Posts Tagged ‘Amerika’

Recensie: Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’

november 14, 2010

Een wolk van een plaat om op weg te drijven

De nieuwe Blonde Redhead is flink wennen. Het New Yorkse trio Kazu Makino, Simone en Amedeo Pace was al bezig hun getreden pad van experimentele, sfeerrijke en melodieuze indierock met dissonante, uit de bocht vliegende gitaren te verleggen naar meer pop en elektronica. Die weg werd ingeslagen op ‘Misery is a butterfly’ (2004) en verder bewandeld op ’23’ (2007). Het zou geen verrassing moeten zijn dat achtste album ‘Penny Sparkle’ die wandel vervolgt en de grens verder opschuift. Dat was het wél voor veel fans.

Er werd gewerkt met Zweedse producers Van Rivers en The Subliminal Kid (Fever Ray). De incidentele productionele bijval van Drew Brown (Beck, Radiohead) en de eindmix van shoegazegoeroe Alan Moulder zetten de puntjes op de i. Het prachtige deluxe artwork staat voor de inhoud: het oogt sober, maar is oerend efficiënt. De songs zijn zorgvuldig, verfijnd minutieus opgebouwd. Met veel passie en bol staand van gevoel. De zin ‘Your other world (dream) is inside here’ spreekt boekdelen. ‘Penny sparkle’ klinkt alsof een kalmerend valiumpje is genomen alvorens op te nemen om in een diepe droomstaat te geraken. De trippy slowcore sfeer van ’23’ is tot in extreme vormen doorgetrokken: uitgepuurde, transparante chillout. De eerste songs dwarrelen zo voorbij.

Kazu stond nimmer zo op de voorgrond, zong nooit zo ijzig helder (haar nog donkerdere lyrics blijven vaag) en mooi. Net als Amedeo (‘Black guitar’). Ongelooflijk knap om de pracht die het oudere, typerende materiaal kenmerkt in zo’n fraaie, onderzoekende vorm te gieten. Wie de tijd neemt, merkt dat aan alles is vastgehouden. De sprankelende melodieën, het intense breekbare, het gelaagde organische. Alleen vrijwel geen gitaren en nergens een climax. De vertederende zang wordt gedragen door een spaarse, weemoedige of lieflijke, troostgevende elektronische invulling en in echo gedrenkte beats, 80’s synths en samples. Kaler, rustiger, ingetogener. Gaandeweg krijgen ze meer schwung. Vanaf halverwege het album valt het echt perfect in elkaar, die subtiele nuances. Al zijn alle songs van hoog niveau. Het betoverende ‘Love or prison’, de zweverige, trieste, beeldschone titelsong en hartbrekend schitterende ‘Spain’ zijn ware parels.

‘Penny sparkle’ is een wolk om op weg te drijven. Blonde Redhead zal er helaas not too open minded guitar fans mee verliezen. De vorige plaat had daar al last van. Wellicht krijgen ze er nu aanwas bij uit een andere hoek. Innovatie is niet altijd fijn. De manier waarop deze drie zich telkens opnieuw uitvinden valt enorm te waarderen. Dat getuigt van lef en diepgang.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Blonde Redhead
* Album: Penny sparkle
* Record company: 4AD
* Jaar: 2010
* Track list: Here sometimes / Not getting there / Will there be stars / My plants are dead / Love or prison / Oslo / Penny sparkle / Everything is wrong / Black guitar / Spain

© Cutting Edge — 14 Nov 2010
images © 4AD

Link: CD review Blonde Redhead, ‘Penny sparkle’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’

juli 21, 2010

Fascinerende beginsels van een glorievolle toekomst

Het New Yorkse duo Daniel Rossen en Fred Nicolaus heeft voornamelijk door Rossens andere band Grizzly Bear, met magnus opus ‘Veckatimest’ vorig jaar, muzikaal een groter belang gekregen. Maar als Department of Eagles werden de twee inmiddels ook genoeg veren in de kont gestoken. De twee albums ‘The cold nose’ in 2003 en ‘In ear park’ in 2008 bij 4AD met prachtige, elektronische homerecording indiepopliedjes werden lovend ontvangen.

‘Archive 2003-2006’ bevat sessies bedoeld om het tweede album van Department of Eagles te vormen. Er waren schijnbaar al genoeg opnames voor een schijf voorafgaand aan dat opnameproces. Op de compilatie staan zes volledige songs. Tegen het einde van hun studietijd aan de universiteit legde Rossen in de oefenruimte van de school een reeks korte pianostukken vast. Daar zijn er ook vijf van op dit album terechtgekomen onder de naamgeving ‘Practise room sketch’.

Vooral in de verfijnde, warme vocale harmonieën en de rijke, uitgebreide arrangementen horen we waar ‘Veckatimest’ zijn oorsprong heeft. ‘Sketch 1’ is zelfs een soort vingeroefening voor ‘Easier’. Rossen en Nicolaus flirten duidelijk met vintage Americana en folk evenals de ambitieuze composities van Van Dyke Parks’ ‘Song cycle’. Ze bewegen zich op een ander sonisch territorium en er is veel minder gedaan met elektronica. Opgenomen met brakke lo-fi apparatuur (door Grizzly’s Chris Taylor) is het knap dat het paar het mooi open en niet te geknutseld laat klinken.

In ‘Grand army plaza’ horen we een wankele Arcade Fire en de Beatles en Beach Boys hebben hun vocale sporen nagelaten in ‘Sketch 2’. De sketches zijn vaak schattige, sferische en bijna dwarrelende fragmenten, die het geheel luchtig en sprookjesachtig maken. ‘Flip’ met zijn staccato akoestische gitaarspel en dreigende akkoorden zet het nekvel overeind en ‘While we’re young’ barst verfrissend uit in gruizige energie en melodie en is een opvallend mooie popsong.

Misschien dat deze release wat te vroeg komt in hun korte carrière. Naar verluidt was het ook meer een beslissing van het management dan van de heren zelf deze schijf de wereld in te schoppen. ‘Archive 2003-2006’ blijkt het missende stukje van de Department of Eagles-puzzel. Het vervolledigt de collectie en het laat de muzikale levenswandel en fascinerende beginsels horen van de glorievolle toekomst. Een wondere en onaffe wereld, vol ideeën die hun ultieme creatieve vorm nog moesten krijgen maar al een ferme bak talent tentoonspreiden. Heel interessant en fijn voor obsessief diepgravend uitzoekwerk voor fans van Department of Eagles en Grizzly Bear!

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Department Of Eagles
* Album: Archive 2003-2006
* Record company: Bella Union / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Practise room sketch 1 / Deadly Disclosure / While we’re young / Grand army plaza / Practise room sketch 2 / Brightest minds / Practise room sketch 3 / Flip / Practise room sketch 4 (tired hands) / Golden apple / Practise room sketch 5

© Cutting Edge — 21 Jul 2010
images © Bella Union/V2

Link: CD review Department Of Eagles, ‘Archive 2003-2006’ (2010) bij CuttingEdge

Concert: Pavement, Doornroosje Nijmegen

juli 7, 2010

Een uitzinnig reünieconcert en jubileumfeestje
Vijf van de vijf sterren

Copyright MUZE / Monique van den Boogaard

Wat er was gebeurd als ‘we’ niet hadden gewonnen … Gelukkig hoeven we daar niet meer over te denken, want we zegevierden, al was de angst voor neerhangende schouders en een verpest humeur gisterenavond wel degelijk even aan de orde. Het reünieconcert van de Amerikaanse grondleggers van de alternatieve pop Pavement bij het jubilerende Nijmeegse poppodium Doornroosje stond al maanden in de agenda. Vorig week bleek dat de halve WK-finale op dezelfde avond zou worden gespeeld. Er werd besloten de gehele avond dan maar daar op aan te passen, zodat orgel/drumduo zZz eerst een half uurtje en vervolgens nog eens in de pauze speelde en de wedstrijd in de zaal en in het café (en door de band backstage) kon worden gevolgd.

Frontman, gitarist en zanger Stephen Malkmus en de zijnen staan de laatste minuten geduldig te wachten en vanaf het podium te kijken naar het zenuwachtige zaalpubliek dat de ogen strak gericht houdt op het scherm. Totdat de verlossende fluittoon wordt geblazen. En hoewel het erg raar was om van het lyrische gejuich en omhelzend rondspringen ineens over te schakelen naar de eerste noten (‘In the mouth a desert’) van de show, bleek het de perfecte combinatie. Bij Doornroosje, dat vandaag zijn veertigjarig bestaan viert, werd er vanaf dat moment een weergaloos verjaardagsfeestje gebouwd!

De garantie dat de publieksfavorieten en aanstekelijke, grillige liedjes van alle albums zouden worden gespeeld in de set die anderhalf uur duurde, lag er natuurlijk. De rustig kabbelende, de psychedelisch uitwaaierende, de snelle en energieke uitbundige. Van een strakke opbouw naar een hoogtepunt was geen sprake. Aan het rammelende, soms bevreemdend vertraagde spel of de humoristische, plagende opmerkingen tussendoor van de ouder geworden heren is niets veranderd. Alles wordt nonchalant door elkaar gesmeten en met veel enthousiasme en plezier door het vijftal met de nodige gruizigheid op de zaal afgevuurd. En Malkmus zingt ook nog steeds zo mooi vals als vroeger.

Het publiek heeft er net zoveel schik in en waardeert ook de aandacht van Pavement voor het voetbal. De twee immense klompen op het drumstel en het nummer dat met de kreet ‘Feed them to the lions’ wordt opgedragen aan de voetballer van Uruguay die Demy de Zeeuw een kaakschop verkocht. Bij de lomere songs wordt er wel wat opgewonden gebabbeld, om de volgende minuut toch weer de vuisten in de lucht te steken en uit volle borst mee te brullen met ultieme hoogvliegers als ‘Debris Slide’, ‘Trigger cut’, ‘Gold Soundz’, de massive hit ‘Cut your hair’, ‘The hexx’ en ‘Stereo-ooooooooooh’.

We hebben ze gemist! De goede herinneringen aan onze ‘jongere jaren’, want er was behoorlijk wat publiek op leeftijd van de Pavement-leden, kwamen constant boven borrelen. Het was een legendarische, uitzinnige, fantastische avond voor iedereen die erbij was. De smile van oor tot oor is nog steeds niet van het gezicht te meppen! Met grote dank aan programmeur Robert en het team van Doornroosje. Voor de veertig jaar, maar ook voor de geniale ingeving om ons aller favoriete bandje van weleer als jubileumopener te boeken en het strak te organiseren! Wie ook anders dan de indiehelden van Pavement, die het poppodium bij de allereerste tournee en later nog eens met de ‘Crooked Rain’-tournee aandeed, om het heugelijke feit te onderstrepen en het nu nog eens flink over te doen. Pavement of hun tijdloos aanvoelende songs vertonen nog lang geen slijtage!

Monique van den Boogaard

# Band: Pavement
# Datum: 06 Jul 2010
# Locatie: Doornroosje
# Set list: In the mouth a desert / Elevate me later / Date with Ikea / Grounded / Perfume v / Father to a sister of thought / Gold soundz / Frontwards / Debris slide / Trigger cut / Stereo / Kennel District / Spit on a stranger / Conduit for sale! / We dance / Linden / Cut your hair / Fin / Box elder / No life signed her / Two states / Stop breathing / The hexx / Spizzle trunk / Summer babe / Shady Lane / Range life

© Cutting Edge — 07 Jul 2010
images © MUZE / Monique van den Boogaard

Link: Concert review Pavement, Doornroosje Nijmegen bij CuttingEdge

Recensie: Mountain Man, ‘Made the harbor’

juni 30, 2010

Hemels gezang, intiem naakt in al zijn kaalheid

Mountain Man bestaat uit drie jongedames afkomstig uit diverse pastorale Amerikaanse gebieden. Amelia Randall Meath, Molly Erin Sarle en Alexandra Sauser-Monnig kwamen elkaar tegen op het Bennington College in Vermont. De songs op hun debuut ‘Made the harbor’ lijken wel folkstandards, maar zijn het niet. De studentes schreven alle liedjes zelf en onderwezen elkaar tussen de colleges door.

‘Made the harbor’ werd opgenomen in een verlaten fabriek uit de vorige eeuw en die sereniteit heeft zijn weerslag op het geluid. Het voelt alsof je aan hun voeten zit te luisteren, zo dichtbij. Gekuch, een zucht, een ademhaal, het is er allemaal in gelaten. Er is überhaupt niets bijzonders gedaan aan de sound afgezien van een zweempje echo op de vocalen. Naakt in al zijn kaalheid. Af en toe had er best een producer aan mogen zitten om de scherpe randjes en het gesuis eraf te veilen. Maar dan mis je weer de intimiteit die het materiaal uitstraalt.

Er wordt afgewisseld tussen nummers met alleen een kabbelend akoestisch gitaartje als begeleiding van de prachtig in elkaar vlechtende heldere harmonieën, zuivere kippenvel a-capella, of liedjes waarin slechts een van de dames vertederend zingt. Stuk voor stuk zweverige, kleine intieme en eerlijke folk/Americana wiegeliedjes met melancholische ondertoon. Toch zit er voldoende variatie in het half uur durende schijfje. Dat zit hem in de manier van zingen, die is in geen enkel nummer hetzelfde.

De chickies verhalen schattig over hun liefde voor mensen, bomen, vogels, de bergen, nacht en het vrouw-zijn. ‘Buffalo’ staat met zes schoenen in de authentieke folktraditie en ook ‘How’m I doin’ ontlokt een glimlach door hun interpretatie van jaren ’40 boogie woogie gezang als een soort vreedzame The Andrews Sisters. De al veel gemaakte vergelijking met Fleet Foxes of Bon Iver komt het dichtst bij in ‘Soft skin’. Hemeltergend en zielsnijdend. ‘Mouthwings’ is een wonderschone allgirl a-capella en vrouwelijke equivalent van Simon & Garfunkel, in ‘Loon song’ omarmen Leadbelly en Jeff Buckley elkander en in ‘Babylon’ schuren de gelaagde vocalen tegen fraai Gregoriaans gezang aan.

Nu we zweterig van onze luie ligstoel afglijden door de warmte raden we je de cd aan voor de avonduurtjes. Als de zon bijna is gezakt en het kampvuur al aangestoken om relaxed rond te hangen met wat vrienden. De immer aanwezige akoestische gitaar kan thuisgelaten worden en dan is het diep wegzwijmelen op de charmante, nostalgische tonen van Mountain Man. Dan proef je de eenzame sfeer, die je ook voelt als je in de bergen vertoeft.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Mountain Man
* Album: Made the harbor
* Record company: Bella Union / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Buffalo / Animal wings / White heron / Mouthwings / Dog song / Soft skin / How’m I doin / Arabella / Sewee sewee / Loon song / Honeybee / Babylon / River

© Cutting Edge — 30 Jun 2010
images © Bella Union/V2

Link: CD review Mountain Man, ‘Made the harbor’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Magnapop, ‘Chase park’

juni 27, 2010

Nog altijd pretentieloos en oerend charmant

Het was voor mij altijd het jongere Texaanse broertje van Pixies. Punky indiepop met übercatchy melodieën, onweerstaanbare riffs van Ruthie Morris, opzwepend drumwerk, meeslepende lijnen en vocals door de bassist achter die heldere stem van Linda Hopper waar je – net als Kim Deal – smoorverliefd op werd. Pixies speelden niet meer live destijds en de shows van Magnapop waren binnen handbereik. Het debuut uit ‘92, geproduceerd door ontdekker Michael Stipe van R.E.M., zorgde voor een sensatie. Magnapop heeft door de jaren heen wel nieuwe platen gemaakt, maar nooit enige ommezwaai gemaakt in de stijl. Het zijn albums met vrolijke, ontwapenende liedjes met een grungerandje. Ook op hun vijfde schijf is dat niet anders.

‘Chase park’ zet je weer met de voeten in de Amerikaanse indiesound van de jaren negentig. Iets geproduceerder en dat komt de songs ten goede, maar ze hadden evengoed in die tijd uitgebracht kunnen zijn. Het klinkt gedateerd bekend. De twaalf songs lijken opnieuw moeiteloos uit de mouw geschud en zijn ongecompliceerd qua structuur. Gewoon lekkere in your face nummers die aanstekelijk werken. Niks vernieuwends, die korte veelal uptempo songs, wel erg krachtig inwerkend.

Een van de betere songs naast ‘Q-tip’ is ‘Future forward’, met killer hook, sterke harmonieën en dwingende riffs. ‘Jesus’, origineel van de Australische rockband Spiderbait, kreeg een vuig nauwsluitend jasje en wordt naar eigen hand gezet. ‘Bangkok’ lijkt in het refrein erg sterk op dat ene nieuwe Pixies-nummer ‘Bam Thwok’ uit 2004. Sfeervol vioolgestrijk in de enige rustige song en afsluiter ‘Need more’ is een prima aanvulling. Het laat horen dat Magnapop ook fragiel romantisch uit de hoek kan komen.

Er zit geen echte zwakkeling tussen de karakteristieke songs. Het is niet zo erg dat ze nooit buiten de gelegde paden treden. Als je al ingepakt was blijf je dat gewoon, want Magnapop heeft zich wegens die belangrijke aanwezigheid in je vormende tienerjaren nostalgisch in je hart genesteld en verblijft daar comfortabel. Nog altijd pretentieloos en oerend charmant.

Wel jammer dat de opvolger van ‘Mouthpiece’ (2005) nogal geruisloos is verschenen. Ergens in september vorig jaar stond het meeste al online en nu pas volgt de cd. Het label zal het budget eerder besteden aan de jonge bandjes die in hun voetsporen traden. Het zal velen ontgaan dat er een vers album van Magnapop uit is, laat staan dat velen weten dat ze er gewoon nog zijn of überhaupt bestaan. Het zou goed zijn als ze ontdekt zouden worden door een nieuwe generatie tieners. Maar of hen dat nog gaat lukken?

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Magnapop
* Album: Chase park
* Record company: Bassick Records
* Jaar: 2010
* Track list: Bring it to me / Straight 2u / Q-tip / Lions & lambs / Blue sheer / Jesus / Feedback blues / Looking for ghosts / Bangkok / Evergleam / Future forward / Need more

© Cutting Edge — 27 Jun 2010
images © Bassick/Clear Spot

Link: CD review Magnapop, ‘Chase park’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Fol Chen, ‘Part II: The new december’

juni 23, 2010

Caleidoscopisch, experimenteel en donders melodieus

Het gemêleerde sextet Fol Chen uit Los Angeles is alweer toe aan een nieuwe plaat na het goed gevallen debuut ‘Part I: John shade, your fortune’s made’ uit 2009 en het is ook een vervolg daarop. Het wazige verhaal in de cd-hoes leert ons dat ‘Part II: The new december’ gaat over een virus dat de taal vernietigt. Of zoiets. We snappen er niet zoveel van. Wat muzikaal opvalt, is dat de instrumentatie spaarzamer is dan op de voorganger en dat het allemaal wat afstandelijker en futuristischer klinkt.

Het is een onaardse, vreemde fantasiewereld waarin Fol Chen rondwaart. Caleidoscopisch, soms kakofonisch, experimenteel en tegelijk donders melodieus. Onvoorspelbaar, eigenzinnig en inventief. Donkere indiepop gemengd met verdraaide electropop en kleine injecties vrolijkheid. De intrigerende zanglijnen zijn vaak het enige echte houvast in de eclectische songs en brengen de melodie erin. Dat zorgt ervoor dat het ondanks die experimentele geluiden catchy en toch toegankelijk klinkt. Het is een knappe combinatie.

Fol Chen bouwt de onnavolgbare songs op uit ingespeelde geluidsfragmenten die vaak door de sample-doos zijn gehaald. Vervormd, verknipt, met effect of bewust vals. Van blazers tot strijkers, fluit en harp tot gevarieerde blieps en beats. Fol Chen schakelde een handjevol vocalisten in om mede hun verhaal te vertellen: Angus en Aaron van Liars (hijgerige samenzang in ‘This is where the road belongs’), zangeres Kárin Tatoyan (‘In ruins’) en singer-songwriter Simone White (‘Adeline’).

Hoewel duidelijk een conceptplaat, staan alle nummers op zich en geen van allen lijken op elkaar. De avontuurlijke reis door de krochten van Fol Chen begint met het venijnige ‘The holograms’. Een pianoriedel, een zwierige vrouwenstem, stampende percussie en schokkerige electro komen samen in een vreugdevolle deun. Speels escapisme met oosterse invloeden, versneden funkbits en gitaar versmelten in de dansbare jam ‘In ruins’. Een van de betere nummers, alsof Timbaland er met zijn fikken aan heeft gezeten. ‘This is where the road belongs’ herinnert door zijn dreigende duistere sfeer, beats en gesamplede viool en trompet aan Hood en The Notwist. Tegen het eind gaat het richting funk met r&b-zang en de titelsong bevat zelfs een steelguitar.

Het is een fascinerende plaat, maar ook een complexe. Het geeft de vooruitgang van Fol Chen goed weer. Maar of wij het vaak op gaan zetten, dat is weer iets anders. Luisteren is best vermoeiend en door het gebrek aan aansprekende emotie in de songs worden we er niet ingezogen. Het album maakt ons echter zeker benieuwd naar de derde!

CuttingEdge SCORE: 3 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Fol Chen
* Album: Part II: The new december
* Record company: Asthmatic Kitty Records / Konkurrent
* Jaar: 2010
* Track list: The holograms / In ruins / Your curtain call / This is where the road belongs / Men, beasts or houses / C/U / Adeline (you always look so bored) / The holes / They came to me / The new december
* Concert: Fol Chen en Liars, Botanique Brussel

© Cutting Edge — 23 Jun 2010
images © Asthmatic Kitty Records/Konkurrent

Link: CD review Fol Chen, ‘Part II: The new december’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Woven Hand, ‘The threshingfloor’

juni 6, 2010

Bijbelse sturm und drang met wereldse invloeden

Is het puur toevallig dat op het moment dat deze review wordt geschreven ineens de wolken openbreken voor een flinke stortbui met onheilspellend onweergerommel? Laten we het er op houden dat het zeer toepasselijk is voor het beluisteren van het zesde album ‘The threshingfloor’ van Wovenhand. Amerikaanse singer-songwriter David Eugene Edward, ex-enigmatische brein en de stem achter 16 Horsepower, grossiert in meeslepende en intrigerende, devote muziek van het zware broeierige type. De Bijbelse religieuze insteek en mystieke Christelijke goderende teksten zijn niet troostend. Niet bedoeld om je aan te warmen. Wovenhand belicht eerder de duivelse, apocalyptische, weinig hoopvolle kant. Toch laat de domineeszoon, bijgestaan door drummer Ordy Garrison en oud 16HP-bassist Pascal Humbert, hier zijn toorn wat minder hard op je neerdalen.

Altijd ronddwalend in een combinatie van gepassioneerde gothic rock, duistere folk en alt.country en bezielde gospel is er op ‘The threshingfloor’ namelijk plaats geruimd voor wat lichtinval, al blijft hij trouw aan de Bijbelse sturm und drang. Zo versmelt in ‘Singing grass’ de akoestische gitaar als voorheen met sfeervolle strijkers maar klinkt het toch lichtelijk anders. Bovendien zijn er allerlei wereldse invloeden doorheen gegooid. Zou Edward het boeddhisme hebben ontdekt? In elk geval wel de Indiase bhangra beats en tabla (‘A holy measure’). Opperhoofd Edward bezweert met gechant de natives die rond het kampvuur hun regendans uitvoeren (‘Raise her hands’) en ‘Terre haute’ is gelardeerd met de klank van een Hongaarse fluit (Peter Eri). Zijn unieke gehuil recht uit de ziel, klinkt even getormenteerd als teder.

Eerst trok de muziek je onomwonden naar de donkerst denkbare krochten. Nu mogen we met gesloten ogen, half mediterend wegzakken in onze eigen gedachten. Zonder echt kippenvel te krijgen van de altijd in zijn songs rondhangende dreiging van doem en het einde der dagen. Speciale vermelding verdient de cover van New Order’s prachtige ‘Truth’. Bewonderenswaardig is hoe de dramatische industriële sound bewaard is gebleven maar nu een ander gevoel oproept, omdat Edward er warmte in heeft weten te brengen. Als een soort bezwerende ‘zonnige’ Swans-track.

‘His rest’ is een fijn rustpuntje in de overwegend uptempo songs, maar tegelijk ook het minste nummer en alleen bij het afsluitende ‘Denver city’ wordt er als vanouds gealtrockt. Het is een fascinerend album. Niet alle elf geweldig, maar wel zijn meest interessante cd qua invloeden en combinaties sinds het begin van zijn Wovenhand carrière.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Woven Hand
* Album: The threshingfloor
* Record company: Glitterhouse/Munich
* Jaar: 2010
* Track list: Sinking hands / The threshingfloor / A holy measure / Raise her hands / His rest / Singing grass / Behind your breath / Truth / Terre haute / Orchard gate / Wheatstraw / Denver city
* Info: Wovenhand speelt op 14 juli in Doornroosje (Nijmegen, NL) en 15 juli op het Dour Festival (BE)
* Concert: Woven Hand, Ólafur Arnalds, AB Brussel

© Cutting Edge — 06 Jun 2010
images © Glitterhouse Records/Munich

Link: CD review Woven Hand, ‘The threshingfloor’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Red Sparowes, ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’

mei 19, 2010

Melodieuzer en emotievoller

In 2005 werden we heftig opgeschrikt door de uit diverse bands samengebalde Red Sparowes en hun epische uitgesponnen postrockplaat ‘At the soundless dawn’. Na een live tussendoortje verscheen ‘Every red heart shines toward the red sun’ in 2006. Een even imponerende plaat, nog gewelddadiger en zwaarder, die liet horen dat ze hun eigen muzikale plek verdienden tussen de groten der postrock: Explosions In The Sky, Godspeed You! Black Emperor, Mono, Mogwai en ook Sunn O))).

Na drie splitalbums stapte Neurosis-held Josh Graham op. Isis-gitarist Bryant Clifford Meyer vervangt hem voor de sterke ‘Aphorisms’ EP (2009). Op het derde studioalbum ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ bestaat de bezetting nog steeds uit Meyer en Angel Hair-gitarist Andy Arahood (beide elektrische piano/synth/zang), Halifax Pier’s Greg Burns (bas/pedalsteel/vocalen), David Clifford van The Vss en Pleasure Forever (drums/percussie/zang). Maar voor het eerst horen we aanwinst Emma Ruth Rundle (gitaar/zang) van het onbekende The Nocturnes. En ook zijn de ellenlange, intelligente songtitels verdwenen.

Levert Red Sparowes 2.0, opgenomen door Toshi Kasai (Melvins, Tool), een progressiever geluid op? Het is gissen of het aan de vrouwelijke input ligt maar deze plaat is wel hun meest melodieuze, emotionele ‘songgerichte’ album tot nu toe. Het begint fluisterend, een dikke gitaardelay en pedalsteel vullen de ruimte, zwellen aan, echoën. Al snel worden we omgeven door triomferend drumwerk en hemelse riffs. Net als je denkt dat je opstijgt en meevliegt leidt een funky baslijn en subtiel slagwerk ‘In illusions of order’ in. De gitaarlagen voorspellen een sonische stortbui, dikke wolken pakken samen, de pedalsteel zorgt voor een hoopvol streepje voor het onweer licht losbarst.

Prettige wegluisterende nummers als ‘A hail of bombs’ en ‘In every mind’ tonen een minder avontuurlijke aard. Maar het verwoestend prachtige ‘Giving birth to imagined saviors’ geeft perfect weer dat er een betere balans is gevonden tussen dat intens heftige van weleer en de nieuwe emotievollere invalshoek. In songs als ‘A swarm’ en ‘A mutiny’ is bovendien een flinke scheut psychedelica aan de conventionele hard-zacht-dynamiek toegevoegd. Met de albumsluiter blaast Red Sparowes ons dan eindelijk van de sokken met de enige èchte noise climax die het album rijk is.

De open volle productie plaatst het cinematische in breedbeeld op het witte doek. De wanhoop snijdt dieper dan ooit in de ziel. Deze plaat brengt Red Sparowes subtieler, vloeiender en moeitelozer naar een hoger, volwassener en even geweldig niveau.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Red Sparowes
* Album: The fear is excruciating, but therein lies the answer
* Record company: Conspiracy Records
* Jaar: 2010
* Track list: Truths arise / In illusions of order / A hail of bombs / Giving birth to imagined saviors / A swarm / In every mind / A mutiny / As each end looms and subsides

© Cutting Edge — 19 May 2010
images © Conspiracy/Konkurrent

Link: CD review Red Sparowes, ‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Josh Ritter, ‘So runs the world away’

mei 12, 2010

Grote klasse

De uit Idaho afkomstige songbard had moeite met songs schrijven voor zijn vijfde studioalbum en opvolger van ‘The historical conquests of Josh Ritter’. Hij zat in een dipje. Ritter had bereikt waar hij altijd naar had gestreefd: veel optreden en als schrijver eindelijk op handen gedragen. Het voelde alleen niet goed, hij verloor het vertrouwen in zijn eigen kunnen en originaliteit. Josh heeft dus hard gezocht naar inspiratie en die ontdekkingstocht is ‘So runs the world away’ geworden. Er staat niet voor niets een negentiende-eeuwse stoomboot op de hoes. Maar ontdekken is hier ook een metafoor voor het eenzame leven, aldus Josh.

Het blijven melancholieke, folky en altcountry singer-songwriterliedjes natuurlijk. Toch zit er behoorlijk wat variatie in binnen de grenzen van het genre. Ritters wonderschone, hemelse stem krijgt gelukkig overal voorrang op de ontzettend rijke orkestratie. Van blazers tot loops tot belletjes tot piano en orgel. Hij schuurt soms tegen overorkestratie aan en het zijn ook vrij lange songs, waardoor het wel moeite vergt alles te behappen. Af en toe vinden wij: minder is meer.

Hoewel het een echte groeiplaat is en deze zich pas na meerdere keren luisteren werkelijk aan je openbaart en je ook moet wennen aan de ingeslagen weg van Ritter – al moet je dat eigenlijk met elk album omdat hij zichzelf nooit herhaalt – staan er ook direct goed in de oorschelp vallende liedjes op. Zoals het poppy ‘Change of time’ dat je meteen meezingt en het zwierig walsende ‘The curse’.

Zijn muzikale voorbeelden klinken nog steeds door: Bob Dylan in ‘Long shadows’, ‘Lark’ is qua zanglijn en omlijsting erg Paul Simon, in het rockende ‘Lantern’ horen we Bruce Springsteen terug en in ‘Rattling locks’ Nick Cave of Leonard Cohen. Ritter wordt altijd met deze (folk)beroemdheden vergeleken en hij maakt er ook dankbaar en humoristisch gebruik van, zoals in ‘Folk bloodbath’, waarin hij refereert aan Delia, Stagger Lee, Louis Colins en in het refrein met ‘the angels laid him away’ aan Mississippi John Hurt.

Het is onbetwistbaar Ritter die machtig mooie songs brengt op zijn manier. Vol emotie, puurheid, verhalend en literair, daarmee een eigen plek verdienend in de rij der groten. De ultieme albumparel is het bij de keel grijpende ‘Another new world’. De waterlanders springen spontaan in de ogen. Ritter onderstreept alleen al met dat nummer zijn enorme klasse en toont wederom aan dat hij één van de meest getalenteerde singer-songwriters van het moment is. Eentje die we grondig moeten koesteren. Prachtplaat!

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Josh Ritter
* Album: So runs the world away
* Record company: V2
* Jaar: 2010
* Track list: Curtains / Change of time / The curse / Southern pacifica / Rattling locks / Folk bloodbath / Lock / Lantern / The remnant / See how man was made / Another new world / Orbital / Long shadows

© Cutting Edge — 12 May 2010
images © Pytheas/V2

Link: CD review Josh Ritter, ‘So runs the world away’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Pearly Gate Music, ‘Pearly gate music’

mei 5, 2010

Oorstrelend mooi debuut

Het talent stroomt door de aderen bij de familie Tillman! Pearly Gate Music, oftewel Zach Tillman, is het jongere broertje van Josh Tillman. Die ken je als Fleet Foxes drummer, maar ook als singer-songwriter. Zach speelt bas en zingt mee in de begeleidingsband van zijn broer als hij zijn liedjes live brengt. Zach vond het hoog tijd om in zijn voetsporen te treden en heeft een snoepje van een debuut bij elkaar gemusiceerd (met Josh op drums/backing vocals): negen bezwerende folkpoppareltjes, dromerige warme slaapkamerliedjes.

Hoewel er zeker een gelijkenis is tussen de broertjes, is er ook verschil. De engelachtige, gelaagde vocalen liggen in elkaars verlengde en dat ze fan zijn van Neil Young is kraakhelder, maar Zach pakt het muzikaal ietsjes anders aan. Hij schrijft mooie, eenvoudige maar niet voor de hand liggende songs die bedachtzaam opgebouwd zijn rondom zijn expressieve, intense stem en gevoel voor melodie. Elk liedje op ‘Pearly gate music’ staat op zichzelf. Het ene klinkt fuzzy en lo-fi alsof het met een 4-track is opgenomen, terwijl andere een vollere begeleiding hebben gekregen. Voller is nog steeds redelijk spaarzaam. Casio keyboard, akoestische gitaar en sfeervolle omlijstingen zoals finger snaps, tamboerijn, voorzichtige percussie of een zweem violen. Meer heeft Zach niet nodig om zijn innemende verhaaltjes, variërend van verstilde emotievolle ballads tot aanstekelijke rockers, beeldend te brengen.

Ondanks dat de songs een melancholiek randje hebben, wordt het nergens te zwaar. Je valt van de ene in de andere gemoedstoestand. ‘Golden funeral’ pakt de aandacht met een broeierige spanning, van ‘Big escape’ krijg je de lente in de bol net als van het gefloten refreintje in ‘Navy blues’. In ‘Gossamer hair’ gaat het van een tedere ballad plots naar een energieke uitbarsting, The Mamas and Papas weerklinken in ‘Bad nostalgia’ en in ‘Oh, what a time!’ zijn de Tillman-broers ineens The Everly Brothers. Het schitterende ‘If I was a river’ komt recht uit Zach’s hart gestroomd. Je denkt onherroepelijk aan Roy Orbinson door die pure stem, liefdevol ondergedompeld in een echobadje. Hij snijdt je ziel doormidden: ‘If I was your labdog (schoothondje), I’d forget everything and just sleep. If I was your labdog you’d know where I’d be.’ Aaaach.

Wat een schoonheid. Als Zach straks aankomt bij de hemelpoort hoeft hij niet aan te kloppen. De pearly gates zullen verwelkomend openzwaaien. Dit soort oorstrelende muziek toont hoe hemels het paradijs moet zijn. We verwachten wel dat hij de genoemde namen en het sing-song genre de volgende keer overstijgt.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Pearly Gate Music
* Album: Pearly gate music
* Record company: Bella Union Records
* Jaar: 2010
* Track list: Golden funeral / Big escape / Navy blues / Oh, what a time! / I woke up / Gossamer hair / I was a river / Bad nostalgia / Rejoice

© Cutting Edge — 05 May 2010
images © Bella Union

Link: CD review Pearly Gate Music, ‘Pearly gate music’ (2010) bij CuttingEdge

Recensie: Nice Nice, ‘Extra Wow’

april 18, 2010

Overrompelend caleidoscopisch Warp-debuut

Warp Records heeft weer een glimmende aanwinst binnengehaald. Het duo Jason Buehler en Mark Shirazi uit Portland (Oregon), sinds een decennium opererend als Nice Nice, heeft een overrompelend debuut afgeleverd. ‘Extra wow’ overspoelt de luisteraar met golven extatische, kosmische, psychedelische klanken, onderzoekende lagen noisy distortion en (gitaar)effecten, stuwende (tribale) ritmes en elektronisch experimenten die gaan van dub over krautrock tot ambient.

‘Extra wow’ herbergt een constant ontvouwende collectie van caleidoscopische muzikale invloeden en stijlen. Elke track bouwt voort op de vorige en creëert zo een bevreemdend sonisch avontuur. Opener ‘Set and setting’ start met opkomende sitar-eske en keelklank-drones, later vervlochten met feedback-freakouts, een donderende drumpartij, spacy blieps, uitwaaierende synths en dreigende repetitieve vocalen. Een glorieuze, tegelijk verwarrende als intense bende klanken die naadloos overgaan in het pulserende ‘One hit’. Garagepunk-ruwheid wordt afgewisseld met een bak herrie om de weg opnieuw te vervolgen.

‘Everything falling apart’ bevat beladen cimbalen en gitaren, hamerende drums, echoënde vocalen en keyboardweefsels. Een soort lsd-trip in de lijn van Animal Collective, waar het dromerige op vettige breakbeats drijvende ‘Big bounce’ op voortborduurt. Bij hoogvlieger ‘See waves’ doemen beelden op van een rond het kampvuur dansende inboorling die langzaam in trance raakt door ophitsende afrobeats, percussie en chants.

Je buitelt echt van de ene in de andere weirde krocht. Vergeleken met de voorgaande albums, waarop de heren nog wel eens wilden verdwalen en verzanden in too much, is er beter gedoseerd. De plaat biedt enkele welkome momenten om op adem te komen. Want blijven voortrazen was te veel van het goede geweest. Nu zijn indringende noisetracks vol opzwepende energie en de benodigde rust in balans en is het als geheel beter te behappen.

De heren scoren sowieso punten voor de opbouw, want de volgorde van de dertien tracks dwingt een totaalervaring af. Flink opschudding veroorzaken met overdonderende noise, dan even wat ‘toegankelijker’ en dansbaarder om vervolgens de cooldown in te zetten met hypnotiserende ambient. Net zo’n ritueel als een typische stapavond eigenlijk. Vooraf indrinken en enthousiasmeren, dan uit de bol en in je bed bijkomen en chillen in de ochtenduren.

Je begrijpt dat dit geen gemakkelijk album is. Weinig melodie en veel om in te nemen, maar de eigenzinnige soundscapes trekken je mee de diepte in. Daar is het zalig rondscharrelen en wegdrijven.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

Details // CD:

* Band: Nice Nice
* Album: Extra wow
* Record company: Warp Records / V2
* Jaar: 2010
* Track list: Set and setting / One hit / A way we glow / On and on / Everything falling apart / Big bounce / See waves / A vibration / A little love / Double head / Make it gold / New cascade / It’s here

© Cutting Edge — 18 Apr 2010
images © Warp Records

Link: CD review Nice Nice, ‘Extra Wow’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Telex: Totaalavond rondom genie Daniel Johnston: kunst, film & live muziek

maart 27, 2010

Wie ken hem niet, tekenaar en singer-songwriter en muzikant Daniel Johnston. Een underground legende uit West-Virginia die zijn cultstatus allang ontgroeid is. Geroemd door critici als een ware Amerikaanse original die in de voetsporen trad van Robert Johnson en Hank Williams. Gewaardeerd door collega’s als wijlen Kurt Cobain, die hem the greatest songwriter on earth noemde en altijd een T-shirtje van de man aan had. Ook Tom Waits en Sonic Youth kun je onder zijn eeuwige fans scharen.

Donderdagavond 1 april staat Paradiso (Amsterdam) geheel in het teken van Daniel Johnston. Dan wordt de aftrap gegeven van ‘BEAM me UP Daniel’, een programma rondom de Amerikaanse excentriekeling, waarmee Johnston en The BEAM (Brabants Ensemble Avontuurlijke Muziek) Orchestra in 18 dagen langs 14 Europese podia trekken.

De bezoeker kan deze totaalavond genieten van de bejubelde documentaire over zijn roerige, door manische depressiviteit geteisterde leven, ‘The Devil and Daniel Johnston’. In de kelder wordt Johnston’s kunst tentoongesteld, waaronder een selectie tekeningen. En tijdens een live show zal Johnston zowel solo als samen met het 11-koppige, Nederlandse BEAM orkest nummers uit zijn rijke oeuvre ten gehore brengen.

The BEAM Orchestra hercomponeerde en verzorgde alle arrangementen voor de collectie lo-fi, rauw omrande en vaak ontwapenende popliedjes van Johnston. ‘BEAM me Up Daniel’ ging vorig jaar succesvol in première tijdens November Music in W2, Den Bosch.

Om 19.00 uur gaan de deuren van Paradiso open. Om 19.30 uur mag het Belgische Tommigun de boel opwarmen met hun sfeervolle en vaak melancholieke indierock songs, door hen zelf omschreven als ‘heartbreakhangovertunes’. De film start om 20.00 uur en Johnston & co spelen vanaf 21.00 uur. Voor 22,50 euro exclusief lidmaatschap (3,50 per maand) ben je er bij!

Dit is de enige NL-show. Op 13 april kun je naar hetzelfde program in Ancienne Belgique (Brussel). De andere Europese tourdata vind je hier. Optredens van Daniel Johnston worden steeds spaarzamer, dus dit is een mooie kans om hem nog eens live te ervaren!

Uit deze samenwerking is de cd ‘BEAM me up’ voort gekomen, uitgebracht op Hazelwood Vinyl Plastics. De schijf is te koop tijdens de tournee en te bestellen bij Muzieklab (www.muzieklab.com).

Neem een voorproefje, bekijk de ‘BEAM me UP Daniel’ trailer.

Meer informatie en een berg YouTube filmpjes check je hier!

Gepost op 27 Mar 2010 door Monique van den Boogaard © Cutting Edge

Link: Telex bericht ‘Totaalavond rondom genie Daniel Johnston: kunst, film & live muziek’ bij CuttingEdge.nl

Recensie: Extra Life – ‘Made flesh’

maart 21, 2010

Technische precisie en verrassende inventiviteit

Extra Life uit Brooklyn is niet zo maar een telg uit die overlopende avant-garde muziekscene. Leider van de experimentele groep is namelijk gitarist/zanger/componist Charlie Looker, zeer bekend van het legendarische ensemble Zs en samenwerkingen met onder meer Dirty Projectors en Glenn Branca. In 2006 als soloproject opgestart en in ’07 uitgegroeid tot band wist Extra Life een schare underground fans aan zich te binden met het goed ontvangen debuut ‘Secular works’ (2009).

Voor opvolger ‘Made flesh’ omringde Looker zich met violist Caley Monahon-Ward (Snowblink), bassist Anthony Gedrich (Stats, Ocrilim), drummer/percussionist Nicholas Podgurski (Yukon) en tenorsaxofonist/toetsenist Travist Laplante (Little Women). Hoewel de muziek die Looker met Extra Life maakt wat van de weerbarstige instrumentale abstractie van zijn Zs-werk vasthoudt, gaat het meer richting ‘melodieuze songs’.

Elementen uit middeleeuwse muziek en gezang, neofolk, metal en hardcore, abstract modernisme, weelderige kamerpop en hoekige experimenten worden kundig samengesmeed. Met Lookers unieke stemgeluid dat klinkt als een soort Robert Wyatt-meets-Tool-meets-Morrissey, bijzondere zanglijnen en zijn weirde teksten als centrale factoren. Alle acht tracks werken samen als een geheel. De composities zijn veelal episch, complex en agressief maar er waart ook een persoonlijke en dramatische geest rond. Donker en heavy.

De galopperende dramatiek in ‘Voluptuous life’ dendert je oren in en pakt de essentie van het vijftal in twee minuten samen. Nerveus gitaarwerk, opstuwende en opdringerige synths en heldere maar op afstand blijvende vocalen stapelen zich op tot een symfonische aanval. In ‘The ladder’ komen punk en progrock samen door brutale, vervormde gitaren en hamerende beats met ingewikkelde, gesegmenteerde passages te laten botsen. De ballad ‘Black hoodie’ is een mooi rustmomentje met een zachtaardige saxofoon, akoestisch gitaargepingel en fragiele, intense vocalen. Dit nummer toont aan dat Looker een sterke componist is, ook als hij al dat geweld en de klaagzang loslaat.

‘Made flesh’ is één groot sonisch avontuur met als grote klapper de elf minuten durende monsterafsluiter ‘The body is true’. Extra Life maakt het de luisteraar niet bepaald gemakkelijk, maar het is zonder twijfel een erg origineel album. Het excentrieke geesteskind van Charlie Looker kleurt buiten de standaardlijntjes met technische precisie en verrassende inventiviteit. Voor de liefhebbers zeker een hoogtepuntje. Ben je echter geen fan van dit genre dan vind je het ab-so-luut verschrikkelijk.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band:
Extra Life
* Album: ‘Made flesh’
* Record company: LOAF Recordings
* Jaar: 2010
* Track list: Voluptuous life / The ladder / Made flesh / One of your whores / Easter / Black hoodie / Head shrinker / The body is true
* Info: Extra Life, 11 juni, Het Poortgebouw Rotterdam

© Cutting Edge — 21 Mar 2010
images © LOAF Recordings/African Tape!

Link: CD review Extra Life, ‘Made flesh’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Subspecial: Nederlandse acts op SXSW 2010

maart 17, 2010

Nederland levert een reeks muzikale afgevaardigden die het he-le-maal willen gaan maken in Amerika. Naast Elle Bandita, The Black Atlantic, La Melodia, Venus Flytrap, Lucky Fonz III, Laura Jansen, Drive Like Maria en Nobody Beats The Drum, reizen ook zes acts via Crossing Border en de Gemeente Den Haag af naar Austin: John Dear Mowing Club, NiCad, The Deaf, ReBelle, So What en Woot. We pikken er vijf uit.

De 23-jarige Elle Bandita is – naast Anouk – onze enige échte rockbitch. Na deel uit te hebben gemaakt van de meidenrockbands Bad Candy en The Riplets verkoos de Rotterdamse het solopad. In 2005 verscheen haar eerste ep ‘Love juice’. Gewapend met slechts een 4-track cassetterecorder, Flying V-gitaar, drumcomputer en een ruige strot, waarmee ze trashy electropunk uitstootte in een ranzige liveshow zoals we die alleen gewend waren van Peaches, wist deze wervelwind direct te imponeren. Tot ver over de grenzen. Ze tourde drie jaar lang door Nederland en Europa en passeerde langs de grote festivals.

Elle wilde echter een stapje verder. Ze besloot nieuwe songs op te nemen met producers Reyn Ouwehand, Billinger & Marsman en stelde een begeleidingsband samen. Het resultaat: haar debuutalbum ‘Queen of fools’ dat bij PIAS verscheen in 2009. Een album vol uptempo, overrompelende electropop/punkrock dat seks, glamour en een no-nonsense houding ademt. En op de planken dendert ze rebels rond in een überstrak, zeer laag uitgesneden pakje, ondertussen de sterren van de hemel solerend en de longen uit haar dunne lijf schreeuwend, kundig bijgestaan door haar stoere mannenband. Dat moet toch succes gaan hebben daar in Austin, niet?

Woot kun je met gemak onze jongste telgen noemen. De drie getalenteerde tieners die samen de Haagse band vormen wonnen vorig jaar als Concrete de tweede prijs in de nationale schoolbandcompetitie en ze mogen nu al naar SXSW. En dat allemaal terwijl de oudste van de drie bandleden pas achttien jaar is. Concrete is echter ook een succesvolle rapper dus switchten ze over op de naam Woot, naar een overwinningsschreeuw in een populaire videogame, wat zoveel als ‘We own other teams’ betekent. Qua muziek maken ze een fris mengsel van indiepop en rock, waarin je zowel invloeden van Radiohead, The Beatles als Joy Division en Patrick Watson hoort weerklinken. Tegenwoordig leunen ze meer tegen de folk van Fleet Foxes en Grizzly Bear aan. Hun debuut-ep ‘#1’ is inmiddels een feit. Een label is er nog niet, maar wie weet is dat er na hun optredens in Texas wel …

Venus Flytrap loopt al wat langer rond. De vijf heren kwamen elkaar tegen tijdens hun studie aan de kunstacademie en vormen sinds 1996 een band. Sindsdien genieten ze een cultstatus wegens hun spetterende gigs. De Haagse indierockers gaven in 2004 ook al een showcase tijdens SXSW en mogen dit jaar terugkomen. Dat hebben ze te danken aan hun derde album en bescheiden meesterwerk ‘Come with us’ (2007, My First Sonny Weissmuller Recordings), een comebackplaat van jewelste. Venus Flytrap maakt geen makkelijke muziek, maar een hypnotiserende, soms angstaanjagende geluidstrip door een dissonante, caleidoscopische kosmos. Gillende gitaren, noisy muren, strakke baslijnen en pompende drums aangevuld met elektronische soundscapes zonder de melodie te vergeten. Hun grootste muzikale helden zijn dan ook Sonic Youth, Motorpsycho, Steve Reich, Radiohead en de Liars. Niet voor iedereen weggelegd, maar imponeren zullen ze zeker.

De Amsterdamse singer-songwriter Lucky Fonz III, oftewel Otto Fons Wichers, weet altijd iedereen om zijn charmante pink te winden met zijn ontroerende, traditionele blues- en folkliedjes en delicate kamerpop in de lijn van Johnny Cash, Bright Eyes en Badly Drawn Boy. Van straatmuzikant tot één van onze bekendste singer-songwriters, na een Essent Award, gigs tijdens Noorderslag en Lowlands en als muzikale gast in ‘De wereld draait door’. Ook het buitenland is veroverd dankzij intensief touren door Europa, Australië, Zuid-Afrika, Canada en de VS. In Amerika wordt Lucky’s muziek vaker op de radio gedraaid dan in ons land. Na de eerste twee albums ‘Lucky Fonz III’ en ‘Life is short’ kwam in 2009 zijn derde schijf ‘A family like yours’ uit, waarop hij zijn spaarzame benadering inruilt voor een bredere. Een samensmelting van jaren zestig pop, rock-‘n-roll, new wave en flarden house. Een Lucky Fonz III-show schiet heen en weer tussen hartverscheurende melancholie en regelrechte stand-upcomedy. Lucky gaat in Austin vast en zeker nog meer fans vergaren.

La Melodia bestaat uit frontvrouw en MC Melodee en producer en DJ I.N.T. Samen staan ze garant voor warme, soulvolle en old school, edgy hiphop. Denk MC Lyte of Bahamadia meets Madlib en Jay Dilla. De twee ontmoeten elkaar tijdens een party in Eindhoven, waar ze allebei hun ding deden. MC Melodee trok de stoute schoenen aan en greep tijdens I.N.T.’s optreden de microfoon. Hoewel I.N.T er niet bepaald mee opgetogen was, was hij wel onder de indruk van haar skills en de uitbundige reactie van het publiek, dus vroeg hij haar naar zijn studio te komen om wat beats van rhymes te voorzien. En zo begon het avontuur. Nadat hun album ‘Vibing high’ in 2008 in Japan uitkwam op Handcuts/Universal en in de Benelux bij PIAS, tourden ze de aardbol plat. De twee maakten een stevige indruk met hun optreden tijdens het North Sea Jazz Festival in 2009 en na nog een promotour in New York werden ze gevraagd om een showcase te geven tijdens SXSW bij een internationale hiphopavond in Club 115. Het nieuwe album ‘Electronic love’ is er in de lente, de labels zijn aangeschreven en de tour door onder meer Japan, Zuid-Afrika en de VS staat gepland. Hier gaan we meer van horen!

Link: Subspecial Nederlandse acts op SXSW 2010

Link: Special SXSW 2010 bij CuttingEdge

Recensie: Aaron Martin – ‘Worried about the fire’

maart 17, 2010

Onaards mooi

Aaron Martin is een experimentele, Australische multi-instrumentalist die in Kansas resideert. Hij bedacht ‘Worried about the fire’ aanvankelijk als soundtrack bij een korte film. Voor deze vierde soloplaat besloot hij die bestaande geluidopnames, afkomstig uit eerdere samenwerkingen of uit solo-uitvoeringen, te manipuleren tot iets nieuws. Daarvoor week hij af van zijn kenmerkende live-benadering, maar gebruikte hij electronic processing en effecten. Zijn hoofdinstrument cello, maar ook banjo, harmonica en orgel knipte en plakte hij er aanvullend bij en over, tot hij 12 stukken had.

Elke track is vrij kort en spaarzaam qua geluiden, maar omdat die oorspronkelijk echt zijn ingespeeld is er toch een soort natuurlijk element in de meanderende abstractie. In de verte klinken ze ook nog wel als akoestische instrumenten, maar de warmte ontbreekt. Dat ligt tevens aan de wat holle productie. Vaak ademen de tracks een donkere, melancholieke ambiance uit (dronende opener ‘Albee’ of ‘Blue light’), hier en daar voelt het wat ongemakkelijk (de bibberende violen in ‘New Brighton’) en af en toe sluipen er rustgevende, bijna hypnotiserende momenten in (de cymbalen en zingende zaag in ‘Ice melts onto fingers’).

Uitleggen hoe Martin’s organische soundsculpturen precies in elkaar steken is onbegonnen werk. Ze liggen ergens tussen neoklassiek, folk en avontuurlijk experiment. Denk aan Machinefabriek (waar hij al eens mee werkte) of Richard Skelton. Het gaat dan ook veel meer om hoe hij knutselt en mengt om je langzaam en verleidelijk zijn bijzondere klankwereldje in te lokken.

Aaron Martin verstaat de kunst iets ongrijpbaars te brouwen, muziek die niet echt te vatten is, maar je wel gaat en blijft boeien. Vaak vervallen dit soort klanktapijten toch tot een leuk behangetje, maar ‘Worried about the fire’ blijft intrigerend de aandacht vragen. Lastig pinpointen waarom, het is gewoon zo. Knap plaatje dit. Van een onaardse pracht zelfs.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Aaron Martin
* Album: ‘Worried about the fire’
* Record company: Experimedia
* Jaar: 2010
* Track list: Albee / Ice melts onto fingers / Open knife / New brighton / Water tongue / Wires of glass / Reed tunnel / Marked in dust / Blue light / Beaver falls / Making rope out of eyelashes / Sixth

© Cutting Edge — 17 Mar 2010
images © Experimedia

Link: CD review Aaron Martin, ‘Worried about the fire’ (2010) bij CuttingEdge.nl

Recensie: Broken Bells – ‘Broken bells’

maart 15, 2010

Filmische, zomerse poppy trip

Broken Bells is het nieuwe muzikale vehikel van gitarist/zanger James Mercer van indie pop band The Shins en productioneel genie Brian Joseph Burton a.k.a. Danger Mouse. Deze fameuze Amerikanen besloten tot een samenwerking nadat ze elkaar in 2004 tegen het lijf liepen bij het Deense Roskilde festival. Er werden zo’n 20 tracks geschreven en in 2008 opgenomen (Mercer vocalen, gitaar, bas en Burton op toetsen, drums, bas), waarvan de tien best bij elkaar passende op het debuutalbum ‘Broken bells’ zijn beland.

Het oogt altijd zo mooi, een indie supergroep. Burton die vanaf zijn briljante mashup ‘The grey album’, als producer van albums van Damon Albarn’s Gorillaz en The Good, The Bad & The Queen, Beck en Black Keys plus als multi-instrumentalist als de ene helft van Gnarls Barkley en Dangerdoom opzien baarde. En Mercer, The Shins-frontman en singer-songwriter wiens prachtplaten bolstaand van schitterende melodieën en hemelse zanglijnen ons niet onberoerd hebben gelaten. Als je die individuele krachten bundelt moet dat toch wel iets bijzonders opleveren.

Het album klinkt zoals je vooraf zou denken, als een glorieuze samensmelting van de sterke kanten van beide heren. Gooi Gnarls Barkley en The Shins in de blender en hoppa, dan krijg je de cocktail ‘Broken bells’. Burton legt veelal een swingende basis met fraaie samples en beats, (jaren ’60) orgeltjes, fijne pianoriedeltjes, luchtige trompetten, aanvullende gitaarakkoorden, zweverige strijkers (van de Italiaanse componist Daniele Luppi), handclaps, een (lalala-)koortje terwijl Mercer er zijn kenmerkende emotievolle, intense stem en melodieuze lijn overheen drapeert. Hoewel Burton toch een beetje de overhand heeft – in ‘The ghost inside’ met een falset vocaal van Mercer horen we wel erg veel Gnarls en Gorillaz terug – is er merendeels sprake van een goede balans tussen beiden.

Er waart een hele relaxte, warme vibe rond. Zonder opdringerig te worden dwarrelen de tien filmische, poppy songs voorbij. Dat tot in de puntjes perfect producen kun je natuurlijk aan Burton overlaten. Overigens heb je meerdere draaibeurten nodig om alle subtiele, verrassende invullingen volledig op je in te laten werken. Het album is een tamelijk veelzijdige, prettige popplaat die je laat wegdromen in een zomers zonnetje. Het is geen ultiem hoogtepunt in hun beider nalatenschap, maar wel een erg tof en welkom uitstapje. Broken Bells hoeft zich zeker niet te schamen, mocht het bij dit album blijven.

CuttingEdge SCORE: 4 van de 5 sterren

Monique van den Boogaard

DETAILS // CD:

* Band: Broken Bells
* Album: ‘Broken bells’
* Record company: Sony Music
* Jaar: 2010
* Track list: The high road / Vaporize / Your head is on fire / The ghost inside / Sailing to nowhere / Trap doors / Citizen / October / Mongrel heart / The mall and misery

© Cutting Edge — 14 Mar 2010
images © Columbia/Sony Music

Link: CD review Broken Bells, ‘Broken Bells’ (2010) bij CuttingEdge.nl

R.I.P.: garagerock & punkheld Jay Reatard (29) overleden

januari 13, 2010

What the F*ck! Mijn kaak viel op mijn sokken toen ik het nieuws las op Pitchfork: garagerocker en punkheld Jay Reatard is woensdag 13 januari overleden. De rocker uit Memphis is slechts 29 jaar oud geworden!

Reatard zou in zijn slaap zijn overleden. Hij werd ’s nachts rond 3:30 uur in zijn huis gevonden. Jay’s voormalige label Goner Records heeft de dood van Reatard inmiddels bevestigd op de website: “It is with great sadness that we report the passing of our good friend Jay Reatard. … We will pass along information about funeral arrangements when they are made public.”

Over de doodsoorzaak tast men nog in het duister. Er wordt onderzoek gedaan. Natuurlijk denkt iedereen die Jay Reatard wel eens live mee heeft mogen maken, ook al was dat vaak niet meer dan een half uurtje, aan hartfalen. Want het was een nogal opgefokt ventje (in a good way of course).

Multi-instrumentalist Jay Reatard – in 1980 op de wereld gezet als Jimmy Lee Lindsey Jr. – begon al op jonge leeftijd (15) in de punkrockband The Reatards en speelde later in Lost Sounds, en zijprojecten als Bad Times, Final Solutions en Angry Angels. In 2006 verscheen zijn eerste soloplaat ‘Blood Visions’ vol indrukwekkende punksongs, opgevolgd door een hele berg singles. Vorig jaar kwam zijn tweede soloalbum ‘Watch Me Fall’ (Matador Records) uit, wat nu helaas meteen zijn laatste plaat is geworden.

Reatard stond net zo bekend om zijn muzikale talent als om zijn extreme live shows door zijn in-your-face persoonlijkheid. Jay hield niet van bullshit of verveling. Vorig jaar bereikte hij de headlines onder meer met een verwijzing naar de band Pains Of Being Pure At Heart met “pains of being boring at heart”, het abrupt stoppen van de band na een tournee (de bassist en drummer zijn bij Wavves gaan spelen) en omdat hij op het podium in Austin werd aangevallen.

In een interview met Spinner.com afgelopen december vertelde Jay Reatard dat hij ‘er even tussen uit wilde, om zich te focussen op Jay Lindsay, saaie shit te doen, zijn huis te renoveren en om zijn persoonlijke leven op orde te brengen’. Verdrietig genoeg, is hij daar amper aan toe gekomen…

R.I.P. Jay! You will be missed sourly.

Yo La Tengo is terug: video première ‘Nothing To Hide’

augustus 19, 2009

Net zoals voor Sonic Youth en Blonde Redhead heb ik een eeuwige zwak voor Yo La Tengo, die drie Amerikaanse indierockers uit Hoboken (New Jersey), die zo mooie, dromerige en tegelijkertijd ook zo lekkere, noisy muziek maken. Jawohl, ze zijn er weer en je hebt hierbij de videoclip première te pakken van het gloednieuwe nummer ‘Nothing To Hide’… Check dat!

Nooit bezig met de mainstream, daar kun je Yo La Tengo zeker van betichten. Deze videoclip is dan ook opgenomen in een piepklein independent platenzaakje in Columbus (Ohio) genaamd Lost Weekend Records (hoe cool is die naam alleen al dan en een concept naar mijn hart!). Eigenlijk is het gewoon een registratie van een instore gig van de band. Alleen, het zijn de Yo La Tengo’s zelf niet… maar hun jongere Matador Records collega’s van Times New Viking vullen hun schoenen.

Begeleidende leuke quote van Times New Viking’s Adam Elliott (via Spinner): “Natuurlijk kunnen wij niet acteren, als mensen, maar we kunnen en zullen altijd in staat zijn om ons te gedragen als indierockers. Anders hebben we geen werk…”  

De videoclip voor ‘Nothing To Hide’ – geregisseerd door Pelham Johnston en Brandon Reichard – zit boordevol inside grapjes en speelt zich af in een vreemdsoortig parallel universum waar Yo La Tengo en Times New Viking van plek zijn verwisseld. En die Ted Nugent platen, kun je toch het beste gewoon in de vuilnisbak pleuren. Kijk maar eens, dan snap je die laatste opmerking ook daadwerkelijk. 

‘Nothing To Hide’ is afkomstig van het album ‘Popular Songs’, dat op 8 september verschijnt. Het smakelijke, orgel-swingende nummer ‘Periodically Double Or Triple’ had ik natuurlijk al eerder geplaatst. Overigens, kun je die MP3 nog steeds gratis binnentrekken. HIER.

En de nieuwe schijf ‘Born Again Revisited’ van Times New Viking is er op 22 september, kennelijk moet je die ook gehoord hebben. Daar later meer over, àls ‘ie goed is…

Overtreffen doet de clip van ‘Nothing To Hide’ die oude van ‘Sugarcube’ niet, maar hij is zeker vermakelijk! Het nummer zelf was inmiddels al in live uitvoering te beluisteren. Gooien we die er ook nog ff in. Kun je jezelf vast grondig voorbereiden op de Europese Yo La Tengo shows. Eén vooralsnog in NL: op 20 november tijdens Crossing Border.

Ex-Pavement gitarist releast solodebuut als Spiral Stairs

juni 28, 2009

spiralstairshskSinds ons favo indierock bandje Pavement in 1999 uit elkaar ging, trok frontman Stephen Malkmus altijd het meeste aandacht als solo artiest. Maar de release van ‘The Real Feel’, het solo debuut onder de naam Spiral Stairs van Pavement gitarist (en oprichter/zanger van Preston School Of Industry) Scott Kannberg, zou daar nog wel eens flink verandering in kunnen brengen. Oordeel zelf en check de albumtrack en zeer prettige eerste single ‘Maltese Terrier’.

Spiral Stairs nummer doet nogal denken aan Pavements song ‘Cut Your Hair’ met die ‘bah bah bahs’ en lijkt wel voort te komen uit de jaren zeventig. Een vrolijk ritme, een psychedelische gitaarriff en een banjo onderbreking doen echter ook een beetje denken aan Modest Mouse ‘Bukowski’. Het is nogal een verschil vergeleken met de slaperige rock die Kannberg maakte met zijn eerste post-Pavement band Preston School Of Industry.

Download: Spiral Stairs ‘Maltese Terrier’ (MP3)

Het is een grappig liedje, catchy en vol gepropt met dezelfde humoristische teksten die Pavement zo verdomde goed maakte. En check die bizarre albumhoes! ‘The Real Feel’ verschijnt op 20 oktober bij Matador en bevat bijdrages van Broken Social Scene’s Kevin Drew, leden van de Posies en zijn Preston School Of Industry. Posies’ Jon Auer tekende voor de productie.

Kannberg werkte overigens al onder het pseudoniem Spiral Stairs vanaf het begin van Pavement en trad later ook als zodanig op. Alleen verschenen er onder die naam nooit albums van hem. Nu wel! Recentelijk gingen er ook geruchten over een mogelijke Pavement hereniging, hoewel Malkmus dat vooralsnog afhield met de legendarische woorden: “Misschien dat we over een jaar iets bescheidens doen, net als Led Zeppelin.”

Download een gloednieuw Fleet Foxes nummer

juni 28, 2009

fleetfoxes_pecknoldkyklAfgezien van een paar tracks onder de naam White Antelope, is het stil rondom lead zanger Robin Pecknold en de rest van de Fleet Foxes sinds ze de playlists en eindejaarslijstjes van 2008 overheersten met hun schitterende gelijknamige album. Pecknold is gestopt met zijn eens zo productieve geTwitter, maar voordat hij zijn archief delete, suggereerde hij nog net dat het hoog tijd was om serieus aan de slag te gaan met het pennen van nieuwe songs voor Fleet Foxes. Nou, je kunt er nu eentje voor nop downloaden!

Pecknold speelde afgelopen vrijdag namelijk een solo akoestische versie van een nieuw nummer tijdens een live sessie voor BBC 6 Music ten bate van een programma over het Glastonbury festival (waar de band dit weekeind speelt). Het is een klagerig en existentiëel, spookachtig finger-picked folkliedje in de geest van Neil Young, met de werktitel ‘Blue Spotted Tail’. Met dank aan Stereogum:

Download Fleet Foxes: ‘Blue Spotted Tail’ (MP3, Live bij BBC 6 Music)

Pecknold zingt het solo, dus die hemelse harmonieën van de andere Fleet Foxes moet je er maar even bij denken. Maar het geeft wellicht al een ideetje waar het heen gaat, op de nieuwe plaat. Komende dinsdag 30 juni staat de Americana groep overigens in Paradiso. Misschien dat het liedje daar ook ten gehore gebracht wordt… Kun jij alvast keihard meezingen, lol.

Verrassings EP ‘Got Nuffin’ van Spoon

juni 28, 2009

spoongotnuffinhskVerrassing! Merge heeft komende dinsdag iets tofs in petto voor de fans van Spoon! Namelijk een gloednieuwe EP met de eerste nieuwe opnames van de Amerikaanse indierockband sinds het verschijnen van het goed ontvangen album ‘Ga Ga Ga Ga Ga’ uit 2007. Het schijfje heet ‘Not Nuffin’ en is er op 30 juni. Maar er komt ook nog een speciale 12 inch versie van uit, ergens in juli. Het gekke is, dat het allemaal een beetje stiekem wordt uitgebracht…

Hoe aardig van ze, drie nieuwe songs van één van de coolste bandjes. Een beetje té misschien wel, want Merge had de songs al online staan op een speciale Amazon webpagina, waar de EP voor te bestellen was. Een dag nadat Stereogum over de release berichtte, is die pagina echter weer offline gehaald. Dat had kunnen betekenen dat de EP er niet kwam, maar het is bevestigd door Merge dat de EP dinsdag uitkomt. Dat dan weer wel. Het zal verkoop schelen misschien?

Anyhow, de EP verschijnt als cd en als download en bevat de drie nummers ‘Got Nuffin’, ‘Tweakers’ en ‘Stroke Their Brains’. Voordat die pagina down ging, hebben wij de songs nog nèt gehoord… De titeltrack klinkt als een schemerige rocker met veel percussie elementen over duisternis en schaduwen, ‘Tweakers’ als een lo-fi demo met een kast of emmer drumgeluid en ‘Stroke Their Brains’ alsof het nummer afkomstig is uit het brein van The Strokes.

De titeltrack werd vastgelegd door Nicolas Vernhes in de Rare Book Room. De twee andere b-kanten door Spoon zelf. De EP-cover zie je hierboven. Al is ‘Not Nuffin’ nu niet meer te bestellen via Amazon, je kunt ‘em inmiddels bij Merge Records in de webshop bestellen.

Battles’ John Stanier bespreekt nieuw album

juni 27, 2009

battles_atibajeffersonkl

Het is meer dan twee jaar geleden dat ik van mijn sokken werd geblazen door het album ‘Mirrored’ van Battles, één van de meest bevredigend ondoorgrondelijke en ronduit brutale albums van de afgelopen tijd. Sindsdien heeft de Amerikaanse band over de hele wereld getoerd, van China tot New York en Australië. En nu zijn de vier muzikanten klaar er klaar voor om een nieuwe schijf te maken. In een interview met Pitchfork vertelt geniale drummer en Helmet-veteraan John Stanier – vaak de ster op het podium met zijn torenhoge bekkens en de intensiteit waarmee hij de stokken hanteert – wat we van het aankomende album kunnen verwachten.

Eerst hebben ze nog even genoten van hun welverdiende rust na het vele toeren, hoewel Stanier een deuntje meemepte op de nieuwe The Field, maar ondertussen zijn de New Yorkers begin dit jaar begonnen met het pennen van songs voor hun tweede plaat en de opvolger van ‘Mirrored’. Ze zijn ook al het repetitiehok in Brooklyn ingedoken en afgezien van twee onderbrekingen (een tournee in Zuidoost Azië in maart en nog wat shows in Australië in mei), zijn ze er zo’n tien uur per dag noest aan het werk.

Stanier denkt dat Battles eind van de zomer, begin herfst de studio in kan om nieuwe nummers vast te leggen. Ze zoeken nog een beetje naar de muzikale invalshoek. Want een ‘Mirrored 2’ maken, dat willen ze natuurlijk niet. “Het wordt veel radio-vriendelijker, meer voor de gewone man,” grapt Stanier. “Maar serieus, wie wil zich herhalen? Voor ons is het dan zoiets als, ehm… en nou?” Er zal in elk geval gebruik worden gemaakt van nieuw apparatuur, een ‘heleboel kleine gekleurde doosjes’, voor de sound: “echte nerd shit.”

Gitarist/bassist Dave Konopka heeft al wat kleine, soort van jaren tachtig loops verzonnen aan zijn keukentafel. “Ze zijn allemaal helemaal verschillend en super simpel. Mini voedende ideetjes en dan gaat iedereen zijn eigen dingen toevoegen. Voor je het weet is het een monsterlijk wangedrocht. Bij ons komt niemand met een volledig nummer.” vertelt Stanier.

Binnenkort staan er wat shows op stapel voor Battles. Daar zullen alvast nieuwe songs worden uitgeprobeerd, voordat ze in de studio op gaan nemen. “We hebben die druk nodig. Het zou jaren duren voor het album af was, als we ongelimiteerd de tijd zouden hebben om er aan te werken. We zullen tenminste de helft van de plaat live spelen.” Cool! Dan houden wij als een debiel YouTube in de gaten…

Terwijl we op ‘Mirrored 2’ wachten, brengt Battles’ zanger/gitarist/toetsenist Tyondai Braxton een soloplaat uit op 15 september.

Recensie: The High Strung – Ode To The Inverse Of The Dude

juni 20, 2009

thehighstrung_odeThe High Strung uit Detroit heeft al een lange muzikale weg bewandeld. Hun debuutalbum ‘These Are Good Times’ was een rommelige, luide en af en toe onaangename maar tegelijkertijd coole luisterervaring. Het leek wel of de essentie van de rebelse tiener garagerock geest op een plaat was samengepakt. Het destijdse viertal verloor een bandlid en had als trio wat moeite om hun veel slappere opvolger ‘Moxie Bravo’ de deur uit te krijgen. Gelukkig kwamen de drie terecht bij het bluesy, hippie labeltje Park The Van Records. De derde schijf ‘Get The Guests’ was het ook niet helemaal, hoewel al veel beter, maar op deze nieuwe plaat blijkt The High Strung zich eindelijk volledig hervonden te hebben.

Dat is mede te danken aan de sturende inspanningen van de producer. ‘Ode To The Inverse Of The Dude’ werd net buiten Toronto opgenomen met hete knoppen wizard David Newfield (Broken Social Scene, Los Campesinos!, Super Furry Animals). ‘Ode’ combineert dromerige geluiden en (de psyche onder)zoekende teksten met de grootsheid van een rockband, al zijn de rockinvloeden nu wat verder naar de achtergrond geschoven om hun wonderschone folkpop zijde wat meer te tonen. Het ene moment klinken er gepolijste, sprankelende en zonnige alt.pop songs, het andere moment lievige, lo-fi popliedjes (als ‘Anyone’).

Gitarist/zanger Josh Malerman heeft een paar van zijn meest persoonlijke songs geschreven (check ‘I Got Your Back’ en ‘Rope’), in ‘Out Of Character’, in ‘Guilt Is How I’m Built’ waart de oude Motown soul rond en er wordt afgesloten met een all over the place soort van eclectisch instrumentaaltje in de vorm van ‘House Party’. Maar niet alleen Malerman is qua songwriten goed bezig, de ritme sectie (Chad Stocker en Derek Berk) demonstreert hoe een drum en bas duo het pittig en groovy moet houden zonder opgefokt of haastig aan te horen. De eerlijke levendige emoties, de zweetdruppels en de tranen van geluk die het maken van ‘Ode’ ongetwijfeld gekost hebben zijn voelbaar in de nummers.

De liedjes komen nonchalant over, maar zijn uitgedachte, pure en melodieuze songstructuren. De uitbundige blijheid die de Flaming Lips ook tentoonspreidt komt het duidelijkst naar voren in hoogtepunt ‘Standing At The Door Of Self Discovery’, de hoekige gitaarlijnen met psychedelische intermezzos doen denken aan Built To Spill en de harmonieuze samenzang van de drie zou Teenage Fanclub aardig jaloers maken.

Omdat het zo mooi samensmelt, door de warme sound en onderliggende tederheid in elke compact gehouden track (geen een gaat over de 3 minuut 30) en dat toegankelijke kan ‘Ode’ zo maar aan je oren voorbij trekken. Maar dat zou niet eerlijk zijn, om dit album af te doen als een vrolijk niemandalletje, want The High Strung verdient simpelweg de aandacht. Het is hun meest uitgebreide en experimentele album tot nu toe en zet zelfs hun twee voorgaande platen in een ander daglicht. Ineens vat je de aanloop naar ‘Ode’ en waardeer je die ook veel meer. Een tof plaatje voor liefhebbers van T. Rex, Guided By Voices en bovenal Of Montreal.

SPINNER SCORE: 79/100
 

Vers bloed: Wye Oak

juni 5, 2009

wye-oakk

Zo’n vijf eeuwen lang bezielde een majestueuze oude eik het dorpje Wye Mill (Maryland), tot op een dag een jongen en een meisje uit de contreien zijn boomsappen aftapten om er weelderige muziek uit te distilleren. De eik stierf een zachte dood, echter Wye Oak was geboren. Neko Case’s in reverb verdronken Americana pop/rock en Beach House’s knipoog naar shoegaze door elkaar gehusseld, zo ongeveer klinkt het avontuurlijke mengsel dat het duo – bestaand uit jonge multi-instrumentalisten Jenn Wasner en Andy Stack – uit Baltimore maakt.

Vriendje en vriendinnetje Andy (23) en Jenn (22) vormen in 2006 Monarch. Met z’n tweeën nemen ze een debuutplaat op, zodat ze flink kunnen gaan toeren. De jongedame zingt en speelt gitaar, terwijl Andy het drumwerk, de toetsen, de backing vocalen en nog wat instrumenten voor zijn rekening neemt. Het album ‘If Children’ is bijna een masterclass in de indierock, zo stevig staat het songmateriaal in de schoenen en met name de solide dynamiek – zoals kenmerkend bij man-vrouw koppels als Yo La Tengovalt op.

De plaat imponeert met een fusie van uitbundige alt.country-eske, folky en keyboard-gelardeerde indiepop en felle noiserock uitbarstingen met etherisch sfeerinvloeden en dartele strijkpartijen. Tegelijk overvloedig als ingehouden en zeer gedetailleerd. Met melancholieke stem zingt Jenn haar teksten over hyper-persoonlijke ervaringen (geen controle hebben, onbemind zijn, zelfbewustheid).

Die eerste schijf werpt dan ook meteen zijn vruchten af. De twee worden ontdekt door Superchunk-frontman Mac McCaughan, die vooral onder de indruk raakt van hun nummer ‘Warning’: een melodieus, catchy liedje met lagen en lagen aan feedbackende gitaarriffs en licht verwrongen zoetgevooisde singer-songwriter vocalen (ze doet wat denken aan My Bloody Valentine of Kim Deal van The Breeders/Pixies).

De band wordt snel ‘geplant’ door Merge Records, het label van onder meer Arcade Fire en Lambchop. Omdat er al zoveel groepen zijn onder de naam Monarch, wordt Wye Oak als bandnaam gekozen, en verschijnt het verfrissende debuut in april 2008 opnieuw. Ook op het podium weet het duo de weelderige, dromerige en volle wall of sound van hun album goed te vertalen. Alsof er veel meer muzikanten staan te spelen dan alleen die twee. Live ziet het er spannend uit: met één hand hanteert Stack de drumstok terwijl ‘ie met zijn andere de rest van de geluiden voortbrengt naast zijn charmante chick.

Het nieuwe, tweede album ‘The Knot’ verschijnt op 21 juli via Merge. Als deze twee niet door gaan stoten, weten wij van Spinner het ook niet meer. Check Wye Oak dus! Eerste broeierige single ‘Take It In’ beloofd die doorbraak al. Op MySpace en hun Last.fm pagina beluister je nog veel meer tracks.

Plaatjes Kijken: Marilyn Manson – Mechanical Animals

mei 28, 2009

marilynmanson_mechanical

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Marilyn Manson – Mechanical Animals

‘Mechanical Animals’ is het derde studioalbum van shockrocker Marilyn Manson, uitgebracht op 15 september 1998. Hoewel de vier singles ‘The Dope Show’, ‘Rock Is Dead’, ‘I Don’t Like the Drugs (But the Drugs Like Me)’ en ‘Coma White’ hem wereldwijd succes brachten – zowel in de underground als de mainstreamis het ook zijn meest bekritiseerde werk. Een knetterharde (glam)rockplaat vol met vlijmscherpe riffs, spooky electronica en kwade teksten. Deze week brengt de industrial godheid zijn nieuwe plaat ‘The High End Of The Low’ uit, dus werpen wij een blik op één van zijn oudjes.

Het gebeurd niet vaak dat een (award-winnende) albumcover zovéél publiciteit krijgt, maar dat kun je natuurlijk wel aan een controversiële artiest als Manson overlaten. Toen ‘ie uitkwam viel men extreem over de afbeelding, in tegenstelling tot voorheen alleen de opruiende muziek die hij maakt. Grote supermarktketen Wal Mart wilde de plaat niet verkopen (de cijfers bleven dan ook ietwat achter op zijn best verkopende cd ‘Antichrist Superstar’) en de cover moest bovendien worden aangepast voor Japan. Het probleem was niet de naakte, alien-achtige figuur, zoals in Amerika, maar de zes vingers aan zijn linkerhand. Japanners houden kennelijk niet van lichamelijke misvormingen. Alleen die hand werd aangepast voor de Japanse markt.

Wonderbaarlijk genoeg is er bijna niks gefotoshopt aan de hoesfoto, geschoten door wereldberoemde fotograaf Joseph Cultice uit New York. Manson is naakt beschilderd met latex verf. Marilyn’s ‘borsten’ zijn speciale protheses (naar verluidt zijn de neptieten nu in het bezit van acteur Johnny Depp?!) en hij draagt een plastic afscherming voor zijn genitaliën. De bodypaint en de borsten zijn gedaan door regisseur George Lucas’ Industrial Light and Magic studio. Op de originele kiek had Manson nog tepels, maar deze zijn verwijderd nadat Paul Brown (dezelfde ontwerper als ‘Antichrist Superstar’ en andere Manson albums) suggereerde dat het er zonder buitenaardser en androgyner uit zou zien.

‘Mechanical Animals’ is een conceptplaat, de opvolger van ‘Antichrist Superstar’. Mason verklaarde het zo: “Op de voorganger vergelijk ik mezelf met Lucifers val uit de hemel. Deze plaat gaat meer over wat er gebeurd als ik op aarde land en probeer erbij te horen als mens.” Later associeert hij zichzelf met Jesus Christus in plaats van de duivel.

Het hoesidee is gebaseerd op David Bowie-albums uit de jaren ’70, denk vooral aan zijn Ziggy Stardust periode. Omdat er op deze plaat meer glamrock te horen is dan voorheen is dit verwerkt in de cover. Bowie nam een bepaald ‘karakter’ aan per plaat en albumhoes. Manson ‘speelt’ twee rollen: een verslaafde glamrocker en androgyne alien genaamd Omēga (te zien op de achterkant van het cdboekje en in de vinylversie) en een facet van zichzelf genaamd Alpha. Zeven van de 14 songs komen vanuit het perspectief van de fictionele band Omēga en de Mechanical Animals, de andere zeven van Manson zelf.

Er zijn nogal wat verborgen boodschappen en betekenissen verwerkt in de hoes die draaien om het getal 15. De 1 en 5 die de zesvingerige hand aangeeft verwijst naar Marilyn’s verjaardag (5 januari), het logo MARILYN MANSON met het cijfer 1 als i en een 5 voor de letter s. de duiveltarotkaart XV, één track draagt de titel ‘New Model No.15’, de cd – indien afgespeeld in een computer – bevat 15 tracks en het album verscheen op de 15e (oftewel op zijn Amerikaans 9/15, 9+1+5=15). En zo zijn er nog wel meer. ’15’ zal opnieuw centraal staan in het artwork voor en de tracks op zijn nieuwe plaat.

Plaatjes Kijken: Dinosaur Jr. – Farm

mei 21, 2009

dinosaurjr_farmhsg440

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Dinosaur Jr. – Farm

Deze cover van Dinosaur Jr.’s nieuwe album ‘Farm’, dat op 23 juni verschijnt bij Jagjaguwar, is een serieuze kandidaat voor ‘albumhoes van het jaar 2009’. De plaat is er nog niet, maar er wordt nogal op gewacht, gezien het de eerste schijf in 16 jaar tijd is van de legendarische, Amerikaanse veteranenband met alle drie de originele leden gitarist/zanger J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph weer op hun oorspronkelijke plek.

En al zou het songmateriaal uiteindelijk tegenvallen de eerste single ‘I Want You To Know’ (hier nog gratis te downen) was in elk geval een prima voorsmaakje en er is gezegd dat ‘ie weer old school gaat klinkendan nog schaffen wij dit album gewoon aan op vinyl. Alleen om die ge-wel-di-ge hoes!

De kunstenaar die verantwoordelijk is voor deze freaky, hallucinante cover met een soort van onderweg zijnde boom-reuzen is Marq Spusta. En hoewel zo her en der werd gesuggereerd dat de man wel drugs tot zich heeft moèten nemen om met zoiets op de proppen te komen, daar is niets van waar. Al wordt je er nogal high van als je ‘em bekijkt. Zo vertelde Spusta in een recent interview: “Veel van mijn karakters hebben een tevreden zachtheid over zich, met alles dat zich leent om aan stoned zijn te denken.”

J’s manager stapte op Marq Spusta af, nadat hij een twee jaar oude schets had gezien van een vergelijkbare afbeelding op diens website. Ze wilden er kleur aan toevoegen en het ontwerp uit laten breiden door Marq. Hij ging vervolgens aan de slag. Het idee achter de hoes? Toch wel behoorlijk spacy: “Het gaat over wezens op de aardkloot die mensen voorbij de verontreiniging dragen; het is een massa uittocht van verlichting. Het beeld neemt de kijker ergens mee heen, maar legt niets uit. Het is mystiek, maar de menselijke figuren maken het persoonlijk,” aldus de ontwerper.

En waar zijn die wezens naar op weg? Kennelijk nemen de boom-reuzen de mensen mee naar hun versie van de aarde: “De natuur is krachtiger dan wij zijn en kan ons verstikken, maar de figuren op de hoes zijn gidsen om de mensen uit het donker te halen.” Ach, schattig. Het is kenmerkend voor Spusta om onschuld in zijn ontwerpen te verwerken. Zo was zijn eerste illustratie er eentje voor een kinderboek. Die onschuldige elementen trok hij door in zijn rock ‘n’ roll kunststukken. Het werkt prima samen met Dinosaur Jr. snoeiharde rocksongs.

Marq Spusta had natuurlijk ook voor een cover kunnen kiezen met een bandfoto of tekening van de drie Dinosaur Jr. leden, zoals zoveel rockbands doen. Maar hij vindt juist dat je met illustraties een bepaalde tijdsperiode van een groep kunt vatten, zonder een relatie te leggen met hoe oud de muzikanten er onderhand uitzien, wat voor kapsel ze hebben of wat ze dragen. Het overstijgt cultuur. Als hij er wèl voor had gekozen, dan zou J. in Marq’s ogen “niet menselijk” zijn geweest. Hij zou zijn neergezet als een “grote, witte, ruigharige vogel die in de hoek de dingen in de gaten houdt.” Mmm, was misschien ook best grappig geweest…

Plaatjes Kijken: Queens Of The Stone Age – Era Vulgaris

april 30, 2009

qotsa_eravulgarishs

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Queens Of The Stone Age – Era Vulgaris

‘Era Vulgaris’, het vijfde album van Amerikaanse rockband Queens Of The Stone Age, verschijnt op 11 juni 2007. Op de plaat horen we net als op de vorige vier wederom die kenmerkende kolossale gitaarakkoorden met de meest vluchtige, slimme hardrock melodieën voorbij komen. De plaat is knoe-rend-hard, dankzij spil Josh Homme, de ongeduldige initiatiefnemer achter de altijd roulerende cast van muzikanten die samen de band vormen.

Qua muziek grijpt Homme terug op zijn meest donkere roots. Op deze QOTSA-plaat injecteert ‘ie je oren met riffs die herinneren aan de rauwe woestijnsound uit de Kyuss-dagen, aangevuld met vele lagen powergitaren en explosieve orgel uitspattingen. In eerste single ‘Sick, Sick, Sick’ spuugt The Strokes‘ Julian Casablanca zijn vocalen uit over een keiharde muur van geluid. Maar er is ook een andere kant te ontwaren. Mark Lanegan’s fluwelen zanglijnen in het funky ‘Make It Wit Chu’ worden bijv. kracht bijgezet door Tempations-achtige koortjes.

Het album kwam hoog binnen in de Billboard 200 hitlijst (op 14) en verkocht 52.000 exemplaren in de eerste week. Dat was een stuk minder dan de voorganger, waarvan er destijds meteen 91.000 de deur uitvlogen. In ons land kwam ‘ie binnen op nummer 7 en wij waren in tegenstelling tot andere landen wat milder van oordeel. Over het algemeen sloeg deze plaat dus slechter aan dan ‘Lullabies to Paralyze’.

Wie die cover heeft verzonnen voor ‘Era Vulgaris’ mag van ons een pets voor zijn hoofd hebben. Foeilelijk, is tenminste ons oordeel. Anderen vinden ‘em weer schitterend. Het is in elk geval een kwestie van smaak. Wij krijgen gewoon schele koppijn als we er naar kijken. Dat knalroze ondervlak, die twee ultra kleurige gloeilamp poppetjes (eentje verkleedt als piraat met een houten beentje genaamd Patchy en de ander vrolijk rokend met een sigaret in zijn pootjes die Bulby heet) en dat schreeuwerige lettertype. Maar goed, het album heet dan ook ‘Era Vulgaris’ en het woordje vulgair zit er al ingebakken, hoewel het Latijns is voor ‘algemeen of ordinair tijdperk’.

Het idee voor de cover komt van Jason Noto, uit de getalenteerde stal van Morning Breath Inc. Het management van Interscope Records had al een relatie met deze ontwerper, omdat Noto ook heeft gewerkt aan albumhoezen voor andere artiesten op het label, en vroeg hem er ook een te maken voor ‘Era Vulgaris’. Noto stuurde eerst wat persoonlijke voorbeelden van zijn werk in, zodat Homme kon kijken of hij het zag zitten. Homme vond een pagina uit hun boek ‘The Early Bird’ helemaal geweldig. Het was een retro jaren ’50 en ’60 advertentie-stijl illustratie.

Noto en Homme klikten nogal, kennelijk deelden de twee de waardering voor nostalgische kunst, maar ook een gevoel voor fucked up humor. Samen besloten ze die bizarre vintage vibe en de schattige karakters te verwerken in de hoes, met het onderliggende doel de fans te verleiden zich vervelende gewoontes aan te leren (zoals roken, de piraat zou kunnen staan voor het illegaal downloaden). Homme kwam zelf met het plan er gloeilampjes van te maken. Rob Noto liet Liam Lynch (ook te horen in de backing vocals) de illustraties maken en stak de hoes vervolgens in elkaar.

Qua typografie nam hij een oud Engels lettertype, Blackmoor. De Q is afgekeken van de hoes van ‘Songs for the Deaf’, om toch een soort van link te leggen met de eerdere platen. De gloeilampjes van de hoes en de artwork stijl werden gebruikt voor al het promotionele materiaal voor het album, inclusief een introductie video. Check de bandsite maar eens, de uit te printen gloeilamp, het verkooppraatje van Bulby of de poster voor single ‘3’s and 7’s’. Al met al een intrigerende plaat met een hoes die de aandacht vangt. Het beste te bekijken op vinyl albumformaat, natuurlijk.

Plaatjes Kijken: Pantera – Vulgar Display Of Power

april 24, 2009

pantera_vulgardisplayhs

Of je ‘m nou ziet in de vinylbakken, de cd-winkel op ’t station of de iTunes Store, soms is een albumhoes genoeg om een bepaalde plaat te willen hebben. De ene keer een absolute aanwinst, de andere keer een gedrocht dat je nooit meer draait, maar in ieder geval bijzonder genoeg om naar te blijven kijken. Deze week:

Pantera – Vulgar Display Of Power

Pantera’s zesde studioalbum ‘Vulgar Display Of Power’ verscheen op 25 februari 1992. Als één van de meest invloedrijke heavy metal albums van de jaren ’90 en tevens één van de beste Pantera-platen (met vlammende nummers als ‘Fucking Hostile’, ‘No Good (Attack the Radical)’, ‘Mouth For War’, ‘This Love’ en grote hit ‘Walk’), wordt er ook wel gezegd dat de schijf een grote rol heeft gespeeld in het definiëren van de post-trash metal. Dat zat ‘em in de langzamere tempo’s en het incorpureren van een hardere vocale stijl. Het was dan ook hun eerste album met de verplichte sticker ‘Parental Advisory Explicit Lyrics’.

Het album telt 11 songs vol brute kracht. De heavy metal werd nog heavier, de agressie nog agressiever. Maar de band was tegelijkertijd in staat om de negatieve aspecten van het genre – haat, boosheid, geweld en wanhoop – om te turnen naar een positievere gedachtengang. De plaat mag zich onder de klassiekers scharen en werd flink opgepikt. MTV’s ‘Headbangers Ball’ gebruikte flarden van de songs voor hun intro en outtro, zoals Anselmo’s geschreeuwde ‘Hostile’ (te horen aan het eind van ‘Fucking Hostile’). ‘Rise’, ‘Regular People (Conceit)’ en ‘Mouth Of War’ werden gecoverd door Robert Prince voor de populaire game ‘Doom’. Een cover van ‘This Love’ voor ‘Doom II: Hell On Earth’.

De albumtitel ‘Vulgar Display Of Power’ is onttrokken aan een regeltje uit de griezelfilm ‘The Exorcist’ (1973). Als priester Damien Karras Regan MacNeil (oftewel de boze geest die haar lichaam had ingenomen) vraagt om zichzelf te verlossen van de duivelse kracht, antwoord Regan “that’s much too culgar a display of power.” Het album stond op de 44ste plaats in Billboards Album hitlijst en behaalde de dubbel platinastatus in 2004. Q Magazine benoemde de schijf tot één van de 50 Beste Heaviest Albums Ooit.

Het is toch wel één van de betere voorbeelden van hoe een albumhoes perfect de muziekstijl van een plaat over kan brengen, wat in dit geval een shitload aan agressieve metal is. Natuurlijk, de meerderheid van de thema’s voor covers van metal albums is donker en gewelddadig. Maar bij dit album is het op een eenvoudige, doch tijdloze manier gedaan, met wellicht een kleine humoristische knipoog. De muziek, de front afbeelding en de rode (razernij) titel letters sluiten naadloos op elkaar aan. Als je de songs luistert, voelen ze inderdaad als een loeiharde vuistslag in het gezicht.

Het ontwerp voor de cover, gemaakt door Larry Freemantle, is dus simpel maar zeer doeltreffend. Zijn idee om een iemand zich in het gezicht te laten slaan werd verwerkt tot albumhoes door Bob Defrin. De coverfoto werd geschoten door Brad Guice. Er deden twee roddels de ronde over wie nou de klap in ontvangst nam en uitdeelde. Er werd verondersteld dat zanger Phil Anselmo sloeg. De ene was dat hij een gast mepte voor 10 of 100 dollar per vuistslag. Het zou hem 6 tot 30 stompen hebben gekost om tot een goeie kiek te komen. De tweede was dat een fan zich vereerd voelde te worden geslagen door Anselmo en zich vrijwillig voor zijn bakkus liet meppen.

In maart 2004 kwam er pas helderheid: Pantera was niet aanwezig bij de fotoshoot. Platenmaatschappij Atco Records had in eerste instantie enorm lelijke afbeeldingen gestuurd van boksers die elkaar de hersens inslaan, maar de band wilde liever een straattype op de hoes. Dus heeft het label 10 dollar betaald aan een door hen uitgekozen persoon voor elke uitgedeelde klap. De nog steeds naamloze gast verdiende er 300 dollar mee. Het is in elk geval een sterke foto geworden, die aanspreekt.

Als daar plezier aan beleeft, mensen die in het gezicht worden gepuncht, hier nog twee grappig clipjes:

Download eerste nummer van Sonic Youth’s ‘The Eternal’

april 21, 2009

sonicyouthsacred-trickster

De opvolger van ‘Rather Ripped’ en de zestiende plaat ‘The Eternal’ van Sonic Youth verschijnt op 8 juni (in Europa). Indielabel Matador Records doet er natuurlijk alles aan om de nieuwste telg en grote New Yorkse noisetrots in de stal een berg aandacht te geven.

Ze geven een MP3 weg van het eerste nummer van de plaat, ‘Sacred Trickster’, dat je hier kunt downloaden!

Volgens Matador zet dit nummer de toon voor het album: “‘Sacred Trickster’ is een 2:10 hardcore track waarop Kim [Gordon] een ode brengt aan de Franse schilder Yves Klein en Massachusetts noise artiest Noise Nomads. Het zet de toon voor het 12 songs tellende ‘The Eternal’, met alle vurige elementen uit Sonic Youth’s gehele carrière. Van de oorspronkelijke no wave uit de begintijd, naar de radicale akkoorden en songstructuren van hun jaren negentig periode naar de meer gefocuste poppy ontdekkingen van de afgelopen vijf jaar.”

“Op hun eerste album voor Matador laten ze een meer weelderige, sensuele sound horen dan op hun laatste album ‘Rather Ripped’ – maar bovenal cleaner en aanstekelijker, nu met bassist Mark Ibold (Pavement, Dustdevils) op bas.”

‘Sacred Trickster’ luistert inderdaad heerlijk weg, met die fuzzy gitaren, de prikkelende uitstoot ‘uh huh, uh huh’ van Kim met een sexy schreewerige ‘What’s it like to be a girl in a band?’ tekst. 2:10 Aan kick ass geluid inderdaad!

Download ‘Sacred Trickster’ (MP3)

Je kunt ‘The Eternal’ nu al vroegtijdig bestellen, dan krijg je er lots of leuke goodies bij: een code om het album vanaf 28 april (!) in zijn geheel te streamen, een exclusieve live vinyl LP opgenomen in New York op 4 juli (indien nog voorradig), een unieke poster en zeldzame MP3 downloads van outtakes en meer live materiaal. Sonic Youth speelt overigens al wat van het ‘The Eternal’ materiaal live:

Recensie: Elysian Fields – The Afterlife

april 19, 2009

Elysian Fields betekent Paradise In The Afterlife; op de Elysische velden leven dichters en helden verder na hun dood, een soort hemel voor levende kunstenaars (uit de Griekse mythologie). Een goed gekozen naam voor de zweverige, dromerige poprock noir songs die het duo sinds 1995 voortbrengt.

Zangeres Jennifer Charles en gitarist Oren Bloedow genieten een dikke cultstatus in thuishaven Brooklyn, in zowel de jazz als avantgarde als de alternatieve scene. Zo waren wijlen Joey Ramone en Jeff Buckley fans, wandelen Steve Albini en zo’n beetje de helft van de hippe New Yorkers wel eens hun studio binnen en ontelbare bands noemen hen als invloed.

Maar Elysian Fields wil steeds niet echt aan de oppervlakte komen. En dat ligt aan de extreem eigenzinnige invalshoek van die twee. Bijvoorbeeld: sta je op het punt van doorbreken, maak je een compleet ontoegankelijk album en zeg je je platenlabel (Universal) gewoon vaarwel. Niet erg praktisch, echter met deze eigenwijze attitude hebben ze wel een zeer trouwe en grote fanschare aan zich weten te binden. Bovendien zijn in Europa een van de grootste cultgroepen uit de underground- en clubcircuit scene.

‘The Afterlife’ is volgens onze telling de vijfde langspeler, hoewel we daar niet zeker van zijn. Zo cult zijn ze nou. Het is in elk geval de opvolger van ‘Bum Raps & Love Taps’ uit 2005. De cabaretpiano riedeltjes, de sensuele hese fluisterstem van Jennifer en het gitaargetokkel van Oren vormen nog altijd de basis. De rest van de dit keer uiterst spaarzame, zeer effectieve invulling in de vorm van warme sounds van een orgeltje, violen, wasbord, een jazzy blazer, xylofoon en drums van het handjevol ingehuurde sessiemuzikanten verdient een dik compliment. Daardoor klinken de songs nu veel ingetogener, minder gelaagd en dus melancholiek. Het is een uitgekristaliseerde puurdere uitvoering van hun mysterieuze, donkere en sfeervolle karakteristieke geluid.

Zo is ‘The Moment’ een unicum van eenvoud. Slechts een simpele piano ondersteuning van de tekst van Charles, merendeels bestaand uit het zinnetje ‘the moments my eyes struck yours’, herhaald als een zoete mantra. Bedwelmend en het weemoedige hoogtepunt op de plaat. Ze deden eerder al een stapje richting jazz en blues, die invloeden zijn nu nog meer hoorbaar, in eveneens ‘The Moment’ maar ook ‘Someone’. ‘Only For Tonight’ is wat vrolijker gestemd met zowaar een bossanova timbre en wederom die repetitieve, verslavende lyrics. De tien songs tellende plaat sluit af met ‘Ashes in the Winter Light’, een teder zwoel duetje van de twee. Het is net alsof meneer Tindersticks nog net even liefjes inhaakt op electrische gitaar.

Wat Mazzy Star en Cat Power zo ontzettend goed maken is dat ze op een natuurlijke manier heel hees en sexy soulvol zingen. Bij Jennifer klinkt dat op bepaalde momenten een beetje geforceerd. Op ‘The Afterlife’ zucht, fluistert, kreunt ze zich rokerig door de teksten heen. Ze is alleen niet gezegend met zo’n speciale stem als Hope Sandoval of Chan Marshall. Maar Charles weet je her en der toch op een duistere manier betoverend te hypnotiseren.

De sound van Elysian Fields doet ons denken aan een romantisch Parijs, Montmartre in een nog net wat te koud voorjaarszonnetje, maar dat al wel licht je gezicht kietelt. Lekker loom plaatje vol lijzige en stemmig elegante poprock noir voor de vroege zondagmiddag. Wel weer alleen weggelegd voor de èchte liefhebbers.

SPINNER SCORE: 79/100

Mountain Goats en John Vanderslice releasen unieke vinyl-EP

april 19, 2009

De triomfantelijk ‘Gone Primitive’ tournee, de akoestische reis langs zalen die Mountain Goats John Darnielle ondernam met John Vanderslice eerder dit jaar, is nu ten einde. Maar dat deze twee muzikale breinen het hoofd bij elkaar staken was niet alleen om samen in een minibusje rond te kunnen rijden of voor ons om te horen hoe het klinkt als Vanderslice een extra gitaarriff toevoegt aan ‘Dance Music’. Het was vooral een artistieke samenwerking, die nu een vervolg krijgt in de vorm van een EP.

Darnielle en Vanderslice hebben samen het plaatje ‘Moon Colony Bloodbath’ opgenomen, dat wordt uitgebracht op vinyl. Er staan drie songs op kant A en vier op kant B. Ook tof, Amerikaanse muzikant, zanger, songwriter en producer Chris Stamey (The dB’s) heeft aan een paar songs meegewerkt.

Darnielle doet in een email een poging de EP-songs toe te lichten: “Een paar van de nummers hebben iets van doen met een los rockopera / conceptalbum idee over oogstende kolonies op de maan en hun personeel, dat de vrije maanden spendeert in afgezonderde weelde in verre Amerikaanse locaties. Concepten zoals deze zijn leuker als je ze achter laat, maar ze hun sporen blijven nalaten, dus dat hebben we gedaan.”

De EP – die uitkomt bij Darnielle’s Cadmean Dawn Records – werd speciaal voor deze tour opgenomen. Ze hebben nog wat exemplaartjes over voor de fans. Vanderslice heeft er sowieso een paar bij, bij een aantal van zijn aankomende solo-shows. Darnielle stuurt ondertussen zijn EPeetjes door naar de Beggars Group en het binnenkort ermee ophoudende 3 Beads of Sweat, die ze gaan verkopen.

‘Moon Colony Bloodbath’ is wéér zo’n Mountain Goats rariteit die nogal uniek is, dus probeer zo’n EPeetje in je bezit te krijgen…

Uitgebreide heruitgave van The Kills debuutalbum

april 18, 2009

Toen het debuutalbum ‘Keep On Your Mean Side’ in 2003 verscheen, voelde de plaat mijlenver verwijderd van de meeste opbloeiende garage punkrock die de wereld destijds aan het veroveren was. In plaats van bijvoorbeeld de zonnige, uitbundige songs van The Hives, dompelden The Kills zich onder in een soort betoverende, bedwelmende nevel, alsof de Amerikaanse indierock band het daglicht niet zou kunnen verdragen.

‘Keep On Your Mean Side’ leek uit het niets te komen bovendrijven en op een bepaalde manier was dat ook zo. Amerikaanse zangeres Alison Mosshart en Britse gitarist Jamie Hince vormden de band, maar maakten hun muziek in eerste instantie door elkaar tapes toe te sturen van de ene naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. Een vreemd proces, maar waarschijnlijk wel van groot belang voor de harde, smerige esthetiek in hun songs.

Het duo sloeg het aanbod van een paar grote platenlabels af. Als ‘VV’ en ‘Hotel’ brachten ze hun debuutnummer (de ‘Black Rooster’ EP) uit via het Britse onafhankelijke platenlabel Domino Records. Na een internationaal tournee namen de twee dat eerste plaatje op in de Londense Toe Rag Studios, in slechts 18 dagen.

Inmiddels hebben The Kills hun eigen plekje verworven. Ze worden gezien als een hoge kwaliteit alt.rock band, maar spreken ook de roddelpers cultuur aan; er zijn zowel connecties met Jack White als Kate Moss. Het leek Domino dan ook een prima tijdstip om nu het smakelijke debuutalbum opnieuw uit te brengen.

De heruitgave van ‘Keep On Your Mean Side’ – vanaf 5 mei te krijgen – krijgt een aantal bonustracks mee van de ‘Fried My Little Brains’ en ‘Black Rooster’ EPs naast een b-kantje van de ‘Pull A U’ single. Op de tracklist vinden we coversongs van onder meer Dock Boggs, Jonathan Fire*Eater en Captain Beefheart.

Ondertussen gaat The Dead Weather, Mosshart’s nieuwe band met Jack White en consorten, op tournee deze zomer. Dat debuutalbum komt in juni uit.

Deerhunter komt alweer met nieuwe EP, stream de eerste single

april 18, 2009

Bradford Cox en zijn collega’s van Amerikaanse indierock band Deerhunter hebben alweer een nieuwe EP bij elkaar gepend, amper een jaar nadat hun ultra geweldige dubbelalbum ‘Microcastle / Weird Ero Continued’ verscheen. De ‘Rainwater Cassette Exchange’ heet ‘ie en die komt op 18 mei digitaal en 8 juni op cd en vinyl uit via 4AD.

‘Rainwater Cassette Exchange’ – net als ‘Microcastle’ geproduceerd door Nicolas Verhes in de Brooklyn Rare Book Room Studios – bevat vijf verse Deerhunter songs. Cox’ heeft zijn adoratie voor Animal Collective in interviews door laten klinken en dat horen we nu terug in de nummers. In elk geval in de titeltrack en eerste single: een dromerige, verre ‘Merriweather’ sound zonder dikke gitaarriffs.

Je kunt het nummer ‘Rainwater Cassette Exchange’ streamen en downloaden via Pitchfork, als eerste voorproefje op de EP, waar verder de songs ‘Disappearing Ink’, ‘Famous Last Words’, ‘Game Of Diamonds’ en ‘Circulation’ op te vinden zijn. Misschien dat ze deze nummers al spelen tijdens hun gig in Paradiso, op woensdag 27 mei?