopvol streepje voor het onweer licht losbarst.

Prettige wegluisterende nummers als ‘A hail of bombs’ en ‘In every mind’ tonen een minder avontuurlijke aard. Maar het verwoestend prachtige ‘Giving birth to imagined saviors’ geeft perfect weer dat er een betere balans is gevonden tussen dat intens heftige van weleer en de nieuwe emotievollere invalshoek. In songs als ‘A swarm’ en ‘A mutiny’ is bovendien een flinke scheut psychedelica aan de conventionele hard-zacht-dynamiek toegevoegd. Met de albumsluiter blaast Red Sparowes ons dan eindelijk van de sokken met de enige èchte noise climax die het album rijk is.

De open volle productie plaatst het cinematische in breedbeeld op het witte doek. De wanhoop snijdt dieper dan ooit in de ziel. Deze plaat brengt Red Sparowes subtieler, vloeiender en moeitelozer naar een hoger, volwassener en even geweldig niveau.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Red Sparowes
* Album: The fear is excruciating, but therein lies the answer
* Record company: Conspiracy Records
* Jaar: 2010
* Track list: Truths arise / In illusions of order / A hail of bombs / Giving birth to imagined saviors / A swarm / In every mind / A mutiny / As each end looms and subsides

© Cutting Edge — 19 May 2010
images © Conspiracy/Konkurrent

Link: CD review Red Sparowes, ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Pearly Gate Music, ‘Pearly gate music’

mei 5, 2010

Oorstrelend mooi debuut

Het talent stroomt door de aderen bij de familie Tillman! Pearly Gate Music, oftewel Zach Tillman, is het jongere broertje van Josh Tillman. Die ken je als Fleet Foxes drummer, maar ook als singer-songwriter. Zach speelt bas en zingt mee in de begeleidingsband van zijn broer als hij zijn liedjes live brengt. Zach vond het hoog tijd om in zijn voetsporen te treden en heeft een snoepje van een debuut bij elkaar gemusiceerd (met Josh op drums/backing vocals): negen bezwerende folkpoppareltjes, dromerige warme slaapkamerliedjes.

Hoewel er zeker een gelijkenis is tussen de broertjes, is er ook verschil. De engelachtige, gelaagde vocalen liggen in elkaars verlengde en dat ze fan zijn van Neil Young is kraakhelder, maar Zach pakt het muzikaal ietsjes anders aan. Hij schrijft mooie, eenvoudige maar niet voor de hand liggende songs die bedachtzaam opgebouwd zijn rondom zijn expressieve, intense stem en gevoel voor melodie. Elk liedje op ‘Pearly gate music’ staat op zichzelf. Het ene klinkt fuzzy en lo-fi alsof het met een 4-track is opgenomen, terwijl andere een vollere begeleiding hebben gekregen. Voller is nog steeds redelijk spaarzaam. Casio keyboard, akoestische gitaar en sfeervolle omlijstingen zoals finger snaps, tamboerijn, voorzichtige percussie of een zweem violen. Meer heeft Zach niet nodig om zijn innemende verhaaltjes, variërend van verstilde emotievolle ballads tot aanstekelijke rockers, beeldend te brengen.

Ondanks dat de songs een melancholiek randje hebben, wordt het nergens te zwaar. Je valt van de ene in de andere gemoedstoestand. ‘Golden funeral’ pakt de aandacht met een broeierige spanning, van ‘Big escape’ krijg je de lente in de bol net als van het gefloten refreintje in ‘Navy blues’. In ‘Gossamer hair’ gaat het van een tedere ballad plots naar een energieke uitbarsting, The Mamas and Papas weerklinken in ‘Bad nostalgia’ en in ‘Oh, what a time!’ zijn de Tillman-broers ineens The Everly Brothers. Het schitterende ‘If I was a river’ komt recht uit Zach’s hart gestroomd. Je denkt onherroepelijk aan Roy Orbinson door die pure stem, liefdevol ondergedompeld in een echobadje. Hij snijdt je ziel doormidden: ‘If I was your labdog (schoothondje), I’d forget everything and just sleep. If I was your labdog you’d know where I’d be.’ Aaaach.

Wat een schoonheid. Als Zach straks aankomt bij de hemelpoort hoeft hij niet aan te kloppen. De pearly gates zullen verwelkomend openzwaaien. Dit soort oorstrelende muziek toont hoe hemels het paradijs moet zijn. We verwachten wel dat hij de genoemde namen en het sing-song genre de volgende keer overstijgt.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Pearly Gate Music
* Album: Pearly gate music
* Record company: Bella Union Records
* Jaar: 2010
* Track list: Golden funeral / Big escape / Navy blues / Oh, what a time! / I woke up / Gossamer hair / I was a river / Bad nostalgia / Rejoice

© Cutting Edge — 05 May 2010
images © Bella Union

Link: CD review Pearly Gate Music, ‘Pearly gate music’ (2010) bij CuttingEdge

Pitchfork tipt Nederlandse act NIKOO

april 29, 2010

Als Nederlandse band mag je toch wel heel trots op de borst kloppen als het toonaangevende Amerikaanse muziekplatform Pitchfork je tipt bij de lezers. Eindhovense noise-pop act NIKOO viel deze eer gister ten beurt. Hun track ‘Marquee’ staat te blinken in ‘Forkcast’, een overzichtje van de beste internationale opkomende artiesten volgens Pitchfork!

‘Marquee’ is te vinden op de gelijknamige debuut EP van NIKOO. Dit zes tracks tellende schijfje is vorige maand in eigen beheer uitgebracht en overigens nog steeds voor nop te downloaden via de bandsite.

NIKOO is de gloednieuwe band van Joep van Son, die wij natuurlijk kennen van onder meer the Very Sexuals en Sugarettes. Het was helemaal niet de bedoeling met NIKOO op de voorgrond te treden, maar dat kunnen ze nu natuurlijk wel vergeten. Dan maar de studio in deze zomer (augustus) om als the hell een volledig album te maken dat ‘Marquee’ gaat opvolgen. Want je moet het ijzer smeden als het heet is, nietwaar? Dat hebben de Eindhovenaren goed begrepen.

We laten je weten als het nieuwe album klaar is en te krijgen. Ondertussen zijn er op de MySpace site van de band alvast wat sketches voor nieuwe songs te beluisteren. Down vooral ff die EP, staat vol met noisy popsongs om de vingers bij af te likken! Zoals naast de getipte track ook ‘Cow’!

Gepost op 29 Apr 2010  door Monique van den Boogaard © Cutting Edge

Link:  ‘Telex: Pitchfork tipt Nederlandse act NIKOO’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Walls, ‘Walls’

april 25, 2010

Subliem mindblowing debuut

Sam Willis (Allez-Allez) en Alessio Natalizia (de ene helft van Banjo or Freakout) ontmoeten elkaar in 2009. Willis wordt gevraagd de single ‘Mr. no’ te remixen. De twee merken op dat de combinatie van Alessio’s gitaarspel en spookachtige, psychedelische vocalen met Sams emotievolle synthlijnen, obscure krautrockexperimenten en samplemanipulaties een magische, hemelse samensmelting oplevert. Ze beginnen files uit te wisselen en bijna moeiteloos ontstaan er prachtige songs. Willis – een van de mannen achter de innovatieve Londense elektronicablog en dj-team Allez-Allez én talentvol remixer van Hot Chip en Fever Ray – lekt in oktober een eerste track, genaamd ‘Burnt sienna’ (een andere versie dan op het album). Die wordt opgepikt, bewonderd door diverse blogs en ook de mensen van het Kompakt-label zitten meteen op het puntje van hun stoel. Binnen een paar maanden lag dit bloedmooie album ‘Walls’ er. Een verbluffend ambient-synthpopmeesterwerk met een zeker indiegevoel.

Walls rekt de grenzen van het genre op. Het is nog redelijk makkelijk om noisy moeilijke muziek te maken. Wat het duo zo ontzettend goed doet en onderscheidt van andere geluidskunstenaars, is dat ze ervoor zorgen dat het heel natuurlijk klinkt en ook nog melodieus en euforisch blijft. Melancholie wisselt met gemak af met hoop en een gelukzalig gevoel. De dikke klankwolken hebben iets kalmerends en wollig dromerigs als ze voorbijtrekken, maar zijn tevens licht swingend. Analoog vermengt zich met digitale grondlagen. Speelse gitaarloops, liefdevolle synths en krautrock, plagende of zalvende drums en heldere melodieën met shoegaze-ondertonen drijven voorbij als herinneringen. De productie is open en weids. Hypnotiserend organisch.

Albumopener ‘Burnt sienna’ is een van de mooiste nummers en bij een eerste draaibeurt pakt het je direct bij de oren. Een wervelend, atmosferisch nummer dat zich ontvouwt met een laag synths en basdrones en tot majestueuze hoogte stijgt. ‘Walls’ laat je de rest van de acht tracks niet meer los. In ‘Hang four’ spoort een slowmotion-techno met Allessio’s weelderige gitaarrifs. ‘Cyclopean remains’ klinkt alsof Animal Collective en Boards of Canada samen een jam hebben gemaakt: epische vervreemding en een verpletterende schoonheid op het hoogste cerebrale niveau.

Er zijn niet genoeg woorden te vinden om er lyrisch over te zijn. ‘Walls’ is een vernieuwend, verfrissend, werkelijk subliem en mindblowing debuut! De repeatknop vertoont inmiddels slijtage en we vrezen dat we ‘m moeten gaan vervangen. ‘Walls’ is verslavend onweerstaanbaar.

CuttingEdge SCORE: 5 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Walls
* Album: Walls
* Record company: Kompakt / N.E.W.S.
* Jaar: 2010
* Track list: Burnt sienna / Hang four / A virus waits! / Cylopean remains / Soft cover people / Strawberry sect / Gaberdine / Austerlitz wide open

© Cutting Edge — 25 Apr 2010
images © Kompakt

Link: CD review Walls, ‘Walls’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Nice Nice, ‘Extra Wow’

april 18, 2010

Overrompelend caleidoscopisch Warp-debuut

Warp Records heeft weer een glimmende aanwinst binnengehaald. Het duo Jason Buehler en Mark Shirazi uit Portland (Oregon), sinds een decennium opererend als Nice Nice, heeft een overrompelend debuut afgeleverd. ‘Extra wow’ overspoelt de luisteraar met golven extatische, kosmische, psychedelische klanken, onderzoekende lagen noisy distortion en (gitaar)effecten, stuwende (tribale) ritmes en elektronisch experimenten die gaan van dub over krautrock tot ambient.

‘Extra wow’ herbergt een constant ontvouwende collectie van caleidoscopische muzikale invloeden en stijlen. Elke track bouwt voort op de vorige en creëert zo een bevreemdend sonisch avontuur. Opener ‘Set and setting’ start met opkomende sitar-eske en keelklank-drones, later vervlochten met feedback-freakouts, een donderende drumpartij, spacy blieps, uitwaaierende synths en dreigende repetitieve vocalen. Een glorieuze, tegelijk verwarrende als intense bende klanken die naadloos overgaan in het pulserende ‘One hit’. Garagepunk-ruwheid wordt afgewisseld met een bak herrie om de weg opnieuw te vervolgen.

‘Everything falling apart’ bevat beladen cimbalen en gitaren, hamerende drums, echoënde vocalen en keyboardweefsels. Een soort lsd-trip in de lijn van Animal Collective, waar het dromerige op vettige breakbeats drijvende ‘Big bounce’ op voortborduurt. Bij hoogvlieger ‘See waves’ doemen beelden op van een rond het kampvuur dansende inboorling die langzaam in trance raakt door ophitsende afrobeats, percussie en chants.

Je buitelt echt van de ene in de andere weirde krocht. Vergeleken met de voorgaande albums, waarop de heren nog wel eens wilden verdwalen en verzanden in too much, is er beter gedoseerd. De plaat biedt enkele welkome momenten om op adem te komen. Want blijven voortrazen was te veel van het goede geweest. Nu zijn indringende noisetracks vol opzwepende energie en de benodigde rust in balans en is het als geheel beter te behappen.

De heren scoren sowieso punten voor de opbouw, want de volgorde van de dertien tracks dwingt een totaalervaring af. Flink opschudding veroorzaken met overdonderende noise, dan even wat ‘toegankelijker’ en dansbaarder om vervolgens de cooldown in te zetten met hypnotiserende ambient. Net zo’n ritueel als een typische stapavond eigenlijk. Vooraf indrinken en enthousiasmeren, dan uit de bol en in je bed bijkomen en chillen in de ochtenduren.

Je begrijpt dat dit geen gemakkelijk album is. Weinig melodie en veel om in te nemen, maar de eigenzinnige soundscapes trekken je mee de diepte in. Daar is het zalig rondscharrelen en wegdrijven.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Nice Nice
* Album: Extra wow
* Record company: Warp Records / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Set and setting / One hit / A way we glow / On and on / Everything falling apart / Big bounce / See waves / A vibration / A little love / Double head / Make it gold / New cascade / It’s here

© Cutting Edge — 18 Apr 2010
images © Warp Records

Link: CD review Nice Nice, ‘Extra Wow’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Concert: Motel Mozaïque 2010, vrijdag

april 11, 2010

Overweldigende verrassingen

O

Fuck Buttons / copyright Dirk Sloos

Motel Mozaïque viert zijn tienjarig bestaan! Het Rotterdamse festival biedt elk jaar weer een overload aan muzikale verrassingen, maar heeft zich ook ontpopt tot voorloper op het gebied van kunst en performance en het betrekt de stedelijke entourage ook nog eens op bijzondere wijze in het goedlopende concept. Het centrale Schouwburgplein werd speciaal voor het lustrum omgetoverd tot Plaza Mozaïque: transparante tenten voor exhibitionistische overblijvers, intrigerende installaties en een intieme 3voor12-sessiekerk. MM10-thema ‘de zachte stad’ werd onder meer uitgedragen door stapels fatboys, een grasveld met schaapjes en slapers die letterlijk in de watten werden gelegd.

Het tweedaagse avontuur begon met het soloproject van de bebaarde TV on the Radio-zanger Kyp Malone. Rain Machine (**), met vijf vrienden, wist alleen de voorste rij van Watt te bekoren met een spanningsloze set. Omdat Kelpe werd vervangen door de lokale The New Earth Group in de kelderzaal gingen we naar Withered Hand in de Schouwburg. Hoewel Dan Wilson normaal gezelschap krijgt van Benni Hemm Hemm-leden moest de singer-songwriter het dit keer in zijn uppie klaren, want de IJslanders gaven meerdere MM-shows. Withered Hand (***) verhaalt met fragiele hoge stem, gitaargetokkel of mondharmonica over cornflakes en het verlangen om te seksen met een meisje. De pure poppy folkliedjes werden gebracht met een dosis rake humor. Zenuwachtig met overslaande stem, dat wel. Wilson heeft die grollen nodig om de aandacht vast te houden. Dat lukte nèt.

De megarij ruim voor aanvang van Mumford & Sons hielp bij de keuze voor het meedogenloze geluidsgeweld van electronoise-duo Fuck Buttons (****) in Watt. Tracks van het agressieve debuut en melodieuzere tweede ‘Tarot sport’ werden soepel met onberispelijke timing aan elkaar gesmolten. Vanaf het uitgerekte, vettige ‘Surf solar’ bleven de noisedrones intens broeierig maar beheerst naar een climax werken. Elke schokkende beweging of aanraking van de berg apparatuur door de twee werd vertaald in een donkere bevreemdende dansbare sound. De felle beats van de sterk improviserende Andrew Hung knepen de keel dicht en de microfoon werd ver in de mond gestopt door Benjamin John Power voor angstaanjagend vocaal gefreak. Overdonderend.

Overweldigend was ook Three Trapped Tigers (****). De Britten serveerden een ontoegankelijke, opzwepende mathrock-cocktail in de Watt-kelder. Aphex Twin meets Battles, daar tussenin. Eigenwijze dromerige of snerende keyboardlijnen vielen samen met stuiterende drumritmes en scheurende, noisy gitaarriffs. Bovenop het noise-bad geschreeuw van jewelste. Waar Fuck Buttons het binnen de perken hield, traden de tijgers erbuiten met een extatische set. Een groot verschil met de warme jazzy Ethiopische sound van multi-instrumentalist/componist Mulatu Astatke en de zeven funky virtuoze begeleiders The Heliocentrics (***). Als een vriendelijke opa kondigde hij de ‘Broken flowers’-soundtracksongs en andere veelal lome, op percussie en blazers drijvende nummers aan. De ambiance was zomers, maar het was toch meer chillen dan uitbundig swingen.

Het publiek in de Schouwburg ging uitgebreid zitten voor De Veenfabriek en Eckhardt (**). Alsof we met zijn allen in een minimaal verlichte huiskamer werden vermaakt door het theatrale, in 19de-eeuwse kleding uitgedoste gezelschap. Hun ingetogen, voorzichtige folkliedjes kwamen te bedacht over. Als een afstandelijk slaapmutsje. De oproep tot dansen vond dan ook weinig gehoor. Daarna was het pitten en opladen voor dag 2 of toch nog even de billen schudden bij dj-acts in Watt.

Monique van den Boogaard

© Cutting Edge — 11 Apr 2010
images © Dirk Sloos

Link naar verslag & live foto’s Withered Hand, Fuck Buttons, Three Trapped Tigers, Mulatu Astatke & The Heliocentrics en De Veenfabriek – Eckhardt: Concert review ‘Motel Mozaïque 2010, vrijdag’ bij CuttingEdge.nl

Telex: Motel Mozaïque festival barst van het talent!

maart 21, 2010

Het Rotterdamse meerkunstenfestival Motel Mozaïque biedt van donderdag 8 tot en met zondag 11 april een keur aan artiesten. Een bijzondere, organische mix van muziek, theater en beeldende kunst bij podia als de Rotterdamse Schouwburg, poppodium WATT, Lantaren/Venster, CBK, Rotown en diverse buitenlocaties.

Het muziekprogramma voor de tiende editie – op vrijdag en zaterdag – heeft onze volle aandacht. Want Motel Mozaique heeft nu eenmaal de reputatie altijd de dikste krenten uit de alternatieve pap te vissen! Op de poster prijken niet alleen klinkende namen, maar er valt ook héél véél nieuws te ontdekken.

Onder meer Band Of Horses (exclusieve Nederlandse show, preview nieuw album), Mumford & Sons, Rain Machine (solo project van TV On The Radio kopman Kyp Malone), Angus & Julia Stone, Mulatu Astatke & The Heliocentrics (opmerkelijk Afrikaans funk-jazzgezelschap), Soil & “Pimp” Sessions (Japanse jazz gekkigheid), Fink, Crystal Antlers (psychedelische rock), Fuck Buttons, Noah and the Whale, Mount Eerie (lo-fi folk) en Admiral Freebee aan.

Ook The Gaslamp Killer (hele hippe dubstep), Hudson Mohawke, Tv Buddhas, Everything Everything, The Plastician, Isbells (Belgische folkpop revelatie), Three Trapped Tigers (een vette combi van Autechre’s kenmerkende ambient en chaotische noise zoals HEALTH uitstoot), The Strange Boys (rock ‘n roll uit Texas), Daedelus, Kelpe (opzwepende electro-hip hop), Nicolai Dunger, Benni Hemm Hemm, Withered Hand (Dan Wilson), Moss en Kaki King komen de diverse podia onveilig maken.

Maar er is nog meer dan dat! Het festival verleidt haar bezoekers ook tot gidsentochten in de stad, markante gebeurtenissen of verborgen programma’s, en om er zelfs op avontuurlijke wijze de nacht te spenderen.

De kaartverkoop is al gestart. Dagkaarten voor het muziekprogramma op vrijdag 9 en zaterdag 10 april kosten 30 euro. Voor 55 euro heb je een passe-partout voor beide dagen, exclusief overnachting. Een slaapkaart per dag met ontbijt kost 25 euro.

Zie www.motelmozaique.nl voor het volledige programma, praktische info & tickets. Het tijdschema en de dagindeling volgen eind maart ongeveer.

CuttingEdge maakt volgende week een dikke Motel Mozaïque special, zodat je exact weet welke acts je zeker niet kunt missen!

Gepost op 21 Mar 2010 door Monique van den Boogaard © Cutting Edge

Link: Telex bericht ‘Motel Mozaïque barst van het talent!’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Aaron Martin – ‘Worried about the fire’

maart 17, 2010

Onaards mooi

Aaron Martin is een experimentele, Australische multi-instrumentalist die in Kansas resideert. Hij bedacht ‘Worried about the fire’ aanvankelijk als soundtrack bij een korte film. Voor deze vierde soloplaat besloot hij die bestaande geluidopnames, afkomstig uit eerdere samenwerkingen of uit solo-uitvoeringen, te manipuleren tot iets nieuws. Daarvoor week hij af van zijn kenmerkende live-benadering, maar gebruikte hij electronic processing en effecten. Zijn hoofdinstrument cello, maar ook banjo, harmonica en orgel knipte en plakte hij er aanvullend bij en over, tot hij 12 stukken had.

Elke track is vrij kort en spaarzaam qua geluiden, maar omdat die oorspronkelijk echt zijn ingespeeld is er toch een soort natuurlijk element in de meanderende abstractie. In de verte klinken ze ook nog wel als akoestische instrumenten, maar de warmte ontbreekt. Dat ligt tevens aan de wat holle productie. Vaak ademen de tracks een donkere, melancholieke ambiance uit (dronende opener ‘Albee’ of ‘Blue light’), hier en daar voelt het wat ongemakkelijk (de bibberende violen in ‘New Brighton’) en af en toe sluipen er rustgevende, bijna hypnotiserende momenten in (de cymbalen en zingende zaag in ‘Ice melts onto fingers’).

Uitleggen hoe Martin’s organische soundsculpturen precies in elkaar steken is onbegonnen werk. Ze liggen ergens tussen neoklassiek, folk en avontuurlijk experiment. Denk aan Machinefabriek (waar hij al eens mee werkte) of Richard Skelton. Het gaat dan ook veel meer om hoe hij knutselt en mengt om je langzaam en verleidelijk zijn bijzondere klankwereldje in te lokken.

Aaron Martin verstaat de kunst iets ongrijpbaars te brouwen, muziek die niet echt te vatten is, maar je wel gaat en blijft boeien. Vaak vervallen dit soort klanktapijten toch tot een leuk behangetje, maar ‘Worried about the fire’ blijft intrigerend de aandacht vragen. Lastig pinpointen waarom, het is gewoon zo. Knap plaatje dit. Van een onaardse pracht zelfs.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Aaron Martin
* Album: ‘Worried about the fire’
* Record company: Experimedia
* Jaar: 2010
* Track list: Albee / Ice melts onto fingers / Open knife / New brighton / Water tongue / Wires of glass / Reed tunnel / Marked in dust / Blue light / Beaver falls / Making rope out of eyelashes / Sixth

© Cutting Edge — 17 Mar 2010
images © Experimedia

Link: CD review Aaron Martin, ‘Worried about the fire’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Beveiligd: ELMO’s prooitjes op een promo tape

juli 22, 2009

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Op déze nieuwe supergroep zitten we wel degelijk te wachten!

juli 3, 2009

Zap even terug naar de zomer van het jaar 2005. Lijkt al weer lang geleden, maar weet je nog? Led Zeppelin moest nog samen komen voor die reünie in de O2 Arena waar we nu nog van balen dat we daar niet bij waren (of eigenlijk moet dat natuurlijk überhaupt nog steeds ècht gaan gebeuren), de Foo Fighters hadden destijds een hit met hun nummer ‘In Your Honor’ en Queens Of The Stone Age bracht niet één maar twee albums uit en toerde zich gek. Maar het was ook het jaar dat Foo frontman Dave Grohl even een bom op ons hoofd gooide in een interview met Mojo Magazine

Nee, hij was niet bezig een reünie van Nirvana te plannen door een reality tv-serie over een zoektocht naar een vervanger voor Kurt Cobain aan te kondigen, al was dat wel een trend. Nieuwe frontmannen vinden voor oude vehikels. Grohl wilde een powertrio formeren met hemzelf achter de drumkit, wie anders, QOTSA’s Josh Homme op gitaar en….Led Zeppelins John Paul Jones op bas.

“Dat wordt het volgende album,” zo zei hij toen tegen Mojo. “Dat zou niet zuigen.”

Flits terug naar 2009 en het ziet er naar uit dat het er nog van gaat komen ook. Antiquiet rapporteert dat de drie rocksterren zich samen hebben opgesloten in een opnamestudio in Los Angeles en zich hebben vastgebeten in het (af)maken van een nieuwe plaat.

We weten niet hoe het supertrio gaat heten – Queens Of Led Foo? Stone Age Zeppelin Fighters? Stone Zeppelin Foo Queens? – wat de albumtitel wordt of wanneer het album in onze speler kan worden geschoven. Dat het stevige, vlammende rockmuziek wordt denken we wel te kunnen zeggen. En vooruit, we gaan voorlopig gewoon mee in Grohls idee en beamen dat deze schijf zéker niet zal zuigen. We verheugen ons vast, OK? Wellicht wordt het wel een ‘Songs For The Deaf’ meets ‘Zeppelin IV’ album!

Pixies ‘Doolittle’-tournee komt naar Amsterdam in oktober

juni 29, 2009

pixies_mskl
Pixies zijn het toeren nog lang niet moe. Het rondje langs internationale festivals en zalen gaat dus nog even door. In oktober is Nederland wederom aan de beurt, en ondanks het feit dat we ze inmiddels gelukkig al vaker live hebben aanschouwd sinds de reünie, tovert dat toch weer een glimlach op onze smoelen. En het is nog een speciaal toertje ook…

Op 13 oktober komt de Amerikaanse rockband met de ‘Doolittle’-tournee naar ons land ter viering van het 20-jarig bestaan van die succesvolle schijf uit 1989, waarbij het album in de Heineken Music Hall in zijn geheel wordt gespeeld. Zoals gewend geven de Pixies er een eigen draai aan, want ook de b-kantjes zullen niet worden vergeten naast de krakers ‘Debaser’, ‘Wave Of Mutilation’, ‘Here Comes Your Man’, ‘Hey’ en ‘Gouge Away’. De set wordt verder aangevuld met legendarische songs van andere platen om vol hartelust op mee te brullen. Bovendien heeft de Pixies nog een paar ‘Doolittle’ verrassingen in petto.

Wij krijgen in elk geval geen genoeg van de Pixies en gaan gewoon weer. Komende vrijdag 3 juli start de voorverkoop. Een ticket is te scoren voor € 39 (excl. servicekosten). Want het is toch niet voor niets een van de meest invloedrijke bands uit de jaren tachtig met die knettervette eigenzinnige en dynamische nummers, die onder meer Kurt Cobain inspireerden tot het pennen van de Nirvana-klassieker ‘Smells Like Teen Spirit’.

Na het uiteenvallen van de alternatieve rockband begin jaren ’90 en een paar soloprojecten van Black Francis en Kim Deal kwam de groep in 2004 weer samen voor een tournee door de VS, waarna Europa volgde met een optreden op Pinkpop en Lowlands (2005). De ‘Doolittle’-tour start op 1 oktober in Dublin.

Vers Bloed: Knalpot

juni 29, 2009

knalpot_msklKnalpot, oftewel het razende duo Raphael Vanoli (gitaar/casio/electronica) en Gerri Jäger (drums), brengt een ongehoord lekkere en verwoestende partij gruis, piep en knars met behulp van een berg aan instrumenten, speelgoed en andere efficiënte muzikale attributen. ‘Een brommerrace tussen Radiohead, Clark en Squarepusher vindt Knalpot dat ze maken en tjonge, die omschrijving is aardig to the point. Check it out: verse, intense impro met een eigentijdse dance en rock ‘n’ roll attitude uit onze hoofdstad.

De twee lopen al een tijdje rond in de Amsterdamse muziek scene. Beiden kwamen naar de stad om te studeren aan het Jazz Conservatorium. Twee jaar geleden leerden ze elkaar daar kennen. Knalpot werd in 2007 uit de klei getrokken, maar de muzikanten hebben een bak aan ervaring opgedaan in andere bands en diverse muzikale genres.

Gerri Jäger toerde onder meer intensief met avant-funk band Brown vs Brown. Voor zijn drumwerk in Knalpot breidde hij zijn kit uit met percussie vreemdheden als een kettingen of een melkopschuimer en bewerkt via effectendozen en bitcrushers ook dubs en loops. Vanoli liet als sessie gitarist in de jazz, rock, electronica en zelfs in klassieke setting van zich horen. Raphael stort in Knalpot zich tevens op analoge effecten. Live is hij vooral cool om naar te kijken: met zijn linkerhand bespeelt ‘ie de snaren van zijn gitaar, onderwijl met zijn rechter een cheap ass casio speelgoed toetsenbordje.

Hun muziek is een verfrissende ervaring en moeilijk om zo maar in één hokje te plaatsen. Minimale songstructuren, lage fuzzy riffs, over elkaar buitelende grooves en knallende beats, wolken van gepiep, geknars en meer ambient en noise elementen. Ergens doet de moderne sound terug denken aan de eighties, vooral die computer game aesthetica. Qua geluid hoort Knalpot in de stal van het prestigieuze Warp Records label. Maar het stomende mengsel wordt gespeeld met een razende Led Zeppelin houding.

Hun doel is om de dikste hits te creëren. Inmiddels hebben de twee sinds eind 2008 een ‘onofficieel’ album af, met daarop twee covers van DJ Aardvarck naast zeven eigen tracks. Momenteel kun je dat schijfje nog alleen via hun MySpace bestellen (of kopen tijdens gigs), want er wordt naarstig gewerkt aan de èchte debuutplaat, die binnenkort moet verschijnen. Er wordt druk gebabbeld met eventuele (grote) labels.

Knalpot toerde al door vele Europese landen. Je kunt ‘the pot’ tijdens Lowlands live tot je nemen – en alles wat je hoort IS ook live veroorzaakt – maar de speellijst groeit en groeit, want ook een optredens tijdens ZXZW aka Incubate en Rotterdam Jazz International staan te gebeuren in het najaar.

Video: Dinosaur Jr. old school style!

juni 29, 2009

dinosaur-jrWe maken er geen geheim van dat we mega blij zijn dat Dinosaur Jr. – in originele bezetting – weer terug aan het front is. Hun nieuwe album ‘Farm’ is net verschenen. Als we die schijf beluisteren slaken we een diepe zucht van nostalgie. Fijn hoor! En de drie legendarische heren doen flink wat aan promotie de laatste tijd, om te laten weten dat ze het nog steeds hebben, die old school style rockgeest.

Bekijk de recente live uitvoering van het ‘Farm’-nummer ‘Pieces’ in het tv-programma ‘Last Night’ van talkshow host Jimmy Fallon maar eens. Overigens één van de hoogtepunten op het album. Ze gaan me toch een partijtje te keer. Op een bepaalde manier herinnert de opening aan klassieker ‘Freak Scene’ en voor het einde van het nummer doemen allerlei andere oude krakers in gedachte op.

Gitarist/zanger J. Mascis gaat met zijn witte, langere wapperende haren helemaal los voor een muur van versterkers. Bassist Lou Barlow kruipt zoals altijd in zichzelf, maar geniet er zo te zien weer van en drummer Murph trekt ook stevig van leer. Zo zien en horen wij van Spinner dat graag! We mogen de shizzle niet insluiten, dus HIER kun je hun live uitvoering nog bekijken.

Ondertussen geven we je wel de videoclip van nieuwste single ‘Over It’. Dat schijfje, met als b-kant de live versie van albumtrack ‘Tarpit’, is verkrijgbaar als 7 inch limited edition wit vinyl en als download.

PS: Vergeet niet dat Dinosaur Jr. in augustus in ons land is!

Vers Bloed: The Wooden Constructions

juni 28, 2009

thewoodenconstructions_msbvv

Deze vier jonge, internationale gasten – Meit, Luub, Inzaurralde en Mistiaen – gevestigd in Amsterdam hadden even geleden als favoriete bezigheid wat rondhangen op de bank en een potje playstation spelen, maar maakten ‘per ongeluk’ een paar dansnummers. De meeste goede dingen komen vaak spontaan en zo is het ook met The Wooden Constructions, die klinken als het Nederlandse broertje van LCD Soundsystem.

De band – vernoemd naar het zogenaamd houterige gemep van de drummer, al noemen wij dat gewoon doorhakken – heeft een stomende cocktail van frisse, energieke en nogal opzwepende postpunk en no wave bij elkaar verzonnen. De flinke scheut funk die er aan toe is gevoegd maakt dat hun muziek uiterst catchy is en verdraaid moeilijk om op stil te blijven zitten. In de lijn van LCD, maar ook het vroege werk van The Rapture en The Liars comes to mind. De nerveuze praatzang van Gover Meit herinnert eveneens aan de stijl van LCD’s James Murphy, maar ergens zit er ook wel een snufje David Byrne van de Talking Heads in.

Binnen twee dagen namen de jongens vijf nummers op in de studio. De, naar eigen zeggen, jungle beats disco noise house groove songs zijn terecht gekomen op hun debuut EP ‘Don’t Ask Me Man, I Don’t Know Why’ die er sinds begin dit jaar is. Dat kwartiertje aan materiaal beloofd al veel goeds. The Wooden Constructions moet nog wat groeien, maar met zo’n prille en tegelijkertijd sterke muzikale basis kan het alleen maar beter worden! We kregen in ons oor gefluisterd dat ze ook steeds harder vlammen op het podium en telkens een spetterend feestje bouwen.

Hint aan een labelbaas: deze vier zijn nog niet getekend. Ze willen graag aan de slag met een eerste album, maar de centjes zijn op. Inhaken dus. De EP beluister je in zijn geheel op hun MySpace stek, waar je ‘em tevens mag downloaden of kunt bestellen. The Wooden Constructions speelt op 4 juli tijdens het Wired Festival (Den Haag) en op 11 juli in Paradiso. Ik zou zeggen, gaat dat zien en hoppa die voeten van de vloer en shaken met die billen.

Sorry voor de ‘houterig’ gefilmde clips van een optreden tijdens Viaduct, maar zo check je toch wat live, want fatsoenlijkere videos zijn nog niet voorhanden:

20 jaar The Stone Roses: Een lawine aan re-releases

juni 25, 2009

stonerosesExact twintig jaar geleden zette de madchester pioniers The Stone Roses de indie wereld op zijn kop. De zomer van 2009 staan dan ook grotendeels in het teken van het legendarische, psychedelische rockband uit Manchester. We vertelden al dat er luxe uitvoeringen van hun titelloze, klassieke debuutplaat op stapel staan. Daarvan nu ein-de-lijk de details. Maar er komen voorafgaand aan die heruitgaves ook nog vijf coole singletjes uit.

De luxe uitvoering van die eerste plaat verschijnt op 11 augustus in drie verschillende formats. Natuurlijk is er een enkele cd van het originele album, geremasterd door Stone Roses-frontman Ian Brown en producer John Leckie, met een full-lenght versie van grote hit ‘Fools Gold’. Daarnaast komt er een Legacy Edition beschikbaar, die naast het oorspronkelijke album ook een bonus schijf met demo materiaal bevat – zoals het nooit eerder verschenen ‘Pearl Bastard’ – en nog een DVD met de concertfilm ‘Blackpool Live’ uit ’89.

De hardcore fans gaan voor de Super Deluxe Limited Edition Collectors Boxset met alle bovenstaande opnames, plus drie vinyl LPs met de originele opnames en 13 extra tracks die de uiteindelijke albums destijds niet hebben gehaald. Daar krijg je nog een fotoboek bij, interviews met de band en beroemde fans zoals Oasis‘ Noel Gallagher en sterproducer Mark Ronson, en zes prints van schilderijen van gitarist John Squire voor de albumcovers van de singles van The Stone Roses.

stoneroses_collectorsbox
Bovendien is er ook een 2GB USB drive in de vorm van een citroen (!)
, waarop alle audio, promotionele video’s, ringtones, wallpapers, en ander niet eerder vertoond John Leckie homevideo materiaal van de opnamen van ‘Fools Gold’ te vinden zijn. De complete tracklist voor de luxe heruitgaves check je hier!

Deze re-releases worden voorafgegaan door vijf singles. ‘Elephant Stone’ uit ’88 is de eerste op 6 juli, opgevolgd door ‘Made Of Stone’ (13 juli), ‘She Bangs The Drums’ (20 juli), ‘Fools Gold’ (27 juli) en ‘One Love’ (13 augustus). Op de b-kant van elke single komt een niet eerder uitgebrachte track van The Stone Roses te staan. 
 

Comeback Soundgarden?!

juni 25, 2009

soundgarden
Eerst het heuglijke nieuws dat Faith No More weer bij elkaar is en nu wordt er gespeculeerd over de terugkeer van Soundgarden! Mèt Chris Cornell! Naar verluidt zijn de leden van de Amerikaanse grungerock band een comeback aan het voorbereiden. Dat beweert Brent Smith, de zanger van Shinedown: “Er wordt momenteel gesproken over een Soundgarden reünie in de States. Iemand in de organisatie heeft mij dat verteld, dat zij daar over praten.”

Soundgarden viel in 1997 uit elkaar en recentelijk gaf frontman en gouden strot Chris Cornell ineens toe dat hij ‘een reünie nooit uit zou sluiten’. Dat is opmerkelijk, gezien hij eerder altijd zei dat er geen enkele kans was dat de band opnieuw bij elkaar zou komen, omdat het zeer waarschijnlijk niet aan zijn verwachtingen zou voldoen.

“Mijn angst is dat we de grootsheid niet meer zullen voelen van toen wij nog op ons hoogste niveau waren,” zo zei Cornell. Eind maart beklommen oud-bandleden Kim Thayil, Ben Shepard en Matt Cameron echter samen spontaan het podium voor een 75% Soundgarden reünie – zonder Cornell maar met Tad Doyle, frontman van grungeband TAD als zanger – dus werd Chris gedwongen nog eens over zijn eerder ingenomen standpunt na te denken. Check hier nog een paar clips van die bewuste live uitvoeringen.

Chris Cornell richtte na Soundgarden ook nog de sterke groep Audioslave op en lanceerde afgelopen jaar zijn solo carrière met behulp van producer Timbaland, met als resultaat het album ‘Scream’. Dat laatste project willen wij graag zo snel mogelijk vergeten… Hoewel gedurfd, niet zo zeer onze smaak… Zo’n Soundgarden reünie would do the trick! Lekkerrrrr. 
 

Nick Cave & Warren Ellis voorzien sekshandel docu van soundtrack

juni 25, 2009

nickcave&warrenellisDe Australische singer-songwriter Nick Cave en angstaanjagend bebaarde Bad Seeds/Grinderman/Dirty Three bandlid Warren Ellis hebben al wat soundtracks op hun naam staan. Samen voorzagen ze de door Cave gepende Western ‘The Proposition’ uit 2005 van prachtige verstilde muziek, even als de depressief klinkende neurochirurgie docu ‘The English Surgeon’ (2007), en het ondergewaardeerde meditatieve drama ‘The Assassination Of Jesse James’ (2007) van regisseur Robert Ford. En de twee zijn weer bezig.

Op hun MySpace pagina melden Cave en Ellis dat ze de muziek aan het maken zijn voor de soundtrack van ‘The Girls Of Phnom Penh’, die wordt omschreven “Matthew Watsons tweede film over de consequenties van Cambodja’s ‘maagdelijke sekshandel’.” Dat klinkt ongelooflijk niet cool, maar wel lekker drama zodat de soundtrack van beide heren vast en zeker goed zal passen. De nog in wording zijnde film moet ergens later dit jaar klaar zijn. Zie je wel dat die huidige pornosnor van Cave nog ergens van pas zou komen!

Ondertussen is er nog meer filmmuziek van het duo onderweg. Ze hebben tevens samengewerkt voor de muzikale ondersteuning van de nieuwste film ‘The Road’ van ‘The Proposition’-regisseur John Hillcoat, de verfilming van Cormac McCarthy’s post-apocalyptische roman uit 2006. Die er overigens behoorlijk vet uitziet (bekijk de trailer hier maar eens ff), ook al is het veel meer een dikke Hollywood blockbuster geworden dan dat het op het nogal grimmige boek zelf lijkt. Maar Viggo Mortenson heeft sinds ‘Hidalgo’ geen slechte flick gemaakt, dus ook deze zal wel goed vallen uiteindelijk. ‘The Road’ draait vanaf 16 oktober in de bioscopen.

En dan is er nog een tweede roman van Nick Cave onderweg, ‘The Death Of Bunny Monroe’, waar we eerder al over vertelden. Dat boek is er op 1 september. Bovendien heeft de fervente schrijver opnieuw een script geschreven, voor een absoluut raar ‘Gladiator’ vervolg, wat nog door iemand gemaakt moet gaan worden. Ow ja, Cave treedt tevens op met zijn Bad Seeds tijdens diverse zomerfestivals. Pffff, wat een drukke wildeman is het toch. Maar we verheugen ons er op!

Beastie Boys presenteren: ‘Hot Sauce’

juni 24, 2009

beastieboys_hotsauceDe Beastie Boys hebben eindelijk alle details van hun nieuwe, aankomende album bekend gemaakt! De opvolger van het instrumentale ‘The Mix Up’ uit 2007 heeft de titel ‘Hot Sauce Committee Part 1’ meegekregen en ligt vanaf 15 september in de winkels. Het album, in eerste instantie slechts ‘Hot Sauce Committee’ genoemd (betekent ‘Part 1’ overigens dat er wellicht ook een ‘Part 2’ komt?), bevat gastbijdrages van popdame Santigold (op ‘Don’t Play No Game That I Can’t Win’) en New Yorkse collega rapper Nas (op ‘Too Many Rappers’).

Nas voegde zich nog bij de Beastie Boys tijdens hun recente Bonnaroo festival optreden (bekijk een kort fragment) om dat nummer live te vertolken. Zoals gewend van de drie Boys staan er weer heel wat vintage, humoristische songtitels op de plaat, waaronder naast ‘Too Many Rappers ‘ ook ‘Crazy Ass Shit’, ‘Funky Donkey’, ‘Pop Your Balloon’, ‘Multilateral Nuclear Disarmament’ en ‘Nonstop Disco Powerpack’. Je bekijkt de illustere albumcover hierboven.

Een eerste smaakje van de hete saus hebben we inmiddels mogen proeven in de vorm van albumtrack ‘Lee Majors Come Again’, die we eerder plaatsen. Ch-ch-ch-check it out, HIER.

De complete tracklist voor ‘Hot Sauce Committee Part 1’:

01. ‘Tadlock’s Glasses’
02. ‘B-Boys In The Cut’
03. ‘Make Some Noise’
04. ‘Nonstop Disco Powerpack’
05. ‘OK’
06. ‘Too Many Rappers’
07. ‘Say It’
08. ‘The Bill Harper Collection’
09. ‘Don’t Play No Game That I Can’t Win’
10. ‘Long Burn The Fire’
11. ‘Bundt Cake’
12. ‘Funky Donkey’
13. ‘Lee Majors Come Again’
14. ‘Multilateral Nuclear Disarmament’
15. ‘Pop Your Balloon’
16. ‘Crazy Ass Shit’
17. ‘Here’s A Little Something For Ya’

‘Hot Sauce Committee Part 1’ is echter niet het enige album van de Beasties dat we dit jaar krijgen voorgeschoteld. Deze zomer verschijnen namelijk ook nog heruitgaves van klassiekers ‘Ill Communication’ (1994, op 14 juli) en ‘Hello Nasty’ (1998, op 25 augustus). Beide re-releases komen uit als dubbel-cd en als vinyl box.

Vers Bloed: Cymbals Eat Guitars

juni 22, 2009

cymbalseatguitarsWe zitten al jaren te wachten op een reünie van Pavement. Dat zit er helaas vooralsnog niet in, zo lijkt het. Maar dan hebben we hier een heel tof vervangertje in de vorm van Amerikaanse band Cymbals Eat Guitars. Want het muzikale rock, noise en shoegaze mengsel van deze nieuwe indierock telg doet ons er namelijk hier en daar erg aan denken! En we geloven in ons hart dat de New Yorkse (Staten Island) groep nog voor het einde van dit jaar al doorgestoten is naar een groter publiek.

Joseph Ferocious (geboren als Joseph D’Agostino, vocalen/gitaar) en Matthew Miller (drums) kennen elkaar al van de middelbare school, toen ze samen Weezer covers speelden. In hun studententijd ontmoeten ze Daniel Baer en beginnen langzaam wat te giggen. Op een avond in maart 2008 lopen ze technicus Kyle ‘Slick’ Johnson tegen het lijf, die net een optreden van hen had bekeken. Slick wilde de band graag opnemen. Na een paar maanden repeteren met nieuwe bassist Berenholz (ook vocalen) en toetsenist Brian Hamilton (keys/vocalen) trekt Cymbals Eat Guitars drie dagen de befaamde Joe Music Studio in Manhatten in met Slick als producer.

Het resultaat verscheen begin dit jaar. Het debuutalbum ‘Why There Are Mountains’ krijgt niets minder dan uitmuntende, gillende reviews voor de kiezen. Ze worden sindsdien ook constant bestempeld als ‘hèt nieuwe hete bandje van 2009’. En daar zit wel een grote kern van waarheid in.

De muziek van Cymbals Eat Guitars herbergt ongewone en aanstekelijke melodieën die een obsessie met de nalatenschap van Pavement suggereren. Vooral de zang lijkt nogal op frontman Stephen Malkmus‘ afwisselend wankele, schreeuwende, nasale stemgeluid. De kippenvel uitlokkende, epische en sonische gitaarrock uitbarstingen wijzen op een Built To Spill of Sonic Youth affectie. En de gestroomlijnde poppy kant laat invloeden van Wire en Chairs Missing horen, terwijl de smaakvolle keyboard versieringen herinneren aan Leroy Back en Jay Bennett’s legendarische ‘Yankee Foxtrot Hotel.

Ja dat is een mond vol grote namen, maar het wordt door Cymbals Eat Guitars samengesmolten tot een indrukwekkende, eigen smoel. Ferocious stoot hoekige rock ‘n’ roll en noisy, feedbackende gitaarriffs uit, Hamilton warme en knetterende Wurlitzer electronische piano klanken, Berenholz vloeiende baslijnen en Miller los, dynamisch drumwerk rondom de rauwe en expressieve zanglijnen van Ferocious. Af en toe komen er ook huilende violen, cello of blazers om de hoek kijken.

Kortom, een spannende indie road trip die je MOET ondernemen! Zowel onvoorspelbaar als zwaar aanstekelijk. Op 20 juli verschijnt er alleen in de UK een nieuwe 7 inch (via Transparant/Pure Groove). De b-kant ‘Tunguska’, een dromerig, prachtig nummertje, kun je voor nop downloaden via hun MySpace stek. Alleen ff je emailadres achterlaten. Daar beluister je nog vier songs van hun debuut, waarvan we vooral ‘And The Hazy Sea’ en ‘Wind Phoenix’ aanraden.

We zeggen het vaker, maar Cymbals Eat Guitars moet je toch ècht stevigggg in de gaten houden! 
 
 
 
 

 

Recensie: Patrick Watson – Wooden Arms

juni 21, 2009

patrickwatson_woodenarmsHoewel de Canadese singer-songwriter, zanger en pianist zich op zijn derde album Patrick Watson & The Wooden Arms noemt – met naast hem gitarist Simon Angell, drummer Robbie Kuster en bassist Mishka Stein – is er niet al te veel veranderd. Eigenlijk begint ‘Wooden Arms’ gewoon waar de bejubelde voorganger en zijn doorbraakplaat ‘Close To Paradise’ ophield. Vond je het destijds als te veel van het goeie, met al die opsmuk en geluids tierlantijntjes, dan laat deze maar liggen. Maar voor wie dat goed smaakte is hier een nieuw muzikaal avontuur in de vorm van ‘Wooden Arms’, waarvoor Watson en co meer instrumenten dan ooit hebben aangesleept.

Watson gooit nog een extra schepje op zijn uitbundige popsongs met klassieke en indierock invloeden. Maar dat uitgebreide, rijke instrumentarium – veel violen, een arsenaal aan tegendraadse huis-tuin-en-keuken percussie, banjo, djembé, allerlei getingel en wat al niet meer – ligt er niet altijd dik boven op. Watson weet het toch vaak intiem en persoonlijk te houden met subtiele, dromerige arrangementen. De minitieus neergelegde details vallen pas ècht op als je de oren dicht op de speakers drukt. Moet je trouwens wel mee opletten, want er komt ook onverwachts wat noise tussendoor of een nummer wordt op een andere manier, hoewel ingewikkeld nog steeds elegant en delicaat, opgebroken.

Het wonderschone popnummer ‘Big Bird In A Small Cage’ is zonder meer de hoogvlieger op ‘Wooden Arms’ en schaart zich onder de beste songs die iemand als Sufjan Stevens ook pent, met bijval van een tokkelende banjo en breekbare vrouwelijke vocalen van gastzangeres Katie Moore. Daar staat een soort aan Tom Waits denkende, potten-en-pannen percussie gedreven, wat duistere track als ‘Machinery Of The Heavens’ tegenover. Iets heel anders, maar toch even indrukwekkend, vooral door Watsons onschuldig, ijl klinkende zang.

In sprankelende, akoestische folksong ‘Man Like You’ herinnert hij prettig aan Nick Drake en Elliot Smith en ook op de wiegende pianowals ‘Wooden Arms’ drijft je in gedachten ver weg van hier. Net als op het schitterende ‘Fireweed’, dat in IJsland is opgenomen en dus een gevoel van eenzaamheid herbergt. Echter ook onrust waart rond. Luister maar eens naar het filmische ‘Beijing’ met die opgejaagde pianopartijen (met fietsen erin verwerkt). De twee instrumentals, zijn wat ons betreft de wat mindere songs op ‘Wooden Arms’. ‘Down At The Beach’ is dan wel spannend, maar dat effect over zijn prachtige, emotievolle stem irriteert.

Of deze plaat Watson en zijn Wooden Arms nou bij wijze van de Top 40 in gaat helpen, betwijfelen we ten zeerste. Zo toegankelijk is het niet. Je moet het even op je in laten werken, al zijn er tevens wat bloedstollende momenten die je meteen bij de keel grijpen. Hij toont juist veel meer zijn experimentele kant, waardoor hij abstracter en gekunstelder overkomt, wat vast niet al te goed valt bij de doorgaanse mainstream meute. De liefhebbers van Watson kunnen echter een vreugdesprongetje maken, want ik vreet mijn schoenzool op als zij deze schijf niet totaal diggen. Een begeesterende, fantasievolle trip, die je het beste in zijn geheel tot je neemt.

SPINNER SCORE: 84/100 
 
 

 
 
 

Het ‘Incident’ van Porcupine Tree

juni 21, 2009

porcupinetree_theincidentDe Engelse prog-rock band Porcupine Tree heeft de opnames voor hun tiende studioalbum afgerond. De plaat, die de titel ‘The Incident’ mee heeft gekregen, wordt een dubbelalbum en verschijnt op 18 september. Opmerkelijk is dat de titelsong de gehele eerste cd in beslag neemt. Het 55 minuten durend, muzikaal statement wordt door zanger/gitarist/songwriter Steven Wilson omschreven als ‘een lichtelijk surrealistische songcyclus over begin en einde, en het gevoel dat na dit de dingen nooit meer hetzelfde zullen zijn.’

Het door Wilson zelf geproduceerde album wordt gecompleteerd door vier andere composities, die voortvloeiden uit schrijfsessies in december 2008. De nummers ‘Flicker’, ‘Bonnie The Cat’, ‘Black Dahlia’ en ‘Remember Me Lover’ staan dan ook op een aparte cd van EP-lengte, om te benadrukken dat ze losstaan de ‘songcyclus’.

Het idee voor ‘The Incident’ ontstond toen Wilson in een file vaststond en langs een auto-ongeluk reed: “Naderhand besefte ik me dat ‘incident’ een heel afstandelijk woord is voor iets wat zo vernietigend en destructief is voor de mensen die het meemaken. De ironie van zo’n kille expressie voor een heftige gebeurtenis fascineerde me en ik ging op zoek naar andere ‘incidenten’ in de media en het nieuws. Ik schreef over de bevrijding van een groepje meisjes van een religieuze sekte in Texas, een familie die hun buren terroriseerde, een lijk wat was gevonden tijdens een vis-uitje, en meer. Elk nummer is geschreven vanuit de eerste persoon, en probeert de afstandelijke mediareportage te ‘humaniseren’.”

Maar Wilson gebruikte ook andere persoonlijke ervaringen om inspiratie op te doen voor de songs; een verloren vriendschap, zijn eerste liefde, een seance en de dag dat hij besloot te stoppen met werken om muzikant te worden. De opnamesessies vonden plaats na die voor Wilson’s eerste soloalbum ‘Insurgentes’. In zijn eentje werken was van invloed op het geluid van ‘The Incident’: “Ik denk dat dit album donkerder, uitgebreider en meer experimenteel is, maar als ik voor Porcupine Tree schrijf weet ik precies welke sound ik wil hebben” aldus Wilson.

Porcupine Tree – naast Wilson bestaand uit Gavin Harrison (drums), Colin Edwin (bas) en Richard Barbieri (keys) – nam een videocamera mee de studio in. De beelden zijn op de labelsite terug te zien. Vlak na de release via Roadrunner onderneemt Porcupine Tree een intensieve wereldtournee. Op 12 oktober staan ze op de planken van de Heineken Music Hall in Amsterdam. 
 
 
 

Vers Bloed: Woods

juni 20, 2009

woods_lastfm
 
 
 
We hadden het vorige week al over nieuw heet talent Kurt Vile. Zijn debuutalbum verschijnt opnieuw op vinyl LP bij labeltje Woodsist. En laat dat nou ook het onderkomen zijn van Woods. Vile komt pas om de hoek kijken, so to speak, maar Woods is al wat langer bezig. Hun vierde album ‘Songs Of Shame’ is zelfs net verschenen. Maar we zetten de Amerikaanse folkrockers uit Brooklyn toch ff in de schijnwerpers, omdat het simpelweg zo’n bijzonder indiebandje is, dat je gewoon gecheckt moèt hebben.

In vergelijking met Vile’s noisy, psych-folk songs gaat Woods iets meer voor de pastorale, rustieke vorm van folk. Een beetje vreemde, psychedelische en up-tempo folkrock liedjes met zweverige, harmonieuze zang (die doet denken aan een wat mompelende, wat hoger zingende Neil Young), maar ook wat luidere noise jams gelardeerd met wollige tape effecten, die richting zomerse, klassieke bluesy rocksongs gaan. In dat geval springt J Mascis in gedachten.

Zo heel veel is er (nog) niet eens bekend over de band. Afgezien van dat ze een jaar geleden overgingen van een duo in een trio. Het draait voornamelijk om Jeremy Earl (eigenaar van Fuck It Tapes) en Jarvis Tavenieree (Meneguar, Wooden Wand), die er als The Woods Family Band G. Lucas Crane bij vroegen en zich daarna Woods zijn gaan noemen. Er is bij live optredens nog een vierde muzikant bij.

Er is wel al best wat songmateriaal verschenen bij diverse kleine labeltjes: debuutalbum ‘How To Survive In/In The Woods’ (Shrimper), de 7 inch single ‘RAM’ (Gilgongo), het album ‘At Rear House’ (op LP en cassette, door zowel Shrimper, Troubleman Unlimited en Woodsist samen), een cassette genaamd ‘From The Horn’ (Fuck It Tapes), de plaat ‘Woods Family Creeps’ (Time-Lag Records), nog zo’n tape getiteld ‘Some Shame’ (eigen beheer, live tracks van de Amerikaanse tournee in 2008) en de 7 inch single ‘Sunlit b/w The Dark’.

Met al deze (moeilijk verkrijgbare) releases heeft Woods in de underground al een aardige naam weten op te bouwen met een onderscheidend mengsel van spookachtige kampvuurliedjes, lo-fi rock, thuis in elkaar geknutselde collages en andere noisy intermezzo’s, allemaal verankerd in bedrieglijk stevige melodieën. En dan is er nu de vierde schijf ‘Songs Of Shame’ bij Woodsist (cd) en opnieuw Shrimper (LP).

Dat album hoort tegelijkertijd intiem en persoonlijk als razend toegankelijk poppy aan. In de songs weerklinkt zowel een vroege Guided By Voices als de diepe, melancholieke duisternis van de Flying Nun catalogus, zonder hun eigenzinnige, rammelende en charmante muzikale karakter te verliezen. Op Woods MySpace beluister vier albumtracks.

Hoog tijd dat Woods eens uit de bossen wordt getrokken. De drie houden dan wel enorm van bescheiden producties en releases en hebben een voorkeur voor die live-in-your-livingroom ambiance, maar het is toch hoog tijd dat ze eens naar voren worden geschoven. Woods is een zeer fijn bandje met songs, die zodra je ze eenmaal beluisterd hebt, roepen om nog een draaibeurt. Momenteel toeren ze zich gek met Zweedse freakfolk gezelschap Dungen en Vile, hopelijk komt Woods snel eens deze kant op! Het is zeker voer voor fans van Akron Family, Devendra Banhart of Coyote
 
 
 
 
 
 
 

 

Radiohead en Wilco-leden, Johnny Marr releasen nieuwe songs via benefiet-cd

juni 20, 2009

7worldscollideOp tien augustus verschijnt het tweede deel van het toffe 7 Worlds Collide project van Crowded House frontman Neil Finn. De benefiet-cd ‘The Sun Came Out’, een dubbelalbum met origineel songmateriaal van diverse artiesten ten bate van het goede doel Oxfam, bevat een aantal zeer interessante bijdrages… Waaronder het nummer ‘The Ties That Bind Us’, waarin Radiohead-drummer Phill Selway zijn vocale debuut maakt!

Ook Radiohead-bassist Ed O’Brien heeft een track bijgedragen net als geroemd gitarist Johnny Marr, die na een tijdje bij Modest Mouse gespeeld te hebben momenteel vast bandlid is van Britse rockband The Cribs, maar die we natuurlijk vooral kennen als snarenplukker van The Smiths.

Bovendien hebben Wilco’s Jeff Tweedy en Schotse singer-songwriter KT Tunstall een muzikale duit in het zakje gedaan. En Finn’s zoon Liam Finn, niet te vergeten. Marr en Tweedy zijn daar boven op ook nog eens samen te horen in het nummer ‘Too Blue’ en KT Tunstall en Neil Finn sloegen de handen ineen voor het liedje ‘Hazel Black’.

Begin januari werden er tussen de opnames door, met Jim Scott achter de mengtafel, al enkele live gigs gegeven in Nieuw Zeeland ter ondersteuning van het 7 Worlds Collide project. Je kunt dat hier nog terugkijken, met onder meer een Selway op akoestische gitaar en zang. Op de MySpace stek van 7 Worlds Collide kun je wat korte videoclips van de opnames van wat nieuwe songs checken.

We raadden je even geleden ook al van harte de benefiet-verzamelaar ‘Dark Was The Night’ aan en dat was me toch een briljantje van een goede doel cd. We doen nu hetzelfde met deze Oxfam verzamelaar, want zeg nou zelf, hoe vaak krijg je een nou plaat voor je kiezen met nieuw materiaal van bandleden van The Smiths, Radiohead en Wilco? Juist, nooit. Kopen dat ding dus! Zuip je maar een dagje wat minder in je vakantie.

De volledige ‘The Sun Came Out’ tracklist wordt:

* CD 1:
 
01. ‘Too Blue’
02. ‘You Never Know’
03. ‘Little By Little’
04. ‘Learn to Crawl’
05. ‘Black Silk Ribbon’
06. ‘Girl, Make your Own Mind Up’
07. ‘Run In The Dust’
08. ‘Red Wine Bottle’
09. ‘The Ties That Bind Us’
10. ‘Reptile’
11. ‘Bodhisattva Blues’
12. ‘What Could Have Been’

* CD 2:
 
01. ‘All Comedians Suffer’
02. ‘Duxton Blues’
03. ‘Hazel Black’
04. ‘Riding The Wave’
05. ‘The Witching Hour’
06. ‘Over And Done’
07. ‘Change of Heart’
08. ‘Don’t Forget Me’
09. ‘Long Time Gone’
10. ‘The Cobbler’
11. ‘3 Worlds Collide’
12. ‘The Water’

Stream gratis The Death Weathers volledige From The Basement live gig

juni 20, 2009

thedeathweather_ftb
 
 
 
Komende maandag 22 juni heb je de kans om een volledig optreden van de nieuwe ‘supergroep’ rondom Jack White voor nop live vanuit
From The Basement te checken. Het concert, de eerste show van The Death Weather in Groot Brittannië, wordt zowel online als mobiel uitgezonden.

Je kunt White met zijn consorten ‘Little’ Jack Lawrence van Raconteurs, The Kills‘ Alison Mosshart en Dean Fertita (Queens Of The Stone Age) dan eindelijk eens ècht aan het werk zien met elkander. Momenteel toeren ze Amerika plat, voordat ze dit weekend de plas oversteken.

Om negen uur PM UK tijd – dus voor ons om tien uur s’avonds – kruip je achter de computer en bekijk je het The Death Weather concert online via de site van From The Basement: HIER. Maar ook als je onderweg bent hoef je geen minuut te missen. Door een samenwerking van FTB met Nokia wordt er ook een mobiele videostream uitgezonden. Daarvoor moet je op dezelfde site even op het logo klikken.

We hebben al een klein voorproefje van wat je maandag kunt verwachten, al zijn er op de FTB site tevens wat YouTube clips verzameld van The Death Weather om vast in de stemming te komen. De hete band speelde gisteravond het nummer ‘Hang You From Heavens’ tijdens ‘The Tonight Show’ van Conan O’Brien op tv. Hoewel we het stevige, energieke rocknummer inmiddels kennen, spat het charisma van je beeldscherm!
 
 

 
Je kunt er overigens vanuit gaan dat het geluid van The Death Weather live show gruwelijk goed gaat worden en de beeldkwaliteit hoog, want From the Basement is een soort van muziekshow / liefdeswerk van Radiohead producer Nigel Godrich, samen met een groepje gepassioneerde individuen. Mocht je dit prachtige initiatief nog niet kennen, snuffel vooral even rond. Want in het archief valt veel tofs te vinden van andere bands die langs zijn geweest voor een live sessie, waaronder Sonic Youth, Thom Yorke, Fleet Foxes, Andrew Bird, Jarvis Cocker en ga nog maar even door.

Overigens komt er buiten het debuutalbum ‘Horehound’ op 14 juli dit jaar waarschijnlijk nog veeeeel meer materiaal uit van The Death Weather. Ze zoeken nu al een gaatje in hun overbezette agenda’s om weer opnieuw op te gaan nemen. Lees er alles over in het interview van Spinner met de band.

Recensie: The High Strung – Ode To The Inverse Of The Dude

juni 20, 2009

thehighstrung_odeThe High Strung uit Detroit heeft al een lange muzikale weg bewandeld. Hun debuutalbum ‘These Are Good Times’ was een rommelige, luide en af en toe onaangename maar tegelijkertijd coole luisterervaring. Het leek wel of de essentie van de rebelse tiener garagerock geest op een plaat was samengepakt. Het destijdse viertal verloor een bandlid en had als trio wat moeite om hun veel slappere opvolger ‘Moxie Bravo’ de deur uit te krijgen. Gelukkig kwamen de drie terecht bij het bluesy, hippie labeltje Park The Van Records. De derde schijf ‘Get The Guests’ was het ook niet helemaal, hoewel al veel beter, maar op deze nieuwe plaat blijkt The High Strung zich eindelijk volledig hervonden te hebben.

Dat is mede te danken aan de sturende inspanningen van de producer. ‘Ode To The Inverse Of The Dude’ werd net buiten Toronto opgenomen met hete knoppen wizard David Newfield (Broken Social Scene, Los Campesinos!, Super Furry Animals). ‘Ode’ combineert dromerige geluiden en (de psyche onder)zoekende teksten met de grootsheid van een rockband, al zijn de rockinvloeden nu wat verder naar de achtergrond geschoven om hun wonderschone folkpop zijde wat meer te tonen. Het ene moment klinken er gepolijste, sprankelende en zonnige alt.pop songs, het andere moment lievige, lo-fi popliedjes (als ‘Anyone’).

Gitarist/zanger Josh Malerman heeft een paar van zijn meest persoonlijke songs geschreven (check ‘I Got Your Back’ en ‘Rope’), in ‘Out Of Character’, in ‘Guilt Is How I’m Built’ waart de oude Motown soul rond en er wordt afgesloten met een all over the place soort van eclectisch instrumentaaltje in de vorm van ‘House Party’. Maar niet alleen Malerman is qua songwriten goed bezig, de ritme sectie (Chad Stocker en Derek Berk) demonstreert hoe een drum en bas duo het pittig en groovy moet houden zonder opgefokt of haastig aan te horen. De eerlijke levendige emoties, de zweetdruppels en de tranen van geluk die het maken van ‘Ode’ ongetwijfeld gekost hebben zijn voelbaar in de nummers.

De liedjes komen nonchalant over, maar zijn uitgedachte, pure en melodieuze songstructuren. De uitbundige blijheid die de Flaming Lips ook tentoonspreidt komt het duidelijkst naar voren in hoogtepunt ‘Standing At The Door Of Self Discovery’, de hoekige gitaarlijnen met psychedelische intermezzos doen denken aan Built To Spill en de harmonieuze samenzang van de drie zou Teenage Fanclub aardig jaloers maken.

Omdat het zo mooi samensmelt, door de warme sound en onderliggende tederheid in elke compact gehouden track (geen een gaat over de 3 minuut 30) en dat toegankelijke kan ‘Ode’ zo maar aan je oren voorbij trekken. Maar dat zou niet eerlijk zijn, om dit album af te doen als een vrolijk niemandalletje, want The High Strung verdient simpelweg de aandacht. Het is hun meest uitgebreide en experimentele album tot nu toe en zet zelfs hun twee voorgaande platen in een ander daglicht. Ineens vat je de aanloop naar ‘Ode’ en waardeer je die ook veel meer. Een tof plaatje voor liefhebbers van T. Rex, Guided By Voices en bovenal Of Montreal.

SPINNER SCORE: 79/100
 

VET voorproefje op de nieuwe Polvo plaat!

juni 19, 2009

We brachten je eerder deze maand al het erg heuglijke nieuws dat Amerikaanse prognoise rockband Polvo weer terug aan het front is. De eerste plaat sinds 1997 staat in de steigers voor na de zomer. We hebben een eerste voorproefje van ‘In Prism’ te pakken en man man man, wat hebben we ze gemist! Het nummer ‘Beggar’s Bowl’ klinkt als in those good old days!

polvo_inprismHet grootste deel van de opvolger van ‘Shapes’ werd in maart 2009 met producer Brian Paulson opgenomen in Echo Mountain in Asheville, nabij thuishaven Noord Carolina. Daarna zijn er nog wat sessies gedaan in Carrboro in mei. De plaat telt 8 nieuwe songs met beeldende titels als ‘Right The Relation’, ‘City Birds’ en ‘A Thousand Waves’ (de volledige tracklist vind je hier).

‘Beggar’s Bowl’ laat een Polvo in bloedvorm horen. Het nummer is zo’n typische, serieuze post-Slint knaller vol energie en gitaargeweld met van die dwarrelende dissonanten. Van het soort theatrale mathrock kunstjes, die we tegenwoordig veel te weinig meer tegen komen. Je mag ‘em niet alleen beluisteren, maar ook fijn voor nop vast van het net trekken:

Download ‘Beggar’s Bowl’ (MP3)

Check trouwens ook meteen even hun live sessie bij ‘We Have Signal’ van een maandje geleden. Gratis online, hiero. Lekker! Welcome back guys… We wachten geduldig tot het 8 september is, als ‘In Prism’ verschijnt. Maar ook de Nieuw Zeelandse postpunkers van The Clean brengen dan de eerste nieuwe schijf in acht jaar tijd uit bij hetzelfde label, Merge Records.

Polvo, opgericht in 1990, bestaat uit zangers/gitaristen Ash Bowie en Dave Brylawski, bassist Steve Popson en drummer Eddie Watkins. Er kwamen twee albums en twee EP’s uit bij Merge, waarna nog twee platen bij Touch & Go volgden voor de band in 1997 uiteen ging. De mannen stonden vorig jaar samen opnieuw op de planken (met invaldrummer Brian Quast) voor een gig tijdens All Tomorrows Parties, gecureerd door Explosions In The Sky.

Johnny Cash, American Recordings

juni 18, 2009

johnny cash
 
 
 
Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Johnny Cash – American Recordings

Toen Johnny Cash tekende bij producer Rick Rubins nieuwe American Recordings label in 1992, nadat hij Def American had opgedoekt, was dat het begin van één van de meest gevierde artistieke herrijzenissen in de muziekgeschiedenis. Het eerste resultaat van de samenwerking, het sterke album ‘American Recordings’ dat in april 1994 verscheen, bestaat uit spaarzame, donkere en persoonlijke Americana interpretaties van een verzameling zeer diverse, eclectische bestaande songs door The Man In Black.

Rubin nam het leeuwendeel van de songs (van Cash zelf en andere artiesten) in Cash’ woonkamer van zijn huis in Nashville op, al werden ‘Tennessee Stud’ en ‘The Man Who Couldn’t Cry’ vastgelegd in de Viper Room, de destijdse nachtclub van acteur Johnny Depp in Los Angeles. De sobere akoestische gitaar arrangementen en zijn magnifieke, diepe en melancholieke stem kwamen volledig tot zijn recht op deze intieme schijf, een menselijk document over humor, ontroering, wanhoop en openhartigheid in het leven.

Cash’ ‘American Recordings’ zorgde voor een grootse comeback en gaf zijn immense carrière opnieuw leven. Het werd door critici bestempeld als zijn meest indrukwekkende plaat sinds de jaren zestig. Hij verdiende er een prestigieuze Grammy Award mee in 2004 voor Beste Moderne Folkalbum en de plaat kwam terecht op 364 in de Rolling Stone lijst van de 500 Beste Albums Ooit. Maar bovenal wist hij er een compleet nieuwe, jongere generatie mee aan zich te binden. De video voor eerste single en traditional ‘Delia’s Gone’ (geregisseerd door Anton Corbijn en met model Kate Moss) werd veelvuldig gedraaid door MTV en kwam zelfs voor bij het populaire tweetal Beavis en Butt-head.

Als je de albumhoes bekijkt springt het woord ‘bijbels’ vrijwel direct in het hoofd. Alles aan de afbeelding is onheilspellend, dreigend en krachtig, met een Johnny Cash die er tegelijkertijd als priester èn zondaar uitziet met zijn lange zwarte jas, uittoornend voor een licht bewolkte lucht in een veld met twee bewakende hondjes aan zijn voeten. Hij oogt als een perfecte bode van de ondergang of het noodlot, een soort hoofdrolspeler in een spannende, spookachtige film, met zijn handen in een circelvorm voor zich uitgestoken alsof hij ze over een toekomst voorspellende glazen bol houdt.

Voor zijn ‘bezwering’ van duistere Americana werd deze hoesfoto genomen door fotograaf Andy Earl tijdens Cash’ Australische tournee met Kris Kristofferson in 1992. Earl wilde Cash eigenlijk staand op een spoorlijn op de gevoelige plaat vastleggen, maar omdat er iets niet werkte qua belichting werd er gekozen voor een aangrenzend tarweveld. De griezelige hondjes, met hun omgekeerde zwart en wit gekleurde vacht, kwamen er per toeval bij. De viervoeters wandelden spontaan de set op en positioneerden zichzelf. Earl vond het wel kloppen en heeft het zo gelaten. Misschien dat Cash’ gelaatsuitdrukking er zo verwrongen uitziet door de reeks onverwachte gebeurtenissen?

De enige twee elementen op de albumhoes die wel ècht bedacht en geen geluk bij een ongeluk waren, zijn de sepia kleur van de foto (om de afbeelding dat nostalgisch ouderwetse gevoel mee te geven, het oude testament) en de forse, witte typografie van Johnny’s achternaam ‘Cash’. Op de opvolgende ‘American Recordings’ albums – er zijn er zes verschenen – is dit in stand gehouden en het concept definieerde Cash’ moderne smoelwerk.

Op ‘American III’ is Cash bijvoorbeeld backstage en toont dat hij ondanks zijn leeftijd nog steeds een veel optredend artiest is. De hoes van ‘American IV’ laat zien hoe de Amerikaanse, legendarische singer-songwriter wordt opgeslokt door de kleur waar hij om bekend staat, zwart. Alsof hij zijn verlossing op de harde manier heeft verdiend en klaar is om zijn goddelijke maker te ontmoeten. Met het uitbrengen van de rest van de ‘American Recordings’ reeks, resoneerde Cash zijn persoonlijke mythologie en op handen zijnde overlijden (in 2003) sterk, met als één van de ultieme voorbeelden de hartbrekende Mark Romanek-clip voor zijn cover van Nine Inch Nails’ song ‘Hurt’. Het bleek achteraf een perfect vaarwel van meester Johnny Cash. 
 
 
 

Battles’ Tyondai Braxton komt weer met een soloplaat

juni 18, 2009

tyondai braxton
 
 
 
Terwijl we geduldig wachten waar Amerikaanse, spetterende progrockband Battles mee gaat komen, is de met een dikke afro getooide zanger/multi-instrumentalist met die helium-vocalen Tyondai Braxton klaar met een nieuw solo album. De plaat ‘Central Market’ verschijnt op 14 september bij de vrienden van Warp Records.

Tyondai – zoon van componist en saxofonist Anthony Braxton – is inmiddels al zo’n tien jaar bezig met zijn kenmerkende, op loops gebaseerde gekkigheid op platen te zetten en sinds drie jaar onder de vleugel van bandlabel Warp als solo artiest. Het nieuwe schijfje is de opvolger zijn ‘History That Has No Effect’ uit 2002 en bevat dezelfde mix van electronica, effectpedalen en polyritmische percussie, waardoor Braxton tot zo’n beetje een godheid is bestempeld door progrock liefhebbende dudes en dudettes.

Het Wordless Music Orchestra – het orkest dat Johnny Greenwoods (Radiohead) moderne klassieke compositie ‘Popcorn Superhet Receiver’ vorig jaar tot leven bracht – heeft Braxton geholpen zijn weirde muzikale visie op het album te realiseren.  
 
 
 

Sonic Youth heeft voortaan een eigen Fender gitaarmodel

juni 15, 2009

sonicyouthfenderguitars

Sonic Youths Thurston Moore en Lee Ranaldo’s natte droom is uitgekomen. Die twee snarenplukkers hebben al decennia lang hun verzameling gitaren gemangeld om tot hèt juiste Sonic Youth geluid te komen. Als we die belachelijk uitgebreide lijst van dure apparatuur op de bandsite checken, zien we dat de Fender Jazzmaster voor Moore èn Ranaldo het favoriete speeltje is. Het lag dan ook wel een beetje voor de hand dat er uiteindelijk een toegespitste, speciale Jazzmaster zou worden gemaakt voor zowel Lee als Thurston.

De New Yorkers kondigden het nieuws aan via hun Twitter. De Jazzmaster gitaren zijn vanaf 1 juli te koop en zullen ‘tientallen jaren aan live geteste, aangepaste kennis weerspiegelen’. Moores gitaar is groen van kleur, die van Ranaldo blauw (zie foto) en ze bevatten beide een hoeveelheid aan unieke aanpassingen. Wat precies, lees je kwijlend na op de site van Fender. Bij elke gitaar krijgt de koper een 24 pagina’s tellend magazine, ontworpen door Ranaldo, door de site omschreven als ‘de definitieve insiders gids tot alle dingen die Jazzmaster zijn in de wereld van Sonic Youth’.

In een verklaring wilden Moore en Ranaldo dit kwijt over hun nieuwe speeltjes: “Toen Fender ons aanbood specifieke modellen te maken van onze Jazzmaster gitaren doken we meteen bovenop die kans. Deze gitaren hebben het geluid van Sonic Youth al meer dan 20 jaar gedefinieerd. Hoewel we allemaal van gitaren houden, zijn alleen de Jazzmasters gemodificeerd en geperfectioneerd naar ons gebruik gedurende de jaren. Met veel feedback van onze tourcrew, hebben we een Thurston Jazzmaster & Lee ‘Jazzblaster’ gecreëerd, die de huidige staat van de gitaren die we bespelen in 2009 weergeven. We konden niet wachten om deze spillen – de prototypes van onze Fender modellen zijn al gebruikt gedurende de opnames van ons recente album ‘The Eternal’ – in handen te krijgen en zijn al begonnen om de schrammen en littekens via live optredens te verwerven. Deze gitaren rocken Sonic stijl!

Sonic Youth-bandvriend J Mascis (van Dinosaur Jr.) kreeg zijn eigen Jazzmaster model al in 2007 cadeau, dus Thurston en Ranaldo hoeven nu niet meer jaloers te zijn…

Voormalige New Order leden en Blurs James zijn Bad Lieutenant

juni 14, 2009

badlieutenantmo

Het regent de laatste tijd ´supergroepen´. Er is weer een nieuwe opgestaan. Dit keer zijn het leden van Britse grootheden New Order en Blur. Het is eigenlijk gewoon de voormalige New Order bezetting zonder bassist Peter Hook, maar met Alex James, die door het muzikale leven zullen stappen als Bad Lieutenant. En het debuutalbum van de vier ligt ook al klaar.

Daar heb je aardig wat ervaring op een hoop geveegd. Zanger/gitarist Bernard Sumner en drummer Stephen Morris spelen sinds ze de pre-Joy Division band Warsaw oprichtten in 1972 samen. Met gitarist Phil Cunningham hebben ze er tevens een lange tijd met New Order opzitten, vanaf 2001 toen Gillian Gilbert de band verliet. James hangt de bas om. Blur, met tevens een aanzienlijke status, is gisteravond gestart met een reeks reünie live-optredens.

Het klikte enorm tussen de Bad Lieutenants, want het eerste album is inmiddels een feit en verschijnt in oktober. Sumner is trots op het resultaat van de samenwerking: “Het is een erg goed album. Nogal gitaar-achtig omdat we drie gitaristen in de band hebben.” Buiten ´veel gitaar´ en één voorproefje in de vorm van het nummer ´Sink Or Swim´ – check dat hieronder – weten we niet hoe het songmateriaal gaat klinken, al zal dat vast in de richting van de New Order sound gaan, met drie van de vier oude bandleden.

Mocht je nog een laatste beetje twijfel hebben gehad of New Order nou wel of niet meer bestond, na die onofficiële split in 2007, die gepaard ging met een publieke woordenwisseling tussen Peter Hook en de rest. Dan heb je nu een duidelijk antwoord met Bad Lieutenant en wat Sumner daarover zegt: “We zijn in twee delen uiteen gevallen. Aan de ene kant zijn er ik, Steve en Phil. De andere is Peter Hook. Hij ging weg bij de band, dat is alles wat ik er over kwijt wil.”

Binnenkort staat ´New Order 2.0´ op het Glastonbury festival en speelt vervolgens twee shows in Londons Hyde Park in juli. Bad Lieutenant gaat naar verwachting later dit jaar op tournee buiten eigen land en doet vervolgens wat zomerfestivals aan in 2010.